Uit hun gedeeld oorlogsverleden willen Leuven en Neuss een vredestoekomst bouwen met een beiaard voor de Parkabdij.

De Vlaamse stad Leuven en de Duitse stad Neuss willen de beiaard van de Parkabdij in Leuven tegen 11 november 2018 in ere herstellen. Ze doen een beroep op bedrijven en burgers om te helpen “om door cultuur te verbinden wat ooit door vuur gescheiden was”.

Voormalige vijanden worden partners voor vredesbeiaard

Tijdens de beruchte Brand van Leuven in de nacht van 25 op 26 augustus 1914 verloren meer dan 240 Leuvense burgers het leven. Verschillende monumenten, kunstwerken en meer dan 1 000 huizen gingen in vlammen op. In 2014, exact 100 jaar na de feiten, kwam de stadsarchivaris van de Duitse stad Neuss tot de schokkende ontdekking dat twee detachementen reservisten uit zijn stad destijds mee verantwoordelijk waren voor deze meest tragische bladzijde uit de Leuvense geschiedenis.

De ontdekking inspireerde Leuven en Neuss tot het ondertekenen van een samenwerkingscharter.   Een eeuw nadat deze steden tijdens WO I als vijanden tegenover elkaar stonden, zijn zij nu partners voor een nieuwe vredesbeiaard. Ze zetten zich samen in voor de reconstructie van de 18de-eeuwse beiaard van de Parkabdij die volledig in het teken van vrede en verzoening zal staan en roepen inwoners en bedrijven op om mee bij te dragen aan dit internationale vredesverhaal.

Historische site in ere herstellen

De norbertijnenabdij van Park is gelegen in de groene rand van Leuven en is een van de best bewaarde abdijsites van West-Europa. Deze uitzonderlijke erfgoedsite met wortels in de middeleeuwen ondergaat sinds enkele jaren een groots restauratie- en herbestemmingsproject met steun van de stad Leuven en de Vlaamse overheid. Het is de bedoeling om dit topmonument in ere te herstellen en van de site een aantrekkingspool te maken voor bezoekers uit binnen- en buitenland.

Wat echter nog ontbreekt in deze herwaardering is het volledige herstel van de beiaard in de westertoren van de abdijkerk. Hier hingen vanaf 1730 veertig klokken, gegoten door de Amsterdamse stadsklokkengieterij van Claes Noorden en Jan Albert de Grave. Dit instrument verhuisde in de 19de eeuw naar de Sint-Pieterskerk in Leuven, maar werd op 25 augustus 1914 samen met veel ander stadspatrimonium verwoest tijdens de Brand van Leuven. Mede daardoor richtte de aandacht van de wereld zich op de Belgische beiaardcultuur en werden The Broken Bells of Flanders een wereldwijd begrip.

Beiaardcultuur is wereldvermaard

Unesco heeft de Belgische beiaardcultuur erkend als een voorbeeldpraktijk op het vlak van het borgen van immaterieel cultureel erfgoed. Dat gebeurde op 25 november 2014 door het comité dat bevoegd is voor de Unesco-conventie van 2003 over het borgen van immaterieel cultureel erfgoed.

De beiaard is ontstaan rond 1500 in de Zuidelijke Nederlanden en is het oudste muzikale massamedium uit de geschiedenis. Vandaag is de beiaard het grootste muziekinstrument ter wereld. De voorbije 100 jaar hebben beiaardiers en vele anderen die zich voor de beiaardcultuur inspannen, dit unieke muzikale erfgoed steeds weten te vernieuwen. We danken het aan hen dat beiaardmuziek nog steeds de atmosfeer van tientallen Belgische steden en gemeenten kleurt en dat de belangstelling van het publiek nog groeit. 

Iedereen kan bijdragen aan de vredesbeiaard

Leuven en Neuss hopen dat hun inwoners, en bij uitbreiding de Belgische en Duitse bevolking, willen bijdragen tot dit opmerkelijke project voor een vredesbeiaard in Leuven. De steden zullen de twee zwaarste klokken financieren. Voor de overige 38 hopen ze op steun vanuit de bevolking. Wie wil meestappen in dit vredesverhaal, kan peter of meter van een klok worden. Je kan ook je steun betuigen door vredespartner of sympathisant van het project te worden.

De Koning Boudewijnstichting staat in voor de fondsenwerving voor het project. Op de website van de vredesbeiaard lees je alles over hoe je het project kan steunen.