Adviescomité negatief over de nominatiedossiers 'Begraafplaatsen en herdenkingsmonumenten van de Eerste Wereldoorlog' en 'Koloniën van Weldadigheid'.

Het Werelderfgoedcomité van Unesco komt samen van 24 juni tot 4 juli 2018 in Manamah, de hoofdstad van Bahrein. Het comité zal zich onder meer uitspreken over de uitbreiding van de Werelderfgoedlijst.

Bij de 30 nominaties voor inschrijving op de Werelderfgoedlijst zijn twee internationale dossiers waarbij België betrokken is: Begraafplaatsen en herdenkingsmonumenten van de Eerste Wereldoorlog (België / Frankrijk) en Koloniën van Weldadigheid (België / Nederland). Beide dossiers kregen een negatief advies van de Internationale Raad voor Monumenten en Landschappen (ICOMOS) die de nominatiedossiers voor cultureel erfgoed evalueert in opdracht van het Werelderfgoedcomité.

Begraafplaatsen en herdenkingsmonumenten van de Eerste Wereldoorlog

België en Frankrijk dienden een nominatiedossier in om 139 begraafplaatsen en herdenkingsmonumenten van de Eerste Wereldoorlog te laten erkennen als werelderfgoed.

Bij een erkenning als werelderfgoed staat één begrip centraal: uitzonderlijke universele waarde. Datgene dat maakt dat een site van algemeen (wereld)belang is en blijvende bescherming verdient. ICOMOS is niet overtuigd van de argumenten die de indieners aanbrengen om te motiveren dat de voorgedragen begraafplaatsen en herdenkingsmonumenten aan deze cruciale voorwaarde voldoen. De organisatie stelt zich ook vragen bij de manier waarop de 139 begraafplaatsen en herdenkingsmonumenten zijn geselecteerd.

ICOMOS stelt voor om de beslissing over de begraafplaatsen en herdenkingsmonumenten van de Eerste Wereldoorlog uit te stellen totdat het Werelderfgoedcomité een grondig debat heeft gevoerd over de vraag of sites gerelateerd met recente conflicten en andere negatieve herinneringen, verenigbaar zijn met het doel en de reikwijdte van de Werelderfgoedconventie.

Koloniën van Weldadigheid

Het nominatiedossier voor de Koloniën van Weldadigheid omvat zeven koloniën uit het eerste kwart van de 19de eeuw, waarvan twee in Vlaanderen: Merksplas en Wortel. Omdat de koloniën werden gevormd in de tijd dat Nederland en België één land waren, dienden beide landen het dossier gezamenlijk in.

De private Maatschappij van Weldadigheid stichtte tussen 1818 en 1825 zeven landbouwkoloniën. In deze utopische koloniën moesten armen, landlopers en wezen de draad van hun leven weer oppikken. Dat deden ze aan de hand van een gedisciplineerd patroon van werken en leren. Individuele vrijheid was vrijwel onbestaande.

ICOMOS erkent dat twee van de zeven koloniën potentieel werelderfgoedwaardig zijn, maar is niet overtuigd dat de zeven vrije en onvrije koloniën als geheel ‘het gedachtegoed van grootschalige armoedebestrijding met behulp van landbouwkoloniën’ voldoende vertegenwoordigen. Verder vindt de organisatie dat de authenticiteit en de integriteit van een aantal koloniën problematisch is. ICOMOS adviseert om het nominatiedossier terug te sturen naar de indieners voor een grondige herziening omdat het in zijn huidige vorm niet voldoet aan alle criteria en eisen.

Het Werelderfgoedcomité zal zich verder buigen over de toestand van 157 werelderfgoedsites en over de inschrijvingen op de Lijst van het Bedreigd Werelderfgoed. Het comité zal zich ook uitspreken over de status van het historische centrum van Shakhrisyabz – gelegen aan de zijderoute in het zuiden van Oezbekistan. Een gebrekkig beheer en de vernieling van historische gebouwen om plaats te maken voor toeristische infrastructuur vormen een ernstige bedreiging voor de uitzonderlijke universele waarde van de site. Vanaf 29 juni behandelt het comité de nieuwe inschrijvingen op de Werelderfgoedlijst.