Artificiële intelligentie spreekt tot de verbeelding maar boezemt ook angst in. Wat zijn de mogelijkheden en welke uitdagingen moeten we overwinnen?

Computers en robots leren beslissingen nemen. Al is 'beslissen' een groot woord voor machines zonder bewustzijn van wie het vermogen om te redeneren minder ontwikkeld is dan dat van een kikker. Maar toch jagen de laatste ontwikkelingen op het gebied van artificiële intelligentie (AI) sommigen angst aan terwijl ze anderen juist doet dromen.

De hoofdmoot van dit nummer van The Unesco Courier maakt lezers wegwijs in de wondere wereld van de artificiële intelligentie. Ze krijgen niet alleen een stand van zaken over de ontwikkeling van deze technologie, er is ook heldere uitleg bij de terminologie die eigen is aan dit domein.

Assistentie

Sommigen beschouwen het woord 'intelligentie' louter als een metafoor wanneer het betrekking heeft om machines en robots. Ze worden immers ontwikkeld als nederige assistenten van de mens. AI helpt ons communiceren met machines om ze eenvoudige taken te laten uitvoeren. Het kan bijvoorbeeld gaan om helpen in het huishouden, het produceren van producten, het detecteren van ziektes voor een dokter dat kan of het met een gedachte activeren van protheses.

Revolutie

Anderen wijzen erop dat de combinatie van verschillende technologieën niet alleen een revolutie op het gebied van AI kan veroorzaken maar zelfs een vierde industriële revolutie waar onze maatschappij niet op is voorbereid. Veel experts denken dat AI eerder tot een culturele revolutie leidt dan tot een technologische. Daarbij moet het onderwijs zich snel aanpassen om toekomstige generaties te leren leven in een samenleving die radicaal verschilt van deze die we vandaag kennen.

Uitdagingen

Een vraag die al aan de orde is: bestaat het risico niet dat gegevens die beschikbaar zijn voor AI worden gebruikt om vooropgezette ideeën en vooroordelen te bevestigen? Raciale profilering, censuur, voorspelling van een criminele persoonlijkheid, enz. – deze discriminerende criteria worden al gebruikt door machines die gedragspatronen analyseren. Hoe complexer de technologische ontwikkeling wordt, des te complexer zijn de ethische vragen die ze oproept. De ontwikkeling van killer-robots is hier een treffend voorbeeld van.

Naast deze ethische uitdagingen is er het risico van machtsconcentratie. Een klein aantal landen investeert miljarden in fundamenteel onderzoek – en dat is bijna volledig in handen van een paar computerreuzen. Deze internationale uitdagingen vereisen internationale coördinatie. Dat is essentieel om AI op een verantwoorde manier te ontwikkelen.