Unesco wil met concrete projecten rond erfgoed, onderwijs en wetenschap de inter-Koreaanse verzoening op het schiereiland ondersteunen.

Audrey Azoulay, directeur-generaal van Unesco,  ontmoette op 16 oktober 2018 Moon Jae-in, president van Zuid-Korea, voor de eerste keer. Ze sprak de vastberadenheid van de Organisatie uit om de samenwerking met het Koreaanse schiereiland te versterken.

“Unesco wil steun verlenen aan de inter-Koreaanse verzoening door middel van concrete projecten,” verklaarde Azoulay. “We kunnen helpen om de banden tussen mensen te herstellen via gedeeld erfgoed, educatieve programma's en samenwerking bij het beheer van natuurlijke rijkdommen. Het faciliteren, zelfs versnellen, van de constructie van duurzame vrede op het Koreaanse schiereiland door middel van cultuur, onderwijs en de wetenschappen is zowel de ambitie als het kernmandaat van Unesco.”

Concrete en symbolische projecten

Unesco wil zich concentreren op projecten die tegelijk concreet en symbolisch zijn. In haar gesprek met de president van Zuid-Korea sprak de directeur-generaal over haar wil om de samenwerking op het gebied van cultureel erfgoed, onderwijs en wetenschap te versterken. Deze voorstellen zullen worden besproken met de autoriteiten van Noord-Korea.

Wat cultureel erfgoed betreft, wordt gedacht aan samenwerking met het oog op het indienen van gezamenlijke nominaties voor inschrijving op de Werelderfgoedlijst en op Unesco's lijsten van immaterieel cultureel erfgoed. Er zal ook worden gewerkt aan de publicatie van een eerste Koreaans etymologisch woordenboek.

Op het vlak van onderwijs denkt Unesco aan het ondersteunen van leerkrachten om onderwijs voor wereldburgerschap te geven. Er zouden ook educatieve programma's kunnen worden ontwikkeld om op het hele schiereiland te gebruiken.

Tot slot, zagen directeur-generaal Azoulay en president Moon Jae-in ook kansen voor wetenschappelijke samenwerking op het gebied van water- en milieubehoud. De besprekingen waren met name gericht op initiatieven die kunnen worden uitgevoerd om de gezamenlijke toegang tot, en het delen en beheren van, grensoverschrijdende waterbronnen te vergemakkelijken. Ander aandachtspunt was het behoud van biodiversiteit en het duurzame gebruik ervan ten behoeve van lokale gemeenschappen.