UNESCO directeur-generaal Irina Bokova en de president van Pakistan, Asif Ali Zardari, zetten hun schouders onder een bijeenkomst die een lans breekt voor onderwijs aan meisjes. Het evenement kreeg de titel Stand Up for Malala - Stand up for girl's right to education en gaat door op 10 december 2012 in Parijs, niet toevallig de VN-dag voor Mensenrechten. Met de bijeenkomst hopen de initiatiefnemers de politieke wil te kunnen stimuleren om meer te doen om ervoor te zorgen dat alle meisjes ter wereld kunnen genieten van hun recht om school te lopen.

Op 9 oktober 2012 reageerde de wereld geschokt op het nieuws van een moordaanslag op Malala Yousafzai, een 14-jarig meisje uit Pakistan. Ze zat op de schoolbus toen ze werd aangevallen door extremisten die haar al eerder met de dood bedreigden. Ze stelde deze laffe daad omdat Malala opkwam voor het recht op onderwijs voor meisjes.

"De aanslag op Malala is een ernstige schending van het recht op onderwijs voor meisjes. In al te veel landen wordt meisjes dit fundamenteel mensenrecht ontzegd, terwijl het net de sleutel is tot een waardige toekomst. Discriminatie start van jongs af aan bij meisjes. We moeten de wereldwijde golf van solidariteit met Malala aangrijpen om de politieke wil te versterken om de nodige maatregelen te treffen die nodig zijn om alle meisjes een plaats op de schoolbanken te geven," zo verklaren de initiatiefnemers hun evenement.

De geschiendenis leert ons dat meisjes over de hele wereld altijd al meer dan jongens uitgesloten werden van onderwijs. Ze moeten meer obstakels overwinnen en krijgen minder kansen op onderwijs. Hetzelde geldt als ze starten met het volgen van onderwijs. Discriminatie op verschillende vlakken zorgt ervoor dat de uitval onder meisjes groter is dan onder jongens. Uit het laatste onderwijsrapport van UNESCO dat enkele weken geleden verscheen, blijkt dat het grootste deel van de 61 miljoen kinderen in de wereld die geen basisonderwijs volgen, meisjes zijn.

Het evenement op 10 december wil betrokkenen uit allerlei sectoren bijeenbrengen om zich meer te engageren voor programma's die zich richten op het aanbieden van onderwijs van meisjes. Er worden staatshoofden, regeringsleiders, religieuze leiders en vertegenwoordigers van internationale en bilaterale organisaties, stichtingen, hulporganisaties, het bedrijfsleven en de media verwacht.