| |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
![]() |
![]() |
|
Een haalbare doelstelling | |
||||||||||
| |
Het prijskaartje | |
||||||||||||
| |
Onderwijs in landen in crisis | |
||||||||||||
| |
Nationale EFA-actieplannen | |
||||||||||||
| |
Alfabetisering en niet-formeel onderwijs | |
||||||||||||
| |
Onderwijs voor meisjes en vrouwen | |
||||||||||||
![]() |
|
Gezondheid op school | |
|||||||||||
| |
HIV/AIDS en onderwijs | |
||||||||||||
| |
De rol van de civil society | |
||||||||||||
| |
||||||||||||||
| |
Onderwijs voor meisjes en vrouwenWaarom moet aan meisjes en vrouwen bijzondere aandacht worden besteed?
Afrika ten zuiden van de Sahara, Zuid-Azië, het Midden-Oosten en Noord-Afrika vertonen de grootste verschillen volgens geslacht. Een meisje van zes in Zuid-Azië gaat normaal zes jaar naar school, terwijl dit voor een jongen negen jaar is. Voor mensen op het platteland is dit verschil nog groter: meisjes in een plattelandsomgeving hebben driemaal meer kans om de school vroegtijdig te verlaten dan jongens in een stadsomgeving. Niettemin is onderwijs niet alleen hun fundamenteel recht, maar ook een efficiënte manier om een betere economische groei en een groter sociaal welzijn te bereiken. Meisjes die een opleiding hebben genoten, huwen later, krijgen minder kinderen, voeden en verzorgen zichzelf en hun gezin beter. Hun overlevingskansen zijn hoger en ook hun dochters hebben meer kans om naar school te gaan. Studies hebben aangetoond dat vrouwen met een zekere opleiding productiever zijn dan die zonder enige opleiding, bijvoorbeeld in de landbouwsector. Waarom worden meisjes over het hoofd gezien?De redenen waarom dit zo is, hebben vaak te maken met armoede of traditionele overtuigingen en gebruiken - in sommige culturen wordt het onderwijs voor meisjes als minder belangrijk beschouwd dan dat voor jongens. De rol van de vrouw wordt nog altijd geassocieerd met het huwelijk en de opvoeding van kinderen. Vaak worden aan meisjes huishoudelijke taken en de zorg voor de kinderen toevertrouwd veeleer dan dat ze onderwijs genieten. Soms halen ouders hun dochters in de puberteit van de school af, omdat ze schrik hebben voor seksuele intimidatie door andere leerlingen of door leerkrachten, een ongewenste zwangerschap of een vroegtijdig huwelijk of zelfs omdat er geen aangepaste toiletten zijn. Meisjes die te oud zijn, kunnen in het formele onderwijssysteem geen school meer lopen. Vaak schrikken ouders er wegens kosten als schoolgeld, een schooluniform en boeken, van terug om meisjes onderwijs te laten genieten. Wanneer een dochter school loopt, betekent dit dat ze niet kan werken en dus geen geld kan verdienen. Zelfs als ze school lopen, dan nog blijven meisjes vaak achter wegens de geringe kwaliteit van het onderwijs, de discriminatie op basis van geslacht in de scholen, in de keuze van het onderwijsprogramma en de lesmaterialen en het verschil in onderwijsmethodes en in de houding van de leerkrachten. De openbare schuld of de geringe prioriteit die aan de financiering van het onderwijs wordt gegeven, kunnen er ook toe leiden dat er te weinig plaatsen vrij zijn op school of dat de faciliteiten (bijvoorbeeld toiletten) onaangepast zijn, waardoor meisjes van onderwijs worden uitgesloten. Wat betekent de verbintenis van Onderwijs voor Allen concreet?Het Actieplan van Dakar zich tot doel gesteld om de verschillen tussen de geslachten in het basis- en secundair onderwijs tegen 2005 weg te werken, teneinde in het onderwijs een gelijke behandeling van de geslachten te garanderen tegen 2015 en aan meisjes niet langer het recht op onderwijs te ontzeggen. Daartoe heeft de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, in Dakar een tienjarig modelprogramma gelanceerd onder de naam UN Girls’ Education Initiative (UNGEI - initiatief voor onderwijs aan meisjes). Wat is UNGEI?Een partnerschap tussen dertien entiteiten van de VN om regeringen te helpen hun verbintenissen na te komen dat alle meisjes kwaliteitsonderwijs kunnen genieten. Onder de leiding van UNICEF betrekt het initiatief ook bilaterale agentschappen, de civil society, ngo’s, de privé-sector en regeringen bij haar initiatief. De vijf strategische basisdoelstellingen zijn:
In meer dan 70 landen worden samenwerkingsinitiatieven ondernomen met het oog op de verstrekking van onderwijs aan meisjes. Zo heeft de Egyptische onderwijsminister zich ertoe verbonden om de aanzienlijke verschillen weg te werken die in het basisonderwijs tussen de geslachten nog altijd bestaan, te beginnen met twee pilootprojecten die er onder andere ertoe strekken om niet-schoolgaande kinderen te bereiken. In Nepal, waar in het onderwijsssysteem 19% minder meisjes dan jongens worden ingeschreven, richt een nieuw initiatief ter bevordering van onderwijs voor meisjes zich op gezondheidsonderwijs, gemeenschapsscholen en capacity building van vrouwelijke leerkrachten. Andere acties verstrekken onderwijs aan meisjes van arbeiders die eigenlijk 'lijfeigenen' zijn. In Malawi waren initiatieven erop gericht de toename in het vroegtijdige schoolverlaten van meisjes te verminderen, de deelname van jongeren en de HIV/AIDS-preventie te bevorderen en de beroepsopleiding en de ontwikkeling van cognitieve en psychosociale vaardigheden voor tienermeisjes te stimuleren. Zijn er andere benaderingen?Alhoewel ze de schoolgebonden aanpak van UNGEI ondersteunen, richten andere agentschappen als de Wereldbank, het Wereldvoedselprogramma (WFP) en een aantal bilaterale partners zich op de situatie van meisjes en vrouwen die niet naar school gaan of zijn gegaan. De UNESCO, bijvoorbeeld, helpt vele landen om de toegang van meisjes tot het onderwijs in een niet-formele omgeving te bevorderen en zo een brug te slaan tussen hen en de school. Dit biedt meisjes die de school vroegtijdig hebben verlaten een tweede kans en de mogelijkheid om terug aan het formele systeem deel te nemen. De UNESCO verdedigt haar zaak ook tegenover regeringen. In haar "Werkdocument over gelijkheid tussen de geslachten in het basisonderwijs: een strategisch kader" worden aan landen belangrijke basisbeginselen geboden over gelijkheid tussen de geslachten in het onderwijs. Partners van UNGEI
|
|
||||||||||||
![]() UNESCO@vlaanderen vzw, Edg. Farasijnstr. 32, B-8670 Koksijde, tel/fax:+32(0)58/514479 |
||||||||||||||
|
Over de website:
![]() |
||||||||||||||