De VN-Conferentie over duurzame ontwikkeling (Rio+20) biedt de wereld een unieke kans om duurzame ontwikkeling nogmaals bovenaan op de agenda te zetten. De drie belangrijkste doelstellingen van deze conferentie zijn: een hernieuwd politiek engagement voor duurzame ontwikkeling garanderen, de resultaten en hiaten van de overeengekomen afspraken evalueren, en nieuwe uitdagingen aangaan. De twee thema's van de conferentie zijn: groene economie in het kader van duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding, en een institutioneel raamwerk voor duurzame ontwikkeling. Rio+20 vindt plaats van 20-22 juni 2012 in Rio de Janeiro, Brazilië.

We hoeven niet van nul te beginnen. De principes die zijn vastgelegd in de Agenda 21 tijdens de wereldtop in Rio twintig jaar geleden, blijven van kracht. De context is wel veranderd: er zijn nieuwe uitdagingen ontstaan en nieuwe gevaren gerezen. Denken we maar aan de toenemende sociale ongelijkheid, de bevolkingsgroei, de voortschrijdende klimaatverandering, de toenemende milieuvervuiling, het niet-duurzame gebruik van zoetwater, het leegvissen van de zeeën en het toenemende aantal rampen veroorzaakt door de natuur en door de mens.

De armste, kwetsbaarste en meest gemarginaliseerde samenlevingen krijgen de hardste klappen. Ze hebben bovendien het meest te lijden onder de financiële, energie-, voedsel- en milieucrisis. Dit alles doet serieuze twijfels rijzen over de betrouwbaarheid van de huidige ontwikkelingsmodellen.

We hebben een ontwikkelingsmodel nodig dat uitgaat van individuele waardigheid, dat gericht is op menselijke groei en dat overtuigende antwoorden biedt op de complexe sociale, economische en milieuvraagstukken die we nu het hoofd moeten bieden. We hebben nieuwe indicatoren nodig om ons te leiden en nieuwe maatregelen om vooruitgang te boeken. Echt duurzame groei is inclusief, is gericht op sociale gelijkheid en heeft respect voor natuur en milieu. De mantra "eerst groeien, later de rommel opruimen" houdt niet langer stand - niet voor rijke landen en niet voor arme landen. De tijd dat we moeilijke beslissingen voor ons uit konden schuiven, is voorbij. Er zijn geen sluipwegen meer, we moeten recht op ons doel af.

We moeten werken aan een inclusieve, groene samenleving en economie door te investeren in menselijke ontwikkeling en sociaal kapitaal. Nieuwe uitdagingen vereisen vernieuwende oplossingen die ook gebruikmaken van inheemse kennis voor duurzame ontwikkeling. Deze zullen voortspruiten uit een andere manier van denken en handelen van mensen van alle leeftijden en levensbeschouwingen. Geen enkele samenleving mag mensen aan de kant laten staan. In een groene samenleving krijgen mannen en vrouwen gelijke kansen om een bijdrage te leveren aan een duurzamere toekomst. We hebben dus een verandering van cultuur nodig om de klimaatverandering aan te kunnen pakken.

UNESCO zal tijdens Rio+20 een visie naar voren brengen voor duurzame ontwikkeling die gebaseerd is op de hervormende kracht van onderwijs, wetenschappen, cultuur en de media. Wat deze visie behelst en hoe de Organisatie zich inzet om deze in de praktijk te brengen, lees je in het rijkelijk met feiten & cijfers en praktijkvoorbeelden geïllustreerde boekje Van een groene economie naar een groene samenleving dat is uitgegeven door het UNESCO Platform Vlaanderen.

Onderwijs: de eerste stap

Onderwijs is een van de beste wapens in de strijd tegen armoede en ongelijkheid. Elk jaar onderwijs verhoogt de individuele inkomsten met 10 %. In onderwijs gaat het in wezen om waarden. Het opent deuren om de wereld beter te begrijpen en om te kunnen handelen. Onderwijs voor duurzame ontwikkeling is de voedingsbodem voor houdingen en gedragingen met het oog op een nieuwe, duurzame cultuur. Via het onderwijs moeten nieuwe kennis en vaardigheden worden ontwikkeld en overgedragen. Technische en beroepsopleidingen moeten de nodige competenties en instrumenten aanreiken die nodig zijn voor een groene economie.

De wetenschap als brandstof voor groene hervormingen

De wetenschap kan antwoorden bieden op een groot aantal complexe vraagstukken. Daarom moeten we de wetenschap mobiliseren. We moeten landen helpen bij de opbouw van capaciteit, bij het uitstippelen van nationale beleidslijnen op het vlak van wetenschap, technologie en techniek, en bij het opzetten van internationale netwerken. Groene technologie en vaardigheden moeten worden gedeeld en verspreid. Hernieuwbare energie is fundamenteel. De huidige uitdagingen gaan over de grenzen van de verschillende disciplines heen en omvatten de volledige cyclus van vernieuwing - van onderzoek en kennisontwikkeling tot de toepassing ervan. Wetenschap, technologie en innovatie moeten de brandstof vormen voor ons streven naar een meer evenwichtige en duurzame ontwikkeling.

Cultuur: een drijvende kracht

Nieuwe benaderingen van duurzame ontwikkeling zullen enkel effect hebben als ze in de context worden ingebed. Cultuur moet vanaf het begin een wezenlijke rol spelen in deze ontwikkeling - het achteraf overgieten met een cultuursausje heeft geen enkele zin. Cultuur is op zich eindeloos hernieuwbaar en dus een belangrijke bron van innovatie. In 2009 zorgde cultuur voor banen en inkomsten met een waarde van 1,3 biljoen dollar. De culturele industrie groeit, maar heeft nog steun nodig om zich verder te kunnen ontwikkelen tot een krachtige hefboom voor economische ontwikkeling, sociale samenhang en milieubescherming. Dat betekent onder andere dat we traditionele kennissystemen en praktijken meer moeten waarderen en gebruiken.

Een informatierevolutie voor een groene evolutie

Groene hervormingen zullen in belangrijke mate afhangen van de media om goed onderbouwde beleidsbeslissingen mogelijk te maken. Daarom moeten we werken aan de capaciteitsopbouw van mediaprofessionals om issues in verband met duurzame ontwikkeling te onderzoeken en erover te berichten. We moeten de vrije, onafhankelijke en pluralistische media ondersteunen bij de bewustmaking van het grote publiek en het streven naar solidariteit.

Groen kan niet zonder blauw

Onze zeeën en hun rijkdommen worden vervuild en geplunderd. En het zijn juist de zeeën die onze aarde bewoonbaar maken voor mensen. Bovendien zijn ze belangrijk voor onze economie en vormen ze voor heel wat mensen een bron van inkomsten:  zee- en kustrijkdommen en de daarmee samenhangende industrieën zijn goed voor meer dan 5 % van het BBP. Om de snelle achteruitgang van onze zeeën tegen te gaan, moet Rio+20 dringend een nieuw beleid uitstippelen.

Ongeveer 80 % van de wereldbevolking leeft in gebieden waar de drinkwatervoorziening niet is gegarandeerd. Tegen 2025 zal naar schatting 60 percent van de wereldbevolking in gebieden leven waar een ernstig gebrek aan drinkwater zal zijn, en evenveel mensen zullen geen toegang hebben tot adequate sanitaire voorzieningen. Rio +20 moet een nieuwe impuls geven aan een beter en rechtvaardiger beheer van de zoetwaterbronnen op deze aarde.

We moeten de natuur koesteren en de biodiversiteit beschermen. De huidige, wereldwijde vraag naar rijkdommen van de aarde overschrijdt het natuurlijke aanbod van onze planeet met naar schatting 20 %. We moeten ons inzetten voor het behoud en dus het duurzaam gebruik van de biodiversiteit en de ecosystemen op deze aarde. Hiervoor zijn een duidelijker beleid en een betere samenwerking op nationaal en regionaal niveau noodzakelijk.

Rio+20 moet de geschiedenis in gaan als een keerpunt - als het begin van een wereldwijde groene hervorming. Dit is de visie van UNESCO en die draagt al onze inspanningen om gebruik te maken van onderwijs, wetenschap, cultuur, informatie en communicatie voor een duurzame toekomst.

Van een groene economie naar een groene samenleving (80 p.) is uitgegeven door het UNESCO Platform Vlaanderen en gratis te verkrijgen via info@unesco-vlaanderen.be