Hoewel doemscenario's over een
vloedgolf aan klimaatvluchtelingen ongegrond zijn en averechts
werken, blijkt dat klimaatsverandering in toenemende mate een
belangrijke factor voor migratie wordt. Dit is de eindconclusie van
deze eerste gezaghebbende studie over de relatie tussen
klimaatsverandering en migratie, gepubliceerd door UNESCO en
Cambridge University Press.
De studie Migration and Climate Change brengt 26 experten samen, elk een autoriteit in hun domein zoals antropologie, demografie, economie, geografie, klimatologie en recht. Aan de hand van een aantal casestudies uit Bangladesh, Brazilië, Nepal en de eilanden uit de Stille Oceaan analyseren de wetenschappers de vaak verontrustende statistische gegevens. De auteurs willen hiermee een aantal mythes doorprikken over een van de meest besproken maar minst begrepen aspecten van de klimaatverandering.
Vitale bijdrage tot een groot debat
UNESCO directeur-generaal Irina Bokova hecht veel belang aan deze problematiek. Sinds 1 juli 2011 is ze voorzitter van de Global Migration Group, een samenwerking tussen 16 intergouvernementele organisaties actief op het domein van internationale migratie. "Deze nieuwe publicatie is een belangrijke bijdrage aan een van de grootste debatten van onze tijd. We lezen allemaal de schrikwekkende krantenkoppen die ons waarschuwen voor de tientallen miljoenen mensen die zullen verhuizen tengevolge van klimaatverandering. Dit boek gaat op zoek naar de bewijzen voor deze stelling en toont ons wat op het spel staat, zeker op het vlak van de mensenrechten. De auteurs geven een aantal waardevolle richtlijnen mee voor lokale, nationale en internationale beleidsmakers," aldus Bokova.

Een probleem met vele oorzaken
In de studie wordt benadrukt dat, hoewel het belang ervan stijgt, klimaatverandering slechts één van de factoren is die mensen er toe drijft hun huis of land te verlaten. Het negeren van de andere oorzaken is de reden waarom het publieke en politieke debat vervormd en gepolariseerd is. "De doemscenario's van milieubeschermers hebben waarschijnlijk meer bijgedragen aan het brandmerken van migranten en vluchtelingen en het rechtvaardigen van repressieve maatregelen door de overheid, dan aan het milieubewustzijn zelf." Dit besluit Stephen Castles, medeauteur van de studie en codirecteur van het International Migration Institute van de universiteit van Oxford. Toch erkennen de auteurs dat tropische cyclonen, zware regenval en overstromingen, droogte en woestijnvorming en de stijging van de zeespiegel in aanzienlijke mate migratie beïnvloeden. Maar de 26 experten benadrukken dat naast meer onderzoek ook actie in het veld, op alle niveaus, belangrijk is.
Een duidelijke boodschap
Volgens de auteurs betekent de gebrekkige vooruitgang in internationale onderhandelingen dat "het te laat zal zijn voor strategieën om onomkeerbare veranderingen in klimaat af te remmen of te voorkomen." Bovendien moeten de grootste vervuilers dringend "wereldwijd samenwerken om de aanpassing aan de klimaatverandering financieel, wetenschappelijk en logistiek te ondersteunen." In de studie worden daarom een aantal voorstellen gedaan. Naast economische diversifiëring pleit men ook voor een andere aanpak van de overheid rond grensoverschrijdende en platteland-stadsmigratie: van beperking en bestraffing naar hulp aan hen die in veilige en menswaardige omstandigheden willen leven. Verder is ook samenwerking op alle niveau's en tussen verschillende partijen noodzakelijk wil men de echte uitdagingen begrijpen en oplossingen vinden.








De uitlating van Stephen Castles is ver over het fatsoen, het is het verhaal van de boodschapper die 'gebrandmerkt' wordt. Wie of wat verstaan moet worden onder 'milieubeschermers' is ook maar de vraag. Hopelijk is de rest van het rapport beter geformuleerd en onderbouwd.