UNESCO Platform Vlaanderen, thema "verdragen en conventies"http://www.unesco-vlaanderen.be2014-12-06T22:42:54Het UNESCO Platform Vlaanderen legt zich in de eerste plaats toe op het zo breed mogelijk verspreiden van informatie over de activiteiten en programma’s van UNESCO. Dat doet ze onder meer via het driemaandelijks tijdschrift UNESCO info, door het uitgeven van brochures rond specifieke UNESCO-prioriteiten en door het runnen van een informatie- en documentatiecentrum waar mensen kunnen aankloppen met vragen die verband houden met UNESCO.http://www.unesco-vlaanderen.be/media/html/unesco_platform_vlaanderen_logo.pngUNESCO Platform Vlaanderen, thema "verdragen en conventies"http://www.unesco-vlaanderen.benlCultureel erfgoed onder vuur: 60 jaar Verdrag van Den Haaghttp://www.unesco-vlaanderen.be/2014/5/14/cultureel-erfgoed-onder-vuur-60-jaar-verdrag-van-den-haagWed, 14 May 2014 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2014/5/14/cultureel-erfgoed-onder-vuur-60-jaar-verdrag-van-den-haagBij de opening van een fototentoonstelling debatteren jongeren en experts over de bescherming van erfgoed in conflictgebieden.

Het opblazen van de brug van Mostar tijdens de oorlog in ex-Joegoeslavië, het doen ontploffen van de Bamiyan Boeddha's in Afghanistan door de Taliban, de continue golf van vernieling van Syriës erfgoed in de huidige burgeroorlog, ... de voorbeelden van cultureel erfgoed onder vuur zijn - jammer genoeg - legio. Nochtans werd er 60 jaar geleden (1954) een verdrag tussen Unesco-lidstaten onderhandeld in Den Haag. Dit moest zulke vernielingen helpen voorkomen en draagt daarom als naam 'het Verdrag inzake Bescherming van Culturele Goederen in geval van een Gewapend Conflict'.

Cultureel erfgoed onder vuur: 60 jaar Verdrag van Den Haag

Kaboel, Afghanistan 2011. Foto: Majid Saeedi

Een korte geschiedenis

Het in 1954 afgesloten Verdrag van Den Haag is niet het de eerste internationale verbintenis dat tot doel heeft cultureel erfgoed te beschermen. In 1899 en 1907 werden al enkele eerste stappen gezet tijdens de toenmalige Haagse Vredesconferenties. Vervolgens werd in 1935 het zogenaamde Roerich-Pact ondertekend. Het mocht echter niet baten, getuige de vernielingen tijdens WOII. Om deze reden werd er hard verder gewerkt aan een nieuw, comprehensief Verdrag. Op 14 mei 1954 resulteerde dit proces in het Verdrag inzake Bescherming van Culturele Goederen in geval van een Gewapend Conflict. Dit Charter gaat uit van de noodzaak van bescherming van culturele goederen vanuit de overtuiging dat vernieling hiervan een verlies inhoudt voor de hele mensheid (preambule). Culturele goederen verwijzen hier niet enkel naar historische bouwwerken, maar naar alle roerende of onroerende goederen die van groot belang zijn voor het culturele patrimonium van alle volken (Art. 1). Bijkomend werd in 1954 een eerste Protocol toegevoegd omtrent het verbod op illegale export van cultuurgoederen en de teruggave van illegaal geëxporteerde goederen. In 1999 volgde een Tweede Protocol dat een speciaal comité voor het Verdrag oprichtte en enkele concepten verduidelijkte.

Verdeeld succes

Dat het Verdrag geen onomstotelijk succesverhaal is, hebben de afgelopen 60 jaar bewezen. In 2001, bliezen de Taliban de Boeddha's van Bamiyan op omdat deze immense standbeelden uit de 6de eeuw symbool stonden voor verafgoding. Hoewel Amerikaanse troepen in april 2003 gestationeerd waren voor het Nationaal Museum van Irak, werd de inhoud genadeloos geplunderd. In Timbuktu werd in 2013 onherstelbare schade aan cultureel erfgoed toegebracht door rebellen. Maar liefst 14 mausoleums zouden volledig vernield zijn, alsook delen van de Djingareyber Moskee die gebouwd werd rond 1327. Volgens Annette Schmidt, curator van het Rijksmuseum Volkenkunde, werd Timbuktu juist getroffen omwille van zijn status als cultureel erfgoed: zo werd internationale reactie verzekerd.

Het zou niet juist zijn om enkel op het niet naleven van het Verdrag in te gaan. De invoering van het Blauwe Schild als embleem voor beschermd cultureel erfgoed - dat dient toegekend te worden door de nationale overheden - heeft vele andere sites kunnen behoeden voor erger. Zo werden er naast de 15000 geplunderde objecten uit het Iraaks Nationaal Museum, 8366 waardevolle voorwerpen tijdig in veiligheid gebracht. Tot slot was het Verdrag in enkele lidstaten, waaronder Nederland, de aanzet tot de oprichting van speciale comités ter bescherming van cultureel erfgoed binnen het leger of politie.

Het Verdrag doorgelicht

Naar aanleiding van de 60-jarige herdenking van het Verdrag organiseerden de Nederlandse en Vlaamse Unesco Commissie op 12 mei 2014 een jongerendebat en expertdiscussie rond de toekomst van het Verdrag in Den Haag.

Een dertigtal studenten voerden een vurig debat rond de relevantie, impact en toekomst van het Verdrag. Ze besloten dat het Verdrag nog steeds erg relevant is: cultureel erfgoed geraakt nooit uit de mode. Het belang van cultureel erfgoed school voor hen in de rijke geschiedenis die het goed vertegenwoordigt, in de bron van identificering met je cultuur, maar ook in de economische waarde ervan. Daarom dient de bescherming van cultureel erfgoed prioritair te zijn, naast - en niet in de plaats van, of onderdanig aan - humanitaire bescherming. Ook geloofden ze dat militaire belangen nooit de bovenhand mogen halen: militaire belangen zijn meestal niet meer dan strategische keuzes, die het Verdrag op een perverse manier gebruiken. Hoewel het Verdrag niet door alle lidstaten ondertekend werd, geloven de jongeren toch in de kracht ervan. Zo heeft het een sensibiliserend effect. De menselijke ketting rond de Bibliotheek van Alexandrië in 2011 is hiervan een mooi voorbeeld. Toch vinden de jongeren dat het Verdrag aangepast moet worden om een betere naleving te verzekeren.

Ook de experts vonden dat het Verdrag beter kan. René Teijgeler, directeur van Culture and Development, wees op de nood aan inclusie van niet-statelijke actoren. Enerzijds wordt veel vernieling veroorzaakt door niet-statelijke actoren, anderzijds spelen niet-statelijke actoren, zoals ngo's, een belangrijke rol bij de bescherming en herstel van culturele goederen. Benjamin Goes, voorzitter van het Comité voor de Bescherming van Culturele Goederen in geval van Gewapend Conflict, vroeg op zijn beurt om meer aandacht voor de preventieve stappen die genomen moeten worden ter bescherming van erfgoed. Het Tweede Protocol heeft hier alvast meer aandacht voor, maar kent weinig ratificaties (enkel 67 staten terwijl 126 het Verdrag van 1954 ratificeerden). Jan Hladic, hoofd Cultural Heritage Protection Treaties bij Unesco, erkende de nood aan meer middelen. Biljana Volchevska van het Centre for International Heritage Activities legde de nadruk dan weer op de waarden die achter erfgoed schuilen. Zolang we niet beseffen dat erfgoed getroffen wordt o.w.v. de waarden die het vertegenwoordigt, stelde ze, kunnen we verdere vernieling niet stoppen. Enkel door het besef van de universele waarde van erfgoed kunnen we plundering en vernieling voorkomen.

Tekst: Line Kuppens, Vlaams Unesco Jongerenvertegenwoordiger


]]>
Conflict in Mali bedreigt erfgoedhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2012/4/18/conflict-in-mali-bedreigt-erfgoedWed, 18 Apr 2012 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2012/4/18/conflict-in-mali-bedreigt-erfgoedPlundering van culturele instellingen baart UNESCO grote zorgen. De Organisatie roept op tot internationale samenwerking om het verlies in te dijken.

Conflict in Mali bedreigt erfgoedNa berichten over de bestorming en plundering door rebellen van verschillende centra waar oude boeken en waardevolle documenten worden bewaard die getuigen van de rijke geschiedenis van Timboektoe, luidt UNESCO directeur-generaal Irina Bokova de noodklok. Ze roept alle betrokken autoriteiten, met inbegrip van de strijdende partijen, de regeringen van buurlanden, Interpol, douanes, de kunstmarkt en verzamelaars op om waakzaam te zijn voor pogingen om gestolen artefacten uit deze centra te verhandelen.

"Berichten over hoe rebellen de controle overnamen van Timboektoe's Ahmed Baba Institute of Higher Islamic Studies and Research (IHERI-AB) en andere culturele instellingen, baren grote zorgen," aldus Irina Bokova. "Deze centra bevatten oude documenten, ter plaatse geschreven of gekopieerd, aangekocht op markten in Noord-Afrika, Al-Andalus of de Mashriq, of opgestuurd door pelgrims uit verafgelegen islamitische landen. Veel daarvan dateren uit de glorietijd van Timboektoe tussen de 12de en 15de eeuw. Ze behandelen een grote variëteit aan onderwerpen, van religieuze studies tot wiskunde, geneeskunde, sterrenkunde, muziek, literatuur, poëzie, architectuur, esoterische gebruiken enz… en getuigen van de rijke geschiedenis van Timboektoe als kruispunt van culturen en verzamelplaats van kennis.

"Dit erfgoed moet beschermd worden. De burgers van Timboektoe komen op straat om het te beschermen en ik waardeer hun moed. Maar ze hebben onze hulp nodig. Ik roep alle betrokkenen dan ook op om uiterst waakzaam te zijn en om samen te werken om het verlies van deze schatten te verhinderen. Ze zijn immers van grote waarde voor de hele mensheid," aldus Bokova.

De directeur-generaal van UNESCO nam contact op met de overheid van landen die een grens delen met Mali om hen te herinneren aan de bepalingen van de UNESCO-conventie inzake de te nemen maatregelen teneinde de illegale invoer, uitvoer of transfer van cultuurgoederen te verbieden of te beletten uit 1970. Mali en zijn buurlanden zijn gebonden door deze Conventie, het enige internationale instrument dat specifiek gericht is op het bestrijden van de illegale handel in cultuurgoederen. In het bijzonder wees de directeur-generaal de overheden op artikel 9 van de Conventie dat landen oproept om "deel te nemen aan een gezamenlijke internationale inspanning om de nodige maatregelen te bepalen en te treffen om de export, de import en de internationale handel van cultuurgoederen te controleren."

Mali is eveneens partij bij de Den Haag Conventie over de bescherming van cultuurgoederen in geval van een gewapend conflict (1954).

UNESCO voert het secretariaat van de Den Haag Conventie en zijn twee Protocollen en van de Conventie van 1970. De Organisatie biedt Mali en zijn buurlanden technische ondersteuning aan om beide internationale verdragen toe te passen.

Eerder riep de directeur-generaal van UNESCO reeds op tot de bescherming van het onroerend patrimonium van Timboektoe, dat staat ingeschreven op de Werelderfgoedlijst.


]]>
65 maal UNESCO in actie in landen over de hele wereldhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2012/2/20/65-maal-unesco-in-actie-in-landen-over-de-hele-wereldMon, 20 Feb 2012 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2012/2/20/65-maal-unesco-in-actie-in-landen-over-de-hele-wereldEen overzicht van hoe UNESCO het verschil maakt aan de hand van 65 voorbeelden, opgedeeld volgens de belangrijkste werkgebieden van de Organisatie.

65 maal UNESCO in actie in landen over de hele wereldDe wereld is enorm veranderd sinds UNESCO het levenslicht zag in Londen in 1945. De familie van lidstaten is veel groter geworden en ook het aantal nieuwe spelers op het wereldtoneel is toegenomen. De huidige uitdagingen zijn grensoverschrijdend en complex. Nieuwe tijden brengen moeilijke vragen met zich mee.

Zoals vele andere internationale organisaties die zich inzetten voor de belangrijkste noden van de mensheid en van onze planeet, moet ook UNESCO voortdurend verschillende doelstellingen met elkaar zien te verzoenen. De Organisatie moet steeds inspelen op snel veranderende situaties, maar tegelijkertijd trouw blijven aan haar verbintenissen op lange termijn. Ze moet focussen op enkele duidelijk omlijnde prioriteiten, zonder alle andere aspecten van haar opdracht uit het oog te verliezen. Eén vraag komt daarbij steevast naar boven: hoe maakt UNESCO het verschil?

Deze brochure wil daar een antwoord op geven. Verdeeld over acht onderdelen die de belangrijkste werkgebieden van de Organisatie omvatten, geeft ze 65 voorbeelden van hoe UNESCO het verschil maakt - elke dag opnieuw, overal ter wereld.

De brochure stelt de volgende werkterreinen van UNESCO voor:

  • De bescherming en uitwisseling van cultuur
  • De bescherming van onze planeet
  • Het delen van kennis
  • De strijd voor mensenrechten
  • Creativiteit, dialoog en de samenleving
  • Het promoten van internationale maatstaven
  • Het promoten van gendergelijkheid
  • Van uitsluiting naar inclusie

 

Daarnaast legt de brochure uit hoe UNESCO samenwerkt met een heleboel partners: individuen, instellingen en organisaties over de hele wereld, zowel in de privé- als in de publieke sector. Ten slotte is er ook een historisch overzicht van enkele sleutelmomenten uit de rijke geschiedenis van de Organisatie.

65 maal UNESCO in actie in landen over de hele wereld is uitgegeven door het UNESCO Platform Vlaanderen en gratis te bestellen via info@unesco-vlaanderen.be


Download de brochure 65 maal UNESCO in actie in landen over de hele wereld

]]>
Spelregels opstellen voor UNESCO Conventie over immaterieel cultureel erfgoedhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2007/5/23/spelregels-opstellen-voor-unesco-conventie-over-immaterieel-cultureel-erfgoedWed, 23 May 2007 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2007/5/23/spelregels-opstellen-voor-unesco-conventie-over-immaterieel-cultureel-erfgoed24 landen zullen zich in China buigen over de regels die het implementeren van de jonge Unesco-conventie voor de bescherming van het immaterieel cultureel erfgoed in goede banen moeten leiden.

Spelregels+opstellen+voor+UNESCO+Conventie+voor+de+bescherming+van+het+immaterieel+cultureel+erfgoedHet Intergouvernementeel comité voor de bescherming van immaterieel cultureel erfgoed, bestaande uit 24 landen waaronder België, komt van 23 tot 27 mei 2007 in bijzondere zitting samen in Chengdu (China). Ze zullen er verder werken aan het voorbereidende werk dat in november 2006 in Algerije startte om alle nodige afspraken te maken over de implementering van de Conventie voor de bescherming van het immaterieel cultureel erfgoed die sinds 20 april 2006 in werking trad. De Conventie telt momenteel 77 lidstaten.

De Conventie stelt zich tot doel om het zogenaamde immaterieel cultureel erfgoed te beschermen zoals orale tradities en expressies, podiumkunsten, sociale gebruiken, rituelen en festiviteiten, traditionele kennis en gebruiken m.b.t. de natuur en het universum, en knowhow die voortvloeit uit traditionele ambachten.

Tijdens de bijeenkomst in Chengdu zal het Comité zich onder andere beraden over de criteria voor inschrijving op de twee lijsten die in de Conventie voorzien zijn: de Lijst van immaterieel cultureel erfgoed dat dringend nood heeft aan bescherming en de Representatieve lijst van het immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid.

Het Comité zal ook nagaan op welke manier de bestaande Meesterwerken van het oraal en immaterieel erfgoed van de mensheid, waartoe het carnaval van Binche en de 'ommegangsreuzen en drakenfiguren' van België en Frankrijk (met o.a. stoeten van Aat, Bergen, Brussel, Dendermonde en Mechelen) behoren, kunnen ingepast worden in de nieuwe Representatieve lijst van het immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid. Het gaat alles samen om 90 meesterwerken, erkend in 2001, 2003 en 2005.

Verder zal het Comité de regels opstellen die van toepassing zijn op het Immaterieel Cultureel Erfgoed Fonds dat in het kader van de Conventie is opgericht om landen te helpen bij hun inspanningen ter bescherming van het immaterieel cultureel erfgoed.

Klik hier voor meer informatie over de instrumenten die de UNESCO ontwikkelde ter bescherming van het immaterieel cultureel erfgoed.

]]>
UNESCO Antidopingconventie schiet in februari uit de startblokkenhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2007/1/9/unesco-antidopingconventie-schiet-in-februari-uit-de-startblokkenTue, 09 Jan 2007 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2007/1/9/unesco-antidopingconventie-schiet-in-februari-uit-de-startblokkenOp 1 februari 2007 treedt de Antidopingconventie van de UNESCO in werking. Justine Henin-Hardenne wordt uitgespeeld als gezicht van de conventie. UNESCO+Antidopingconventie+schiet+in+februari+uit+de+startblokkenIn oktober 2005 schaarde de Algemene Conferentie van de UNESCO zich achter de Internationale conventie tegen het dopinggebruik in de sport. Sindsdien traden 41 landen tot de conventie toe. De dertigste lidstaat meldde zich op 11 december 2006 - bijgevolg zal de antidopingconventie, volgens haar eigen voorschriften, op 1 februari 2007 in werking treden. Van 5 tot 7 februari 2007 komen de lidstaten bijeen op de hoofdzetel van de UNESCO in Parijs om de spelregels van de conventie vast te leggen.

"De conventie is er gekomen omdat landen vanuit de hele wereld de strijd tegen het dopinggebruik van een internationaal wettelijk kader wilden voorzien," aldus Koïchiro Matsuura, directeur-generaal van de UNESCO. "Het is een instrument dat toelaat om standaarden te harmoniseren en juridisch gewicht te geven aan de Wereldantidopingcode."

Tijdens de bijeenkomst in februari zullen de landen die tot de conventie toetraden, de aangepaste lijst van verboden producten van het Wereld Antidoping Agentschap (WADA) aannemen, een coördinatiebureau verkiezen en de regels en de procedures voor het functioneren van de conventie uitwerken. Er zal ook een vrijwillig fonds opgericht worden ter financiering van de strijd tegen doping in de sport.

Tijdens de opening van de eerste vergadering van lidstaten van de antidopingconventie, zullen de aanwezigen een videoboodschap te zien krijgen van Justine Henin-Hardenne. De tennisspeelster werd op 14 december 2006 gehuldigd als UNESCO Champion for Sport. Ze zal dit ambassadeurschap onder meer invullen door jonge sporters voor te lichten over de gevaren die onlosmakelijk met doping verbonden zijn.

Klik hier voor meer informatie over de antidopingconventie van de UNESCO die op 1 februari 2007 van kracht wordt.

]]>
Conventie Culturele Diversiteit van kracht in maart 2007http://www.unesco-vlaanderen.be/2006/12/19/conventie-culturele-diversiteit-van-kracht-in-maart-2007Tue, 19 Dec 2006 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2006/12/19/conventie-culturele-diversiteit-van-kracht-in-maart-2007Een golf van nieuwe ratificaties zorgt ervoor dat de Conventie over de bescherming en promotie van de diversiteit van culturele expressies op 18 maart 2007 van kracht wordt. Conventie+Culturele+Diversiteit++van+kracht+in+maart+2007De Conventie over de bescherming en promotie van de diversiteit van culturele expressies wordt van kracht op 18 maart 2007, drie maanden nadat het dertigste instrument van ratificatie is neergelegd bij de UNESCO. Op 15 december 2006 stond de teller nog op 22 maar op 18 december 2006 kwamen daar in één klap 13 landen en de Europese Unie bij, zodat het aantal ratificaties momenteel 35 bedraagt.

"Nog nooit ratificeerden zoveel landen zo snel een conventie over cultuur," aldus een tevreden Koïchiro Matsuura, directeur-generaal van de UNESCO. "De ratificatie door de Europese Unie is een primeur en is mogelijk dankzij een bepaling in de conventie die het mogelijk maakt voor organisaties die economische integratie bewerkstelligen, om toe te treden tot de conventie."

Aan de conventie gingen twee jaar van intense onderhandelingen vooraf. Verschillende bijeenkomsten van onafhankelijke experts en regeringsvertegenwoordigers gaven de tekst uiteindelijk vorm. Het verdrag wil de samenhang tussen cultuur, ontwikkeling en dialoog versterken en een platform scheppen voor internationale culturele samenwerking. Daartoe erkent de conventie het recht van staten om een eigen cultuurbeleid te voeren.

Een ander belangrijk element van de conventie, is het belang dat het verdrag toedicht aan cultuur als een motor voor ontwikkeling. Die motor kan enkel op volle toeren draaien als het middenveld gemobiliseerd wordt en er sprake is van internationale solidariteit. Om dit laatste te stimuleren, voorziet de conventie in de oprichting van een internationaal fonds voor culturele diversiteit. Andere aandachtspunten van het verdrag zijn het intellectueel eigendomsrecht, het recht op vrijheid van denken, meningsuiting en informatie en de diversiteit van de media teneinde culturele expressies te laten bloeien in de maatschappij.

Met de Conventie over de bescherming en promotie van de diversiteit van culturele expressies beschikt de UNESCO over een compleet arsenaal van normatieve instrumenten om de culturele diversiteit in al haar aspecten te beschermen. De Organisatie kan immers een strategie ontwikkelen voor de twee pijlers waarop cultuur steunt: erfgoed en hedendaagse creatie. Drie conventies - over werelderfgoed (1972), immaterieel erfgoed (2003) en de diversiteit van culturele expressies (2005) - vormen het kader voor het ontplooien van activiteiten ter bescherming van culturele diversiteit.

Klik hier voor meer informatie over de Conventie over de bescherming en promotie van de diversiteit van culturele expressies.

]]>
Conventie Immaterieel Erfgoed van kracht op 20 aprilhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2006/1/23/conventie-immaterieel-erfgoed-van-kracht-op-20-aprilMon, 23 Jan 2006 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2006/1/23/conventie-immaterieel-erfgoed-van-kracht-op-20-aprilNu 30 landen de Conventie voor de Bescherming van Immaterieel Cultureel Erfgoed hebben geratificeerd, treedt ze in werking op 20 april 2006.

Conventie+Immaterieel+Erfgoed+van+kracht+op+20+aprilOp 20 januari 2006 maakte de UNESCO bekend dat 30 landen de Conventie voor de Bescherming van Immaterieel Cultureel Erfgoed geratificeerd hebben, zodat ze van kracht wordt op 20 april 2006 - drie maanden na de dertigste ratificatie. De conventie is geratificeerd door: Algerije, Mauritius, Japan, Gabon, Panama, China, Centraal Afrikaanse Republiek, Letland, Litouwen, Wit-Rusland, Korea, Seychellen, Syrië, Verenigde Arabische Emiraten, Mali, Mongolië, Kroatië, Egypte, Oman, Dominica, India, Vietnam, Peru, Pakistan, Bhutan, Nigeria, IJsland, Mexico, Senegal en Roemenië.

Snelle ratificatie

De directeur-generaal van de UNESCO, Koïchiro Matsuura, is opgetogen met de snelle ratificatie van de conventie die in oktober 2003 door de Algemene Conferentie van de UNESCO is aangenomen. "Dit toont aan dat er overal ter wereld grote belangstelling bestaat voor immaterieel cultureel erfgoed, zowel in het Zuiden als in het Noorden. Er is een wijdverspreid besef van de nood aan internationale bescherming tegen de bedreigingen die de hedendaagse levenswijzen en de globalisering inhouden. Het was absoluut noodzakelijk om de wettelijke leemte betreffende dit essentiële onderdeel van onze culturele diversiteit in te vullen en om levende culturen die we via traditie geërfd hebben, een adequaat behoud te bieden," zegt hij.

De conventie is een mooie aanvulling van de instrumenten die de UNESCO eerder aannam ter bescherming van het materieel erfgoed en richt zich op het vrijwaren van orale tradities en expressies (inclusief talen als uitdragers van immaterieel cultureel erfgoed), podiumkunsten, sociale gebruiken, rituelen en festiviteiten, kennis en gebruiken met betrekking tot de natuur en het universum, en de knowhow die voorkomt uit traditionele ambachten.

Goede bescherming

De landen die zich aansluiten bij de conventie verbinden zich ertoe om het immaterieel erfgoed op hun grondgebied te beschermen en om een of meerdere inventarissen aan te leggen van dit erfgoed in samenwerking met de gemeenschappen en groepen waarbinnen dit erfgoed leeft. De conventie hamert eveneens op internationale samenwerking.

De conventie stipuleert het opstellen van twee lijsten: een Representatieve Lijst van het Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid en een Lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed dat Dringend Nood heeft aan Bescherming. Er komt eveneens een Fonds voor de Bescherming van Immaterieel Cultureel Erfgoed.

En België?

De Algemene Vergadering van Lidstaten, die voor het eerste bijeenkomt van 27 tot 29 juni 2006, wordt het hoogste orgaan van de conventie. De conventie wordt geïmplementeerd door een Intergouvernementeel Comité samengesteld uit vertegenwoordigers van 18 Lidstaten (uitgebreid tot 24 van zodra 50 landen de conventie geratificeerd hebben). Het eerste Comité wordt verkozen tijdens de eerste Algemene Vergadering en houdt zijn eerste bijeenkomst in september.

Wil België de kans niet laten schieten om mee te kunnen beslissen over hoe de uitvoering van de conventie vorm krijgt, dan moet ons land zich reppen met de ratificatie: enkel landen die vóór 30 maart 2006 de conventie ratificeren mogen aanschuiven bij de eerste Algemene Vergadering in juni.

Meesterwerken

Het immaterieel erfgoed is kwetsbaar en staat overal ter wereld bloot aan de dreiging van achteruitgang of zelfs verdwijning. Voor de conventie er kwam, werkte de UNESCO al op korte termijn rond deze vorm van erfgoed. Zo kwamen er drie Proclamaties van Meesterwerken van het Oraal en Immaterieel Erfgoed van de Mensheid - in 2001, 2003 en 2005 - die 90 meesterwerken erkenden in 107 landen. Daaronder het Carnaval van Binche in 2003 en vorig jaar de Ommegangsreuzen en Drakenfiguren in Noord-West-Europa (lees: Frankrijk en België). 27 van die 90 meesterwerken konden rekenen op steun van de UNESCO voor het implementeren van een actieplan voor hun bescherming.

Het Intergouvernementeel Comité zal, volgens een nog te bepalen procedure, zorgen voor de integratie van de Meesterwerken van het Oraal en Immaterieel Erfgoed van de Mensheid in de i>Representatieve Lijst van het Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid - althans voor die meesterwerken van landen die zijn toegetreden tot de conventie.

Klik hier voor meer achtergrond over de Conventie voor de Bescherming van Immaterieel Cultureel Erfgoed.

]]>
Canada ratificeert Conventie Culturele Diversiteithttp://www.unesco-vlaanderen.be/2006/1/5/canada-ratificeert-conventie-culturele-diversiteitThu, 05 Jan 2006 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2006/1/5/canada-ratificeert-conventie-culturele-diversiteitCanada ratificeerde als eerste land de Conventie Culturele Diversiteit die de Algemene Conferentie van de UNESCO in oktober 2005 aannam. Canada+ratificeert+Conventie+Culturele+DiversiteitIn oktober van vorig jaar nam de Algemene Conferentie van de UNESCO de Conventie over de Bescherming en de Promotie van de Diversiteit van Culturele Expressies (doorgaans Conventie Culturele Diversiteit genoemd) aan. Op 22 december 2005 liet het Secretariaat van de Organisatie weten dat Canada de eerste lidstaat was die de conventie ratificeerde.

De Conventie Culturele Diversiteit is het resultaat van een lang rijpingsproces tijdens verschillende bijeenkomsten van onafhankelijke experts en regeringsvertegenwoordigers. De conventie wil de band tussen cultuur en ontwikkeling versterken en een innovatief platform voor internationale samenwerking zijn. De tekst is de natuurlijke opvolger van de Universele Verklaring betreffende Culturele Diversiteit van 2001 die culturele diversiteit bestempelt als een "bron van uitwisseling, innovatie en creativiteit" en als "gemeenschappelijk erfgoed van de mensheid" dat moet "erkend en bevestigd worden ten voordele van huidige en toekomstige generaties".

De Conventie Culturele Diversiteit stelt duidelijk dat landen over het soeverein recht beschikken om een cultuurbeleid te ontwikkelen "om de diversiteit van culturele expressies te beschermen en te promoten en om internationale samenwerking te versterken" met respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden.

Drie maanden nadat 30 landen de nieuwe conventie ratificeerden, treedt ze in werking.

Lees meer over het totstandkomen en het belang van de Conventie Culturele Diversiteit in UNESCO info 59 - Vlaamse kijk op UNESCO

Klik hier voor verhelderende uitleg over de inhoud van de Universele Verklaring betreffende Culturele Diversiteit

]]>
Geslaagde hoogmishttp://www.unesco-vlaanderen.be/2005/12/1/geslaagde-hoogmisThu, 01 Dec 2005 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2005/12/1/geslaagde-hoogmisMet drie aangenomen instrumenten die internationale normen vooropstellen op het vlak van cultuur, bio-ethiek en sport kan de voorbije 33ste Algemene Conferentie van de UNESCO als bijzonder geslaagd bestempeld worden. Geslaagde+hoogmisDe Algemene Conferentie is de tweejaarlijkse hoogmis van de UNESCO. Het is het belangrijkste besluitvormende orgaan en bestaat uit vertegenwoordigers van alle lidstaten. Om de twee jaar komen zij bijeen om het beleid van de Organisatie vorm te geven. Volgens het principe van één stem per lidstaat worden het programma en de begroting van de UNESCO vastgelegd. De 33ste Algemene Conferentie vond plaats van 3 tot 21 oktober 2005 op de hoofdzetel van de UNESCO in Parijs.

Belangrijke resultaten

Waarnemers zijn het er over eens dat de voorbije zitting van de Algemene Conferentie goed geslaagd is. Walter Lerouge, voorzitter van de Vlaamse UNESCO Commissie: "In de wandelgangen van de UNESCO spreekt men van de beste Algemene Conferentie sinds jaren en ik denk dat dit geen overdrijving is. Het was een zeer vruchtbare conferentie die belangrijke resultaten boekte. De lidstaten namen drie zeer waardevolle teksten aan: de Conventie over de Bescherming en Promotie van de Diversiteit van Culturele Expressies, de Internationale Conventie tegen het Dopinggebruik in de Sport en de Universele Verklaring over Bio-ethiek en de Mensenrechten."

De laatste jaren concentreerde de UNESCO zich sterk op haar normerende rol, met een aantal belangrijke verdragen als gevolg. Nu vinden de lidstaten de tijd rijp om in dit rijvak wat gas terug te nemen en vragen ze dat de Organisatie zich de komende jaren toelegt op de toepassing van de aangenomen conventies. Karen Groffils van de administratie Buitenlands Beleid: "Ik denk dat ook directeur-generaal Koïchiro Matsuura niet treurig is om de vraag om zich in de komende jaren vooral toe te spitsten op de implementering van de recente conventies in plaats van meteen al nieuwe normerende instrumenten te ontwikkelen. Zo'n conventie ontwikkelen is immers een taak die zeer veel aandacht opslorpt en bovendien is het voor een directeur-generaal vaak ook dansen op een slappe koord. Denk maar aan alle heisa die de VS maakten rond de Conventie Culturele Diversiteit (zie verder). Op een bepaald moment bestond de vrees dat ze terug uit de UNESCO zouden stappen terwijl ze nog maar twee jaar geleden naar de Organisatie teruggekeerd waren. Dat zou een serieuze klap voor de UNESCO en het beleid van Matsuura betekend hebben. Ook al omdat de VS het leeuwendeel van het budget van de UNESCO voor hun rekening nemen. Gelukkig is het allemaal zo'n vaart niet gelopen en is het uiteindelijk goed uitgedraaid."

Programmaprioriteiten

Koïchiro Matsuura is tijdens de Algemene Conferentie herverkozen als directeur-generaal van de UNESCO. Hij zal de Organisatie ook de komende vier jaar leiden. Het programma dat de volgende twee jaar onder zijn leiding moet uitgevoerd worden, ligt in het verlengde van waar de Organisatie de voorgaande jaren rond werkte. Dat betekent dat er binnen elk van de vier domeinen van de UNESCO (onderwijs, wetenschappen, cultuur en communicatie) een hoofdprioriteit gekozen wordt waar op geconcentreerd wordt. Voor 2006-2007 zijn de prioriteiten: basiseducatie voor iedereen, water en eraan verbonden ecosystemen, ethiek van wetenschap en technologie met de nadruk op bio-ethiek, het bevorderen van culturele diversiteit met bijzondere aandacht voor materieel en immaterieel erfgoed en tenslotte het verbeteren van de toegang tot informatie en kennis met veel aandacht voor vrije meningsuiting.

De begroting van de UNESCO is al een tijdje geplafonneerd. Omdat het, in verhouding tot de taken van de UNESCO, over een beperkt budget gaat, kende het Secretariaat van de Organisatie zich enige dichterlijke vrijheid toe bij het opstellen van de begroting voor de periode 2006-2007. Een beslissing die niet meteen op applaus kon rekenen van de lidstaten. Karen Groffils: "De UNESCO wordt gefinancierd met bijdragen van de lidstaten, het zogenaamde reguliere budget. Daarnaast zijn er nog vrijwillige bijdragen van landen, donororganisaties, sponsors enz... Dat zijn de extrabudgettaire bijdragen. Bij het opstellen van haar begroting heeft de UNESCO voor de periode van 2006-2007 gekozen voor een formule waarbij om de normaal geplande activiteiten te kunnen financieren, er al sowieso 25 miljoen dollar extrabudgettaire middelen nodig zijn bovenop het reguliere budget van 610 miljoen dollar. Daar hadden veel landen, en ook Vlaanderen, het toch wat moeilijk mee. Er is dan ook duidelijk gemaakt dat dit een éénmalige zaak moet blijven en dat er zeker geen gewoonte van gemaakt mag worden."

Interessante beslissingen

Naast het goedkeuren van het programma en de begroting van de UNESCO en het al dan niet goedkeuren van verdragen en aanverwante teksten, nemen de lidstaten ook tal van andere beslissingen tijdens de Algemene Conferentie. Interessant om aan te stippen zijn: richtlijnen voor kwaliteitsbewaking van transnationaal hoger onderwijs; en de oprichting van een internationaal centrum voor onderwijs voor meisjes en vrouwen in Afrika, gevestigd in Ouagadougou (Burkina Faso). Wat wetenschappen betreft, was er de beslissing om voortaan jaarlijks elke derde donderdag van november de Werelddag voor Filosofie te vieren en de bevestiging van de rol die de UNESCO te spelen heeft in het uitbouwen van waarschuwingssystemen voor tsoenami's in alle oceanen. De Algemene Conferentie beveelt de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties ook aan om 2008 uit te roepen tot Internationaal Jaar van de Planeet Aarde en 2009 tot het Internationaal Jaar van de Astronomie.

De Algemene Conferentie besliste ook om een centrum ter bescherming van het immaterieel cultureel erfgoed op te richten in Cuzco (Peru) en paste de statuten aan van de Intergouvernementele commissie voor de bevordering van de terugkeer van culturele eigendom naar zijn land van herkomst of zijn teruggave in het geval van onwettige toe-eigening zodat er nu ook aandacht is voor bemiddeling en verzoening. Er was ook steun voor het idee om een Afrikaans Werelderfgoedfonds op te richten.

Op het vlak van communicatie en informatie tenslotte, sprak de Algemene Conferentie zich uit voor het opbouwen van kennismaatschappijen en de vier principes waarop ze steunen: vrijheid van meningsuiting, kwaliteitsvol onderwijs voor iedereen, universele toegang tot informatie en kennis, en respect voor culturele en linguïstische diversiteit. De Algemene Conferentie schaarde zich eveneens achter de principes die besloten liggen in de verklaringen opgesteld naar aanleiding van de Werelddag voor de Persvrijheid in 2004 en 2005 over het belang van vrije media in conflictgebieden en landen in overgang en over de relatie tussen media en goed bestuur.

]]>
De Algemene Conferentie van de UNESCO gaat van starthttp://www.unesco-vlaanderen.be/2003/9/29/de-algemene-conferentie-van-de-unesco-gaat-van-startMon, 29 Sep 2003 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2003/9/29/de-algemene-conferentie-van-de-unesco-gaat-van-startVandaag start de Algemene Conferentie van de UNESCO die beslist over het programma en het budget van de Organisatie voor de komende 2 jaar.

De 32ste Algemene Conferentie - het belangrijkste beleidsorgaan van de UNESCO - gaat vandaag van start in Parijs en duurt tot 17 oktober. Enkele van de thema's die er zullen besproken worden zijn o.a. de bescherming van het immaterieel cultureel erfgoed, culturele diversiteit, meertaligheid op het internet en menselijke genetische data. Meer dan 3.000 deelnemers zullen de Conferentie bijwonen, met inbegrip van vijf staatshoofden en meer dan 300 ministers.

Eén van de blikvangers van deze 32ste bijeenkomst is ongetwijfeld de terugkeer van de Verenigde Staten naar de UNESCO. President George W. Bush maakte in september 2002 bekend dat de Verenigde Staten, die de Organisatie in 1984 verlieten, beslist hadden om opnieuw tot de UNESCO toe te treden. De definitieve toetreding gebeurt op 1 oktober en wordt op 29 september voorafgegaan door een ceremonie, in aanwezigheid van Laura Bush, waarbij de Amerikaanse vlag zal worden opgelaten samen met de vlaggen van de andere lidstaten. Met de hertoetreding van de VS en de recente aansluiting van Oost-Timor in juni van dit jaar, zal de UNESCO binnenkort 190 lidstaten tellen. Van al de landen die de Organisatie in het verleden hebben verlaten moet enkel Singapore nog opnieuw toetreden.

Aan de hand van een aantal instrumenten die de UNESCO ter beschikking heeft - waaronder Verklaringen, Conventies en Aanbevelingen, maar ook andere teksten - zal de Organisatie haar normbepalende en richtlijngevende rol ten volle vervullen tijdens de Algemene Conferentie. De thema's die op de Algemene Conferentie zullen worden aangekaart situeren zich op verschillende domeinen.

Cultuur

Op cultureel vlak zal de Algemene Conferentie het ontwerp van een Internationale Conventie ter Bescherming van het Immaterieel Cultureel Erfgoed onder de loep nemen. Deze nieuwe tekst vormt als het ware een aanvulling op de Conventie Betreffende de Bescherming van het Cultureel en Natuurlijk Werelderfgoed uit 1972 - betreffende de bescherming van monumenten en natuurgebieden - en handelt over mondelinge tradities en expressievormen met inbegrip van de taal als motor van het culturele erfgoed, de uitvoerende kunsten, sociale gewoonten en gebruiken, rituelen en feestelijkheden, kennis en expertise betreffende de natuur en de wereld en tenslotte de traditionele kunsten. Om dit uitzonderlijk kwetsbaar erfgoed te kunnen beschermen is het noodzakelijk dat de verschillende lidstaten die bij dit project betrokken zijn nationale inventarissen opstellen. De taak van de UNESCO is hier tweevoudig: ze moet enerzijds een lijst in het leven roepen die het menselijke immateriële erfgoed weergeeft en anderzijds een lijst van immaterieel erfgoed dat dringend bescherming nodig heeft. Het is de bedoeling dat de Meesterwerken van het Mondelinge en Immateriële Erfgoed van de Mensheid, in 2001 uitgeroepen door de UNESCO, in de eerste reeks worden opgenomen.

De situatie in landen als Afghanistan en Irak was mee de aanleiding voor de Ontwerpverklaring Betreffende Misdrijven tegen het Menselijk Gemeenschappelijk Erfgoed die aan de Algemene Conferentie zal worden voorgelegd. De recente gebeurtenissen in de bovenvermelde landen, geven duidelijk aan dat er nood is aan een herbevestiging van de wettelijke bepalingen omtrent de Conventie voor de Bescherming van het Culturele Eigendom in Geval van een Gewapend Conflict (Den Haag, 1954) en de twee Protocols die daaraan verbonden zijn (uit 1954 en 1999), evenals bepaalde voorzieningen van de Aanvullende Protocols (1977) uit de vier Conferenties van Genève. Alhoewel deze Verklaring niet bindend zal zijn heeft ze waarschijnlijk toch voldoende draagkracht om de acties die de lidstaten zullen ondernemen daarop te baseren of zich er op z'n minst door te laten inspireren. Het document handelt zowel over oorlogs- als vredesituaties en internationale en niet-internationale conflicten, waaronder bezettingen.

De lidstaten zullen eveneens moeten beslissen of ze al dan niet willen werken aan een internationaal instrument dat bepaalde standaarden oplegt betreffende de culturele diversiteit. In 2001 hebben de lidstaten de Universele Verklaring van de UNESCO betreffende de Culturele Diversiteit aanvaard. Met deze Verklaring werd het concept culturele diversiteit voor de eerste keer erkend als gemeenschappelijk menselijk erfgoed en werd de bescherming ervan gezien als een concreet doel en een ethische plicht die onlosmakelijk verbonden is met de menselijke waardigheid. Ondanks het respect en aanzien die de Verklaring op moreel vlak geniet, beschouwen velen haar in de context van globalisering echter als ondoeltreffend. Daarom speelt men met het idee om een wettelijk bindend instrument te ontwikkelen - een conventie - dat van toepassing zou zijn op specifieke culturele domeinen. Een voorbeeld van zo'n toepassing betreft de bescherming van de diversiteit van culturele inhouden en artistieke expressievormen die door de culturele industrieën worden voortgebracht.

Communicatie

Op het vlak van communicatie en informatie zullen er tijdens de Conferentie twee teksten bestudeerd worden, met name een Ontwerp van een Aanbeveling betreffende de Promotie en het gebruik van Meertaligheid op het internet en de Universele Toegang tot Cyberspace . Een tweede tekst betreft een ontwerp voor een Charter omtrent de Bewaring van het Digitaal Erfgoed. De eerste tekst - de Aanbeveling - is erop gericht om een evenwichtige toegang tot informatie te verzekeren en om de ontwikkeling van zogenaamde multiculturele kennismaatschappijen te vergemakkelijken. In de Aanbeveling worden een aantal richtlijnen gedefinieerd ter bevordering van de culturele en linguïstische diversiteit.

De tweede tekst - het Charter - bevat een verklaring met principes die lidstaten moeten helpen om een nationaal beleid te ontwikkelen ter bescherming van het digitaal erfgoed en om de toegang tot dat erfgoed te verzekeren. Het digitaal erfgoed kent een dagelijkse groei maar is bijzonder kwetsbaar vanwege het vluchtige karakter. Kennis en artistieke werken die digitaal gecreëerd worden, zoals bijvoorbeeld websites, lopen het risico om verloren te gaan. De snelle veroudering van hardware en software nodig om die data te produceren of er toegang toe te krijgen, is één van de oorzaken. Bovendien werden er nog maar weinig inspanningen geleverd om het digitaal erfgoed te bewaren (zoals bijvoorbeeld het opstellen van een wetgeving betreffende archivering, wettelijke of vrijwillige bewaring of het probleem van de auteursrechten).

De UNESCO probeert in het communicatiedomein ook het concept van een kennismaatschappij te promoten. Hierin benadrukt men het belang van inhoud, diversiteit en participatie, in tegenstelling tot het concept van een informatiemaatschappij waar de nadruk te veel op technische aspecten komt te liggen.

Deze twee concepten vormen het uitgangspunt voor een rondetafelconferentie die gehouden wordt op 9 en 10 oktober. De rondetafel, "Op naar de kennismaatschappij", wordt georganiseerd in het kader van de komende Wereldtop over de Informatiemaatschappij in Genève van 10 tot 12 december.

Onderwijs

Ook rond onderwijs wordt tijdens de Algemene Conferentie op 3 en 4 oktober een rondetafelconferentie gehouden. Het thema van deze rondetafel is "Onderwijskwaliteit". De noodzaak om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren werd op het Wereld Onderwijs Forum in Dakar (2000) reeds herbevestigd en deze prioriteit zal nu verder worden uitgewerkt.

De exponentieel toenemende vraag naar kwalitatief onderwijs op wereldniveau en het besef dat veel onderwijssystemen uit verscheidene regio's nog belangrijke zwakke punten vertonen, roepen een aantal vragen op: wat werkt er in een klas en wat niet? Wat wordt er onderwezen en wat wordt er geleerd? In de loop van drie verschillende sessies (Uitdagingen en Dilemma's die de onderwijskwaliteit in gevaar brengen; de Nood aan een Uitgebreide Definitie over wat Onderwijskwaliteit inhoudt; en Instrumenten voor Verandering en Verbetering van het onderwijs) zullen de deelnemers middelen zoeken om de toegang tot onderwijs te verbeteren. De bedoeling van deze onderhandelingen is niet alleen om ervoor te zorgen dat kinderen school lopen, maar ook dat ze het er met succes van afbrengen.

Op onderwijsvlak houdt de UNESCO zich ook bezig met lichamelijke opvoeding en sport. In navolging van een ministerieel voorstel dat gedaan werd tijdens een rondetafel gehouden in januari 2003, heeft de UNESCO een voorstel aan de agenda van de Algemene Conferentie toegevoegd om in samenwerking met de Verenigde Naties, haar afgevaardigde agentschappen en de Raad van Europa een internationale conventie tegen het gebruik van doping in sport op te stellen. Als de Algemene Conferentie deze beslissing aanvaardt zal er in samenwerking met organisaties als het Internationaal Olympisch Comité (IOC), het Wereld Anti-Doping Agentschap (WADA) en de Intergouvernementele Adviserende Groep omtrent Anti-Doping in Sport een tekst worden opgesteld die gepresenteerd zal worden op de 33ste Algemene Conferentie (2005) en die voor de Olympische Winterspelen van 2006 in Turijn (Italië) klaar zou moeten zijn.

Wetenschappen

Op wetenschappelijk gebied zullen de lidstaten de mogelijkheid tot het opstellen van een internationaal instrument betreffende bio-ethiek bespreken. Specialisten, beleidsmakers en de civiele maatschappij erkennen in toenemende mate de nood aan ethische richtlijnen op universeel niveau die een antwoord bieden op een aantal cruciale vragen die in dit domein kunnen gesteld worden. Maar tegelijkertijd stelt men zich ook de vraag of het wel gewenst is om zulke richtlijnen op te stellen, omdat het wetenschappelijk domein constant verandert en omdat de gevolgen van de wetenschappelijke vooruitgang nauwelijks correct kunnen worden ingeschat. Zowel het Internationaal Bio-Ethiek Comité van de UNESCO (IBC) als het Intergouvernementeel Bio-Ethiek Comité (IGBC) hebben te kennen gegeven dat ze voorstander zijn van een dergelijk instrument, maar met de raad om dit instrument wettelijk niet bindend te maken.

Het ontwerp van een Internationale Verklaring betreffende Menselijke Genetische Data is een document met een minder grote reikwijdte maar waar tal van medische en wettelijke implicaties aan verbonden zijn. Die Ontwerpverklaring zal tijdens deze Algemene Conferentie ter aanvaarding worden voorgelegd.

Het bewaren en verwerken van menselijke genetische data - verzameld in biologische bloed-, huid-, speeksel- of spermastalen - biedt een heleboel voordelen. De data komen reeds tegemoet aan de vragen van rechters of politie. In medisch opzicht laten deze gegevens verder onderzoek toe, wat de kans op nieuwe medische vondsten vergroot. Het is niet verbazend dat databanken groeien in aantal. Maar er zijn ook nadelen aan verbonden. Genetische data houden bijvoorbeeld het risico in op discriminatie en praktijken die ingaan tegen de rechten van de mens en zijn of haar fundamentele vrijheden. De tekst die tijdens de Algemene Conferentie zal worden voorgelegd schrijft een aantal ethische principes voor met betrekking tot de verzameling, verwerking, bewaring en het gebruik van zulke gegevens.

Naast besprekingen omtrent het opstellen van normen en richtlijnen zal de Algemene Conferentie het programma en het budget van de UNESCO voor de komende twee jaar bespreken. De prioriteiten zijn onderwijs voor allen, waterhulpbronnen en ecosystemen, de ethiek van wetenschappen en technologie, de bevordering van de culturele diversiteit en de dialoog tussen de verschillende culturen en de toegang tot informatie en communicatie.

Aan de vooravond van de Algemene Conferentie werd het Jeugdforum "UNESCO en Jongeren: een Wederzijdse Betrokkenheid" gehouden. Het Forum werd door 150 deelnemers jonger dan dertig jaar bijgewoond, afkomstig uit 100 landen en 30 niet-gouvernementele organisaties. De thema's die er besproken werden zijn onderwijs in het kader van duurzame ontwikkeling en het beheer van zoetwater; jeugd en HIV/aids; en UNESCO en de jeugd: manieren en middelen ter bevordering van de communicatie en de samenwerking. De deelnemers legden hun bekommernissen en prioriteiten rond deze thema's vast in een rapport dat bij de opening aan de Algemene Conferentie wordt voorgelegd.

]]>