Gezonken koraaleilanden, drijvende regenwouden, enorme onderzeese vulkanen of zelfs uitstekende rotsformaties die lijken op verzonken steden: geen van deze sites kunnen worden ingeschreven op de Werelderfgoedlijst omdat ze zich in volle zee bevinden, buiten elke nationale jurisdictie. Het Werelderfgoedcentrum van Unesco en de Wereldunie voor de Bewaring van de Natuur (IUCN) lanceerden op 3 augustus 2016 een rapport dat onderzoekt hoe de Werelderfgoedconventie zou kunnen worden toegepast op deze wonderen van de open oceaan, die meer dan de helft van onze planeet bedekt.

World Heritage in the High Seas: An Idea Whose Time has Come presenteert vijf sites die verschillende ecosystemen illustreren, van biodiversiteit-rijke gebieden tot natuurlijke verschijnselen die alleen voorkomen in de diepten van de oceaan. Elk van deze sites kan uitzonderlijke universele waarde worden toegedicht, een basisbeginsel van de Werelderfgoedconventie: spectaculaire kwaliteiten van bepaalde sites die de nationale grenzen overstijgen.

Vijf voorbeelden

De vijf locaties aan bod komen zijn: de Costa Ricaanse Thermische Koepel (Stille Oceaan), een uniek oceanische oase, die een leefgebied vormt voor bloeiend mariene leven, waaronder veel bedreigde soorten; het White Shark Café (Stille Oceaan), de enige bekende verzamelplaats van witte haaien in de noordelijke Stille Oceaan; de Sargasso Zee (Atlantische Oceaan), de thuisbasis van een iconisch ecosysteem opgebouwd rond een concentratie van zwevende algen; het Lost City hydrothermale veld (Atlantische Oceaan), een gebied op 800 meter diepte gedomineerd door carbonaat monolieten tot 60 meter hoog; en de Atlantis Bank, een gezonken fossiel eiland in de subtropische wateren van de Indische Oceaan.

De diepste en meest afgelegen delen van de oceaan herbergen unieke plekken die erkenning verdienen, net zoals de Grand Canyon (VS), de Galapagoseilanden (Ecuador) of de Serengeti (Tanzania) aan land, zo meent Mechtild Rössler, directeur van het Unesco Werelderfgoedcentrum.

Gebrek aan bescherming

Hoewel deze sites zich ver weg van onze kusten bevinden, zijn ze niet veilig tegen bedreigingen. Denk maar aan klimaatverandering, diepzeemijnbouw of plasticvervuiling. Maar vooraleer deze sites kunnen profiteren van de erkenning en de bescherming die de Werelderfgoedconventie biedt, moet de procedure voor inschrijving op de Werelderfgoedlijst worden aangepast. Nu kunnen enkel landen een site nomineren voor inschrijving. Gebieden op volle zee vallen echter niet onder nationale jurisdictie. Het rapport onderzoekt een aantal mogelijke pistes om de Werelderfgoedconventie toch toepasbaar te maken op gebieden op volle zee.

"De volle zee is van uitzonderlijke waarde op wereldschaal maar geniet te weinig bescherming," zegt Dan Laffoley, Hoofdadviseur Mariene Wetenschappen en Bewaring van de IUCN en co-auteur van het rapport. "Deze gebieden worden blootgesteld aan bedreigingen zoals vervuiling en overbevissing. Het is daarom van cruciaal belang om de internationale gemeenschap te mobiliseren om hun instandhouding op lange termijn te verzekeren."

Foto's van het potentieel nieuw werelderfgoed in volle zee

Download het rapport World Heritage in the High Seas: An Idea Whose Time has Come