In 2000 engageerden de landen van de Verenigde Naties zich om tegen 2015 het basisonderwijs in de wereld een flinke boost te geven. Op dit moment heeft echter nog maar een derde van de landen alle zes de indertijd afgesproken doelstellingen gerealiseerd, zo blijkt uit het jaarlijks rapport over onderwijs van Unesco dat op 8 april 2015 is voorgesteld.

"Er is wereldwijd enorme vooruitgang geboekt," zegt Irina Bokova, directeur-generaal van Unesco. "Ook al is de deadline niet gehaald, er gaan nu miljoenen kinderen meer naar school dan het geval zou zijn geweest mocht de evolutie van de jaren 1990 zich hebben doorgezet. Er is echter nog veel werk aan de winkel: we moeten strategieën ontwikkelden om de armste mensen - en vooral meisjes - beter te bereiken, om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren en om de alfabetiseringskloof te dichten zodat onderwijs echt universeel wordt."

In 2000 kwamen 146 landen op het Wereldonderwijsforum in Dakar overeen om het streefdoel Onderwijs voor Allen (EFA, Education for All) waar te maken tegen 2015. Ze stelden daarvoor zes doelstellingen op. Vijftien jaar later maakt Unesco in een rapport de volgende balans op.

Doel 1: De zorg voor zeer jonge kinderen en het kleuteronderwijs uitbreiden

47% van de landen realiseerde dit doel en 8% haalde het net niet. 20% van de landen bleef er ver van verwijderd. Maar: in 2012 waren bijna twee derden meer kinderen ingeschreven in het kleuteronderwijs dan in 1999.

Doel 2: Het bereiken van universeel basisonderwijs

52% van de landen realiseerde dit doel en 10% kwam aardig in de buurt. Dit betekent dat er dit jaar 100 miljoen kinderen zullen zijn die het basisonderwijs niet afmaken. Er ging te weinig aandacht naar achtergestelde groepen: arme kinderen maken vijf keer minder kans om een volledige cyclus van het basisonderwijs te doorlopen dan hun welgestelde leeftijdsgenoten. Een andere vaststelling: een derde van de kinderen die geen school lopen, woont in een gebied waar een conflict woedt.

Toch is er ook hier vooruitgang geboekt. Er zijn nu zo'n 50 miljoen meer kinderen ingeschreven in het basisonderwijs dan in 1999. In veel landen is basisonderwijs nog steeds niet gratis maar programma's voor financiering en voor het aanbieden van gratis schoolmaaltijden bleken toch een positieve impact te hebben op het aantal arme kinderen dat zich inschreef op school.

Doel 3: De leer- en studiemogelijkheden van (jong)volwassenen uitbreiden

46% van de landen slaagde erin om een iedereen de eerste cyclus van het secundair onderwijs te laten aanvatten. Wereldwijd was er een toename met 27% en in Afrika ten zuiden van de Sahara verdubbelde het aantal inschrijvingen in het lager secundair onderwijs zelfs. Toch zal een derde van de jongeren in lage-inkomenslanden dit jaar de eerste cyclus van het secundair onderwijs niet afmaken.

Doel 4: De alfabetiseringsgraad bij volwassenen met de helft doen dalen

Amper een kwart van de landen slaagde in dit voornemen en 32% bleef er ver van verwijderd. Globaal genomen daalde het aantal ongeletterde volwassenen van 18% in 2000 tot 14% in 2015 maar die vooruitgang is bijna volledig toe te schrijven aan het feit dat meer geschoolde kinderen de volwassenheid bereikten. Vrouwen maken nog steeds twee derden uit van de ongeletterde volwassenen. De helft van de vrouwen in Afrika ten zuiden van de Sahara beschikt niet over de basiscompetenties.

Doel 5: De verschillen op basis van geslacht wegwerken en gelijke onderwijskansen bieden aan beide geslachten

In 69% van de landen gaan er procentueel evenveel meisjes als jongens naar de basisschool. Dat cijfer daalt naar 47% als we het secundair onderwijs in beschouwing nemen. Het doen trouwen van kinderen en zwangerschappen op jonge leeftijd blijven belangrijke obstakels die verhinderen dat meisjes school lopen. Ook veel leerplannen houden te weinig rekening met meisjes.

Doel 6: De kwaliteit van het onderwijs verbeteren

Het aantal leerlingen per leerkracht in het basisonderwijs daalde in 121 van de 146 landen tussen 1990 en 2012. Om alle kinderen onderwijs te kunnen bieden zijn er wereldwijd vier miljoen leerkrachten extra nodig. In een derde van de landen is er een tekort aan geschoolde leerkrachten. In verschillende Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara is minder dan de helft van de onderwijzers voor de baan opgeleid. Desalniettemin gaat er meer aandacht naar de kwaliteit van het onderwijs: het aantal landen dat nationaal onderzoek doet naar de leerresultaten is verdubbeld.

Wat moet er gebeuren om de volledige Onderwijs voor Allen agenda alsnog te realiseren in de toekomst? Het Unesco-rapport raadt het volgende aan:

Alle landen moeten minstens één jaar kleuteronderwijs verplicht maken.

  • Onderwijs moet voor alle kinderen gratis zijn: voor inschrijving, schoolboeken, schooluniformen en vervoer van en naar school mag niets worden aangerekend.
  • Beleidsmakers moeten vooropstellen over welke vaardigheden elk kind na elke etappe in het onderwijs moet beschikken.
  • Strategieën voor alfabetisering moeten worden afgestemd op de specifieke behoeften van de gemeenschap.
  • Lerarenopleidingen moeten meer aandacht hebben voor gendergerelateerde thema's.
  • Leervormen moeten meer rekening houden met de behoeften van de leerlingen en de verschillende contexten van klassen.

Om de doelstellingen tegen 2030 te halen moet er 22 miljard dollar extra geïnvesteerd worden.

Download het volledige 2015 EFA Global Monitoring Report

Download de samenvatting van het 2015 EFA Global Monitoring Report