Dat
'UNESCO' voor veel mensen synoniem is met 'werelderfgoed' hoeft
niet te verwonderen. De bescherming van bijzonder cultureel erfgoed
en van opmerkelijke natuurgebieden is reeds vele jaren het meest
zichtbare onderdeel van de uitgebreide werking van UNESCO.
Bovendien blijft de populariteit ervan toenemen en geen enkele
verwezenlijking van UNESCO haalt gemakkelijker het nieuws dan een
inschrijving op de Werelderfgoedlijst.
Op het eerste zicht lijkt het succes van de Werelderfgoedconventie een zegen maar ook deze medaille heeft een keerzijde. Het toegenomen economisch belang van een erkenning als werelderfgoed zorgt voor politieke druk op de onafhankelijke organen die de Werelderfgoedconventie in de praktijk brengen en de aantrekkingskracht voor toeristen van werelderfgoedsites brengt soms de bescherming ervan in gevaar. Het zijn enkele van de uitdagingen die reflectie verdienen aan de vooravond van de veertigste verjaardag van de Werelderfgoedconventie.
De uitdagingen waar de Werelderfgoedconventie voor staat, hoeven er ons niet van te weerhouden om terecht trots te zijn op het werelderfgoed dat Vlaanderen rijk is. Met de inschrijving van de begijnhoven en de belforten op de Werelderfgoedlijst namen we mee het voortouw om erfgoed ruimer, en niet enkel gebonden aan één plaats of monument, te beschouwen. Een brede erfgoedbenadering lag ook aan de basis van de erkenning van het complex woning-ateliers-museum Plantin-Moretus in Antwerpen terwijl de Brugse binnenstad niet mocht ontbreken op de Werelderfgoedlijst die zo vele historische steden telt.
De populariteit van werelderfgoed zorgt er ook voor dat de term niet altijd in de juiste context gebruikt wordt. Zo spreekt men bij een UNESCO-erkenning van bijvoorbeeld immaterieel cultureel erfgoed of documentair erfgoed al gauw over werelderfgoed terwijl dit strikt genomen fout is vanwege eigenlijk niets met de Werelderfgoedconventie te maken. In een volgend deel van onze redactionele reeks rond UNESCO in Vlaanderen komen dergelijke andere door UNESCO erkende erfgoedvormen in Vlaanderen aan bod.







