| |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
![]() |
![]() |
|
Een haalbare doelstelling | |
||||||||||
| |
Het prijskaartje | |
||||||||||||
| |
Onderwijs in landen in crisis | |
||||||||||||
| |
Nationale EFA-actieplannen | |
||||||||||||
| |
Alfabetisering en niet-formeel onderwijs | |
||||||||||||
| |
Onderwijs voor meisjes en vrouwen | |
||||||||||||
![]() |
|
Gezondheid op school | |
|||||||||||
| |
HIV/AIDS en onderwijs | |
||||||||||||
| |
De rol van de civil society | |
||||||||||||
| |
||||||||||||||
| |
Alfabetisering en niet-formeel onderwijsAlfabetisering en niet-formeel onderwijs worden uitdrukkelijk vermeld in drie van de zes doelstellingen van Dakar. Daardoor wordt hun belang voor de verwezenlijking van Onderwijs voor Allen erkend. De omvang van deze EFA-uitdaging impliceert dat behalve het aanbieden van basisonderwijs ook meer inspanningen moeten worden geleverd om de alfabetisering en het niet-formele onderwijs verder uit te bouwen, zodat ook kinderen, jongeren en volwassenen kunnen worden bereikt die voor het formele onderwijssysteem onbereikbaar zijn. Alhoewel een groot aantal onderwijsoverheden er zich terdege van bewust zijn dat er een behoefte bestaat aan alfabetisering en niet-formeel onderwijs, hebben deze subsectoren toch te kampen met een gebrek aan erkenning. Dit blijkt uit de ontoereikende opleiding, de lage salarissen en het statuut van alfabetiseringsleerkrachten, de onvoldoende mate van coördinatie tussen verstrekkers van niet-formeel onderwijs (regeringen en ngo’s) en de onaangepastheid van de openbare investeringen. Alfabetisering en niet-formeel onderwijs worden vaak als van ondergeschikt belang beschouwd, door de ouders en de gemeenschappen niet naar waarde geschat en krijgen minder nationale en externe financiering dan het formele systeem. Daardoor worden de meeste alfabetiseringsinitiatieven en niet-formele onderwijsactiviteiten door ngo’s en verenigingen zonder winstoogmerk veeleer dan door regeringen uitgevoerd en zijn de projecten - ondanks de omvang van het probleem - relatief kleinschalig. Wat is geletterdheid?In de laatste jaren is er een aanzienlijke evolutie opgetreden in de manier waarop geletterdheid wordt bekeken. Tegenwoordig wordt ongeletterdheid gezien als een structureel fenomeen en een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Terwijl geletterdheid vroeger als een wondermiddel voor onderwijsontwikkeling werd beschouwd, wordt het nu in een bredere context van onderwijsinitiatieven en socio-economische ingrepen gezien. Geletterdheid is altijd "functioneel", met andere woorden belangrijk en nuttig voor kinderen, jongeren en volwassenen. Ook veranderen de behoeften en toepassingen van geletterdheid doorheen de tijd. Kunnen lezen, schrijven en rekenen volstaat in de complexe wereld van tegenwoordig niet meer. De opleiding in levensvaardigheden, gezondheidsopvoeding en milieueducatie en het aanleren van het gebruik van een computer worden hoe langer hoe meer als bestanddeel van alfabetisme ervaren. De omvang van ongeletterdheidOp dit ogenblik zijn er wereldwijd nog steeds meer dan 550 miljoen volwassen vrouwen en 300 miljoen volwassen mannen die niet kunnen lezen of schrijven. Om de alfabetiseringsdoelstelling van Dakar te bereiken, moeten het percentage analfabeten tegen het jaar 2015 worden verminderd van de huidige 21% tot zowat 10%. Met andere woorden tegen 2015 zouden minstens 90% van alle volwassenen moeten kunnen lezen en schrijven. Dit betekent dat het aantal volwassen alfabeten jaarlijks met 92 miljoen zal moeten toenemen, of 42% meer dan tegenwoordig. Een dergelijk percentage zou betekenen dat de huidige inspanningen met een factor van 1,3 moeten worden opgedreven tegenover vroeger. Terwijl sommige regio’s van de wereld, meer bepaald Oost-Azië, de Stille-Oceaanregio, Latijns-Amerika en het Caribisch gebied aan de alfabetiseringsdoelstellingen van Dakar zouden kunnen beantwoorden door ongeveer dezelfde inspanningen te blijven leveren als in de afgelopen tien jaar, worden andere regio’s met aanzienlijke uitdagingen geconfronteerd. De toestand is vooral acuut in de minst ontwikkelde landen, waar de in het verleden geleverde inspanningen meer dan verdubbeld zullen moeten worden om succes te boeken. Zo zullen Egypte en India hun inspanningen moeten verdubbelen, Bangladesh en Pakistan zelfs verdrievoudigen. Wie doet wat voor alfabetisering en niet-formeel onderwijs?Regeringen, niet-gouvernementele organisaties en VN-agentschappen, voornamelijk de UNESCO, zijn actief in alfabetisering en niet-formeel onderwijs. Voorbeelden van overheidsactiviteiten zijn onder andere de Nationale campagne voor alfabetisering en volwassenenonderwijs in Egypte en het Nationaal alfabetiseringsprogramma in India. Andere vermeldenswaardige voorbeelden zijn het project Basisonderwijs voor werk in Guatemala dat zich tot zestig gemeenschappen in de arme plattelandsstreken van het land richt. Het APPEAL-programma van de UNESCO, geformuleerd in Bangkok, heeft jarenlang het onderwijs in gemeenschapscentra in de regio bevorderd, waardoor alfabetiseringsinitiatieven en niet-formeel onderwijs aan de lokale gemeenschappen worden aangeboden. De UNESCO concentreert zich op de steun aan alfabetiserings- en niet-formele onderwijsprogramma’s op internationaal, regionaal, nationaal en gemeenschapsniveau, met een bijzondere nadruk op de alfabetisering van vrouwen en op projecten die zich speciaal toeleggen op gemarginaliseerde jongeren, op de plattelandsbevolking en op inheemse bevolkingsgroepen. De initiatieven omvatten onder andere beleidsadvies, capacity-building (de ontwikkeling van zelfredzaamheid en het verlenen van slagkracht) en concrete landenspecifieke en gemeenschapsgerichte activiteiten. Gezien de nieuwe visie van alfabetisering hebben de activiteiten van de UNESCO op dit vlak betrekking op gezondheidszorg, de opleiding in basisvaardigheden, programma's die gericht zijn op inkomensverwerving alsook de bevordering van de burgerzin en de culturele ontwikkeling. In vele landen koppelen ngo’s alfabetisering aan lokale inkomensverwerving en culturele ontwikkeling. Aangezien volwassenen leren wat voor hen in hun eigen leefomgeving nuttig en relevant is, zijn de lokale ngo-programma’s vaak het meest doeltreffend. Veelal bevorderen ze de alfabetisering in de lokale taal en in wijdverspreide talen die volwassenen wensen te leren. Controle van niet-formele programma’sDe huidige EFA-controlesystemen zijn vooral op formeel onderwijs gebaseerd. Vaak wordt de rol van niet-formele programma’s onderschat. Er moeten informatieprogramma's over niet-formeel onderwijs worden opgezet om een omvattende controle en beoordeling ervan te vergemakkelijken. In het jaar 2000 heeft de UNESCO een programma opgestart om een vergelijkende en aanpasbare methodologie te ontwikkelen voor de controle van niet-formele onderwijsinitiatieven en het Bureau voor de Statistiek van de UNESCO heeft eveneens voorafgaande stappen ondernomen om nieuwe indicatoren voor de niet-formele sector te ontwikkelen. Volgende stappenGezien de omvang van het probleem en de immense opdracht die dient te worden vervuld, voorziet de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties om in 2002 een alfabetiseringsdecennium van de Verenigde Naties uit te roepen in het kader van de mondiale inspanningen voor Onderwijs voor Allen. Er wordt verwacht dat aan de UNESCO de taak zal worden opgedragen om deze tienjarige uitdaging te leiden. De voornaamste doelstelling in het komende decennium zal erin bestaan om regeringen en de civil society ertoe te overhalen het belang van de oprichting van geletterde omgevingen te erkennen en niet-formele leermogelijkheden van hoogstaande kwaliteit aan te bieden.
|
|
||||||||||||
![]() UNESCO@vlaanderen vzw, Edg. Farasijnstr. 32, B-8670 Koksijde, tel/fax:+32(0)58/514479 |
||||||||||||||
|
Over de website:
![]() |
||||||||||||||