| |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
![]() |
![]() |
|
Een haalbare doelstelling | |
||||||||||
| |
Het prijskaartje | |
||||||||||||
| |
Onderwijs in landen in crisis | |
||||||||||||
| |
Nationale EFA-actieplannen | |
||||||||||||
| |
Alfabetisering en niet-formeel onderwijs | |
||||||||||||
| |
Onderwijs voor meisjes en vrouwen | |
||||||||||||
![]() |
|
Gezondheid op school | |
|||||||||||
| |
HIV/AIDS en onderwijs | |
||||||||||||
| |
De rol van de civil society | |
||||||||||||
| |
||||||||||||||
| |
Onderwijs in landen in crisis
Noodsituaties, veroorzaakt door gewapende conflicten, terugkerende crises of natuurrampen betekenen een aanzienlijke belemmering van de verwezenlijking van Onderwijs voor Allen. Er wordt van uitgegaan dat tegenwoordig zowat vijftig landen worden geconfronteerd met gewapende conflicten, zich herstellen van dergelijke conflicten of aanzienlijke hoeveelheden vluchtelingen herbergen. Tenzij de steun aan deze landen aanzienlijk wordt versterkt, zal een groot aantal ervan de verbintenis van Dakar niet kunnen nakomen. Alhoewel onderwijs steeds meer als de "vierde pijler" van de humanitaire actie wordt beschouwd - naast voedselhulp, onderkomen en gezondheid - zien sommige donoragentschappen onderwijs nog altijd niet als een vitale component in nood- en crisissituaties. Omvang van het probleemIn de jaren negentig was maar liefst 1% van de wereldbevolking voor conflicten of andere rampen op de vlucht. In vele gevallen maken kinderen onder de 18 meer dan de helft van de vluchtelingenpopulatie uit. In het begin van het jaar 2001 telde de vluchtelingenorganisatie UNHCR ongeveer 22 miljoen mensen in een precaire situatie. Dit cijfer omvatte vluchtelingen, asielzoekers, repatrianten en mensen die in hun eigen land gedwongen moesten verhuizen. In Afrika alleen al nemen meer dan 120.000 jongens en meisjes onder de 18 jaar op dit ogenblik deel aan gewapende conflicten. Sommige van die kinderen zijn amper 7 of 8 jaar oud. Op dit moment zijn om en bij de 300.000 kinderen onder de 18 bij het leger ingelijfd in Afghanistan, Somalië, Congo, Sierra Leone, Colombia, Sri Lanka en nog een aantal andere landen. Anderzijds zijn er amper 1 miljoen kinderen en jongeren die hetzij in vluchtelingenkampen, hetzij via speciale programma’s onderwijs genieten, van wie 40% meisjes. Wat wordt tegenwoordig ondernomen?Vluchtelingenkampen die als modelinitiatieven voor onderwijs gelden, vinden we in Nepal voor vluchtelingen uit Bhoetan, in Pakistan voor Afghanen en in Guinea en Oeganda voor vluchtelingenpopulaties van diverse origine. In landen waar sinds vele jaren een aanhoudende crisis heerst - als Somalië, Angola en Sierra Leone - zijn de UNESCO, UNICEF, de Europese Unie en diverse ngo’s aan het werk om in deze onbestendige situaties onderwijs te verschaffen. Essentiële informatie over nieuwe en veeleisende situaties - zoals HIV/AIDS-preventie, bewustmaking over landmijnen en milieuproblematiek, vredes- en burgerzineducatie - worden op grote schaal verspreid. Ook is er steeds meer materiaal beschikbaar over de gelijke behandeling van de geslachten, naast nieuwe en gerichtere programma’s voor kinderen met een handicap of voormalige soldaten en voor de opleiding van gevluchte leraren, jeugdleiders, comités voor gemeenschapsscholen en lokale onderwijsinstanties. De uitdagingen zijn enorm en zeer uiteenlopend en de agentschappen die in de diverse regio's actief zijn, streven ernaar om de kwaliteit, de dekking en het beheer ervan te verbeteren. Eén van de mechanismen die in het leven werd geroepen om het hoofd te bieden aan die uitdagingen - door middel van samenwerkingsinitiatieven - is het Inter-Agency Network for Education in Emergencies (INEE - Netwerk van Agentschappen voor Onderwijs in Noodsituaties). Dit netwerk wordt geleid door UNESCO, UNHCR, UNICEF, CARE en de Noorse Vluchtelingenraad, het secretariaat wordt verzekerd door de Eenheid voor steun aan landen in crisis en heropbouw van de UNESCO. Het INEE ontwikkelt leermaterialen, beleidsrichtlijnen en -normen. Er werden ook vier gespecialiseerde internationale taakgroepen opgericht om leer- en lesmiddelen, controle- en beoordelingsinstrumenten, richtlijnnota’s voor formeel en niet-formeel onderwijs na de lagere school en hulpmiddelen voor informatieverspreiding uit te werken. Het INEE kan rekenen op een steeds groter aantal ledenagentschappen waaronder Ministeries voor Onderwijs, bi- en multilaterale donoren en ngo’s. Agentschappen, donoren en uitvoerende partners hebben goed uitgebouwde strategieën ontworpen om nieuwe crisissen te kunnen opvangen. De nadruk ligt nu vooral op onderwijs met het oog op repatriëring. Wie doet wat in onderwijs in noodsituaties?Een groot deel van het werk wordt uitgevoerd door bilaterale en VN-agentschappen, vaak in partnerschap met internationale en lokale ngo’s:
De volgende stappenRegio's waarop de aandacht moet worden gericht werken strategieën uit in het kader van heropbouwprogramma’s, teneinde terug te keren naar vrede en duurzame ontwikkeling in situaties na conflicten en het ernstige financieringstekort op te vangen.
|
|
||||||||||||
![]() UNESCO@vlaanderen vzw, Edg. Farasijnstr. 32, B-8670 Koksijde, tel/fax:+32(0)58/514479 |
||||||||||||||
|
Over de website:
![]() |
||||||||||||||