UNESCO Platform Vlaanderen, thema "sport"http://www.unesco-vlaanderen.be2014-12-06T22:38:46Het UNESCO Platform Vlaanderen legt zich in de eerste plaats toe op het zo breed mogelijk verspreiden van informatie over de activiteiten en programma’s van UNESCO. Dat doet ze onder meer via het driemaandelijks tijdschrift UNESCO info, door het uitgeven van brochures rond specifieke UNESCO-prioriteiten en door het runnen van een informatie- en documentatiecentrum waar mensen kunnen aankloppen met vragen die verband houden met UNESCO.http://www.unesco-vlaanderen.be/media/html/unesco_platform_vlaanderen_logo.pngUNESCO Platform Vlaanderen, thema "sport"http://www.unesco-vlaanderen.benlZet racisme buitenspelhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2011/3/21/zet-racisme-buitenspelMon, 21 Mar 2011 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2011/3/21/zet-racisme-buitenspelSpelers van FC Barcelona laten van zich horen op de Internationale Dag tegen Racisme.

Op 21 maart vraagt de internationale gemeenschap extra aandacht voor de strijd tegen racisme. Lionel Messi, Seydou Keita en Gerard Piqué, sterspelers van FC Barcelona, roepen supporters op om racisme buitenspel te zetten.

UNESCO en FC Barcelona werken sinds 2007 samen om via het onderwijs en de sport meer bewustzijn te creëren onder jongeren en om dialoog, wederzijds begrip en sociale samenhang te bevorderen. Daarbij ligt de nadruk op het inzetten van sport als een instrument in de strijd tegen racisme en discriminatie.

De datum van de Internationale Dag tegen Racisme herinnert aan de dag dat de politie in 1960 het vuur opende op een vreedzame betoging van mensen die protesteerden tegen de Apartheid in Sharpeville, Zuid-Afrika. Daarbij vielen 69 doden.


]]>
UNESCO houdt Franse première van Clint Eastwood's Invictushttp://www.unesco-vlaanderen.be/2009/12/22/unesco-houdt-franse-première-van-clint-eastwood's-invictusTue, 22 Dec 2009 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2009/12/22/unesco-houdt-franse-première-van-clint-eastwood's-invictusDe nieuwe film van regisseur Clint Eastwood gaat in Frankrijk in première op de hoofdzetel van UNESCO. Daarmee wil de Organisatie aandacht vragen voor de verzoenende rol van sport en voor de strijd tegen racisme.

UNESCO+houdt+Franse+premi%26%23232%3bre+van+Clint+Eastwood%26%2339%3bs+InvictusUNESCO houdt op 11 januari 2010 de Franse première van de nieuwe film van de Amerikaanse regisseur Clint Eastwood. Invictus vertelt het verhaal van de wereldbeker rugby in Zuid-Afrika in 1995. De film hangt een beeld op van hoe Nelson Mandela - vrijgekomen en verkozen als president van Zuid-Afrika - tracht om via de wereldbeker de eenheid in zijn land te vergroten na het einde van de apartheid.

De belangrijkste rollen in de film zijn voor Morgan Freeman, als Nelson Mandela, en Matt Damon die gestalte geeft aan François Pienaar, de aanvoerder van het Zuid-Afrikaanse rugbyteam.

Invictus sluit nauw aan bij UNESCO's Sport voor vrede en ontwikkeling programma dat gebaseerd is op het potentieel van sport om waarden zoals vrede, solidariteit en tolerantie uit te dragen. Sport is een instrument om sociale intergratie en economische ontwikkeling te stimuleren en slaagt er als geen ander in om een gevoel van eenheid te creëren aangezien het bruggen slaat over ras, cultuur en armoede heen.

UNESCO helpt lidstaten en het middenveld bij het ontwikkelen en implementeren van een op de mensenrechten geïnspireerd sportbeleid. Dat doet ze door sport te promoten als een instrument voor vrede, verzoening en ontwikkeling; door de toegang tot, en de kwaliteit van, lichamelijke opvoeding te vergroten; door traditionele sporten en spellen te helpen vrijwaren voor toekomstige generaties; door eraan te werken dat meisjes evenveel kansen krijgen om te sporten als jongens; door racisme en uitsluiting op alle niveaus te bestrijden; en door regeringen aan te zetten om de strijd tegen doping en racisme in de sport aan te binden.

Clint Eastwood kreeg in 2003 de UNESCO Fellini Medaille voor zijn opmerkelijke carrière en voor de talrijke films die hij regisseerde in de Amerikaanse traditie van het filmmaken. UNESCO reikt de Fellini Medaille (die de beeltenis draagt van de legendarische Italiaanse regisseur) sinds 1995 uit om hulde te brengen aan de belangrijkste figuren in de filmindustrie, en aan opmerkelijke inspanningen om de kunst van de film te stimuleren. Tot de winnaars behoren onder meer de Belgische regisseur Chantal Akerman, de Iraanse regisseurs Abbas Kiarostami, Mohsen Makhmalbaf en Samira Makhmalbaf, de Zuid-Koreaanse regisseur Im Kwon-taek, de Franse producent en talentspotter Pierre Rissient, de Britse actrice Vanessa Redgrave, de Franse acteur Gerard Depardieu en Jerôme Clement, het hoofd van de Frans-Duitse tv-zender Arte.

Klik hier voor meer informatie over de verschillende programma's van UNESCO die betrekking hebben op sport en lichamelijke opvoeding.

Klik hier voor meer informatie over Invictus, de nieuwe film van Clint Eastwood.

]]>
Olympisch volleybalkampioene krijgt eretitel van UNESCOhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2009/9/8/olympisch-volleybalkampioene-krijgt-eretitel-van-unescoTue, 08 Sep 2009 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2009/9/8/olympisch-volleybalkampioene-krijgt-eretitel-van-unescoDe Braziliaans volleybalspeelster Jackie Silva krijgt de titel van UNESCO Champion for Sport en komt daarmee in het rijtje te staan waarin ook Justine Henin, Usain Bolt en Michael Schumacher een prominente plaats innemen. Olympisch+volleybalkampioene+krijgt+eretitel+van+UNESCOTijdens een ceremonie op de hoofdzetel van UNESCO in Parijs duidde de topman van UNESCO, Koïchiro Matisuura, de Braziliaanse volleybalkampioene Jackie Silva aan als UNESCO Champion for Sport.

Jackie Silva begon haar volleybalcarrière op 14-jarige leeftijd toen ze begon te spelen voor het Braziliaanse nationaal team. In 1994 riep de Vereniging van Volleybalprofessionals haar uit tot beste speelster ter wereld. In 1996 werd ze op de Olympische Spelen van Atlanta de eerste Braziliaanse atlete die goud veroverde, samen met haar landgenote Sandra Pires.

Na een glorieuze carrière als sterspeelster in Brazilië, Italië en de Verenigde Staten, richtte ze in 1999 het Jackie Silva Instituut op en het eerste Jackie's Volleyball Club sportcentrum op. Het instituut werd geboren vanuit de overtuiging dat sport sociale banden kan smeden tussen jonge mensen. Inmiddels heeft het instituut 49 centra, verspreid over de deelstaat Rio de Janeiro die gerund worden in samenwerking met lokale overheden en ngo's. Ze proberen nieuwe talenten te ontwikkelen en kansen te bieden aan kwetsbare en achtergestelde jongeren. Er zijn zo'n 6.000 kinderen en jongeren, van 8 tot 16 jaar oud, ingeschreven in de centra. Naast sporttrainingen organiseren de centra workshops en lezingen rond hiv en aidspreventie, tienerzwangerschap en druggebruik.

Met deze nieuwe aanduiding wil UNESCO meer aandacht vragen voor haar inspanningen op het vlak van inclusief onderwijs. Deze vorm van onderwijs is gebaseerd op het universeel recht op kwaliteitsvol onderwijs en combineert educatie met persoonlijke ontwikkeling. Daarbij gaat bijzondere aandacht uit naar kwetsbare en achtergestelde groepen en streeft men naar de ontwikkeling van het potentieel van elk individu. Jackie Silva deelt de overtuiging van UNESCO dat sport kan bijdragen tot vrede en ontwikkeling. De atlete zal zich actief inzetten om onderwijsprojecten van UNESCO te promoten, vooral in Portugeessprekende landen.

Als UNESCO Champion of Sport treedt Jackie Silva in de voetsporen van sportlui zoals Justine Henin (tennis), Michael Schumacher (Formule 1), Usain Bolt (atletiek), Vitali & Wladimir Klitschko (boksen) en Sergei Bubka (atletiek).

]]>
Jamaicaanse sprintsensaties krijgen UNESCO-eretitelhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2008/9/15/jamaicaanse-sprintsensaties-krijgen-unesco-eretitelMon, 15 Sep 2008 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2008/9/15/jamaicaanse-sprintsensaties-krijgen-unesco-eretitelUsain Bolt en Veronica Campbell-Brown liepen zich in de schijnwerpers tijdens de Olympische Spelen in Peking en mogen zich voortaan UNESCO-sportkampioenen noemen. Jamaicaanse+sprintsensaties+krijgen+UNESCO-eretitelDe Jamaicaanse sprinters Usain Bolt en Veronica Campbell-Brown zullen voortaan door het leven stappen als UNESCO Champions for Sport. Dat is op 13 september 2008 bekendgemaakt door de directeur-generaal van de UNESCO, Koïchiro Matsuura, tijdens de opening van het Internationaal Congres over Sport voor Ontwikkeling en Vrede in Kingston (Jamaica).

Usain Bolt was een van de grote blikvanger tijdens de voorbije Olympische Spelen in Peking. Hij won er zowel de 100m als de 200m in een nieuwe wereldrecordtijd en vestigde eveneens een wereldrecord op de 4x100m met het Jamaicaanse mannenteam. Veronica Campbell-Brown won tijdens de Spelen in Peking haar vijfde olympische medaille: goud op de 200m.

Beide atleten krijgen de eretitel van de UNESCO omwille van hun engagement voor vrede en verdraagzaamheid en omwille van hun inzet voor de gelijkheid van mannen en vrouwen in de sport.

De eretitel UNESCO Champion for Sport wordt gegeven aan grote sportpersoonlijkheden die de waarden van de UNESCO hoog in het vaandel dragen. Eerder kregen onder andere tennisspeelster Justine Henin, Formule 1-kampioen Michael Schumacher en voetballegende Pelé deze titel.

]]>
België en VS bij de meer dan 90 landen die antidopingconventie ondertekendenhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2008/8/6/belgië-en-vs-bij-de-meer-dan-90-landen-die-antidopingconventie-ondertekendenWed, 06 Aug 2008 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2008/8/6/belgië-en-vs-bij-de-meer-dan-90-landen-die-antidopingconventie-ondertekendenUNESCO meldt dat al meer dan 90 landen toetraden tot haar antidopingconventie waarmee de strijd tegen het dopinggebruik in de sport op internationale schaal gestroomlijnd wordt.

Belgi%26%23235%3b+en+VS+bij+de+meer+dan+90+landen+die+antidopingconventie+ondertekendenDe Verenigde Staten hebben op 4 augustus 2008 de Internationale conventie tegen het dopinggebruik in de sport van de UNESCO geratificeerd. Dat is onder meer belangrijk met het oog op de kandidatuur van Chicago voor de organisatie van de Olympische Spelen van 2016. Meer dan 90 landen, waaronder ook België, hebben de conventie inmiddels ondertekend.

"Ik ben verheugd dat de Verenigde Staten zich aansluiten bij de internationale inspanning om het dopinggebruik in de sport te bestrijden," reageert Koïchiro Matsuura, directeur-generaal van de UNESCO, op de Amerikaanse beslissing. "De conventie ratificeren tijdens een olympisch jaar geeft een duidelijk signaal aan de atleten dat doping niet getolereerd wordt. Deze conventie is een cruciaal wapen in de strijd tegen een schadelijke praktijk die al datgene ondermijnt waarvoor de sport staat."

Met de Internationale conventie tegen het dopinggebruik in de sport schakelen regeringen wereldwijd voor het eerst het internationaal recht in ter bestrijding van doping. De conventie helpt om antidopingregels en beleid en richtlijnen terzake op mondiaal vlak gelijk te stemmen zodat atleten in een eerlijke omgeving kunnen presteren. De Algemene Conferentie van de UNESCO nam de conventie aan in 2005. Ze trad in werking op 1 februari 2007.

De conventie is ontwikkeld om het voor regeringen mogelijk te maken om specifieke acties te ondernemen tegen doping in de sport. Bepaalde acties kunnen immers enkel door regeringen ondernomen worden, denk maar aan het verbieden van bepaalde prestatiebevorderende middelen voor atleten. Er moeten maatregelen getroffen worden om de entourage van atleten te overtuigen om mee te werken in de strijd tegen doping, om de handel in prestatiebevorderende middelen een halt toe te roepen en om een duidelijke regelgeving te voorzien voor voedingssupplementen. De conventie voorziet ook een Fonds voor het uitroeien van het dopinggebruik in de sport dat is gericht op voorlichting en op de ontwikkeling van trainings- en onderzoeksprogramma's.

]]>
Justine Henin waarschuwt jongeren voor dopinghttp://www.unesco-vlaanderen.be/2007/7/18/justine-henin-waarschuwt-jongeren-voor-dopingWed, 18 Jul 2007 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2007/7/18/justine-henin-waarschuwt-jongeren-voor-dopingUNESCO Champion for Sport, Justine Henin, sprak met de jonge spelers die deelnamen aan een Frans, door de UNESCO gesteund, jeugdtennistornooi. Justine+Henin+waarschuwt+jongeren+voor+dopingAan de start van het Stade Français Paris - BNP Paribas Cup tennistornooi voor spelers van 13 en 14 jaar oud, sprak UNESCO Champion for Sport Justine Henin op 9 juli 2007 de jonge deelnemers in Parijs toe om hen te waarschuwen voor de gevaren en verlokkingen van doping. Het was haar eerste opdracht in het kader van haar nieuwe functie en één van de verschillende bewustmakingsinitiatieven die de UNESCO organiseerde tijdens het tornooi dat onder haar auspiciën georganiseerd wordt.

U werd in december van vorig jaar uitgeroepen tot UNESCO Champion for Sport. Dit was de eerste keer dat u officieel namens de Organisatie sprak, niet?

Justine Henin: Dit was inderdaad het eerste initiatief dat ik ondernam. Ik vond het vooral belangrijk omdat het gericht was op jongeren van 13 en 14 jaar. Dat is een belangrijke leeftijd om bepaalde aspecten van het leven te leren begrijpen. Ik probeerde over te brengen dat sport moet gevoed worden door passie, door de liefde voor het spel. Ik heb er natuurlijk mijn beroep van gemaakt, maar boven alles blijf ik van sport houden. Ik hou ervan om te winnen, ik ben een competitiebeest, maar ik hou ook van de opofferingen die je moet opbrengen om te kunnen slagen. Geloof me vrij, er bestaat geen grotere voldoening dan te slagen nadat je alles hebt gegeven.

Uw taak voor de UNESCO spitst zich vooral toe op het vergroten van het publiek bewustzijn over het probleem van doping in de sport.

Doping gebruiken, is de kluit bedriegen en dat kan ik me niet inbeelden, noch op persoonlijk vlak noch in mijn carrière. Winnen is belangrijk maar niet ten koste van alles. Doping is duidelijk een kwestie van ethiek, van eerlijkheid tegenover jezelf, van integriteit en waardigheid maar boven alles van gezondheid. Je leven in gevaar brengen om te winnen, dat kan voor mij niet.

Jammer genoeg evolueren we naar een (sport)wereld waarin geld en allerlei andere belangen meespelen maar we mogen niet vergeten dat sport in de eerste plaats een spel is. En het helpt ons om instrumenten voor ons verdere leven te ontwikkelen - dat is wat ik aan de kinderen wou duidelijk maken. Ik zei hen: "Jullie zijn nu heel erg bezig met jullie sport en dat is zeer goed. Geef alles wat je in je hebt, maar tot op zekere hoogte. Sommige grenzen mag je nooit overschrijden. Wees voorzichtig. Laat je niet zomaar door alles beïnvloeden."

En kwam de boodschap over?

Het verschilt enorm van individu tot individu. Sommige jongeren hadden al een sterk ontwikkelde persoonlijkheid en hadden duidelijk bepaalde waarden aangenomen. Anderen zijn zover nog niet. Wat me vooral trof, is zien hoezeer sommige kinderen open staan voor advies, hoezeer ze bezorgd zijn, terwijl anderen dan weer weinig geïnteresseerd zijn en het discours over doping zeer licht opnemen. Zij hebben nog een langere weg af te leggen.

Klik hier voor meer informatie over het jeugdtennistornooi waar de UNESCO aan sensibilisering doet.

]]>
UNESCO Antidopingconventie schiet in februari uit de startblokkenhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2007/1/9/unesco-antidopingconventie-schiet-in-februari-uit-de-startblokkenTue, 09 Jan 2007 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2007/1/9/unesco-antidopingconventie-schiet-in-februari-uit-de-startblokkenOp 1 februari 2007 treedt de Antidopingconventie van de UNESCO in werking. Justine Henin-Hardenne wordt uitgespeeld als gezicht van de conventie. UNESCO+Antidopingconventie+schiet+in+februari+uit+de+startblokkenIn oktober 2005 schaarde de Algemene Conferentie van de UNESCO zich achter de Internationale conventie tegen het dopinggebruik in de sport. Sindsdien traden 41 landen tot de conventie toe. De dertigste lidstaat meldde zich op 11 december 2006 - bijgevolg zal de antidopingconventie, volgens haar eigen voorschriften, op 1 februari 2007 in werking treden. Van 5 tot 7 februari 2007 komen de lidstaten bijeen op de hoofdzetel van de UNESCO in Parijs om de spelregels van de conventie vast te leggen.

"De conventie is er gekomen omdat landen vanuit de hele wereld de strijd tegen het dopinggebruik van een internationaal wettelijk kader wilden voorzien," aldus Koïchiro Matsuura, directeur-generaal van de UNESCO. "Het is een instrument dat toelaat om standaarden te harmoniseren en juridisch gewicht te geven aan de Wereldantidopingcode."

Tijdens de bijeenkomst in februari zullen de landen die tot de conventie toetraden, de aangepaste lijst van verboden producten van het Wereld Antidoping Agentschap (WADA) aannemen, een coördinatiebureau verkiezen en de regels en de procedures voor het functioneren van de conventie uitwerken. Er zal ook een vrijwillig fonds opgericht worden ter financiering van de strijd tegen doping in de sport.

Tijdens de opening van de eerste vergadering van lidstaten van de antidopingconventie, zullen de aanwezigen een videoboodschap te zien krijgen van Justine Henin-Hardenne. De tennisspeelster werd op 14 december 2006 gehuldigd als UNESCO Champion for Sport. Ze zal dit ambassadeurschap onder meer invullen door jonge sporters voor te lichten over de gevaren die onlosmakelijk met doping verbonden zijn.

Klik hier voor meer informatie over de antidopingconventie van de UNESCO die op 1 februari 2007 van kracht wordt.

]]>
UNESCO eretitel voor Justine Henin-Hardennehttp://www.unesco-vlaanderen.be/2006/6/27/unesco-eretitel-voor-justine-henin-hardenneTue, 27 Jun 2006 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2006/6/27/unesco-eretitel-voor-justine-henin-hardenneDe Belgische tennisspeelster Justine Henin-Hardenne krijgt een eretitel van de UNESCO en zal de Organisatie helpen in haar strijd tegen doping. UNESCO+eretitel+voor+Justine+Henin-HardenneGisteren maakte de UNESCO bekend dat ze de titel van UNESCO Champion for Sport toekent aan de Belgische tennisspeelster Justine Henin-Hardenne. De Organisatie eert haar volgens directeur-generaal Koïchiro Matsuura omwille van "haar sterke karakter, haar inzet, haar fair-play en haar integriteit."

Met haar palmares en haar eigenschappen ziet de UNESCO in Henin-Hardenne een uitstekende ambassadrice om de strijd tegen doping te propageren. "Ze kan jonge sporters inspireren en de UNESCO helpen om hen een gevoel voor ethiek in de sport bij te brengen en om een antidoping boodschap te verspreiden," aldus Matsuura.

Henin-Hardenne is de eerste vrouwelijke UNESCO Champion for Sport. Ze vervoegt de rangen van de Oekraïense polsstokspringer Serhiy Bubka, de Franse judoka David Douillet, de Russische ijshockeyspeler Vyacheslav Fetisov en de Duitse Formule 1 piloot Michael Schumacher. De Braziliaanse voetballegende Pelé is als sinds 1994 Goodwill Ambassadeur van de UNESCO.

Tijdens de 33ste Algemene Conferentie van de UNESCO namen de lidstaten van de Organisatie vorig jaar een Internationale Conventie tegen het Dopinggebruik in de Sport aan om landen een wettelijk kader te bieden om de internationale strijd tegen doping te harmoniseren.

Klik hier voor meer informatie over de Internationale Conventie tegen het Dopinggebruik in de Sport en de strijd van de UNESCO tegen doping.

]]>
UNESCO en doping: het waaromhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2005/12/1/unesco-en-doping-het-waaromThu, 01 Dec 2005 07:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2005/12/1/unesco-en-doping-het-waaromMoet de UNESCO zich eigenlijk wel met doping bezig houden? We vroegen het aan iemand van het Vlaamse Team voor Medisch Verantwoord Sporten.

Soms klinkt er kritiek op de UNESCO omdat de Organisatie zich met teveel dingen tegelijkertijd zou bezighouden - wat haar efficiëntie niet bevordert. Als dan het nieuws komt dat de UNESCO een conventie ter bestrijding van het dopinggebruik in de sport ontwikkeld heeft, schrapen diezelfde kritische stemmen wellicht de kelen. Moet de UNESCO zich daar in hemelsnaam mee bezighouden? Ja, zo laat het antwoord van Patrick Ghelen van het Team Medisch Verantwoord Sporten van de administratie Gezondheidszorg zich samenvatten. Hieronder toch nog wat meer uitleg bij het belang van de nieuwe conventie voor Vlaanderen en de wereld.

Hoe kijkt Vlaanderen tegen de Internationale Conventie tegen het Dopinggebruik in de Sport aan?

Patrick Ghelen: "Vlaanderen en minister van Sport Bert Anciaux scharen zich resoluut achter de Internationale Conventie tegen het Dopinggebruik in de Sport. Het is belangrijk dat dopingbestrijding internationaal gestroomlijnd wordt en dat kan dankzij deze conventie."

Waarom is de conventie belangrijk?

Patrick Ghelen: "De conventie biedt ons in feite een tweede juridische poot om op te staan bij het afstemmen van ons intern dopingbeleid op de internationale afspraken daaromtrent. De andere juridische poot is de Antidopingconventie die in het kader van de Raad van Europa is ontwikkeld en die we reeds geratificeerd hebben."

Is dopingbestrijding niet in de eerste plaats een zaak voor het WADA?

Patrick Ghelen: "Op internationaal vlak geniet vooral het Wereld Antidoping Agentschap (WADA), opgericht in 1999, grote bekendheid inzake dopingbestrijding. Probleem is echter dat het WADA een bijzondere constructie is. Het is er gekomen op initiatief van het Internationaal Olympisch Comité om de sportwereld en overheden samen de strijd tegen doping in de sport te laten aanpakken. Dat komt tot uiting in de structuur van het agentschap: de Raad van het WADA bestaat voor de ene helft uit vertegenwoordigers van overheden en intergouvernementele organisaties en voor de andere helft uit vertegenwoordigers van sportorganisaties. Maar het WADA zelf is een stichting opgericht onder Zwitsers privaat recht. Gevolg daarvan is dat staten voor juridische problemen komen te staan als zij het WADA en haar reglementering willen erkennen. Enkel sportfederaties konden daardoor de antidopingcode van het WADA ondertekenen. Aan dit probleem is wel enigszins een mouw gepast met de Verklaring van Kopenhagen tegen het gebruik van Doping in de Sport uit 2003: een soort van morele code waarmee staten hun engagement konden uitspreken om de principes van het WADA te volgen en het agentschap te ondersteunen maar meer dan een plechtige verklaring zonder juridische waarde was dat echter niet. Wel zorgde die verklaring ervoor dat Vlaanderen (volgens een interne verdeelsleutel in België) het WADA mee kan financieren (voor volgend jaar is 69.000 euro voorzien) en dat Vlaanderen de WADA-lijst van verboden producten kon overnemen en WADA-controles op zijn grondgebied kan toelaten, maar de Verklaring biedt geen juridische basis om de interne regelgeving af te stemmen op de principes van het WADA."

Een probleem waarmee niet alleen Vlaanderen kampt, maar alle landen die internationaal willen samenwerken in de strijd tegen doping.

Patrick Ghelen: "Uiteraard is dit juridisch probleem een internationaal probleem en dus moest op internationaal vlak een oplossing gezocht worden. Zoals eerder gezegd is er wel de Antidopingconventie van de Raad van Europa, maar die is slechts op een 46 lidstaten van toepassing, wat te beperkt is ten opzichte van het WADA. En zo kwam men al gauw uit bij de UNESCO, een organisatie met 191 lidstaten die internationaal meer gewicht in de schaal legt. De Internationale Conventie tegen het Dopinggebruik in de Sport zal, eens ze van kracht wordt, aan alle landen die ze ratificeerden, de juridische basis bieden om hun intern beleid volledig te harmoniseren met de internationale afspraken en principes inzake dopingbestrijding, zoals het WADA die naar voor schuift. Daarom is Vlaanderen een groot voorstander van de conventie - aangezien we al langer het principe van een internationale dopingbestrijding onderschrijven - en treffen we nu al volop voorbereidingen om onze regelgeving inzake dopingbestrijding voor 100% af te stemmen op de principes van het WADA (die de Unesco-conventie inspireerden)."

]]>
Globale aanpak van dopinghttp://www.unesco-vlaanderen.be/2005/12/1/globale-aanpak-van-dopingThu, 01 Dec 2005 06:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2005/12/1/globale-aanpak-van-dopingDe UNESCO ontwikkelde een Internationale Conventie tegen het Dopinggebruik in de Sport. Het moet het eerste bindende, universele instrument ter bestrijding van doping worden.

Globale+aanpak+van+dopingTijdens de 33ste Algemene Conferentie van de UNESCO namen de lidstaten van de Organisatie een Internationale Conventie tegen het Dopinggebruik in de Sport aan. Een globaal antwoord op een globaal probleem, dat wil deze conventie zijn. Ze biedt regeringen een wettelijk kader voor de internationale harmonisering van de strijd tegen doping in de sport, een probleem dat de ethische en sociale waarde van de sport op de helling zet - om nog maar te zwijgen van de bedreiging van de gezondheid van de atleten.

Dopinggebruik

De voorbije Olympische Spelen in Athene in 2004 waren goed voor een recordaantal op doping betrapte atleten. Volgens de Franse Conseil de prévention et de lutte contre le dopage (CPLD) bevatte 5% van de vorig jaar van professionele atleten afgenomen stalen, sporen van verboden producten.

Op doping betrapte atleten halen dikwijls de hoofdpunten van het nieuws maar over het gebruik van dopingproducten onder amateur-sporters horen we maar zelden iets. Nochtans dreigt ook hier een probleem. Volgens een studie van de Europese Commissie uit 2002 gaf bijna 6% van de klanten van fitnesscentra in verschillende Europese landen toe dopingproducten te gebruiken om hun prestaties te bevorderen. Een onderzoek van de Univesiteit van Quebec in datzelfde jaar toonde aan dat 26% van de ondervraagde amateur-atleten de laatste 12 maanden minstens één keer een product had gebruikt dat op de verboden lijst van het Olympisch Comité staat.

Internationale harmonisering

De Internationale Conventie tegen het Dopinggebruik in de Sport vult een leemte. De meeste internationale standaardiserende instrumenten - of ze nu nationaal, regionaal of internationaal zijn - leggen de nadruk op repressie en het opsporen van producten in het lichaam, een aanpak die zijn beperkingen heeft. Andere instrumenten, zoals het Internationaal Olympisch Charter Tegen Doping in de Sport (1988), zijn dan weer niet universeel en wettelijk bindend.

De nieuwe conventie tegen doping wil verder gaan dan opsporing en sanctionering. Het verdrag zet lidstaten aan om "binnen hun mogelijkheden, educatie en opleidingsprogramma's rond antidoping te implementeren," om zo de publieke opinie bewuster te maken van de schadelijke gevolgen van doping voor de gezondheid en de ethische waarde van de sport. Er moet ook meer geïnformeerd worden over de verantwoordelijkheid die atleten dragen en over de testprocedures. De ondertekenaars zullen zich ook inzetten om de "actieve participatie van atleten en sportpersoneel bij alle facetten van de dopingbestrijding te bevorderen."

Uniforme maatregelen

Wat testen en straffen betreft, stipuleert de nieuwe conventie dat alle atleten volgens dezelfde regels regelmatig getest moeten worden - met uniforme sancties bij inbreuken. Lidstaten moeten de nodige maatregelen nemen in overeenstemming met de principes zoals vermeld in de Mondiale Antidoping Code van het Wereld Antidoping Agentschap (WADA) die in 2003 in Kopenhagen werd aangenomen tijdens de Wereldconferentie over Doping in de Sport.

De Mondiale Antidoping Code en andere internationale instrumenten die de technische en operationele aspecten van dopingbestrijding (zoals welke producten verboden zijn, welke uitzonderingen zijn toegestaan voor therapeutisch gebruik, procedures voor laboratoria e.d.) vastleggen vormen samen een universeel geheel van regels inzake antidoping. De conventie wil een nieuwe procedure instellen waarbij de lidstaten zich snel akkoord zouden verklaren met de lijst van verboden producten en uitzonderingen zoals die door het WADA is opgesteld en regelmatig geactualiseerd wordt.

De conventie vraagt dat haar lidstaten internationaal gaan samenwerken en hun beleid beter afstemmen op de principes die het WADA naar voor schuift zoals geen voorafgaande waarschuwing bij controles die zowel binnen als buiten competitie gehouden kunnen worden. Ook grensoverschrijdende dopingcontroleteams behoort tot het arsenaal van dopingbestrijdingsinstrumenten die de conventie wil ingesteld zien.

De nieuwe antidopingconventie is een gevolg van de Rondetafel van ministers van Sport die 360 deelnemers uit 103 landen samenbracht op het Unesco-hoofdkwartier in Parijs in januari 2003. De 32ste Algemene Conferentie van de UNESCO sloot zich in 2003 aan bij het idee om een dergelijke conventie op te stellen. Op 19 oktober 2005 nam de 33ste Algemene Conferentie de Internationale Conventie tegen het Dopinggebruik in de Sport aan. De conventie zal in werking treden nadat ze is geratificeerd door 30 landen. Gehoopt wordt dat dit voor de Olympische Winterspelen in Turijn in 2006 zal zijn. Zweden beet alvast de spits af en ratificeerde de conventie als eerste op 9 november 2005.

]]>
UNESCO 2006-2007http://www.unesco-vlaanderen.be/2005/12/1/unesco-2006-2007Thu, 01 Dec 2005 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2005/12/1/unesco-2006-2007In dit dossier komen we uitgebreid terug op de 33ste Algemene Conferentie van de UNESCO die van 3 tot 21 oktober 2005 gehouden werd op de hoofdzetel van de Organisatie in Parijs. Voor één keer betekent terugblikken ook vooruitkijken want tijdens deze plechtige vergadering van alle lidstaten van de UNESCO, legden deze het programma van de Organisatie voor de komende twee jaar vast. Bovendien namen de lidstaten een aantal belangrijke normerende instrumenten aan die niet zonder gevolgen zullen blijven: de Conventie over de Bescherming en Promotie van de Diversiteit van Culturele Expressies, de Internationale Conventie tegen het Dopinggebruik in de Sport en de Universele Verklaring over Bio-ethiek en de Mensenrechten.

Trouw aan de doelstelling van het Unesco Platform Vlaanderen om niet alleen van buitenaf te informeren over waar de UNESCO mee bezig is maar ook te berichten over hoe Vlaanderen daar tegen aankijkt of eventueel aan meewerkt, laten we in dit dossier een aantal bevoorrechte waarnemers uit Vlaanderen aan het woord die inschatten welke effecten de beslissingen van de Algemene Conferentie zullen sorteren en die het programma van de UNESCO onder een Vlaamse loep schuiven.

]]>
UNESCO presenteert conventie tegen doping in de sporthttp://www.unesco-vlaanderen.be/2005/10/20/unesco-presenteert-conventie-tegen-doping-in-de-sportThu, 20 Oct 2005 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2005/10/20/unesco-presenteert-conventie-tegen-doping-in-de-sportDe Algemene Conferentie van de UNESCO keurde een Internationale Conventie Tegen Doping in de Sport goed. Het moet het eerste bindende, universele instrument ter bestrijding van doping worden. UNESCO+presenteert+conventie+tegen+doping+in+de+sportTijdens de 33ste Algemene Conferentie van de UNESCO namen de lidstaten van de Organisatie een Internationale Conventie Tegen Doping in de Sport aan. Een globaal antwoord op een globaal probleem, dat wil deze conventie zijn. Ze biedt regeringen een wettelijk kader voor de internationale harmonisering van de strijd tegen doping in de sport, een probleem dat de ethische en sociale waarde van de sport op de helling zet - om nog maar te zwijgen van de bedreiging van de gezondheid van de atleten.

Dopinggebruik

De voorbije Olympische Spelen in Athene in 2004 waren goed voor een recordaantal op doping betrapte atleten. Volgens de Franse Conseil de prévention et de lutte contre le dopage (CPLD) bevatte 5% van de vorig jaar van professionele atleten afgenomen stalen, sporen van verboden producten.

Op doping betrapte atleten halen dikwijls de hoofdpunten van het nieuws maar over het gebruik van dopingproducten onder amateur-sporters horen we maar zelden iets. Nochtans dreigt ook hier een probleem. Volgens een studie van de Europese Commissie uit 2002 gaf bijna 6% van de klanten van fitnesscentra in verschillende Europese landen toe dopingproducten te gebruiken om hun prestaties te bevorderen. Een onderzoek van de Univesiteit van Quebec in datzelfde jaar toonde aan dat 26% van de ondervraagde amateur-atleten de laatste 12 maanden minstens één keer een product had gebruikt dat op de verboden lijst van het Olympisch Comité staat.

Internationale harmonisering

De Internationale Conventie Tegen Doping in de Sport vult een leemte. De meeste internationale standaardiserende instrumenten - of ze nu nationaal, regionaal of internationaal zijn - leggen de nadruk op repressie en het opsporen van producten in het lichaam, een aanpak die zijn beperkingen heeft. Andere instrumenten, zoals het Internationaal Olympisch Charter Tegen Doping in de Sport (1988), zijn dan weer niet universeel en wettelijk bindend.

De nieuwe conventie tegen doping wil verder gaan dan opsporing en sanctionering. Het verdrag zet lidstaten aan om "binnen hun mogelijkheden, educatie en opleidingsprogramma's rond anti-doping te implementeren," om zo de publieke opinie bewuster te maken van de schadelijke gevolgen van doping voor de gezondheid en de ethische waarde van de sport. Er moet ook meer geïnformeerd worden over de verantwoordelijkheid die atleten dragen en over de testprocedures. De ondertekenaars zullen zich ook inzetten om de "actieve participatie van atleten en sportpersoneel bij alle facetten van de dopingbestrijding te bevorderen."

Uniforme maatregelen

Wat testen en straffen betreft, stipuleert de nieuwe conventie dat alle atleten volgens dezelfde regels regelmatig getest moeten worden - met uniforme sancties bij inbreuken. Lidstaten moeten de nodige maatregelen nemen in overeenstemming met de principes zoals vermeld in de Wereld Anti-Doping Code van het Wereld Anti-Doping Agentschap (WADA) die in 2003 in Kopenhagen werd aangenomen tijdens de Wereldconferentie over Doping in de Sport.

De Wereld Anti-Doping Code en andere internationale instrumenten die de technische en operationele aspecten van dopingbestrijding (zoals welke producten verboden zijn, welke uitzonderingen zijn toegestaan voor therapeutisch gebruik, procedures voor laboratoria e.d.) vastleggen vormen samen een universeel geheel van regels inzake anti-doping. De conventie wil een nieuwe procedure instellen waarbij de lidstaten zich snel akkoord zouden verklaren met de lijst van verboden producten en uitzonderingen zoals die door het WADA is opgesteld en regelmatig geactualiseerd wordt.

De conventie vraagt dat haar lidstaten internationaal gaan samenwerken en hun beleid beter afstemmen op de principes die het WADA naar voor schuift zoals geen voorafgaande waarschuwing bij controles die zowel binnen als buiten competitie gehouden kunnen worden. Ook grensoverschrijdende dopingcontroleteams behoort tot het arsenaal van dopingbestrijdingsinstrumenten die de conventie wil ingesteld zien.

De nieuwe anti-dopingconventie is een gevolg van de Rondetafel van ministers van Sport die 360 deelnemers uit 103 landen samenbracht op het Unesco-hoofdkwartier in Parijs in januari 2003. De 32ste Algemene Conferentie van de UNESCO sloot zich in 2003 aan bij het idee om een dergelijke conventie op te stellen. Op 19 oktober 2005 nam de 33ste Algemene Conferentie de Internationale Conventie Tegen Doping in de Sport aan. De conventie zal in werking treden nadat ze is geratificeerd door 30 landen. Gehoopt wordt dat dit voor de Olympische Winterspelen in Turijn in 2006 zal zijn.

Klik hier voor de integrale tekst van de zopas door de Algemene Conferentie van de UNESCO aangenomen Internationale Conventie Tegen Doping pdf (pagina 25)

]]>
171ste sessie van UNESCO's Uitvoerende Raad met succes afgerondhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2005/5/3/171ste-sessie-van-unesco's-uitvoerende-raad-met-succes-afgerondTue, 03 May 2005 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2005/5/3/171ste-sessie-van-unesco's-uitvoerende-raad-met-succes-afgerondOp 28 april eindigde de 171ste sessie van UNESCO's Uitvoerende Raad. Deze sessie vormde voornamelijk een voorbereiding op UNESCO's Algemene Conferentie die in oktober zal plaatsvinden. Na twee weken intensief debatteren werd op 28 april de 171ste sessie van de Uitvoerende Raad van de UNESCO afgerond. De sessie werd voorgezeten door Hans-Heinrich Wrede, de Duitse ambassadeur bij de UNESCO. Centraal stond de vraag hoe men goede ideeën kan omzetten in dito strategieën en vervolgens in solide toepassingen en hun opvolging. Het voorbereiden van de Algemene Vergadering die in oktober zal plaatsvinden, vormde de hoofddoelstelling van deze sessie.

Educatie moet volgens Wrede prioritair zijn en zodoende de Onderwijs voor Allen-doelstellingen. Zo vestigde hij de aandacht op Afrika's nood aan op zijn minst vier miljoen bijkomende leerkrachten zodat men kan voldoen aan het steeds groeiende aantal leerlingen. Daarnaast benadrukte hij de dringende behoefte aan initiatief rond educatie in HIV/AIDS-preventie.

De Raad loofde de UNESCO om haar inspanning tot reconstructie en rehabilitatie in Afghanistan, Irak en de bezette Palestijnse gebieden. Volgens Wrede moeten alle initiatieven hiertoe ondersteund worden om het fragiele vredesproces in het Midden-Oosten te voeden. Verder ging er aandacht naar capaciteitsopbouw in lidstaten en werd er gedebatteerd over een conventie betreffende dopinggebruik bij sporters.

Tenslotte hield men even stil bij het budget van de UNESCO. Er werd gepleit voor een meer pragmatische aanpak en een meer doordacht gebruik van bestaande middelen.

De 172ste Uitvoerende Raad is voorzien van 13 tot 29 september en van 3 tot 21 oktober volgt de 33ste Algemene Conferentie. Beide vinden plaats in het Unesco-hoofdkwartier te Parijs.

]]>
Vlaanderen mikt op erkenning voor boogschietenhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2004/5/7/vlaanderen-mikt-op-erkenning-voor-boogschietenFri, 07 May 2004 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2004/5/7/vlaanderen-mikt-op-erkenning-voor-boogschietenVlaanderen wil het boogschieten en andere volkssporten door UNESCO laten erkennen als Meesterwerken van het Orale en Immateriële Erfgoed van de Mensheid.

Er bestaat al langer een brede consensus onder mensen die met erfgoedbescherming bezig zijn over het feit dat een compleet beleid niet enkel aandacht moet hebben voor het bewaren van monumenten maar dat ook het immaterieel erfgoed actief gevrijwaard moet worden. Het is die gedachte die aan de grondslag lag van de beslissing van de UNESCO om de Lijst van Meesterwerken van het Orale en Immateriële Erfgoed van de Mensheid in het leven te roepen. De lijst was vooral bedoeld om aan internationale sensibilisatie te doen voor het belang van immaterieel cultureel erfgoed. Eind vorig jaar wierp de strategie zijn vruchten af: de lidstaten van de UNESCO namen op 17 oktober 2003 de Conventie ter Bescherming van het Immaterieel Cultureel Erfgoed aan.

Overgang

Van zodra de conventie in werking treedt - wat gebeurt nadat 30 landen ze ratificeren - zal de Lijst van Meesterwerken van het Orale en Immateriële Erfgoed van de Mensheid er als het ware in opgaan. De conventie voorziet immers in de creatie van twee nieuwe lijsten: een Representatieve Lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed en een Lijst van Immaterieel Erfgoed dat Dringend Nood heeft aan Bescherming. Op de eerstgenoemde lijst zullen de reeds erkende meesterwerken van het orale en immateriële erfgoed worden opgenomen. Dat betekent dat ook het carnaval van Binche - dat vorig jaar op 7 november bij de tweede proclamatie van Meesterwerken van het Orale en Immateriële Erfgoed van de Mensheid werd erkend - er ook een plaatsje op krijgt.

Met het indienen van het dossier "Handboogschieten op de staande en de liggende wip. Traditionele sporten in Vlaanderen: methodes en uitdagingen" sluit Vlaanderen aan bij de doelstellingen van de nieuwe conventie. Het gaat in deze kandidatuur immers om een complexe mengeling van heel diverse factoren: sporen uit een al dan niet ver verleden en activiteiten van soms heel diverse groepen en sociale lagen van de bevolking. Bovendien komt de aandacht voor de volkssporten in Vlaanderen niet uit de lucht vallen: er is al heel wat onderzoek en inventarisatie gedaan en er worden verschillende inspanningen geleverd om deze vorm van immaterieel erfgoed levendig te houden. En in het najaar van 2004 wordt een grondig onderzoek afgerond van de evolutie van de volkssporten tussen 1982 en 2002. Dit kan tegelijkertijd de aanzet zijn voor een grondige evaluatie en een nieuw actieplan, wat alweer perfect in de geest van de nieuwe conventie betreffende immaterieel cultureel erfgoed past.

Voorbeeld

Het dossier betreft dus vooral een interessante voorbeeldpraktijk van hoe men met een specifieke vorm van immaterieel erfgoed kan omgaan en hoe daar een beleid kan worden rond ontwikkeld. Het gaat hierbij om allerlei vormen, zoals bijvoorbeeld de voor Vlaanderen typische bolspelen. Als meest verspreide en internationaal meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld wordt het handboogschieten op de staande en liggende wip speciaal naar voor geschoven. Dit wordt beoefend in gans Vlaanderen en aangrenzende streken (Frans-Vlaanderen, Zeeuws-Vlaanderen, Noord-Brabant, Limburg, Wallonië). Er is sprake van een rijke geschiedenis die samenhangt met de geschiedenis van de schuttersgilden, die in Vlaanderen in de steden tot in de 14de eeuw teruggaat. In de cultuurgeschiedenis van Vlaanderen zijn hiervan talrijke sporen te vinden. Schieten op de wip is een evolutie van de jaarlijks koningsschieting. Mettertijd werden meer vogels op de wip geplaatst en schoot men ook op de wip bij gewone schietingen. De speciale ruimtes die daarvoor werden afgebakend zijn interessant en belangrijk voor het Unesco-dossier. Rond 1900 is het schieten op de liggende wip ontstaan om bij slecht weer en in de winter overdekt te kunnen schieten. Opmerkelijk is ook de activiteit van schuttersgilden, met een rijk repertoire van oude en meer recent 'uitgevonden tradities'. In het dossier wordt vooral de nadruk gelegd op de historische dimensie enerzijds en op de uitdagingen voor de toekomst anderzijds. Het benaderen van heel dit dossier vanuit het erfgoedperspectief, met onroerende (bijvoorbeeld de wip en omgeving die beschermd kunnen zijn) en roerende (onder andere de rijke schatten aan gildenzilver, archieven, enzovoort) componenten, en een sterke immateriële component (volkscultuur) is bijzonder interessant.

Het dossier dat Vlaanderen zal indienen bij de UNESCO zal wordt voorbereid door het Vlaams Centrum voor Volkscultuur (steunpunt voor immaterieel en oraal erfgoed en voor erfgoedverenigingen), in samenwerking met Sportmuseum Vlaanderen vzw en de Vlaamse Volkssportcentrale (VVC).

Voor meer achtergrondinformatie bij de Vlaamse kandidatuur voor de erkenning van het handboogschieten en de traditionele sporten in Vlaanderen als Meesterwerken van het Orale en Immateriële Erfgoed van de Mensheid, kan u terecht op de website van het Vlaams Centrum voor Volkscultuur: www.vcv.be

]]>
De Algemene Conferentie van de UNESCO gaat van starthttp://www.unesco-vlaanderen.be/2003/9/29/de-algemene-conferentie-van-de-unesco-gaat-van-startMon, 29 Sep 2003 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2003/9/29/de-algemene-conferentie-van-de-unesco-gaat-van-startVandaag start de Algemene Conferentie van de UNESCO die beslist over het programma en het budget van de Organisatie voor de komende 2 jaar.

De 32ste Algemene Conferentie - het belangrijkste beleidsorgaan van de UNESCO - gaat vandaag van start in Parijs en duurt tot 17 oktober. Enkele van de thema's die er zullen besproken worden zijn o.a. de bescherming van het immaterieel cultureel erfgoed, culturele diversiteit, meertaligheid op het internet en menselijke genetische data. Meer dan 3.000 deelnemers zullen de Conferentie bijwonen, met inbegrip van vijf staatshoofden en meer dan 300 ministers.

Eén van de blikvangers van deze 32ste bijeenkomst is ongetwijfeld de terugkeer van de Verenigde Staten naar de UNESCO. President George W. Bush maakte in september 2002 bekend dat de Verenigde Staten, die de Organisatie in 1984 verlieten, beslist hadden om opnieuw tot de UNESCO toe te treden. De definitieve toetreding gebeurt op 1 oktober en wordt op 29 september voorafgegaan door een ceremonie, in aanwezigheid van Laura Bush, waarbij de Amerikaanse vlag zal worden opgelaten samen met de vlaggen van de andere lidstaten. Met de hertoetreding van de VS en de recente aansluiting van Oost-Timor in juni van dit jaar, zal de UNESCO binnenkort 190 lidstaten tellen. Van al de landen die de Organisatie in het verleden hebben verlaten moet enkel Singapore nog opnieuw toetreden.

Aan de hand van een aantal instrumenten die de UNESCO ter beschikking heeft - waaronder Verklaringen, Conventies en Aanbevelingen, maar ook andere teksten - zal de Organisatie haar normbepalende en richtlijngevende rol ten volle vervullen tijdens de Algemene Conferentie. De thema's die op de Algemene Conferentie zullen worden aangekaart situeren zich op verschillende domeinen.

Cultuur

Op cultureel vlak zal de Algemene Conferentie het ontwerp van een Internationale Conventie ter Bescherming van het Immaterieel Cultureel Erfgoed onder de loep nemen. Deze nieuwe tekst vormt als het ware een aanvulling op de Conventie Betreffende de Bescherming van het Cultureel en Natuurlijk Werelderfgoed uit 1972 - betreffende de bescherming van monumenten en natuurgebieden - en handelt over mondelinge tradities en expressievormen met inbegrip van de taal als motor van het culturele erfgoed, de uitvoerende kunsten, sociale gewoonten en gebruiken, rituelen en feestelijkheden, kennis en expertise betreffende de natuur en de wereld en tenslotte de traditionele kunsten. Om dit uitzonderlijk kwetsbaar erfgoed te kunnen beschermen is het noodzakelijk dat de verschillende lidstaten die bij dit project betrokken zijn nationale inventarissen opstellen. De taak van de UNESCO is hier tweevoudig: ze moet enerzijds een lijst in het leven roepen die het menselijke immateriële erfgoed weergeeft en anderzijds een lijst van immaterieel erfgoed dat dringend bescherming nodig heeft. Het is de bedoeling dat de Meesterwerken van het Mondelinge en Immateriële Erfgoed van de Mensheid, in 2001 uitgeroepen door de UNESCO, in de eerste reeks worden opgenomen.

De situatie in landen als Afghanistan en Irak was mee de aanleiding voor de Ontwerpverklaring Betreffende Misdrijven tegen het Menselijk Gemeenschappelijk Erfgoed die aan de Algemene Conferentie zal worden voorgelegd. De recente gebeurtenissen in de bovenvermelde landen, geven duidelijk aan dat er nood is aan een herbevestiging van de wettelijke bepalingen omtrent de Conventie voor de Bescherming van het Culturele Eigendom in Geval van een Gewapend Conflict (Den Haag, 1954) en de twee Protocols die daaraan verbonden zijn (uit 1954 en 1999), evenals bepaalde voorzieningen van de Aanvullende Protocols (1977) uit de vier Conferenties van Genève. Alhoewel deze Verklaring niet bindend zal zijn heeft ze waarschijnlijk toch voldoende draagkracht om de acties die de lidstaten zullen ondernemen daarop te baseren of zich er op z'n minst door te laten inspireren. Het document handelt zowel over oorlogs- als vredesituaties en internationale en niet-internationale conflicten, waaronder bezettingen.

De lidstaten zullen eveneens moeten beslissen of ze al dan niet willen werken aan een internationaal instrument dat bepaalde standaarden oplegt betreffende de culturele diversiteit. In 2001 hebben de lidstaten de Universele Verklaring van de UNESCO betreffende de Culturele Diversiteit aanvaard. Met deze Verklaring werd het concept culturele diversiteit voor de eerste keer erkend als gemeenschappelijk menselijk erfgoed en werd de bescherming ervan gezien als een concreet doel en een ethische plicht die onlosmakelijk verbonden is met de menselijke waardigheid. Ondanks het respect en aanzien die de Verklaring op moreel vlak geniet, beschouwen velen haar in de context van globalisering echter als ondoeltreffend. Daarom speelt men met het idee om een wettelijk bindend instrument te ontwikkelen - een conventie - dat van toepassing zou zijn op specifieke culturele domeinen. Een voorbeeld van zo'n toepassing betreft de bescherming van de diversiteit van culturele inhouden en artistieke expressievormen die door de culturele industrieën worden voortgebracht.

Communicatie

Op het vlak van communicatie en informatie zullen er tijdens de Conferentie twee teksten bestudeerd worden, met name een Ontwerp van een Aanbeveling betreffende de Promotie en het gebruik van Meertaligheid op het internet en de Universele Toegang tot Cyberspace . Een tweede tekst betreft een ontwerp voor een Charter omtrent de Bewaring van het Digitaal Erfgoed. De eerste tekst - de Aanbeveling - is erop gericht om een evenwichtige toegang tot informatie te verzekeren en om de ontwikkeling van zogenaamde multiculturele kennismaatschappijen te vergemakkelijken. In de Aanbeveling worden een aantal richtlijnen gedefinieerd ter bevordering van de culturele en linguïstische diversiteit.

De tweede tekst - het Charter - bevat een verklaring met principes die lidstaten moeten helpen om een nationaal beleid te ontwikkelen ter bescherming van het digitaal erfgoed en om de toegang tot dat erfgoed te verzekeren. Het digitaal erfgoed kent een dagelijkse groei maar is bijzonder kwetsbaar vanwege het vluchtige karakter. Kennis en artistieke werken die digitaal gecreëerd worden, zoals bijvoorbeeld websites, lopen het risico om verloren te gaan. De snelle veroudering van hardware en software nodig om die data te produceren of er toegang toe te krijgen, is één van de oorzaken. Bovendien werden er nog maar weinig inspanningen geleverd om het digitaal erfgoed te bewaren (zoals bijvoorbeeld het opstellen van een wetgeving betreffende archivering, wettelijke of vrijwillige bewaring of het probleem van de auteursrechten).

De UNESCO probeert in het communicatiedomein ook het concept van een kennismaatschappij te promoten. Hierin benadrukt men het belang van inhoud, diversiteit en participatie, in tegenstelling tot het concept van een informatiemaatschappij waar de nadruk te veel op technische aspecten komt te liggen.

Deze twee concepten vormen het uitgangspunt voor een rondetafelconferentie die gehouden wordt op 9 en 10 oktober. De rondetafel, "Op naar de kennismaatschappij", wordt georganiseerd in het kader van de komende Wereldtop over de Informatiemaatschappij in Genève van 10 tot 12 december.

Onderwijs

Ook rond onderwijs wordt tijdens de Algemene Conferentie op 3 en 4 oktober een rondetafelconferentie gehouden. Het thema van deze rondetafel is "Onderwijskwaliteit". De noodzaak om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren werd op het Wereld Onderwijs Forum in Dakar (2000) reeds herbevestigd en deze prioriteit zal nu verder worden uitgewerkt.

De exponentieel toenemende vraag naar kwalitatief onderwijs op wereldniveau en het besef dat veel onderwijssystemen uit verscheidene regio's nog belangrijke zwakke punten vertonen, roepen een aantal vragen op: wat werkt er in een klas en wat niet? Wat wordt er onderwezen en wat wordt er geleerd? In de loop van drie verschillende sessies (Uitdagingen en Dilemma's die de onderwijskwaliteit in gevaar brengen; de Nood aan een Uitgebreide Definitie over wat Onderwijskwaliteit inhoudt; en Instrumenten voor Verandering en Verbetering van het onderwijs) zullen de deelnemers middelen zoeken om de toegang tot onderwijs te verbeteren. De bedoeling van deze onderhandelingen is niet alleen om ervoor te zorgen dat kinderen school lopen, maar ook dat ze het er met succes van afbrengen.

Op onderwijsvlak houdt de UNESCO zich ook bezig met lichamelijke opvoeding en sport. In navolging van een ministerieel voorstel dat gedaan werd tijdens een rondetafel gehouden in januari 2003, heeft de UNESCO een voorstel aan de agenda van de Algemene Conferentie toegevoegd om in samenwerking met de Verenigde Naties, haar afgevaardigde agentschappen en de Raad van Europa een internationale conventie tegen het gebruik van doping in sport op te stellen. Als de Algemene Conferentie deze beslissing aanvaardt zal er in samenwerking met organisaties als het Internationaal Olympisch Comité (IOC), het Wereld Anti-Doping Agentschap (WADA) en de Intergouvernementele Adviserende Groep omtrent Anti-Doping in Sport een tekst worden opgesteld die gepresenteerd zal worden op de 33ste Algemene Conferentie (2005) en die voor de Olympische Winterspelen van 2006 in Turijn (Italië) klaar zou moeten zijn.

Wetenschappen

Op wetenschappelijk gebied zullen de lidstaten de mogelijkheid tot het opstellen van een internationaal instrument betreffende bio-ethiek bespreken. Specialisten, beleidsmakers en de civiele maatschappij erkennen in toenemende mate de nood aan ethische richtlijnen op universeel niveau die een antwoord bieden op een aantal cruciale vragen die in dit domein kunnen gesteld worden. Maar tegelijkertijd stelt men zich ook de vraag of het wel gewenst is om zulke richtlijnen op te stellen, omdat het wetenschappelijk domein constant verandert en omdat de gevolgen van de wetenschappelijke vooruitgang nauwelijks correct kunnen worden ingeschat. Zowel het Internationaal Bio-Ethiek Comité van de UNESCO (IBC) als het Intergouvernementeel Bio-Ethiek Comité (IGBC) hebben te kennen gegeven dat ze voorstander zijn van een dergelijk instrument, maar met de raad om dit instrument wettelijk niet bindend te maken.

Het ontwerp van een Internationale Verklaring betreffende Menselijke Genetische Data is een document met een minder grote reikwijdte maar waar tal van medische en wettelijke implicaties aan verbonden zijn. Die Ontwerpverklaring zal tijdens deze Algemene Conferentie ter aanvaarding worden voorgelegd.

Het bewaren en verwerken van menselijke genetische data - verzameld in biologische bloed-, huid-, speeksel- of spermastalen - biedt een heleboel voordelen. De data komen reeds tegemoet aan de vragen van rechters of politie. In medisch opzicht laten deze gegevens verder onderzoek toe, wat de kans op nieuwe medische vondsten vergroot. Het is niet verbazend dat databanken groeien in aantal. Maar er zijn ook nadelen aan verbonden. Genetische data houden bijvoorbeeld het risico in op discriminatie en praktijken die ingaan tegen de rechten van de mens en zijn of haar fundamentele vrijheden. De tekst die tijdens de Algemene Conferentie zal worden voorgelegd schrijft een aantal ethische principes voor met betrekking tot de verzameling, verwerking, bewaring en het gebruik van zulke gegevens.

Naast besprekingen omtrent het opstellen van normen en richtlijnen zal de Algemene Conferentie het programma en het budget van de UNESCO voor de komende twee jaar bespreken. De prioriteiten zijn onderwijs voor allen, waterhulpbronnen en ecosystemen, de ethiek van wetenschappen en technologie, de bevordering van de culturele diversiteit en de dialoog tussen de verschillende culturen en de toegang tot informatie en communicatie.

Aan de vooravond van de Algemene Conferentie werd het Jeugdforum "UNESCO en Jongeren: een Wederzijdse Betrokkenheid" gehouden. Het Forum werd door 150 deelnemers jonger dan dertig jaar bijgewoond, afkomstig uit 100 landen en 30 niet-gouvernementele organisaties. De thema's die er besproken werden zijn onderwijs in het kader van duurzame ontwikkeling en het beheer van zoetwater; jeugd en HIV/aids; en UNESCO en de jeugd: manieren en middelen ter bevordering van de communicatie en de samenwerking. De deelnemers legden hun bekommernissen en prioriteiten rond deze thema's vast in een rapport dat bij de opening aan de Algemene Conferentie wordt voorgelegd.

]]>