Irina Bokova, directeur-generaal van Unesco, is verheugd met het akkoord dat is gesloten op de klimaatconferentie in Parijs (COP21) op 12 december 2015. "Afgezien van dit ambitieus en evenwichtig akkoord, heeft COP21 momentum gecreëerd voor het veranderen van de gedachten en om mensen voor te bereiden op de economische en levensstijl veranderingen die we allemaal moeten maken om het menselijk leven op aarde te behouden," aldus Bokova. "Het veranderen van gedachten, niet het klimaat," was het motto waarmee Unesco naar de klimaatconferentie trok. De programma's en de expertise van de Organisatie werden voorgesteld tijdens verschillende evenementen. Zo werd het potentieel benadrukt van natuur- en sociale wetenschappen, onderzoek van de oceaan, onderwijs en cultuur om tot nieuwe benaderingen van ontwikkeling te komen met het oog op het realiseren van Agenda 2030 voor Duurzame Ontwikkeling van de Verenigde Naties.

Enthousiasme en engagement vasthouden

"De klimaatconferentie in Parijs zorgde voor een nieuwe wereldwijde bewustwording en bracht een ongekende inzet op gang voor de bescherming van de planeet door middel van solidariteit en gezamenlijk actie," zegt Bokova. "Het is in die geest dat we Agenda 2030 moeten uitvoeren. We moeten gedachten veranderen, niet het klimaat, met behulp van onderwijs, wetenschappelijke samenwerking, kritisch denken en debatten die worden mogelijk gemaakt door de vrijheid van meningsuiting en informatie die we wereldwijd bevorderen. Dit is één agenda voor een betere toekomst voor ons allemaal."

De directeur-generaal wijst erop dat COP21 slechts een stap op de weg is naar het beperken van de schade die menselijke activiteit veroorzaakt heeft aan het milieu. Unesco kijkt er naar uit om met haar lidstaten samen te werken om gecoördineerde internationale actie te ondersteunen en op de basis te leggen voor meer vooruitgang op de volgende grote klimaatconferentie die in 2016 wordt gehouden in Marokko.

De bijdrage van Unesco

Tijdens de conferentie in Parijs bracht het Internationaal Hydrologisch Programma van Unesco (IHP), in samenwerking met het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), voorbeelden aan van hoe wetenschappelijke bevindingen om te zetten in beleidsmaatregelen en van hoe onderwijs kan helpen bij het vergroten van bewustzijn en het aandrijven van verandering.

Met tentoonstellingen en andere evenementen vergrootte de Intergouvernementele Oceanografische Commissie van Unesco (IOC) het bewustzijn over de noodzaak om de oceanen op te nemen in het beleid aangaande het klimaat. De oceanen vormen immers, samen met bossen, de grootste leverancier van zuurstof voor onze planeet en spelen een sleutelrol in de regulering van het wereldwijd klimaatsysteem.

Het Werelderfgoedcentrum en het Mens en Biosfeerprogramma (MAB) van Unesco organiseerden een dag die in het teken stond van Unesco-sites en hoe er op deze bijzondere plekken wordt omgegaan met de gevolgen van klimaatverandering. Er kwamen voorbeelden aan bod uit werelderfgoedsites, biosfeerreservaten en geoparken.

Unesco hield eveneens een conferentie die het perspectief van inheemse volken onder de aandacht bracht. Zo'n 400 miljoen mensen wonen in gebieden waar de gevolgen van de klimaatverandering reeds tastbaar zijn. Ze beschikken over traditionele methoden om ermee om te gaan. Unesco is ervan overtuigd dat hun stem moet gehoord worden en dat hun traditionele kennis waardevolle elementen bevat waar de rest van de wereld baat kan bij hebben in de ontwikkeling van nieuwe benaderingen om duurzame ontwikkeling te bevorderen.

Doorheen 2015 heeft Unesco samengewerkt met de Franse overheid om COP 21 voor te bereiden. De Organisatie hield een top over de link tussen de economie en het klimaat in mei en een internationaal wetenschappelijk congres in juli onder de noemen "Onze gemeenschappelijk toekomst onder de klimaatverandering."

De inspanningen van Unesco omtrent klimaatverandering.