Zoek op rubriek
Zoek op trefwoord
Zoek op thema
Unesco Platform Vlaanderen Logo
 
 
Unesco Platform Vlaanderen Logo
zoekfunctie
thema

Bijzondere zorgen in het onderwijs

Kinderen met een handicap of andere problemen, leren beter in een gewone school dan in een gespecialiseerde school. In Guinea heeft men de boodschap begrepen.
Voeg deze pagina toe aan uw Facebook.
Tweet deze pagina
Bekijk de RSS feed van deze pagina
Print deze pagina
 
Gepubliceerd op donderdag 1 april 1999

De achtjarige Kötô Dopavogui is verlamd aan haar linkerzijde, weerspanning en onderheving aan lach- en huilbuien. Een kind dat moeilijk in een gewoon klaslokaal past dus. Was het niet van een vijf dagen durende UNESCO workshop geweest, die hij in 1997 volgde, dan zou haar onderwijzer Richard Dore haar waarschijnlijk naar huis hebben gestuurd. Maar door de kennis die hij daar opdeed, slaagde Dore erin Kötô te integreren in de klas.

Haar medestudenten houden een oogje in het zeil, en zorgen ervoor dat ze haar spullen niet verliest. Inmiddels slaagde Dore erin om Kötô te leren een krijtje vast te houden met haar linkerhand. Ze maakt nu echt deel uit van de groep, daar waar ze anders als een verloren zaak zou worden bestempeld.

Onontgonnen terrein

«Als het erop aankomt kinderen met bijzondere noden te integreren in de 'gewone' scholen, blijkt Afrika nog onontgonnen terrein te zijn. Maar doordat het continent niet gebukt gaat onder zware structuren, blijkt er een grotere openheid voor te bestaan dan in veel andere delen van de wereld.» weet Lena Selah, hoofd van UNESCO's Bijzondere Noden Onderwijs programma.

Een speciaal project van UNESCO moedigt zes Franstalige Afrikaanse landen aan om programma's te ontwikkelen die de integratie van kinderen met bijzondere noden in het dagdagelijks onderwijs moeten vergemakkelijken. Vaak is een dergelijke integratie de enige kans die die kinderen ooit zullen hebben om te genieten van onderwijs.

Guinea telt zes gespecialiseerde scholen voor gehandicapten, allemaal gevestigd in de hoofdstad. Omdat 90% van de minder-valide kinderen zo nooit aan onderwijs toekwamen, startte men een pilootproject op waarbij leraars van gewone scholen opleiding genoten die hen in staat moet stellen de komst van gehandicapte kinderen naar hun klas op een adequate manier op te vangen. Op die manier dienden vier scholen, verspreid over het ganse land, als 'demonstratieschool' voor de rest van het land.

Pilootproject

«We begonnen met de hand te reiken aan ouders van gehandicapte kinderen en hen uit te leggen dat hun kinderen veel beter zouden leren in een gewone school dan in een gespecialiseerde instelling.» legt Kadiatou Bah, de leidster van het pilootproject, uit. De lokale radiostations hielpen mee om de bevolking rond het thema te sensibiliseren, en er kwam een opleidingsseminarie voor leerkrachten.

«Die opleiding is een absolute must» benadrukt Ibrahima Keita, een leraar van een 'demonstratieschool' uit Conakry. «Zonder de opleiding zou ik nooit in staat zijn geweest om met deze kinderen om te gaan.» Keita ilustreert zijn betoog met het verhaal van de twaalfjarige Hawacondé. «Het meisje leed aan depressie en moest haar eerste schooljaar maar liefst vijf keer over doen. Niemand wist wat ze met haar moesten aanvangen. Het kostte me veel geduld, maar uiteindelijk ging ze over, en alle leerlingen van haar klas profiteerden van de extra inspanningen. Dat jaar was het algemene slaagpercentage van mijn klas hoger dan gewoonlijk.» Het pilootproject integreerde in totaal 17 kinderen met een of andere handicap in het klaslokaal.

Keita haalt in zijn verhaal over Hawacondé een belangrijk punt aan: niet alleen de gehandicapte kinderen plukken de vruchten van de integratie en de extra inspanningen van de leraars die ermee gepaard gaan, ook de andere leerlingen profiteren ervan. Aliette Verillon, die opleidingen verzorgde voor de leraars die betrokken zijn bij het pilootproject, en werkt voor het Frans Instituut voor Pedagogisch Onderzoek, legt uit: «Uit onze ervaring blijkt dat twee derden van de bijzondere maatregelen die worden genomen om gehandicapte kinderen in de school te integreren, ook de andere kinderen vooruit helpen. Niet praten terwijl je met je rug naar de leerlingen staat als je op het bord schrijft, helpt zowel dove en slechthorende kinderen als kinderen die gemakkelijk worden afgeleid.»

Tegenkanting

Ondanks de positieve resultaten, is niet iedereen overtuigd. Een gespecialiseerde school voor blindenonderwijs weigert bijvoorbeeld om mee te werken aan het project en haar kennis te delen met de leraars uit de 'demonstratiescholen'. Er zijn ook andere problemen. Soms kunnen de ouders hun kinderen gewoon niet alle dagen naar school brengen. Projectleidster Bah zou daarom graag zien dat er een busdienst komt om het absenteïsme te bestrijden. Belangrijk voor het welslagen van het project is ook de inzet van de leerkrachten zelf. Keita: «als Hawacondé afwezig was, ging ik bij haar thuis langs om te kijken wat er scheelde.»

Niettegenstaande het project nog met bepaalde moeilijkheden kampt, zoals hierboven beschreven, slaagt het er toch in om uit te deinen naar het onderwijssysteem. Toekomstige leerkrachten krijgen tijdens hun opleiding een speciaal programma dat hen moet leren omgaan met kinderen met diverse leermoeilijkheden. «Op die manier zullen 6.000 toekomstige onderwijzers over de volgende drie jaar met dat programma kenis maken» meldt een tevreden Bah.

Bovendien komen steeds meer ouders hun gehandicapte kinderen inschrijven, en wordt het pilootproject binnenkort met twee scholen uitgebreid. Er wordt ook een campange gelanceerd om ook andere scholen bewust te maken van het potentieel van de door het pilootproject ondersteunde werkwijze. «We moedigen ze aan om kinderen met moeilijkheden naar een school uit het pilootproject door te sturen, of om iemand van het project bij hen uit te nodigen om hen ter plaatse te helpen en op te leiden.» legt Keita uit.

Resulaten

De eerste resultaten van het project laten het beste vermoeden voor de toekomst, zelfs al gaat het voorlopig nog om een relatief klein aantal kinderen. «In het begin zijn de kinderen compleet gesloten, maar langzaam aan bloeien ze open en de meeste van hen doen het goed. Ook de ouders zijn ons dankbaar, want vaak wisten zij geen raad met hun kind.» Lucien Bafodé Camara, lid van het pilootproject, herinnert zich dat «de kinderen in het begin door hun klasgenootjes gepest werden, maar nu maken ze echt deel uit van de groep, en worden ze niet langer beschouwd als buitenstaanders met een handicap.» Ook die vorm van integratie is een pluim waard.

Laat een reactie achter