Pleidooi voor een aangepaste didactiek om jongeren in het leerplichtonderwijs te leren filosoferen en om filosofie als volwaardig vak in te voeren in sommige doorstromingsgerichte studierichtingen in het secundair onderwijs. De maatschappelijke noodzaak om jongeren kritisch te leren denken via een filosofisch gesprek wordt internationaal erkend door UNESCO en werd in 2002 ook vastgelegd in een resolutie van het Vlaams Parlement.

De 'Werelddag van de filosofie' (jaarlijks gevierd op de derde donderdag van november -n.v.d.r.) werd in 2002 door de UNESCO in het leven geroepen. Deze dag daagt ons uit om te reflecteren over het denken zelf als zelfstandige activiteit op school. In het buitenland is filosoferen een verworvenheid als plichtvak of als optievak. Opteren we daar ook voor in Vlaanderen, als we morgen onze schoolstructuren aanpassen?

Over filosoferen op school bestaan veel misverstanden. Velen menen dat filosoferen gelijk is aan vrijblijvend discussiëren over tal van thema's. In principe kan elk thema wel onderwerp zijn van filosofische reflectie. Maar deze is pas filosofisch wanneer het denkvermogen ook getoetst wordt aan een sluitend redeneervermogen. Leergesprekken op basis van onderzoeksvragen dagen de leerlingen uit om een eigen oordeelsvermogen op te bouwen, een attitude van aandacht en luisterbereidheid voor tegenargumentatie te verwerven en kritisch te luisteren naar slogans en ondoordachte stellingnames. Terecht stelt UNESCO dat filosoferen een school van vrijheid en burgerschap is.

'Filosoferen met kinderen en jongeren' (FMKJ) vraagt een specifieke didactiek die wereldwijd ontwikkeld en gehanteerd wordt om kinderen van jongsaf gevoelig te maken voor de rol van taal en denken in de relatie met anderen. Door het voortdurend interactief oefenen van veelvoudige 'taaldenkrelaties' bouwen leraren dit filosofisch denkwerk vanaf de kleuterschool gradueel op in diverse leergebieden.

Deze FMKJ- methode kan dan uitgroeien tot het autonome vak filosofie waarbij adolescenten doorheen het leerplichtonderwijs een groter abstractievermogen ontwikkelen, een vaardigheid die overigens ook in het hoger onderwijs vereist wordt. Filosofen met een grondige pedagogische vorming confronteren leerlingen geleidelijk aan met verschillende thema's en figuren uit de rijk geschakeerde wijsgerige tradities. Echt filosoferen daagt de leerlingen uit om kritische vragen te stellen over alles wat het eigen leven en het samenleven bezig houdt in hun groei naar volwassenheid: Wat kan ik kennen? Wat moet ik doen? Wat mag ik hopen? Wat is kunst? Wat is geloven? Wat is wetenschap?... Ze leren voor zichzelf antwoorden te formuleren en te beargumenteren op basis van inzichten van denkers uit alle tijden.

Onze Vlaamse scholen hebben door de koppeling van onderwijs- en opvoedingsdoelen een uitgesproken ambitie. Leerlingen krijgen meer dan de noodzakelijke kennisoverdracht en vaardigheidstraining. Ze worden niet zomaar klaargestoomd voor de arbeidsmarkt of het hoger onderwijs. Scholen zijn overtuigd dat ze leerlingen moeten begeleiden in hun groei naar volwassenheid. Ze vormen de kritische burgers van morgen die actief deelnemen aan het gemeenschapsleven en de samenleving versterken. Scholen en leerkrachten dragen bij tot de ontwikkeling van verantwoord burgerschap.

Het pleidooi voor eigentijds filosofieonderwijs haalt zijn kracht uit die algemeen erkende betrachting: door aangepast onderwijs werken aan een betere samenleving. Dit doet in geen enkel opzicht afbreuk aan de waarde en zinvolheid van andere profane disciplines als onderdeel van een breed onderwijscurriculum.

Over de relatie tussen levensbeschouwelijke vorming en filosofie als algemeen vak bestaat o.i. een groot misverstand. We vinden het uiteraard zinvol om kinderen en jongeren via een duidelijk herkenbaar levensbeschouwelijk vak specifiek te vormen en hen vertrouwd te maken met bepaalde bronnen en allerlei wijsheidstradities vanuit een particulier levensbeschouwelijk perspectief. Dit proces is echter te onderscheiden van de universele vorming die jongeren daarnaast kunnen ervaren door op een ongebonden wijze te leren filosoferen en door de introductie van filosofie als zelfstandig onderwijsdomein.

Betekent de tiende verjaardag van de 'Werelddag van de filosofie' en deze van de 'Vlaamse filosofieresolutie' op 19.12.12 een definitieve doorbraak? Vloeit er uit de aangekondigde onderwijshervormingen een zichtbare inbedding voor een mooi filosofisch traject? Laat de wijsgerige UNESCO- wind in Parijs anno 2012 voor de toekomstige generaties ook enkele frisse filosofische ideeën in Brussel aanwaaien?

Bij het aantreden van de nieuwe regering klonk de wens om het secundair onderwijs te hervormen. Zou het geen goede gelegenheid zijn om zowel FMKJ op te nemen in de lerarenopleidingen en filosofie een volwaardige plaats te geven in het secundair onderwijs?

Aan belangstelling en enthousiasme voor FMKJ en filosofie is er bij de brede onderwijsbasis geen gebrek. Het woord is nu aan de onderwijsverstrekkers en de beleidsmakers om werk te maken van een 'Vlaamse filosofieresolutie 2.0'. Laten we vooral niet nog eens 10 jaar wachten om aansluiting te vinden bij Europa en de rest van de wereld, waar filosofie als een autonome discipline wordt aanvaard in het opvoedingstraject van jongeren naar volwassenheid.

Peter Michielsens (voorzitter VEFO/ ere-inspecteur-generaal Onderwijs) en Herman Lodewyckx (ondervoorzitter VEFO/ voorzitter AIPPh aisbl / gewezen lector wijsbegeerte KHBO) schreven deze bijdrage namens het Vlaams netwerk voor Eigentijds FilosofieOnderwijs.

VEFO vzw is een vereniging met universitaire vakgroepafgevaardigden wijsbegeerte uit Antwerpen, Brussel, Gent en Leuven, onderwijsdeskundigen, geëngageerde onderzoekers, docenten en leerkrachten.