Cultuur, en cultureel erfgoed in het bijzonder, wordt eindelijk beschouwd als een belangrijke factor voor vrede en veiligheid.

De voorbije jaren is de aandacht voor cultureel erfgoed alleen maar toegenomen. Dat uit zich onder meer in de massale verontwaardiging die ontstaat wanneer cultureel erfgoed in het vizier genomen wordt tijdens gewapende conflicten. Er zijn zelfs verschillende berichten te vinden over burgers die zichzelf letterlijk als schild opwerpen om musea en monumenten te beschermen.

Dit bewustzijn bereikte ook de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties die in maart 2017 een historische resolutie aannam rond cultureel erfgoed. Resolutie 2347 stelt dat de moedwillige vernieling van cultureel erfgoed, religieuze sites en artefacten, en het smokkelen en illegaal verhandelen van culturele eigendommen tijdens gewapende conflicten, kunnen vervolgd worden als een oorlogsmisdaad.

Een ander voorbeeld van het toegenomen belang dat aan cultureel erfgoed wordt toegekend, is de veroordeling van Ahmed Al-Faqi Al-Mahdi op 27 september 2016. Het Internationaal Strafhof in Den Haag bevond hem schuldig aan oorlogsmisdaden. Hij werd veroordeeld tot 9 jaar cel voor zijn aandeel in de opzettelijke vernietiging van negen mausolea en de geheime poort van de Sidi Yahia moskee in 2012, behorend tot de werelderfgoedsite Timboektoe (Mali). Het was de eerste keer dat aanvallen op werelderfgoed als een oorlogsmisdaad werden bestraft.

Het jongste nummer van het digitale magazine The Unesco Courier gaat dieper in op de gevolgen van het nieuwe bewustzijn over het belang van cultureel erfgoed voor de bevordering van vrede en veiligheid. Daarnaast biedt het een reeks boeiende verhalen over actuele thema's in andere domeinen waarop Unesco actief is.