UNESCO Platform Vlaanderen, thema "ICT"http://unesco-vlaanderen.be2010-12-02T06:52:42Het UNESCO Platform Vlaanderen legt zich in de eerste plaats toe op het zo breed mogelijk verspreiden van informatie over de activiteiten en programma’s van UNESCO. Dat doet ze onder meer via het driemaandelijks tijdschrift UNESCO info, door het uitgeven van brochures rond specifieke UNESCO-prioriteiten en door het runnen van een informatie- en documentatiecentrum waar mensen kunnen aankloppen met vragen die verband houden met UNESCO.http://unesco-vlaanderen.be/media/html/unesco_platform_vlaanderen_logo.pngUNESCO Platform Vlaanderen, thema "ICT"http://unesco-vlaanderen.benlThe Virtual Universityhttp://unesco-vlaanderen.be/2008/10/9/the-virtual-universityThu, 09 Oct 2008 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2008/10/9/the-virtual-universitysamengesteld door Susan D'Antoni

The+Virtual+UniversityE-leren en virtuele universiteiten zijn relatief nieuwe voorbeelden van het gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ICT) om onderwijs te verstrekken en organisatiestructuren op te zetten. Beide concepten doen vragen rijzen omtrent het fenomeen van grensoverschrijdende educatie.

Deze publicatie onderzoekt de manier waarop verschillende nieuwe of hervormde instellingen voor hoger onderwijs omgaan met ICT-beleid, planning en management. Drie achtergrondhoofdstukken beschrijven de context - de trends en uitdagingen en de impact van grensoverschrijdend onderwijs. Acht casestudies van instellingen in verschillende werelddelen die voor een variatie van institutionele modellen staan, vertellen het verhaal van hun ontwikkeling en wat ze onderweg hebben geleerd.


U kan het boek rechtstreeks bestellen via Unesco Publishing: bestel hier

]]>
Technology Business Incubationhttp://unesco-vlaanderen.be/2008/9/11/technology-business-incubationThu, 11 Sep 2008 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2008/9/11/technology-business-incubationR. Lalkaka

Technology+Business+IncubationKennis en technologie waren altijd al de drijvende kracht achter sociale en economische ontwikkeling en spelen een niet te onderschatten rol bij globalisering en het opkomen van zogenaamde kennismaatschappijen. Innovatie en nieuwe technologieën kunnen op alle niveaus impact hebben - van het commercialiseren van research in hoogtechnologische sectoren tot het vinden van oplossingen zoals betere waterpompen die in de meest elementaire basisbehoeften voorzien van lokale gemeenschappen in ontwikkelingslanden.

Niettemin blijft het gemakkelijker om nieuwe elektronische 'speeltjes' te verkopen aan de zogenaamde early adopters in rijke landen dan om technologie te introduceren in ontwikkelingslanden om basisnoden te ledigen zoals armoedeverlichting, duurzame ontwikkeling en de andere Millenniumontwikkelingsdoelen. Het overbruggen van de digitale kloof - een belangrijke factor in het verschil tussen de ontwikkeling van rijke en arme landen - is een van de grootste uitdagingen van onze tijd.

Technology Business Incubation beschrijft een concept waarbij technische steun en diensten geleverd worden aan opstartende bedrijfjes die met techniek, wetenschap en technologie bezig zijn om hen te helpen om hun eigen onderzoek te kneden tot een leefbaar bedrijf. Het is een concept waarvan specialisten denken dat het kan bijdragen tot het overbruggen van de digitale kloof. Het boek is een praktische gids en geeft raad over diverse aspecten zoals het uitvoeren van haalbaarheidsstudies, het opstellen van een business plan, het selecteren van een locatie, het vinden van sponsors, het rekruteren van managers en het opvolgen van de technologische ontwikkeling. De aanpak van het boek maakt dat het zowel in rijke als in ontwikkelingslanden van nut kan zijn.


U kan het boek rechtstreeks bestellen via Unesco Publishing: bestel hier

]]>
UNESCO Prijs voor Belgisch online leerplatformhttp://unesco-vlaanderen.be/2007/10/2/unesco-prijs-voor-belgisch-online-leerplatformTue, 02 Oct 2007 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2007/10/2/unesco-prijs-voor-belgisch-online-leerplatformTwee projecten, waaronder een Belgisch, winnen dit jaar de prijs waarmee de UNESCO het innovatief gebruik van ICT's in het onderwijs wil stimuleren.

UNESCO+Prijs+voor+Belgisch+online+leerplatformHet vanuit België ontspruitende Claroline project en de Amerikaanse Curriki leergemeenschap zijn uitgeroepen tot laureaten van de King Hamad Bin Isa Al-Khalifa Prize for the Use of ICT in Education. Deze prijs bekroont projecten die op een innovatieve manier informatie- en communicatietechnologie (ICT) in het onderwijs introduceren.

Het Claroline project dat door de Université Catholique de Louvain (UCL)vertegenwoordigd wordt, is een open source leerplatform waarvan 900 instellingen in 84 landen en in 35 talen gebruikmaken. Het is een interactieve online leeromgeving waarin docenten, studenten en ontwikkelaars elkaar vinden. Deelnemende scholen en instellingen breiden het netwerk uit met steeds meer instrumenten waardoor het een veelomvattend en flexibel systeem is dat gemakkelijk aan de specifieke behoeften van instellingen en landen kan worden aangepast. Er zijn al meer dan tweeduizend cursussen beschikbaar via het netwerk.

Curriki is een leergemeenschap die het begrip curriculum koppelt aan het wiki-concept: een website waarvan de inhoud door alle gebruikers kan worden aangepast (best bekend door de online encyclopedie Wikipedia). Oorspronkelijk was het een initiatief van Sun Microsystems dat het in 2004 lanceerde maar inmiddels is het omgevormd tot een non-profit project. Het project is uitgegroeid tot een levendige virtuele gemeenschap waarin leerkrachten, studenten, ouders, onderwijsministeries, scholen en andere organisaties sleutelen aan de best mogelijke curricula. De website van het project bundelt zo'n vijfduizend leerinstrumenten in verschillende talen en telt 30.000 regelmatige gebruikers.

De laureaten zullen elk een oorkonde en een cheque voor 25.000 dollar ontvangen tijdens een ceremonie op de hoofdzetel van de UNESCO in Parijs op 19 december 2007. Ze werden door een internationale jury geselecteerd uit 68 projecten uit 51 landen. De prijs is vernoemd naar de koning van Bahrein die het initiatief patroneert.

Klik hier voor meer informatie over het Claroline project.

Klik hier voor meer informatie over het Curriki project.

]]>
ICT in education around the world: trends, problems and prospectshttp://unesco-vlaanderen.be/2007/5/23/ict-in-education-around-the-world-trends,-problems-and-prospectsWed, 23 May 2007 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2007/5/23/ict-in-education-around-the-world-trends,-problems-and-prospectsWilliam J. Pelgrum en Nancy Law

ICT+in+education+around+the+world%3a+trends%2c+problems+and+prospectsIn een wereld waarin technologie een steeds dominantere plaats inneemt, is de noodzaak om mensen - voornamelijk jongeren en de leerkrachten die hen begeleiden - op te leiden in het omgaan met ICT's (informatie- en communicatietechnologie) groter dan ooit. Jongeren moeten niet alleen leren omgaan met informatietechnologie om zo hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten, ICT's kunnen ook een belangrijke rol spelen in het onderwijs zelf door nieuwe en meer efficiënte manier van lesgeven te introduceren. Nu we aan het begin van de 21ste eeuw staan, kan geen enkel onderwijssysteem het zich veroorloven om blind te blijven voor de noodzaak om ICT's te introduceren in het onderwijsbeleid en daaromtrent strategieën te implementeren op nationaal niveau.

Dit werk, dat is bestemd voor mensen die op diverse niveaus met onderwijsplanning en -beleid bezig zijn, toont aan dat de introductie van ICT's in het onderwijsproces een werk van lange adem is dat verschillende veranderingen vereist, zowel aan het systeem zelf als op het vlak van leidinggeven, organisatorische structuur, infrastructuur, lesmaterialen en leergewoontes.


U kan het boek rechtstreeks bestellen via Unesco Publishing: bestel hier

]]>
National Strategies for e-learning in Post-secondary Education and Traininghttp://unesco-vlaanderen.be/2006/6/2/national-strategies-for-e-learning-in-post-secondary-education-and-trainingFri, 02 Jun 2006 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2006/6/2/national-strategies-for-e-learning-in-post-secondary-education-and-trainingTony Bates

National+Strategies+for+e-learning+in+Post-secondary+Education+and+TrainingEr is al veel gediscussieerd onder onderwijsspecialisten over de vraag of het gebruik van nieuwe technologieën zoals het internet leidt tot een radicale verandering van de aard van het onderwijs, of als deze technologieën louter middelen zijn die het aanbieden van onderwijs veranderen.

Dit boek hangt de stelling aan dat het zogeheten e-learning wel degelijk zorgt voor een belangrijke verschuiving in de onderwijssector en dat het de aard van het leren verandert. De flexibiliteit en toegankelijkheid van informatie die karakteristiek zijn voor e-learning komen overeen met de nieuwe vaardigheden die vereist worden van de werkkrachten in de kennismaatschappij, en dat niet noodzakelijk alleen in de ontwikkelde landen.

Toch is e-learning -anders dan wat sommigen geloven- geen goedkoop alternatief voor het traditionele onderwijs. Het financieren van e-learning is een heikel punt voor beleidsmakers omdat het hen vaak confronteert met de beperkingen van hun budget.

Aan de hand van voorbeelden uit landen die het meest investeerden in e-learning, worden de verschillende strategieën voorgesteld die beleidsmakers kunnen aanwenden. Het besluit van de publicatie luidt dat, alhoewel e-learning wellicht niet de oplossing biedt voor de meest dringende problemen van de ontwikkelingslanden, geen enkele regering het zich kan permitteren om er zomaar aan voorbij te gaan.


U kan het boek rechtstreeks bestellen via Unesco Publishing: bestel hier

]]>
Internetgids voor journalisten in ontwikkelingslandenhttp://unesco-vlaanderen.be/2006/2/23/internetgids-voor-journalisten-in-ontwikkelingslandenThu, 23 Feb 2006 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2006/2/23/internetgids-voor-journalisten-in-ontwikkelingslandenEen nieuwe gids van de UNESCO geeft journalisten in ontwikkelingslanden praktische tips over hoe het internet hen kan helpen bij hun werk.

Internetgids+voor+journalisten+in+ontwikkelingslandenDe UNESCO werkte samen met de Thomson Foundation en de Commonwealth Broadcasting Association om een gids voor journalisten in ontwikkelingslanden te ontwikkelen die uitleg geeft over het gebruik van het internet voor journalistieke doeleinden.

Het internet is uitgegroeid tot een multifunctioneel instrument dat niet meer is weg te denken uit de wereld van de berichtgeving. De gids legt stap voor stap uit hoe journalisten, vooral in ontwikkelingslanden, het internet optimaal kunnen gebruiken bij het uitoefenen van hun job.

De gids leert hoe je efficiënter kan zoeken op het internet, niet alleen naar feiten en cijfers, maar ook naar beelden, audio en video. Belangrijk is ook dat de gids niet alleen uitlegt waar en hoe je informatie kan vinden, maar ook hoe je de gevonden informatie kan evalueren en verifiëren. Dit laatste houdt een aloud principe van de journalistieke traditie in ere.

De nieuwe gids kadert in de inspanningen van de UNESCO om vrije en pluralistische media te stimuleren, universele toegang tot informatie en kennis te verzekeren, en het gebruik van communicatiemedia ten dienste van menselijke ontwikkeling te propageren.

Klik hier om de gids over internetgebruik voor journalisten in ontwikkelingslanden te downloaden. pdf

]]>
Vrije toegang tot kennis leidt tot zelfontplooiinghttp://unesco-vlaanderen.be/2005/12/1/vrije-toegang-tot-kennis-leidt-tot-zelfontplooiingThu, 01 Dec 2005 10:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2005/12/1/vrije-toegang-tot-kennis-leidt-tot-zelfontplooiingDe snelle ontwikkeling van de ICT-sector dwingt de UNESCO tot het maken van keuzes. De Organisatie legt zich toe op het inhoudelijke luik en werpt zich op als voorvechter van de vrije meningsuiting.

Vrije+toegang+tot+kennis+leidt+tot+zelfontplooiingCommunicatie komt niet in de officiële naam van de UNESCO voor maar toch is de Organisatie ook op dit terrein actief. "De UNESCO is in de jaren 1970 interesse gaan vertonen voor informatie en communicatie," vertelt Walter Lerouge, voorzitter van de Vlaamse UNESCO Commissie, "een belangstelling die vooral vanuit de Europese landen is aangewakkerd. Zo werd er een programma opgericht voor de ontwikkeling van communicatie dat vooral ontwikkelingslanden ten goede moest komen. Projecten voor informatieverstrekking in ontwikkelingslanden werden gespijsd met extrabudgettaire middelen. Tot de opkomst van de digitale media was het hoofdzakelijke analoog gericht, met steun voor lokale kranten, radiostations e.d. Door de digitalisering is er een verruiming gekomen en heeft de UNESCO ook voluit de kaart van de ICT's getrokken."

Vierde pijler

Ondertussen is Communicatie de vierde poot waarop de UNESCO steunt. Hoofdprioriteit is ervoor zorgen dat iedereen zichzelf kan ontplooien via toegang tot informatie en kennis. Ook het propageren van vrijheid van meningsuiting is een aandachtspunt, net als het gebruik van informatie- en communicatietechnologie in het onderwijs, de wetenschappen en bij cultuur.

Centraal in de discussies over informatie en communicatie, staat het concept 'informatiemaatschappij' - door de UNESCO verruimd tot 'kennismaatschappij' om te benadrukken dat het evenzeer om inhoud gaat als om technologie. En alhoewel niemand betwist dat de UNESCO een inhoudelijke rol te spelen heeft in dit debat, moet de Organisatie goed haar mandaat voor ogen houden. "De tijd is gekomen om ervoor te zorgen dat de UNESCO zich niet vergaloppeert," waarschuwt Walter Lerouge. "Ook andere organisaties hebben immers een rol te spelen op dit vlak en de kwestie wordt alsmaar ingewikkelder met de convergentie van de telecomsector en de audiovisuele sector. Kijk maar bij ons: Belgacom en Telenet bieden zowel telefonie, internet en televisie aan."

Tijdens de 33ste Algemene Conferentie is stevig gedebatteerd over de rol van de UNESCO op het gebied van informatie- en communicatie. Dat had alles te maken met de Wereldtop over de Informatiemaatschappij (zie kader), van 16 tot 18 november 2005 in Tunis (Tunesië). Tijdens die top stonden een aantal belangrijke punten op de agenda, zoals het uitvoeren van een actieplan om de digitale kloof te dichten en het beheer van het internet. Over dit laatste punt vonden een aantal lidstaten dat dit het best door een multilaterale organisatie kan gebeuren en niet, zoals nu, door een private Amerikaanse non-profitorganisatie die overzien wordt door het Amerikaans ministerie van Handel.

"Het is niet wenselijk dat de UNESCO zich opwerpt als enige leidinggevende organisatie binnen de Verenigde Naties voor wat de informatiemaatschappij betreft," meent Walter Lerouge. "Daar zijn andere organisatie voor," vult Karen Groffils van de administratie Buitenlands Beleid aan. "Er is bijvoorbeeld de Internationale Telecommunicatie Unie (ITU) die de Wereldtop over de Informatiemaatschappij organiseerde. Er is een verschil tussen meewerken aan iets, zoals de UNESCO nu doet, en de leiding nemen van iets en de coördinatie voeren. Dat moet de UNESCO aan anderen overlaten omdat dit niet tot de kern van haar mandaat behoort."

"De UNESCO moet zich vooral blijven toeleggen op het inhoudelijke aspect," zegt Walter Lerouge. Het mandaat van de UNESCO indachtig, betekent dit dat de Organisatie zich op het volgende toespitst: vrijheid van meningsuiting, universele toegang, kwaliteitsvol onderwijs voor iedereen en tenslotte culturele diversiteit en eraan gekoppeld, meertaligheid.

]]>
Child Abuse on the Internet, Ending the Silencehttp://unesco-vlaanderen.be/2005/11/23/child-abuse-on-the-internet,-ending-the-silenceWed, 23 Nov 2005 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2005/11/23/child-abuse-on-the-internet,-ending-the-silenceChild+Abuse+on+the+Internet%2c+Ending+the+SilenceKinderpornografie en het seksueel misbruik van kinderen door misbruik van media en het internet zijn complexe maar nauw aan elkaar verwante onderwerpen. Ze vragen niet alleen uitgebreide oplossingen maar ook een sociaal antwoord van alle lagen van de samenleving.

Dit werk geeft een aantal van die antwoorden weer en toont hoe individuen en organisaties doeltreffend kunnen samenwerken in deze strijd. Het beschrijft projecten die worden uitgevoerd in verschillende Afrikaanse landen, in Albanië, Brazilië, Guatemala, de Filippijnen, en Sri Lanka en welke inspanningen daarbij worden geleverd om informatie uit te wisselen en netwerken uit te bouwen.

Een referentiehoofdstuk wijst de coördinaten aan van verschillende organisaties die successen boekten in de bescherming van kinderen on line en bevat eveneens een actieplan dat aangeeft hoe samenwerking tussen verschillende organisaties in deze strijd op een coherente en gecoördineerde manier kan worden bevorderd.


U kan het boek rechtstreeks bestellen via Unesco Publishing: bestel hier

]]>
24 projecten gesponsord door Informatie voor Allen Programma (IFAP)http://unesco-vlaanderen.be/2005/4/26/24-projecten-gesponsord-door-informatie-voor-allen-programma-(ifap)Tue, 26 Apr 2005 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2005/4/26/24-projecten-gesponsord-door-informatie-voor-allen-programma-(ifap)Het bureau van IFAP's intergouvernementele raad samen te Parijs. Er werd beslist 24 beurzen uit te reiken aan projecten die de doelstellingen van het programma trachten te bewerkstelligen.

Het Informatie voor Allen Programma (IFAP) van de UNESCO zal financiële steun verlenen aan 24 projecten die betrekking hebben op geletterdheid in informatie, conservatie van informatie en ethische implicaties van informatie- en communicatietechnologie (ICT) en aldus bijdragen tot de doelstellingen van het programma. Dit werd beslist door het bureau van de intergouvernementele raad van het IFAP tijdens een bijeenkomst van 4 tot 6 april in Parijs.

Het Informatie voor Allen Programma (IFAP) voorziet in een kader voor internationale samenwerking rond de uitbouw van een open en pluralistische kennismaatschappij en rond het verkleinen van de kloof tussen degenen die rijk en degenen die arm zijn aan informatie. Op die manier draagt het programma bij aan de uitvoering van het mandaat van de UNESCO dat Onderwijs voor Allen, vrije uitwisseling van ideeën en kennis en een verbetering van communicatie tussen mensen vooropstelt.

In het totaal werden 502 projectaanvragen ingediend. De nodige fondsen hiervoor zouden 20 miljoen dollar bedragen. Het grote aantal aanvragen wijst volgens Daniel Malbert, hoofd van het bureau, op de noodzaak om landen te helpen bij het gebruikt van informatie en kennis bij het ontwikkelingsproces. Omdat de financiële middelen niet onuitputtelijk zijn, moest er een strenge selectie worden doorgevoerd. Slechts 24 projecten verkregen financiële steun. Dit komt neer op een bedrag van 758.000 dollar.

Projecten uit Ghana, Oeganda en verschillende landen van de Commomwealth werden geselecteerd omdat ze training in geletterdheid in informatie promoten. Ook wordt Chinees en Indonesisch onderzoek gesteund. Regionale projecten om experts in bibliotheek- en archiefconservatie te trainen zullen beurzen ontvangen in Zuid-Oost-Azië, in Mediterrane landen, in Sahel landen en in Latijns-Amerika en de Caraïben. Een deel van de fondsen gaat naar reconstructie van bibliotheken en archieven in Sri Lanka na de verwoestende tsoenami. Tenslotte krijgen projecten die een beter begrip van de ethische, juridische en sociale implicaties van ICT promoten een deel van de koek.

De gefinancierde projecten zijn geografisch als volgt verdeeld: 8 voor Afrika, 5 voor Azië, 5 voor Latijns-Amerika en de Caraïben, 2 voor Oost-Europa, 2 voor de Arabische regio en 2 internationale projecten.

Lidstaten kunnen vrijwillig bijdragen aan het fonds van IFAP. Wanneer staten hun donatie verder zetten of (nog beter) verhogen, kan men volgende jaren voorzien in de noden van landen die nu in de kou blijven staan.

Klik hier voor meer informatie over het IFAP.

Klik hier voor een overzicht van de gesteunde projecten.

]]>
World Communication Report 1998http://unesco-vlaanderen.be/2005/4/26/world-communication-report-1998Tue, 26 Apr 2005 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2005/4/26/world-communication-report-1998World+Communication+Report+1998Het naderende einde van de twintigste eeuw wordt gekenmerkt door een hele reeks veranderingen. Misschien wel de meest in het oog springende daarvan is de enorme (r)evolutie op het vlak van de informatie- en communicatietechnologie.

Die vooruitgang stelt ons echter voor een hoop vragen. Hoe zit het met de bescherming van het auteursrecht in die nieuwe informatiemaatschappij ? Hoe kunnen we de financieel zwakkeren toegang verlenen tot de nieuwe informatiebronnen zodat ook zij volop kunnen genieten van de voordelen ? Welke rol kunnen de nieuwe informatietechnieken spelen in de ontwikkeling van naties ? Welke gevaren zijn er verbonden aan de wereldwijde media 'coverage' en de globalisering van de berichtgeving ? Hoe kunnen lokale culturen overleven in een wereld die steeds meer neigt naar universaliteit ? Welke invloed hebben de media op het democratisch proces ? Hoe zal het leven er uit zien in de virtuele maatschappij ? Hoe kunnen waarheid en kwakkel van elkaar onderscheiden worden ?

Al die vragen liggen aan de basis van deze tweede editie van het World Communication Report. Het schetst een globaal beeld van de veranderingen in het informatie- en medialandschap en probeert de impact ervan in te schatten op de relatie tussen overheid, informatie en democratie. Met dit rapport hoopt UNESCO een wereldwijd debat op gang te brengen over alle facetten van deze problematiek.


U kan het boek rechtstreeks bestellen via Unesco Publishing: bestel hier

]]>
World Education Report 1998http://unesco-vlaanderen.be/2005/4/26/world-education-report-1998Tue, 26 Apr 2005 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2005/4/26/world-education-report-1998World+Education+Report+1998Het 'World Education Report' verschijnt om de twee jaar en is aan zijn vierde editie toe. Het bevat statistische gegevens over de onderwijssituatie in meer dan 180 landen. Het rapport behandelt het onderwijsvak dat wereldwijd zo'n 57 miljoen mensen tewerk stelt. Het signaleert slechte materiële condities, overvolle klassen en een veel voorkomend gebrek aan middelen, ondersteuning en professionele opleiding.

Uit cijfers blijkt dat de vermindering van defensieuitgaven na de Koude Oorlog niet resulteerde in een verhoging van de middelen voor onderwijs. En dat terwijl iedereen overtuigd is van het belang ervan en er overal gepleit wordt voor een verbetering van de onderwijskwaliteit.

In ontwikkelingslanden, waar de bevolkinggroei groot is -en dus ook de nood aan onderwijs- is het vaak zo dat de leerkrachten zelf ook maar gebrekkig geschoold zijn. Daar komt bij dat de materiële omstandigheden vaak abominabel zijn, geen water, electriciteit of leerboeken zijn geen uitzonderingen, vooral in Afrika.

Het rapport heeft het verder ook over de introductie van de nieuwste informatietechnologieën in het onderwijs en onderstreept het belang van internationale samenwerking en hulp om te voorkomen dat de armste landen steeds verder achterop raken.


U kan het boek rechtstreeks bestellen via Unesco Publishing: bestel hier

]]>
Workshop voor betere conflictberichtgevinghttp://unesco-vlaanderen.be/2004/9/21/workshop-voor-betere-conflictberichtgevingTue, 21 Sep 2004 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2004/9/21/workshop-voor-betere-conflictberichtgevingDe UNESCO steunde een workshop die Zuid-Aziatische journalisten beter in staat wil stellen om op een genuanceerde manier te berichten over conflicten met gebruik van de modernste radiotechnieken.

Workshop+voor+betere+conflictberichtgevingMet steun van het Internationaal Programma voor Ontwikkeling van Communicatie (IPDC) van de UNESCO organiseerde het Panos Instituut Zuid-Azië (PSA) een achtdaagse workshop voor Zuid-Aziatische journalisten over 'Conflictberichtgeving via de Radio met Digitale Technologie' van 20 tot 27 augustus 2004 in het Panos Mediacentrum in Kathmandu.

De workshop werd georganiseerd om Zuid-Aziatische journalisten vertrouwd te maken met de belangrijkste principes van conflictberichtgeving via de radio en om hen aan te leren hoe digitale technologie gebruikt kan worden voor radioproducties. Op Pakistan en de Malediven na, was elk Zuid-Aziatisch land vertegenwoordigd door journalisten uit zowel de geschreven als de audiovisuele pers.

Volgens Mosaddeq Al Mahmood, radiojournalist bij het nationaal radiostation Bangladesh Betar, gaf deze workshop "een nieuwe dimensie" aan zijn beroep als conflictrapporteur. De workshop, onderverdeeld in thematische en technische sessies, hielp de deelnemers om meer inzicht te verwerven in de gevoeligheden van conflictberichtgeving en de deontologische verantwoordelijkheden die er aan verbonden zijn. De technische vaardigheden van de journalisten werden aangescherpt door middel van opdrachten zoals het maken van radioprogramma's met behulp van digitale technieken voor opname en montage.

De workshop werpt meteen vruchten af voor de deelnemers. Zo kan de Nepalese journalist Netra K.C. die als correspondent voor de BBC werkt, zijn berichten voortaan op een degelijke manier monteren met recente software. Voordien moest hij zich behelpen met knip- en plakwerk op zijn MiniDiskrecorder.

De journalisten die aan de workshop deelnamen, bezochten ook een radiostation en een productiehuis in Kathmandu om een blik te werpen op digitale radiostudio's en rechtstreekse uitzendingen bij te wonen. Ze leerden ook meer hoe satelliettechnologie gebruikt wordt om een radionetwerk uit te bouwen in Nepal. Op die manier kregen de deelnemers een beter zicht op de verschillende aspecten van het radio maken.

De PSA heeft, sinds de oprichting van zijn nieuw Mediacentrum en regionaal kantoor in Kathmandu in juli 2002, verschillende workshops georganiseerd voor Zuid-Aziatische journalisten om hun vaardigheden met betrekking tot mediatechnologieën te verbeteren. Het PSA Mediacentrum heeft de ontwikkeling van de Zuid-Aziatische media bevorderd door digitale en on line technologie in te schakelen voor het ontwikkelen van producties rond belangrijke ontwikkelingsonderwerpen zoals conflicten, leefmilieu en volksgezondheid.

]]>
Educatief radio- en televisiecentrum heropend in Kaboelhttp://unesco-vlaanderen.be/2004/8/2/educatief-radio-en-televisiecentrum-heropend-in-kaboelMon, 02 Aug 2004 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2004/8/2/educatief-radio-en-televisiecentrum-heropend-in-kaboelHet belangrijkste centrum voor afstandsonderwijs in Afghanistan is heropend en zal met steun van de UNESCO een volledig vernieuwd aanbod van cursussen brengen.

Educatief+radio-+en+televisiecentrum+heropend+in+KaboelJaren van burgeroorlog veroorzaakten de bijna volledige verwoesting van het Educatief Radio- en Televisiecentrum (ERTV Centrum) van het Afghaanse ministerie van Onderwijs. Onlangs werd het centrum volledig gerenoveerd en momenteel is het terug operationeel. Met 2,5 miljoen dollar steun van de Italiaanse overheid startte de UNESCO een project op om het afstandsonderwijs in Afghanistan te rehabiliteren en te vernieuwen zodat het centrum terug zijn voortrekkersrol van voorheen kan vervullen.

Tijdens de jaren 1970 en 1980 waren educatieve uitzendingen in Afghanistan de belangrijkste bron van niet-formeel onderwijs. In de afgelegen valleien van dit uitgestrekte en bergachtige land konden boeren en dorpelingen hun radio afstemmen op zenders die landbouwtips en informatie uitzonden over manieren om hun teelt te verbeteren. Daarnaast werden ook basisprogramma's voor alfabetisering en specifieke opleidingen voor leraren uitgezonden. Toen de conflicten losbarstten in Kaboel werd het ERTV Centrum bijna volledig vernield waardoor de educatieve uitzendingen op een laag pitje kwamen te staan.

Tijdens de dagen waarop het mortieren, granaten en kogels regende in West-Kaboel, spoten onbekende minderjarige handen graffiti op de gesloopte muren van het ERTV Centrum met de boodschap: 'Oorlog kan ons niet kwetsen, wij zijn nog jong'. Deze muur werd bewaard in het nieuw gerestaureerde gebouw als herinnering aan de zwarte periode die Kaboel heeft doorgemaakt.

Naast de renovatie van het gebouw, heeft de UNESCO het ERTV Centrum van meubilair, internettoegang en 40 computers voorzien. Daarnaast werd er ook digitaal televisiemateriaal geleverd en worden er nog volledige radio- en televisiestudio's geplaatst.

Ongeveer 70 personeelsleden van het ERTV Centrum, die eerder hun kantoor bij Radio-Televisie Afghanistan hadden, bevinden zich in het nieuwe gebouw en werken momenteel aan een reeks van nieuwe educatieve programma's. Binnen dit project heeft de UNESCO reeds drie maanden intensieve training voorzien in de vakgebieden radio- en televisietechnieken, gebruik van digitaal materiaal, programmaproductie, Engelse taalkunde en computervaardigheden. In de volgende fase van het project zullen 10 ERTV personeelsleden een hoogstaande opleiding krijgen bij het Asia- Pacific Institute for Broadcasting Development (AIBD) in Kuala Lumpur, Maleisië.

De pas gerenoveerde ERTV faciliteiten zijn officieel geopend door de Afghaanse minister van Onderwijs, Mohammed Yunus Qanooni, de directeur-generaal van de UNESCO, Koïchiro Matsuura en de ambassadeur van Italië, Domenico Giorgi.

]]>
Computerlessen openen deuren voor Filippijnse arbeiders in Beiroethttp://unesco-vlaanderen.be/2004/7/20/computerlessen-openen-deuren-voor-filippijnse-arbeiders-in-beiroetTue, 20 Jul 2004 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2004/7/20/computerlessen-openen-deuren-voor-filippijnse-arbeiders-in-beiroetUNESCO Beiroet en de Filippijnse ambassade in Libanon slaan de handen in elkaar voor het organiseren van computerlessen om Filippijnse arbeiders in Beiroet een kans te geven op beter werk.

Computerlessen+openen+deuren+voor+Filippijnse+arbeiders+in+BeiroetDe voorbije twee maanden bracht Rosemarie C. Bares elke zondagochtend door in het computercentrum van de UNESCO in de Libanese hoofdstad Beiroet. Zopas slaagden zij en vierenveertig andere in Beiroet werkende Filippijnse huishoudsters voor een opleiding basis-computervaardigheden. Deze opleiding is het resultaat van een nieuwe samenwerking tussen het Unesco-kantoor in Beiroet en de Filippijnse ambassade in Libanon.

"Ik heb heel veel geleerd en als ik terug naar huis ga, wil ik daar een kleine drukkerij opstarten", vertelt Bares, een inwonende meid. Op de vraag hoe haar levensomstandigheden zijn, antwoordt ze dat de familie voor wie ze werkt haar in het begin niet goed behandelde en haar beschouwde als iemand die ongeschoold en dom was, maar sinds ze weten dat ze geschoold is en computerlessen volgt, is hun houding veranderd. "Nu word ik veel beter behandeld. Ze laten me hun computer gebruiken en ik leer het zelfs aan hun kinderen", zegt Bares.

In Libanon werken zo'n 19.000 Filippijnen. Hun levensomstandigheden worden vaak geassocieerd met misbruik, geweld en mishandeling. "Deze meisjes worden in de eerste plaats gezien als huismeiden, hoewel sommigen een universiteitsdiploma op zak hebben", vertelt Victor Billeh, directeur van het Unesco-kantoor in Beiroet. De opleiding biedt hen de mogelijkheid nieuwe vaardigheden te leren waarmee ze kans maken op betere jobs. Billeh legt uit dat de opleiding deel uitmaakt van de inspanningen van de UNESCO om beter samen te werken met diverse partners om zo het onderwijs en uiteindelijk ook het welzijn van de mensen te verbeteren. Volwassenenonderwijs vormt een belangrijke hoeksteen van het Unesco-programma 'Onderwijs voor Allen'.

De computerlessen maken deel uit van een opleidingsprogramma dat georganiseerd wordt door de Filippijnse ambassade. Naast computerles kan ook een kook-, kapper- of naaiopleiding gevolgd worden. Het opleidingsprogramma ging twee jaar geleden van start met de bedoeling ongeschoolde Filippijnen een brede basis van vaardigheden aan te leren waar in hun thuisland vraag naar is. De lessen worden gegeven door het ambassadepersoneel en vrijwilligers. Ze vinden plaats op zondag, de enige vrije dag voor het Filippijnse huishoudpersoneel. Het Bureau voor Welzijn van de ambassade brengt de cursisten in contact met programma's voor werkzoekenden en helpt hen bij het zoeken van werk wanneer ze terugkeren naar de Filippijnen. "De lessen vergemakkelijken hun reïntegratie bij hun thuiskomst", zegt Manuella Pena, de ambassadeverantwoordelijke voor Welzijn. Velen van hen dromen ervan een restaurant, een cateringbedrijf of een andere eigen zaak te beginnen.

Het computercentrum van het Unesco-kantoor Beiroet is klaar om later deze maand een nieuwe groep cursisten te ontvangen. Door de vele mond-aan-mondreclame in de Filippijnse gemeenschap in Libanon is er nu een wachtlijst van meisjes die willen leren hoe ze internet, e-mail en andere basissoftwareprogramma's moeten gebruiken. Hierdoor kunnen ze ook gemakkelijker contact houden met hun familie en vrienden op het thuisfront.

]]>
Nieuwe radio-uitrusting voor universiteit in Papoea-Nieuw-Guineahttp://unesco-vlaanderen.be/2004/7/8/nieuwe-radio-uitrusting-voor-universiteit-in-papoea-nieuw-guineaThu, 08 Jul 2004 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2004/7/8/nieuwe-radio-uitrusting-voor-universiteit-in-papoea-nieuw-guineaDe UNESCO schenkt modern materiaal aan de communicatiestudenten van Papoea-Nieuw-Guinea waardoor ze op een degelijke manier radiojournalistiek kunnen leren bedrijven.

Nieuwe+radio-uitrusting+voor+universiteit+in+Papoea-Nieuw-GuineaDe studenten Communicatie en Journalistiek aan de Divine Word University (Papoea-Nieuw-Guinea) zijn erg te spreken over de nieuwe digitale radio-uitrusting die de UNESCO in 2003 schonk aan hun universiteit in het kader van het IPDC (International Programme for the Development of Communication). Het nieuwe materiaal werd ondergebracht in een speciaal daarvoor gebouwde afdeling van de universiteit.

De studenten tonen zich uiterst tevreden met het nieuwe materiaal en de nieuwe faciliteiten. Ze vertellen dat de oude uitrusting zeer traag en moeilijk hanteerbaar is en dat de enkele studio's in het land die dankzij overzeese donaties wel goed uitgerust zijn, niet optimaal gebruikt kunnen worden doordat het personeel de adequate opleiding ontbeert. Het gebruik van de nieuwe montageapparatuur en de minidisk-recorders daarentegen is volgens de meeste studenten gemakkelijk onder de knie te krijgen. De gebruiksvriendelijke digitale uitrusting helpt hen om de finesses van het radio maken beter te begrijpen en om hun taken met bevredigend resultaat op tijd klaar te krijgen. "Werken in de studio's is niet moeilijk. Het monteren gebeurt digitaal en neemt minder tijd in beslag dan met het oude systeem. Ook de minidisk-recorders bieden heel wat voordelen", aldus Priscilla Winfrey, een laatstejaarsstudente.

De kleine draagbare minidisk-recorders zijn gemakkelijk mee te dragen en zijn zeer nuttig voor de lessen radiojournalistiek en gemeenschapsverslaggeving. Ze maken het voor de studenten mogelijk om naar de mensen toe te stappen en met hen te praten in hun dorp of gemeenschap. Dat is belangrijk want de meeste mensen voelen er niets voor om speciaal voor een interview naar de universiteit te komen. Ook bieden de minidisk-recorders de studenten de mogelijkheid om de sfeer van het dorp vast te leggen met achtergrondgeluiden zoals de muziek van traditionele instrumenten.

De nieuwe digitale uitrusting helpt de studenten niet alleen bij het aanleren van de basisvaardigheden voor digitale radio, maar geeft hen ook de kans hun creativiteit tot uiting te brengen bij het samenstellen van hun programma's. Ze zijn zich zeer goed bewust van het radiopotentieel in hun land en zijn sterk gemotiveerd om zo goed mogelijk te leren omgaan met elektronische media.

Volgens Vashni Banam, de projectcoördinator, heeft het project de capaciteit van de afdeling Communicatie aanzienlijk verhoogd en zal het de opleiding in radiovaardigheden helpen promoten. Hij gelooft dat het project uiteindelijk ook de strategieën ter bevordering van het pluralisme en de onafhankelijkheid in de Stille Zuidzee zal ondersteunen.

]]>
Nieuw onderzoek over ICT in het onderwijs in Azië en de Stille Zuidzeehttp://unesco-vlaanderen.be/2004/7/7/nieuw-onderzoek-over-ict-in-het-onderwijs-in-azië-en-de-stille-zuidzeeWed, 07 Jul 2004 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2004/7/7/nieuw-onderzoek-over-ict-in-het-onderwijs-in-azië-en-de-stille-zuidzeeVoor het eerst brengt een onderzoek verslag uit van hoe het onderwijs in Azië en het gebied van de Stille Zuidzee omgaat met informatie- en communicatietechnologie.

Hoe beïnvloeden recente ontwikkelingen op het gebied van de ICT (informatie- en communicatietechnologie) het onderwijs in Azië en de Stille Zuidzee? Hoe worden nieuwe digitale technieken samen met meer traditionele media ingezet om leeromgevingen te verbeteren in het kader van Onderwijs voor Allen? De antwoorden op deze vragen zijn terug te vinden in een nieuw onderzoek over het gebruik van technologie in het onderwijs in Azië en de Stille Zuidzee, waarvan de UNESCO de resultaten publiceerde.

Vele landen in Azië en de Stille Zuidzee leveren grote inspanningen om deel te kunnen nemen aan een nieuwe, kennisgebaseerde maatschappij. Het is de eerste keer dat de inspanningen op het gebied van ICT en onderwijs in die volledige regio met een onderzoek worden geanalyseerd. Het onderzoek geeft een overzicht van de diverse programma's en initiatieven die via ICT willen bijdragen tot de hervorming van het onderwijs in verschillende landen zoals Afghanistan, Australië, Thailand en Vanuatu en toont in welke mate zij voldoende ICT-infrastructuur ontwikkeld hebben voor het onderwijs.

Uit het onderzoek blijkt dat de regio een grote verscheidenheid aan programma's kent, van lokale projecten waar radiotechnologie ingezet wordt tot meer baanbrekende initiatieven zoals interactief leren via mobiele telefonie in de Filippijnen of mobiele leslabo's voor afgelegen gemeenschappen in Australië.

Het onderzoek bevat ook een analyse van de factoren die het gebruik van ICT in het onderwijs tegenwerken, zoals bij voorbeeld het ontbreken van degelijk opgeleide lesgevers in ICT-integratie en het vaak pover uitgewerkte en inadequaat geïmplementeerde beleidskader. Deze analyse betekent een belangrijke hulp voor de UNESCO bij het uitwerken van haar huidige strategie en bij het uittekenen van toekomstige projecten.

De bevindingen van dit onderzoek naar het gebruik van ICT's in het onderwijs in Azië en de Stille Zuidzee zijn beschikbaar op: www.unescobkk.org/education/ict/metasurvey

]]>
150 nieuwe multimediacentra voor Afrikahttp://unesco-vlaanderen.be/2003/12/9/150-nieuwe-multimediacentra-voor-afrikaTue, 09 Dec 2003 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2003/12/9/150-nieuwe-multimediacentra-voor-afrikaEen nieuw project brengt informatie- en communicatietechnologiën naar achtergestelde gemeenschappen in Mali, Mozambique en Senegal.

De UNESCO en het Zwitsers Agentschap voor Ontwikkeling en Samenwerking lanceren samen een project om achtergestelde gemeenschappen in Mali, Mozambique en Senegal toegang te verlenen tot informatie- en communicatietechnologieën (ict's), waaronder het internet.

Het project, dat steunt op de ervaring van de UNESCO met de zogenaamde Community Multimedia Centres (CMC's), is afgestemd op de behoeften van de lokale gemeenschappen en biedt hen de kans om informatie te raadplegen en uit te wisselen in hun eigen taal. Het schept eveneens mogelijkheden voor de plaatselijke bevolking om onderwijs en opleidingen te volgen. CMC's combineren radio, telefoon, fax en computers aangesloten op het internet.

Het project voorziet de oprichting van 50 CMC's in elk van de drie landen, wat een grote stap voorwaarts betekent voor het CMC-initiatief van de UNESCO: tot nu toe zijn er 20 pilootcentra actief op het Afrikaanse continent. De officiële lancering van het project is gepland op 10 december tijdens een ceremonie op de World Summit on the Information Society (Genève, 10-12 december 2003).

De CMC's die momenteel in Afrika actief zijn, tellen 5 tot 18 computers. Maar omdat de gemeenschapsradio's deze digitale bron gebruiken, betekent dit dat tienduizenden mensen indirecte toegang tot het internet hebben, waaronder veel mensen met een beperkte geletterdheid. En de dienstverlening beperkt zich niet tot informatie. In Dakar (Senegal) of Timbuktu (Mali) bijvoorbeeld, werken CMC's samen met organisatie die microkredieten verlenen en helpen ze kleine bedrijfjes met hun boekhouding. Ze dragen ook bij tot de bewaring van het erfgoed door bijvoorbeeld oude manuscripten of antieke afbeeldingen in te scannen en digitaal voor de toekomst te bewaren.

Een ander voorbeeld van het nut van CMC's, is de gedragscode die dergelijke centra zichzelf oplegden in Mozambique. Zo verbonden de gemeenschapradio's zich ertoe om in de aanloop naar de verkiezingen, voorlichtingsprogramma's uit te zenden die aan de bevolking uitleggen hoe en waar je je stem kan uitbrengen en waarom het belangrijk is om te gaan stemmen.

De sleutel tot het succes van de CMC's is het feit dat ze behoren tot, en geleid worden door, de gemeenschappen waarvoor ze bestemd zijn. De centra dragen bij tot de ontwikkeling door onder andere alfabetiseringscursussen in te richten, gezondheidsvoorlichting te geven en informatie te verzamelen en te verspreiden die de landbouw ten goede kan komen.

In hun meest eenvoudige vorm, bestaan CMC's uit een kleine fm-radiozender (die minder dan 5.000 euro kost) en een aantal computers om te surfen op het internet, te e-mailen en een aantal basis bibliotheek en leertoepassingen aan te bieden. Daarnaast bieden ze een aantal commerciële diensten aan waaronder telefoon, fax, scannen, computeropleidingen, e-mail en ontwikkelingsgerichte diensten zonder winstoogmerk - gratis of gesubsidieerd - voor prioritaire doelgroepen zoals vrouwen of gehandicapten.

Het nieuwe project zal in de drie betrokken landen worden geïmplementeerd door de UNESCO in samenwerking met diverse partners waaronder intergouvernementele organisaties, de lokale overheden en de civiele maatschappij.

Voor meer achtergrond over het opzet van CMC's en de activiteiten van de UNESCO met betrekking tot communicatie, kan u de nieuwe gratis brochure Op naar de kennismaatschappij, UNESCO op het vlak van informatie en communicatie bij ons bestellen op dit adres: info@unesco-vlaanderen.be

]]>
Nieuwe technologieën moeten werelderfgoed veiligstellenhttp://unesco-vlaanderen.be/2002/10/11/nieuwe-technologieën-moeten-werelderfgoed-veiligstellenFri, 11 Oct 2002 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2002/10/11/nieuwe-technologieën-moeten-werelderfgoed-veiligstellenVirtueel Congres over informatie- en communicatietechnologieën moet oplossingen bieden om het Werelderfgoed beter te vrijwaren.

De UNESCO organiseert in samenwerking met het Centre for Design Visualization van de Universiteit van Californië in Berkeley een reeks van zeven interactieve conferenties die samen het Virtueel Congres "Werelderfgoed in het Digitale Tijdperk" vormen. De conferenties worden georganiseerd naar aanleiding van de 30ste verjaardag van de Werelderfgoedconventie, het belangrijkste internationale instrument om het natuurlijk en cultureel erfgoed van onze planeet te beschermen. De bedoeling van deze virtuele bijeenkomsten is om het beheer van het werelderfgoed te bevorderen. Ze vinden plaats in de maanden oktober en november in zeven verschillende steden.

Ondanks een goed beheer worden monumenten, landschappen en sites met een universele waarde nog steeds bedreigd. Natuurrampen, oorlogen, plunderingen en een slecht toeristisch beleid ondermijnen de activiteiten van de UNESCO en haar partners om het Werelderfgoed te bewaren. Volgens de directeur-generaal van de UNESCO Koïchiro Matsuura moeten er een aantal preventieve maatregelen opgesteld worden om de 33 sites van de Lijst van het Werelderfgoed in Gevaar en nog een honderdtal andere monumenten en landschappen die zich in een alarmerende toestand bevinden, te beschermen. " De identificatie, de bewaring en het behoud van sites die de natuurlijke en culturele diversiteit van onze planeet vertegenwoordigen, kan alleen verzekerd worden door een samenwerking tussen de regeringen, de plaatselijke politiek, de zakenwereld en de lokale bevolking," aldus Matsuura.

Samenwerking

De eerste bijeenkomst uit een reeks van zeven vindt plaats op 16 oktober in Parijs waar 250 ambtenaren uit verschillende landen en vertegenwoordigers van de lidstaten die de Conventie ratificeerden, aanwezig zullen zijn. Tijdens de conferentie wordt er gedebatteerd over het thema "Elected Representatives and World Heritage: Challenges of Decentralization".

De conferenties zullen voornamelijk worden bijgewoond door staatsambtenaren omdat de staten meestal verantwoordelijk zijn voor het opstellen van een duurzaam beleid voor het erfgoed. Dit sluit echter niet uit dat ook plaatselijke functionarissen een belangrijke rol spelen. Door de samenwerking tussen verschillende steden uit het Noorden en het Zuiden krijgen mensen die begaan zijn met het werelderfgoed de kans om hun cultuur open te stellen voor de buitenwereld en om een steentje bij te dragen aan de rehabilitatie van bedreigde culturele en natuurlijke sites. Zo ontstond er in 1995 een samenwerking tussen de stad Chinon (Frankrijk) en Luang Prabang (Laos). Deze samenwerking droeg bij tot de wederopbouw van het oude stadsgedeelte van Luang Praban. Een centrum voor werelderfgoed werd door de lokale autoriteiten opgericht en profiteerde van de uitwisseling van ervaringen en informatie van Chinon zoals de regulering van de stadsplanning. Vandaag de dag experimenteren vele steden met samenwerking om hun erfgoed op een duurzame manier te bewaren en te beschermen.

Afrika

Op dezelfde datum als de conferentie in Parijs worden er twee andere bijeenkomsten georganiseerd in Afrika en Azië. In Dakar (Senegal) wordt het onderwerp "Teaching World Heritage in Afrika" behandelt. Ongeveer 30 professoren zullen tijdens de conferentie een inventaris opstellen van universitaire programma's voor natuurwetenschappen en architectuur, voor onderzoek naar de digitale kloof, voor stedelijke planning en het veiligstellen van het erfgoed, en zullen nagaan hoe de Werelderfgoedconventie in Afrika wordt toegepast.

In Bejing (China) komen architecten en ambtenaren samen om hun ervaringen rond "Architecture and World Heritage" uit te wisselen met de bedoeling om na te gaan hoe nieuwe technologieën kunnen helpen bij het ontwerpen van toeristische infrastructuur die het Werelderfgoed niet onnodig belast.

Enkele dagen later vinden conferenties plaats in de Arabische regio en Europa. In Alexandrië (Egypte) komen Egyptische en Arabische staatsambtenaren, diplomaten en internationale specialisten samen om het "Heritage Management and Mapping: Geographical Information Systems (GIS) and Multimedia" te bespreken zodat er een betere planning opgesteld kan worden voor sites in de steden en op het platteland.

Crisismanagement

Het Europese congres wordt gehouden in Tours (Frankrijk) en zal het onderwerp "The Great World Heritage Rivers: From Crisis to Risk Management Culture" aansnijden. Recente overstromingen in Europa vernielden kostbare historische archieven, troffen belangrijke musea in Praag en overspoelden waardevolle culturele landschappen in Wachau (Oostenrijk). De bescherming tegen natuurrampen staat momenteel hoog op de agenda. Tijdens het congres zullen dan ook nieuwe technologieën besproken worden die moeten helpen bij de analyse, preventie en management van natuurrampen die het cultureel erfgoed vernietigen.

Satellieten

De twee laatste bijeenkomsten worden in november gehouden. In Straatsburg, Frankrijk komen internationale specialisten samen om nieuwe ruimtetechnologieën te bespreken die kunnen bijdragen tot het behoud van het Werelderfgoed. Tegenwoordig worden er al satellieten gebruikt om de laatste berggorilla's in het natuurlijk werelderfgoed in Afrika in het oog te houden en te beschermen tegen stropers. Ondertussen zijn er reeds nieuwe satellieten ontwikkeld die de schade aan gebouwen en plunderingen van sites kunnen controleren. De conferentie zal de toepassingen van die technologieën analyseren en een kostenraming opstellen.

In Mexico City is er een bijeenkomst van nationale en internationale experten op het gebied van stedelijke ontwikkeling en afgevaardigden van de plaatselijke autoriteiten. Tijdens de conferentie voor "Heritage Management and Historical Cities: Planning for Mixed Use and Social Equity" zullen de problemen rond toerisme en landspeculaties besproken worden. Inwoners van een bepaald gebied worden door deze ontwikkelingen vaak gedwongen om ergens anders te gaan wonen. De stadsplanning moet daarom in de toekomst de sociale mix en levendigheid van de historische centra bevorderen. Om dit te bereiken moeten er geografische informatiesystemen ontwikkeld worden die de bevolkingsdichtheid en de algemene leeftijd, de prijs van land per vierkante meter en de ontwikkeling van de infrastructuur kunnen bepalen.

Rond het Virtueel Congres worden tal van andere evenementen georganiseerd zoals de vijfde jaarlijkse architectuurwedstrijd, georganiseerd door de Universiteit van Californië in Berkeley. Dit jaar moeten de deelnemers een ontwerp maken rond de sites van het werelderfgoed. In Parijs worden er foto's opgehangen in metro's en bussen om het publiek bewust te maken van de diversiteit van het werelderfgoed en om de mensen aan te sporen om deel te nemen aan het Virtueel Congres.

Voor meer informatie: www.virtualworldheritage.org

]]>
België en Zwitserland financieren nieuw communicatieprogrammahttp://unesco-vlaanderen.be/2001/1/18/belgië-en-zwitserland-financieren-nieuw-communicatieprogrammaThu, 18 Jan 2001 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2001/1/18/belgië-en-zwitserland-financieren-nieuw-communicatieprogrammaBeide landen financieren de komende jaren een nieuw programma dat moet bijdragen tot het dichten van de digitale kloof.

De twee landen stellen geld ter beschikking voor een nieuw programma dat multimedia centra wil oprichten in arme, of op het vlak van ICT achtergestelde, gemeenschappen. Die moeten de bevolking een betere toegang tot informatie verschaffen en hun communicatiemogelijkheden aanzienlijk vergroten.

Combinatie

Het programma combineert de nieuwe en de traditionele media met elkaar om de opgelopen achterstand weg te werken. Zo zal het onder meer zorgen voor een kruisbestuiving tussen bijvoorbeeld gemeenschapsradio's en het internet. De UNESCO beschikt over heel wat ervaring op het vlak van het promoten en oprichten van gemeenschapsradiozenders en wendt die nu aan om telecommunicatiecentra op te zetten die ook gebruik maken van de allernieuwst technologieën.

Sommige van de armste gemeenschappen in de ontwikkelingslanden kunnen genieten van de nieuwe kansen die deze faciliteiten met zich meebrengen. Dankzij een betere toegang tot informatie beschikken ze immers over een middel om hun sociale en economische ontwikkeling te bevorderen. Lokale radiostations die in de plaatselijke taal programma's uitzenden die gemaakt zijn door lokale mensen zorgen er, in combinatie met de nieuwe ICT, voor dat zowel geletterde als ongeletterde mensen toegang hebben tot informatie en deze ook met anderen kunnen uitwisselen.

Donatie

De donatie van Zwisterland (1.000.000 euro gespreid over drie jaar) en België (344.000 euro gespreid over de periode 2001-2002) betekent een aanzienlijke versterking voor de activiteiten van het Internationaal Programma voor de Ontwikkeling van de Communicatie van de UNESCO dat alle programma's coördineert die tot doel hebben om de ontwikkeling van de ICT in de ontwikkelingslanden te bevorderen.

]]>
Digitale revolutie voor het onderwijs?http://unesco-vlaanderen.be/2000/11/1/digitale-revolutie-voor-het-onderwijsWed, 01 Nov 2000 04:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2000/11/1/digitale-revolutie-voor-het-onderwijsDe digitale communicatietechnologie mag dan al bepaalde mogelijkheden bieden voor het onderwijs, het blijft wel een dure aangelegenheid. Daarom mogen de 'oudjes' zoals radio en televisie niet vergeten worden. De technologie moet het onderwijs dienen, niet andersom.

De globale verspreiding van computers en het internet verandert de manier waarop we met elkaar communiceren en handel drijven. Toch heerst er onder experts onenigheid over de impact van die evolutie op het onderwijs, vooral voor de ontwikkelingslanden. Ondanks het grote enthousiasme van de voorstanders, lijkt het hoogst onwaarschijnlijk dat de nieuwe technologie de geheime formule is die alle problemen waarmee onderwijsexperts al jaren worstelen, in één muisklik zal oplossen. Het zou integendeel de bestaande ongelijkheden nog kunnen vergroten. Mark Malloch Brown van het Ontwikkelingsprogramma van de VN (UNDP) wijst erop dat "hoewel wetenschap en technologie meer welvaart blijven scheppen in de rijke landen, de toestand in de ontwikkelingslanden er vaak nog steeds blijft op achteruit gaan."

Veranderingen

Professor David Johnston van de Canadese Adviesraad voor de Informatiesnelweg (IHAC) is een vurig verdediger van de informatie en communicatie technologie, kortweg ICT. De nationale verbindingsstrategie van de IHAC verbond reeds 15.000 scholen en 3.000 bibliotheken met het internet. Bedoeling is, volgens Johnston, om iedereen voor te bereiden op een wereld waarin "globalisering alomtegenwoordig is. De informatiesnelweg verandert het zaken doen en de markten, in alle sectoren stijgt de vraag naar kennis en hoogopgeleide mensen."

In een dergelijke context kan je niet omheen het potentieel van de ICT voor het onderwijs. Maris O'Rourke van de Wereldbank ziet drie manieren waarop de ICT een verschil kan maken: ze kan mensen bereiken die voordien van onderwijs verstoken bleven, ze kan de onderwijsadministratie decentraliseren en de gemeenschappen meer betrekken, en ze kan gebruikt worden om mensen over de technologie zelf te leren, zodat ze nieuwe vaardigheden opdoen die ze in de toekomst nodig zullen hebben.

Prioriteiten

Programma's zoals dat van de IHAC vergen enorme investeringen die buiten het bereik liggen van de meeste ontwikkelingslanden. Een studie ter voorbereiding van de EFA conferentie in Dakar die de haalbaarheid van de invoering van ICT in het onderwijs naging, kwam tot het besluit dat ongeacht de technologie, de eerste prioriteit steeds moet liggen bij het bouwen, onderhouden, beheren en bemannen van basisscholen. Voor het secundair en hoger onderwijs is het potentieel van de ICT wellicht groter, maar de kosten blijven wel hoog oplopen.

De nieuwe technologie houdt zowel voordelen als gevaren in voor het onderwijs. Eén van de kansen die ze biedt, is een betere samenwerking tussen de ontwikkelingslanden. Volgens Mark Malloch Brown is het Zuiden best in staat om zelf oplossingen te vinden voor de uitdagingen die de veranderingen met zich meebrengen. Hij verwijst naar Korea, waar uiterst vooruitstrevende research wordt gevoerd, naar het Indisch beleid dat Bangalore omtoverde tot een heuse "Silicon Valley" en naar de ontluikende software-industrie in Costa Rica. "Al deze initiatieven kunnen aanpasbare blauwdrukken opleveren voor verdere ontwikkeling," aldus Malloch Brown.

Gevaren

Eén van de gevaren is dat de "digitale kloof" die gaapt tussen zij die over computers en de bijhorende vaardigheden beschikken, en zij die niets van dat alles hebben, in de toekomst nog zal vergroten in plaats van te verkleinen. De Indische softwarespecialist Venkatesh Hariharan merkt op dat aangezien slecht tien procent van India's bevolking Engels spreekt, er zo'n 900 miljoen andere Indiërs zijn die van de "digitale revolutie" in de nabije toekomst zullen worden uitgesloten. Hetzelfde geldt voor de sprekers van minderheidstalen overal ter wereld: de dominantie van het Engels op het internet is een even grote barrière als de hoge kosten van het materiaal.

Een computer in elk klas neerpoten, is naast zeer kostelijk, niet noodzakelijk de beste oplossing voor de ontwikkelingslanden. De kosten om een interactief educatief radioprogramma tot bij de leerlingen te brengen, worden geschat tussen de 100 en 300 frank per student, per jaar. Het equivalent voor computers in school beloopt tussen de 700 en 2.500 frank per student, per jaar.

Alternatieven

De EFA studie somt een aantal alternatieven op om leerlingen in contact te brengen met computers: het gebruik van mobiele eenheden, het delen van computers met andere organisaties, het beroep doen op derden die informatie op het internet opzoeken op vraag van leerkrachten. Al deze mogelijkheden kwamen onvoldoende aan bod bij eerdere onderwijsplanning, zo beweert de studie.

Een aantal initiatieven slaagt erin om de nieuwe en oude technologie op een inventieve manier te combineren en op een educatieve manier te gebruiken. In Sri Lanka kunnen dorpelingen via een interactief radioprogramma aan computerbezitters vragen om informatie via het internet op te zoeken over onderwerpen die hen interesseren. Telesecundaria in Mexico zendt speciale schooltelevisieprogramma's uit voor leerlingen van het secundair onderwijs die in landelijke en afgelegen gebieden wonen.

De tijd zal ongetwijfeld een beter inzicht brengen over de impact van de ICT op het onderwijs. Vast staat dat "weg met het oude, verder met het nieuwe" een te drastische keuze is. Het debat moet niet zozeer gevoerd worden in termen van oud en nieuw, maar moet zich afvragen hoe de technologie het best kan bijdragen tot het verzekeren van onderwijs voor iedereen.

]]>