UNESCO Platform Vlaanderen, thema "beleid"http://www.unesco-vlaanderen.be2014-12-06T22:35:29Het UNESCO Platform Vlaanderen legt zich in de eerste plaats toe op het zo breed mogelijk verspreiden van informatie over de activiteiten en programma’s van UNESCO. Dat doet ze onder meer via het driemaandelijks tijdschrift UNESCO info, door het uitgeven van brochures rond specifieke UNESCO-prioriteiten en door het runnen van een informatie- en documentatiecentrum waar mensen kunnen aankloppen met vragen die verband houden met UNESCO.http://www.unesco-vlaanderen.be/media/html/unesco_platform_vlaanderen_logo.pngUNESCO Platform Vlaanderen, thema "beleid"http://www.unesco-vlaanderen.benlIdeeën in de aanbiedinghttp://www.unesco-vlaanderen.be/2008/9/1/ideeën-in-de-aanbiedingMon, 01 Sep 2008 01:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2008/9/1/ideeën-in-de-aanbieding
Tijdens de bijeenkomst van Nationale UNESCO Commissies konden de deelnemers inspiratie opdoen op een infomarkt waar verschillende commissies een dertigtal projecten voorstelden.

Idee%26%23235%3bn+in+de+aanbiedingUit deze ervaring concludeerden de deelnemers dat het raadzaam is dat Nationale UNESCO Commissies samenwerken met een brede waaier van partners voor de planning en uitvoering van publieksgerichte activiteiten. Door de krachten te bundelen met organisaties uit het middenveld, jongerenvertegenwoordigers, bedrijven, parlementairen, mediapartners enz... kunnen er innovatieve projecten opgezet worden. Bovendien kunnen dergelijke vormen van samenwerking leiden tot interessante kruisbestuivingen en netwerking tussen partners.

Belangrijk vonden de deelnemers dat activiteiten en projecten uitgaan van de (meer)waarde van de UNESCO en dat het werk van andere agentschappen en organisaties niet gekopieerd wordt. Er moet bij voorkeur gemikt worden op de lange termijn en ingespeeld op hedendaagse trends en actuele onderwerpen.

Hieronder volgt een greep uit de projecten en activiteiten die op de infomarkt werden voorgesteld aan de hand van posters en presentaties.

Noorwegen - Interculturele dialoog

De Nationale UNESCO Commissie van Noorwegen startte in 2006 met een twee jaar lopend project waarin interculturele dialoog centraal stond. Bedoeling was om het debat aan te zwengelen over wat achtergestelde groepen, zoals etnische minderheden, verhindert om te participeren in de Noorse samenleving en om voorbeeldpraktijken te verzamelen over hoe daaraan verholpen kan worden.

Tussen de herfst van 2006 en de lente van 2008 werden er acht ontbijtbijeenkomsten georganiseerd in de lobby van een theater in Oslo. Telkens leidde een gastspreker het debat in waarna er met de deelnemers werd gediscussieerd. Onder de aangesneden onderwerpen: Hoe verhouden het curriculum en het lesmateriaal zich tot culturele diversiteit? Welke rol spelen de ouders in de schoolprestaties van kinderen? Hebben uitgeverijen een beleid inzake culturele diversiteit gericht op jonge lezers en studenten? Houden de media journalisten met een niet-Noorse etnische achtergrond weg uit de mainstream? Waarom spelen acteurs met een niet-Noorse achtergrond zelden grote rollen?

In mei 2007 en in mei 2008 werd er een conferentie georganiseerd in Oslo. In 2007 was het centrale thema 'modellen van diversiteit' waarbij onder andere de diversiteit in het theater, de politie en de media besproken werden. In 2008 was het centrale thema 'dilemma's van dialoog' waarbij nader ingegaan werd op de aspecten die de dialoog tussen mensen met verschillende culturele achtergronden bemoeilijkt en op de onderwerpen die voor ongemak of gêne zorgen.

Naarmate het project liep, kwamen er steeds meer mensen met een niet-Noorse achtergrond op af om deel te nemen aan de debatten. De Nationale UNESCO Commissie van Noorwegen zal op basis van de uitkomsten van het project een aantal uitdagingen formuleren en vervolgens de Noorse regering en het middenveld warm maken om deze aan te pakken.

Canada - Racisme bestrijden

De Nationale UNESCO Commissie van Canada werkt sinds 2005 aan de uitbouw van een Canadese coalitie van steden en gemeenten tegen racisme en discriminatie. Aangezien stads- en gemeentebesturen op het meest praktische niveau dicht bij hun inwoners functioneren, zijn ze buitengewoon goed geplaatst om beleid, programma's en activiteiten te ontwikkelen die bijdragen tot het elimineren van racisme en discriminatie.

De coalitie slaagde erin om mensen op verschillende niveaus en actief in diverse diensten en organisaties meer bewust te maken van racisme en discriminatie en van hun verantwoordelijkheid om daar iets aan te doen. Tastbare resultaten kunnen pas op lange termijn verwacht worden en dat strookt niet altijd met de mentaliteit van resultaatgerichte gemeentebesturen die de neiging hebben om zich te concentreren op de korte termijn. Toch groeit het besef van de voordelen die samenwerking in een dergelijk netwerk biedt, zowel met andere steden en gemeenten als met verschillende partners uit het middenveld.

Duitsland - Educatie voor duurzame ontwikkeling

Het implementeren van de objectieven van het Decennium voor Educatie voor Duurzame Ontwikkeling (2005-2014) is een zaak van vele betrokkenen: federale en deelstaatministeries, het parlement, niet-gouvernementele organisaties, academische instellingen, bedrijven en media. Dit gegeven zette de Nationale UNESCO Commissie van Duitsland er toe aan om te functioneren als een platform die de verschillende betrokkenen samenbrengt om gemeenschappelijke doelstellingen af te spreken, strategieën te ontwikkelen en samen te werken bij de uitvoering ervan.

Er is een nationaal actieplan opgesteld dat meer dan 60 concrete politieke maatregelen voorstelt om educatie voor duurzame ontwikkeling meer ingang te doen vinden. Projecten ten voordele van educatie voor duurzame ontwikkeling die vruchten afwerpen, kunnen rekenen op een officiële erkenning. Een dergelijk kwaliteitslabel moet de verspreiding van voorbeeldpraktijken bevorderen en zet partners aan om innovatieve initiatieven op touw te zetten.

Kroatië - Culturele diversiteit promoten

In 2004, terwijl de voorbereiding van de Conventie over de bescherming en promotie van de diversiteit van culturele expressies in de laatste fase was aanbeland (de conventie zou in 2005 door de Algemene Conferentie van de UNESCO worden aangenomen - n.v.d.r.) startte de Nationale UNESCO Commissie van Kroatië een veelzijdig project om het gegeven 'culturele diversiteit' in de kijker te zetten. Het project richtte zich zowel op het ruime publiek als op meer specifieke doelgroepen zoals organisaties uit het middenveld en beleidsmakers.

Voor het ruime publiek waren er onder meer een aantal evenementen waarbij binnen- en buitenlandse culturele expressies aan bod kwamen en organisaties uit het middenveld konden hun mening geven over de ontwerpteksten van de conventie (de Vlaamse UNESCO Commissie organiseerde een gelijkaardig initiatief waarover in maart 2005 een extra editie van UNESCO info verscheen - n.v.d.r.) tijdens workshops. Onder impuls van de belangstelling die het project genereerde, kwam er een parlementair debat dat het belang van de conventie onderstreepte en waarbij alle partijen hun steun ervoor toezegden.

Om de belangstelling voor culturele diversiteit niet te laten wegebben, worden er jaarlijks op 21 mei, Werelddag voor culturele diversiteit, dialoog en ontwikkeling, workshops en concerten georganiseerd die regionale en internationale culturele uitingen aan bod laten komen.

Slowakije - Opleiding ethiek

Onder impuls van de Nationale UNESCO Commissie van Slowakije, werd er van 10 tot 14 september 2007 een opleiding ethiek georganiseerd voor jonge leerkrachten. 17 docenten uit verschillende vakgebieden die in aanraking komen met ethische aspecten, zoals economie, bio-ethiek, milieustudies, geneeskunde, filosofie, theologie enz... kregen een intensieve opleiding waarin de basisprincipes van het lesgeven in ethiek aan bod kwamen. Verder waren er praktisch gerichte lessen waarbij leerkrachten van elkaar konden leren hoe je het best met leerlingen communiceert en hoe bepaalde elementen kunnen worden aangebracht.

Griekenland - Vrouwelijke creativiteit

Samen met een aantal partners waaronder het UNESCO Centrum voor Vrouwen en Vrede in de landen van de Balkan, organiseerde de Nationale UNESCO Commissie van Griekenland reeds drie keer een zevendaags festival waarop de creativiteit van vrouwen uit het gebied van de Middellandse Zee en de Zwarte Zee centraal stond. Het festival ging voor het eerst door in 1997 in het kader van de activiteiten ter gelegenheid van Thessaloniki als culturele hoofdstad van Europa. Het kreeg een vervolg in 2000 en in 2006.

Onder ruime belangstelling van publiek en media, brachten de festivals zo'n 1.400 vrouwelijke artiesten samen. Er konden culturele agenda's worden gelijkgestemd en afspraken voor samenwerking worden gemaakt. De drie edities van het festival brachten ook een dialoog op gang over de grootste uitdagingen waarmee kunstenaars zich in de huidige samenleving geconfronteerd zien.

Oostenrijk - Immaterieel cultureel erfgoed ondersteunen

De Nationale UNESCO Commissie van Oostenrijk richtte in 2006 een Nationaal Agentschap voor Immaterieel Cultureel erfgoed op. Objectieven waren het begeleiden van het ratificatieproces in Oostenrijk voor het toetreden tot de UNESCO-conventie voor de bescherming van immaterieel cultureel erfgoed, het creëren van een platform voor interdisciplinair overleg over de verschillende aspecten van immaterieel erfgoed en het vergroten van het publiek bewustzijn omtrent immaterieel erfgoed.

Het agentschap zal zich in de eerste plaats niet zozeer concentreren op folklore en volkscultuur (zoals traditionele muziek, dans, enz... ) maar wel op "kennis en praktijken aangaande de natuur en het universum." De achterliggende gedachte daarbij is dat het jarenlang afgaan op technologische ontwikkeling veel traditionele kennis omtrent de natuur heeft overschaduwd terwijl dergelijke kennis van groot belang kan zijn voor bijvoorbeeld duurzame ontwikkeling. Er zijn al resultaten geboekt met het in kaart brengen van kennis in Oostenrijk betreffende traditionele geneeskunde en omtrent manieren om beter voorbereid te zijn op natuurrampen.

Turkije - Beheer van werelderfgoedsites bijsturen

De Nationale UNESCO Commissie van Turkije gaf in 2006 de aanzet voor een project dat wilde nagaan hoe het gesteld is met het beheer van de werelderfgoedsites in Turkije. Bedoeling was vooral om de verschillende betrokken partijen bijeen te brengen om hen zowel de kans te geven om hun visie te vertolken als om hun eigen participatie bij het beheer te evalueren. Aan het einde van het project werd er een workshop georganiseerd die experts en beleidsmakers rond de tafel bracht om te debatteren over hoe het beheer van werelderfgoedsites in de toekomst beter georganiseerd kan worden. De resultaten van deze workshops zullen binnenkort worden gepubliceerd en verspreid.

]]>
Eendracht maakt machthttp://www.unesco-vlaanderen.be/2008/9/1/eendracht-maakt-machtMon, 01 Sep 2008 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2008/9/1/eendracht-maakt-macht
Nationale UNESCO Commissies kwamen samen om prioriteiten af te spreken die ze aan bod willen zien komen in het nieuw programma van UNESCO.

Eendracht+maakt+machtVertegenwoordigers van 42 Nationale UNESCO Commissie uit Europa en Noord-Amerika kwamen van 31 mei tot 4 juni 2008 samen in Den Haag en Antwerpen om advies te verlenen over het programma van de UNESCO voor de periode 2010-2011 en om ervaringen en ideeën uit te wisselen over het eigen functioneren en dat van de UNESCO. De bijeenkomst werd georganiseerd door de Vlaamse UNESCO Commissie en de Nationale UNESCO Commissies van Nederland en Luxemburg.

Unieke partners

De UNESCO onderscheidt zich binnen de Verenigde Naties van andere gespecialiseerde agentschappen doordat ze steunt op zogeheten Nationale UNESCO Commissies. Dat zijn door de regering van een lidstaat opgerichte organen die moeten verzekeren dat intellectuele en professionele kringen en de belangrijkste culturele, wetenschappelijke en educatieve instellingen bij de werkzaamheden van de UNESCO betrokken worden. Het staat de lidstaten van de UNESCO vrij om de structuur en de werking van een dergelijke commissie naar eigen goeddunken in te vullen.

Nationale UNESCO Commissies doen in principe dienst als tussenpersoon tussen de UNESCO en de bevolking van haar lidstaten. Omdat de UNESCO het algemeen belang van de wereldbevolking vooropstelt, houdt ze bij de ontwikkeling van haar werking rekening met de verzuchtingen van de Nationale UNESCO Commissies. Zo vraagt ze onder meer naar hun inbreng bij het opstellen van haar programma en budget. En dit laatste is vrij letterlijk te nemen.

Nieuwe aanpak

"Traditioneel stuurde de UNESCO een vragenlijst rond naar de verschillende Nationale UNESCO Commissies om te vragen wat zij belangrijk vinden aangaande het programma van de Organisatie," zegt Walter Lerouge, voorzitter van de Vlaamse UNESCO Commissie. "Maar op die formule zat sleet. Enerzijds werkt de formulering van vragen bepaalde antwoorden in de hand en anderzijds leverde dat een ellenlange lijst met antwoorden op die alle richtingen uitgingen zodat het resultaat uiteindelijk eerder vrijblijvend was en het Secretariaat van de UNESCO zijn eigen accenten kon leggen zonder echt rekening te moeten houden met de commissies. En dat laatste wilden we net vermijden met de bijeenkomst in Den Haag en Antwerpen."

De Vlaamse UNESCO Commissie en de Nationale UNESCO Commissies van Nederland en Luxemburg die de regionale bijeenkomst van Nationale UNESCO Commissies uit Europa en Noord-Amerika organiseerden, lieten een nieuwe wind waaien door dit soort van samenkomsten. Ze beperkten het aantal plenaire vergaderingen tot een minimum en wanneer er toch zo'n vergadering was, werd de duur van elke tussenkomst tot drie minuten beperkt. Dit vermeed vergadersessies die het geduld en de aandacht van de deelnemers op de proef stelden. In de plaats daarvan deelden de organisatoren de deelnemers op in groepen die roteerden tussen verschillende thematische workshops. Zo ontstond er een dynamische sfeer waarin dialoog en samenwerking niet enkel op papier bestonden.

Prioriteiten voor 2010-2011

De nadruk van de bijeenkomst lag op het formuleren van prioriteiten waar de UNESCO rekening mee moet houden bij het opstellen van haar programma voor de periode 2010-2011. Daartoe zorgden de organisatoren voor vijf workshops die overeen kwamen met de vijf hoofdprogramma's van de UNESCO: onderwijs, natuur- en exacte wetenschappen, sociale en menswetenschappen, cultuur, en communicatie en informatie. De in groepen opgesplitste deelnemers roteerden tussen deze workshops zodat iedereen uiteindelijk aan vijf discussierondes deelnam. Binnen elke workshop schoven de commissies hun prioriteiten voor het behandelde deelgebied naar voren. Deze prioriteiten werden opgelijst en vervolgens konden de verschillende Nationale UNESCO Commissies er via een geheime stemming een bepaald gewicht aan toekennen. Zo kwam men tot een gezamenlijke lijst van 24 topprioriteiten en 10 aandachtspunten die als belangrijk maar minder prioritair beschouwd worden. "Het voordeel van deze manier van werken is dat er een dynamiek van daadwerkelijke samenwerking en uitwisseling ontstaat. Bovendien kwamen we op die manier tot een gemeenschappelijk standpunt over het programma van de UNESCO waarmee de Organisatie echt rekening moet houden, ook als daar een budgettaire impact aan verbonden is," zegt Walter Lerouge.

De lijst van programmapunten mag dan wel in lengte beperkt zijn en steunen op een gemeenschappelijk draagvlak, een mogelijke zwakte is de verscheidenheid van zogenaamde prioriteiten. Sommige punten zijn zeer concreet terwijl andere eerder vaag zijn en veel ruimte laten voor concrete invulling. Het is een probleem dat in de toekomst kan verholpen worden door bijvoorbeeld binnen de workshops meer tijd te besteden aan het formuleren van concrete programmapunten en niet louter de verschillende door de commissies voorgestelde punten op te lijsten alvorens tot een stemming over te gaan die de rangorde moet bepalen.

Onderwijs en cultuur zijn de UNESCO-werkgebieden die het vaakst aan bod komen op de lijst van programmaprioriteiten, gevolgd door wetenschappen en communicatie en informatie. De commissies schuiven ook drie algemene prioriteiten naar voor die meer aandacht moeten krijgen in de algemene werking van de UNESCO.

Meeste aandacht voor onderwijs

Op het vlak van onderwijs vragen de commissies dat de UNESCO op verschillende niveaus met diverse betrokkenen beter gaat samenwerken om educatie voor duurzame ontwikkeling meer ingang te doen vinden. Verder zien ze kunst en cultuur als belangrijke hefbomen om de kwaliteit van het onderwijs op te krikken - een van de doelstellingen van Education for All (EFA). Een andere EFA-doelstelling is het terugdringen van analfabetisme onder volwassenen. Daarom vragen de commissies dat er zou gezorgd worden voor het beter met elkaar verbinden van vormen van formeel, non-formeel en informeel onderwijs gericht op levenslang leren, met speciale aandacht voor geletterdheid. Om de vooruitgang op het vlak van EFA beter te kunnen opvolgen, vragen de commissies ook om betere standaarden en indicatoren te ontwikkelen voor de onderwijskwaliteit.

De commissies vragen ook dat er meer gebruik zou gemaakt worden van het UNESCO-scholennetwerk ASPnet om de objectieven van de UNESCO over te dragen op jongeren. Tevens willen ze dat er meer gesteund wordt op de expertise die in het hoger onderwijs aanwezig is om het beleid en de capaciteit inzake onderwijs beter te ontwikkelen.

Naast de eerder vermelde educatie voor duurzame ontwikkeling zien de commissies ook een taak voor de UNESCO weggelegd bij het ontwikkelen van curricula voor vredesonderwijs waarin o.a. interculturele dialoog, mensenrechten, ethiek, burgerzin enz... aan bod komen.

Als laatste topprioriteit voor de UNESCO inzake onderwijs, zien de commissies de ontwikkeling van materialen en middelen om inclusief onderwijs te garanderen voor mensen met bijzondere behoeften zoals migranten, kinderen van illegale migranten, taalminderheden, ouderen, invaliden en hoogbegaafde kinderen.

Culturele diversiteit en dialoog

Interculturele en interreligieuze dialoog worden door de commissies als belangrijkste prioriteit voor de UNESCO beschouwd inzake cultuur. Ze vragen dan ook dat de Organisatie haar werking in die zin meer zou ontwikkelen. Ook de bescherming van cultureel erfgoed achten de commissies belangrijk, in het bijzonder na conflicten of natuurrampen. Voor dergelijke bescherming vragen ze meer inspanningen inzake fondsenwerving en capaciteitsopbouw.

Om de UNESCO een sterkere gidsfunctie te laten spelen, vragen de commissies dat de Organisatie werk zou maken van de wereldwijde identificatie van de voornaamste culturele uitdagingen en dat ze daarover regelmatig een rapport zou publiceren dat lidstaten kan helpen om een meer coherent cultuurbeleid uit te stippelen. In dezelfde sfeer vragen de commissies dat er dringend werk gemaakt wordt van de implementering van de Conventie voor de bescherming en promotie van de diversiteit van culturele expressies.

De commissies vragen ook dat de UNESCO meer aandacht besteedt aan de taaldiversiteit en dat er terzake een coherent beleid gevoerd wordt gericht op de bescherming van minder gesproken talen, bedreigde talen en de talen van inheemse volken. Taaldiversiteit moet eveneens een aandachtspunt zijn bij de activiteiten met betrekking tot interculturele dialoog.

Een laatste bekommernis van de commissies inzake de activiteiten van de UNESCO op het vlak van cultuur, is de rol van cultureel toerisme bij duurzame ontwikkeling. Toerisme kan zowel positieve als negatieve gevolgen hebben voor erfgoed. De UNESCO moet helpen bij het verspreiden van voorbeeldpraktijken die positief geëvalueerd werden.

Geïntegreerde aanpak voor wetenschappen

Met betrekking tot het actiedomein wetenschappen, vragen de commissies in de eerste plaats dat de UNESCO op een andere manier gaat werken door vooral de onderlinge samenwerking tussen haar wetenschappelijke programma's en sectoren uit te breiden. Veel thema's waarrond de UNESCO werkt vragen immers een geïntegreerde aanpak, zoals ethiek, duurzame ontwikkeling en preventie inzake natuurrampen.

De sector Sociale en Menswetenschappen moet zich volgens de commissies vooral concentreren op ethiek en bio-ethiek. De UNESCO moet een grotere rol spelen in het ethisch debat op internationaal niveau en moet meer aan capaciteitsopbouw doen door beleidsadvies te verlenen aan lidstaten en door curricula betreffende ethiek van wetenschap en technologie te ontwikkelen.

Het lijkt erop alsof natuurrampen een steeds hogere tol van de bevolking eisen en steeds meer schade berokkenen aan het milieu en het cultureel erfgoed. Daarom moet de sector Natuur- en Exacte Wetenschappen volgens de commissies de onderlinge samenwerking in de wetenschappelijke sector in het algemeen bevorderen, specifiek gericht op het beter voorbereid zijn op natuurrampen en op het terugdringen van de schade die dergelijke gebeurtenissen aanrichten.

De commissies zouden ook graag zien dat de UNESCO een aantal pistes ontwikkelt die helpen om jongeren in de richting van de natuurwetenschap te leiden en hen verleiden om te kiezen voor een opleiding en een carrière in deze branche.

Communicatie voor (persoonlijke) ontwikkeling

Binnen de activiteiten van de UNESCO op het gebied van communicatie en informatie beschouwen de commissies het overbruggen van de digitale kloof als de voornaamste prioriteit. Activiteiten in die zin moeten vooral de toegang tot en de verspreiding van informatie verbeteren en mensen beter bewust maken over de werking en het gebruik van media en informatie- en communicatietechnologie.

De commissies willen eveneens dat de UNESCO haar werk ten voordele van de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting verder ontwikkelt. Verder hechten ze er belang aan dat de UNESCO er toe bijdraagt dat mensen ten volle kunnen genieten van de voordelen die de kennismaatschappij te bieden heeft om zodoende participatieve samenlevingen op te bouwen.

Programmaoverschrijdende prioriteiten

Ten slotte zien de commissies drie algemene prioriteiten weggelegd voor de UNESCO. Zo moet de Organisatie haar bestaande normatieve instrumenten (conventies e.d.) beter opvolgen en toezien op de effectieve implementering ervan, ervoor zorgen dat gendergelijkheid in al haar programma's aan bod komt en moet de Organisatie zich meer toeleggen op het verlenen van beleidsadvies aan haar lidstaten.

Op het einde van de bijeenkomst in Den Haag en Antwerpen toonden de deelnemers zich tevreden over de bereikte resultaten en was er veel lof voor de nieuwe aanpak die de organisatoren introduceerden. Er viel een hernieuwde dynamiek en een energieke wil tot verdere samenwerking waar te nemen. Het valt te hopen dat de initiatiefnemers erin zullen slagen om deze dynamiek aan de gang te houden en dat de organisatoren kunnen samenwerken met hun collega's die een volgende dergelijke bijeenkomst organiseren, om de methodologie verder te verfijnen en zo de estafettestok op een waardige manier door te geven.

]]>
Officiële installatie Vlaamse UNESCO Commissiehttp://www.unesco-vlaanderen.be/2004/5/14/officiële-installatie-vlaamse-unesco-commissieFri, 14 May 2004 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2004/5/14/officiële-installatie-vlaamse-unesco-commissieVandaag is de Vlaamse UNESCO Commissie geïnstalleerd. Minister Ceysens noemt de oprichting het sluitstuk van de duurzame samenwerking met de UNESCO.

De Vlaamse UNESCO Commissie werd op 17 mei 2004 plechtig geïnstalleerd. Voortaan beschikt Vlaanderen dus over een orgaan dat de Vlaamse regering kan adviseren over Unesco-aangelegenheden en dat de samenwerking tussen Vlaanderen en de UNESCO kan bevorderen.

Er zetelen twee soorten leden in de commissie: stemgerechtigde leden en leden met adviserende stem.Er zijn12 stemgerechtige leden: 5 ambtelijke (ambtenaren van de diverse administraties waarvan de bevoegdheden overeenkomen met het mandaat van de UNESCO en 7 niet-ambtelijke (experts uit de burgerlijke maatschappij). De leden met adviserende stem betreffen een vertegenwoordiger van de minister bevoegd voor Buitenlands Beleid en 2 ambtenaren van de administratie Buitenlands Beleid.

In haar toespraak naar aanleiding van de plechtige installatie van de Vlaamse UNESCO Commissie,onderstreepte Vlaams minister Ceysens, bevoegd voor Buitenlands Beleid, het belang van de samenwerking met de UNESCO. Ze verwees onder andere naar de Vlaamse trustfondsen die werden opgericht om deze coöperatie te concretiseren. Minister Ceysens beschouwd de oprichting van de Vlaamse UNESCO Commissie als "het sluitstuk van de duurzame samenwerking met deze organisatie".



]]>
De Algemene Conferentie van de UNESCO gaat van starthttp://www.unesco-vlaanderen.be/2003/9/29/de-algemene-conferentie-van-de-unesco-gaat-van-startMon, 29 Sep 2003 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2003/9/29/de-algemene-conferentie-van-de-unesco-gaat-van-startVandaag start de Algemene Conferentie van de UNESCO die beslist over het programma en het budget van de Organisatie voor de komende 2 jaar.

De 32ste Algemene Conferentie - het belangrijkste beleidsorgaan van de UNESCO - gaat vandaag van start in Parijs en duurt tot 17 oktober. Enkele van de thema's die er zullen besproken worden zijn o.a. de bescherming van het immaterieel cultureel erfgoed, culturele diversiteit, meertaligheid op het internet en menselijke genetische data. Meer dan 3.000 deelnemers zullen de Conferentie bijwonen, met inbegrip van vijf staatshoofden en meer dan 300 ministers.

Eén van de blikvangers van deze 32ste bijeenkomst is ongetwijfeld de terugkeer van de Verenigde Staten naar de UNESCO. President George W. Bush maakte in september 2002 bekend dat de Verenigde Staten, die de Organisatie in 1984 verlieten, beslist hadden om opnieuw tot de UNESCO toe te treden. De definitieve toetreding gebeurt op 1 oktober en wordt op 29 september voorafgegaan door een ceremonie, in aanwezigheid van Laura Bush, waarbij de Amerikaanse vlag zal worden opgelaten samen met de vlaggen van de andere lidstaten. Met de hertoetreding van de VS en de recente aansluiting van Oost-Timor in juni van dit jaar, zal de UNESCO binnenkort 190 lidstaten tellen. Van al de landen die de Organisatie in het verleden hebben verlaten moet enkel Singapore nog opnieuw toetreden.

Aan de hand van een aantal instrumenten die de UNESCO ter beschikking heeft - waaronder Verklaringen, Conventies en Aanbevelingen, maar ook andere teksten - zal de Organisatie haar normbepalende en richtlijngevende rol ten volle vervullen tijdens de Algemene Conferentie. De thema's die op de Algemene Conferentie zullen worden aangekaart situeren zich op verschillende domeinen.

Cultuur

Op cultureel vlak zal de Algemene Conferentie het ontwerp van een Internationale Conventie ter Bescherming van het Immaterieel Cultureel Erfgoed onder de loep nemen. Deze nieuwe tekst vormt als het ware een aanvulling op de Conventie Betreffende de Bescherming van het Cultureel en Natuurlijk Werelderfgoed uit 1972 - betreffende de bescherming van monumenten en natuurgebieden - en handelt over mondelinge tradities en expressievormen met inbegrip van de taal als motor van het culturele erfgoed, de uitvoerende kunsten, sociale gewoonten en gebruiken, rituelen en feestelijkheden, kennis en expertise betreffende de natuur en de wereld en tenslotte de traditionele kunsten. Om dit uitzonderlijk kwetsbaar erfgoed te kunnen beschermen is het noodzakelijk dat de verschillende lidstaten die bij dit project betrokken zijn nationale inventarissen opstellen. De taak van de UNESCO is hier tweevoudig: ze moet enerzijds een lijst in het leven roepen die het menselijke immateriële erfgoed weergeeft en anderzijds een lijst van immaterieel erfgoed dat dringend bescherming nodig heeft. Het is de bedoeling dat de Meesterwerken van het Mondelinge en Immateriële Erfgoed van de Mensheid, in 2001 uitgeroepen door de UNESCO, in de eerste reeks worden opgenomen.

De situatie in landen als Afghanistan en Irak was mee de aanleiding voor de Ontwerpverklaring Betreffende Misdrijven tegen het Menselijk Gemeenschappelijk Erfgoed die aan de Algemene Conferentie zal worden voorgelegd. De recente gebeurtenissen in de bovenvermelde landen, geven duidelijk aan dat er nood is aan een herbevestiging van de wettelijke bepalingen omtrent de Conventie voor de Bescherming van het Culturele Eigendom in Geval van een Gewapend Conflict (Den Haag, 1954) en de twee Protocols die daaraan verbonden zijn (uit 1954 en 1999), evenals bepaalde voorzieningen van de Aanvullende Protocols (1977) uit de vier Conferenties van Genève. Alhoewel deze Verklaring niet bindend zal zijn heeft ze waarschijnlijk toch voldoende draagkracht om de acties die de lidstaten zullen ondernemen daarop te baseren of zich er op z'n minst door te laten inspireren. Het document handelt zowel over oorlogs- als vredesituaties en internationale en niet-internationale conflicten, waaronder bezettingen.

De lidstaten zullen eveneens moeten beslissen of ze al dan niet willen werken aan een internationaal instrument dat bepaalde standaarden oplegt betreffende de culturele diversiteit. In 2001 hebben de lidstaten de Universele Verklaring van de UNESCO betreffende de Culturele Diversiteit aanvaard. Met deze Verklaring werd het concept culturele diversiteit voor de eerste keer erkend als gemeenschappelijk menselijk erfgoed en werd de bescherming ervan gezien als een concreet doel en een ethische plicht die onlosmakelijk verbonden is met de menselijke waardigheid. Ondanks het respect en aanzien die de Verklaring op moreel vlak geniet, beschouwen velen haar in de context van globalisering echter als ondoeltreffend. Daarom speelt men met het idee om een wettelijk bindend instrument te ontwikkelen - een conventie - dat van toepassing zou zijn op specifieke culturele domeinen. Een voorbeeld van zo'n toepassing betreft de bescherming van de diversiteit van culturele inhouden en artistieke expressievormen die door de culturele industrieën worden voortgebracht.

Communicatie

Op het vlak van communicatie en informatie zullen er tijdens de Conferentie twee teksten bestudeerd worden, met name een Ontwerp van een Aanbeveling betreffende de Promotie en het gebruik van Meertaligheid op het internet en de Universele Toegang tot Cyberspace . Een tweede tekst betreft een ontwerp voor een Charter omtrent de Bewaring van het Digitaal Erfgoed. De eerste tekst - de Aanbeveling - is erop gericht om een evenwichtige toegang tot informatie te verzekeren en om de ontwikkeling van zogenaamde multiculturele kennismaatschappijen te vergemakkelijken. In de Aanbeveling worden een aantal richtlijnen gedefinieerd ter bevordering van de culturele en linguïstische diversiteit.

De tweede tekst - het Charter - bevat een verklaring met principes die lidstaten moeten helpen om een nationaal beleid te ontwikkelen ter bescherming van het digitaal erfgoed en om de toegang tot dat erfgoed te verzekeren. Het digitaal erfgoed kent een dagelijkse groei maar is bijzonder kwetsbaar vanwege het vluchtige karakter. Kennis en artistieke werken die digitaal gecreëerd worden, zoals bijvoorbeeld websites, lopen het risico om verloren te gaan. De snelle veroudering van hardware en software nodig om die data te produceren of er toegang toe te krijgen, is één van de oorzaken. Bovendien werden er nog maar weinig inspanningen geleverd om het digitaal erfgoed te bewaren (zoals bijvoorbeeld het opstellen van een wetgeving betreffende archivering, wettelijke of vrijwillige bewaring of het probleem van de auteursrechten).

De UNESCO probeert in het communicatiedomein ook het concept van een kennismaatschappij te promoten. Hierin benadrukt men het belang van inhoud, diversiteit en participatie, in tegenstelling tot het concept van een informatiemaatschappij waar de nadruk te veel op technische aspecten komt te liggen.

Deze twee concepten vormen het uitgangspunt voor een rondetafelconferentie die gehouden wordt op 9 en 10 oktober. De rondetafel, "Op naar de kennismaatschappij", wordt georganiseerd in het kader van de komende Wereldtop over de Informatiemaatschappij in Genève van 10 tot 12 december.

Onderwijs

Ook rond onderwijs wordt tijdens de Algemene Conferentie op 3 en 4 oktober een rondetafelconferentie gehouden. Het thema van deze rondetafel is "Onderwijskwaliteit". De noodzaak om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren werd op het Wereld Onderwijs Forum in Dakar (2000) reeds herbevestigd en deze prioriteit zal nu verder worden uitgewerkt.

De exponentieel toenemende vraag naar kwalitatief onderwijs op wereldniveau en het besef dat veel onderwijssystemen uit verscheidene regio's nog belangrijke zwakke punten vertonen, roepen een aantal vragen op: wat werkt er in een klas en wat niet? Wat wordt er onderwezen en wat wordt er geleerd? In de loop van drie verschillende sessies (Uitdagingen en Dilemma's die de onderwijskwaliteit in gevaar brengen; de Nood aan een Uitgebreide Definitie over wat Onderwijskwaliteit inhoudt; en Instrumenten voor Verandering en Verbetering van het onderwijs) zullen de deelnemers middelen zoeken om de toegang tot onderwijs te verbeteren. De bedoeling van deze onderhandelingen is niet alleen om ervoor te zorgen dat kinderen school lopen, maar ook dat ze het er met succes van afbrengen.

Op onderwijsvlak houdt de UNESCO zich ook bezig met lichamelijke opvoeding en sport. In navolging van een ministerieel voorstel dat gedaan werd tijdens een rondetafel gehouden in januari 2003, heeft de UNESCO een voorstel aan de agenda van de Algemene Conferentie toegevoegd om in samenwerking met de Verenigde Naties, haar afgevaardigde agentschappen en de Raad van Europa een internationale conventie tegen het gebruik van doping in sport op te stellen. Als de Algemene Conferentie deze beslissing aanvaardt zal er in samenwerking met organisaties als het Internationaal Olympisch Comité (IOC), het Wereld Anti-Doping Agentschap (WADA) en de Intergouvernementele Adviserende Groep omtrent Anti-Doping in Sport een tekst worden opgesteld die gepresenteerd zal worden op de 33ste Algemene Conferentie (2005) en die voor de Olympische Winterspelen van 2006 in Turijn (Italië) klaar zou moeten zijn.

Wetenschappen

Op wetenschappelijk gebied zullen de lidstaten de mogelijkheid tot het opstellen van een internationaal instrument betreffende bio-ethiek bespreken. Specialisten, beleidsmakers en de civiele maatschappij erkennen in toenemende mate de nood aan ethische richtlijnen op universeel niveau die een antwoord bieden op een aantal cruciale vragen die in dit domein kunnen gesteld worden. Maar tegelijkertijd stelt men zich ook de vraag of het wel gewenst is om zulke richtlijnen op te stellen, omdat het wetenschappelijk domein constant verandert en omdat de gevolgen van de wetenschappelijke vooruitgang nauwelijks correct kunnen worden ingeschat. Zowel het Internationaal Bio-Ethiek Comité van de UNESCO (IBC) als het Intergouvernementeel Bio-Ethiek Comité (IGBC) hebben te kennen gegeven dat ze voorstander zijn van een dergelijk instrument, maar met de raad om dit instrument wettelijk niet bindend te maken.

Het ontwerp van een Internationale Verklaring betreffende Menselijke Genetische Data is een document met een minder grote reikwijdte maar waar tal van medische en wettelijke implicaties aan verbonden zijn. Die Ontwerpverklaring zal tijdens deze Algemene Conferentie ter aanvaarding worden voorgelegd.

Het bewaren en verwerken van menselijke genetische data - verzameld in biologische bloed-, huid-, speeksel- of spermastalen - biedt een heleboel voordelen. De data komen reeds tegemoet aan de vragen van rechters of politie. In medisch opzicht laten deze gegevens verder onderzoek toe, wat de kans op nieuwe medische vondsten vergroot. Het is niet verbazend dat databanken groeien in aantal. Maar er zijn ook nadelen aan verbonden. Genetische data houden bijvoorbeeld het risico in op discriminatie en praktijken die ingaan tegen de rechten van de mens en zijn of haar fundamentele vrijheden. De tekst die tijdens de Algemene Conferentie zal worden voorgelegd schrijft een aantal ethische principes voor met betrekking tot de verzameling, verwerking, bewaring en het gebruik van zulke gegevens.

Naast besprekingen omtrent het opstellen van normen en richtlijnen zal de Algemene Conferentie het programma en het budget van de UNESCO voor de komende twee jaar bespreken. De prioriteiten zijn onderwijs voor allen, waterhulpbronnen en ecosystemen, de ethiek van wetenschappen en technologie, de bevordering van de culturele diversiteit en de dialoog tussen de verschillende culturen en de toegang tot informatie en communicatie.

Aan de vooravond van de Algemene Conferentie werd het Jeugdforum "UNESCO en Jongeren: een Wederzijdse Betrokkenheid" gehouden. Het Forum werd door 150 deelnemers jonger dan dertig jaar bijgewoond, afkomstig uit 100 landen en 30 niet-gouvernementele organisaties. De thema's die er besproken werden zijn onderwijs in het kader van duurzame ontwikkeling en het beheer van zoetwater; jeugd en HIV/aids; en UNESCO en de jeugd: manieren en middelen ter bevordering van de communicatie en de samenwerking. De deelnemers legden hun bekommernissen en prioriteiten rond deze thema's vast in een rapport dat bij de opening aan de Algemene Conferentie wordt voorgelegd.

]]>
VN stellen eerste Wereldwaterrapport voorhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2003/3/5/vn-stellen-eerste-wereldwaterrapport-voorWed, 05 Mar 2003 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2003/3/5/vn-stellen-eerste-wereldwaterrapport-voorHet meest uitgebreide en actuele rapport over de staat van 's werelds waterhulpbronnen, rangschikt België helemaal onderaan voor wat de waterkwaliteit betreft en waarschuwt dat de politieke inactiviteit van de internationale gemeenschap de watercrisis mee in de hand werkt.

Gezien de "inactiviteit op het besluitvormend niveau" zal de wereldwijde watercrisis de komende jaren nooit eerder vertoonde hoogten bereiken, met een "groeiend tekort aan water per hoofd van de bevolking in vele ontwikkelingslanden", dat staat te lezen in een VN-rapport dat vandaag verschenen is. Watervoorraden zullen gestaag afnemen door bevolkingsgroei, milieuvervuiling en klimaatverandering.

Het World Water Development Report - Water for People, Water for Life - is het meest veelomvattende up-to-date overzicht van deze natuurlijke hulpbron. Vlak voor aanvang van het derde Wereld Water Forum (Kyoto, Japan, 16 t/m 23 maart) is het gepresenteerd. Het is de belangrijkste intellectuele bijdrage aan dat Forum en aan het Internationaal Zoetwaterjaar, dat wordt gecoördineerd door de UNESCO en de afdeling Economische en Sociale Zaken van de VN.

Bij het samenstellen van het rapport werkten alle VN-agentschappen en -commissies die zich met water bezighouden voor het eerst samen om de vooruitgang in kaart te brengen met betrekking tot water-gerelateerde doelstellingen op het vlak van gezondheid, voedsel, ecosystemen, steden, industrie, energie, risicomanagement, economische evaluatie, het delen van voorraden en governance. De 23 VN-partners werken samen in het World Water Assessment Programme (WWAP), waarvan de UNESCO het secretariaat voert.

Watercrisis

"Van alle maatschappelijke en natuurlijke crises waaraan de mensheid het hoofd moet bieden, is een oplossing voor de watercrisis het belangrijkst voor ons overleven en dat van de planeet Aarde," aldus UNESCO directeur-generaal Koïchiro Matsuura.

"Geen enkele regio is immuun voor deze crisis, die elk aspect van het menselijk leven omvat, van de gezondheid van kinderen tot het in staat zijn van landen om te voldoen aan de voedselbehoefte van hun bevolking", vervolgt Matsuura. "Watervoorraden worden steeds kleiner, terwijl de waterbehoefte drastisch stijgt in een onhoudbaar tempo. Naar verwachting daalt de gemiddelde watervoorraad per persoon de komende jaren wereldwijd met eenderde."

Ondanks het feit dat de bewijzen voor de crisis alomtegenwoordig zijn, is de politieke wil om deze trends om te keren onvoldoende aanwezig. Op een reeks internationale conferenties werd de afgelopen 25 jaar aandacht besteed aan vele aspecten van water, inclusief manieren om de water- en sanitaire voorzieningen te verzorgen die de komende jaren nodig zijn.

Verschillende doelen werden gesteld om het waterbeheer te verbeteren, maar "bijna geen enkele", aldus het rapport, "is bereikt."

"Problemen van houding en gedrag liggen ten grondslag aan de crisis," vervolgt het rapport: "Inactiviteit op besluitvormend niveau, en een wereldbevolking die zich niet of nauwelijks bewust is van de omvang van het probleem hebben ervoor gezorgd dat niet tijdig actie werd ondernomen".

Watervoorraad

Veel landen en gebieden verkeren al in een crisissituatie. Het rapport rangschikt meer dan 180 landen en gebieden op de beschikbare hoeveelheid vernieuwbaar water per hoofd van de bevolking. Dat betekent al het water dat in omloop is aan de oppervlakte, in de grond of de diepe bodem.

Het armst in termen van de beschikbaarheid van water is Koeweit (met 10 m³ per persoon per jaar), gevolgd door de Gazastrook (52 m³), de Verenigde Arabische Emiraten (58 m³), de Bahamas (66 m³), Qatar (94 m³), de Malediven (103 m³), Libië (113 m³), Saoedi-Arabië (118 m³), Malta (129 m³) en Singapore (149 m³).

De top-tien van waterrijkste landen (met uitzondering van Groenland en Alaska) luidt als volgt: Frans Guyana (812.121 m³ per persoon per jaar), IJsland (609.319 m³), Guyana (316.689 m³), Suriname (292.566 m³), Congo (275.679 m³), Papoea-Nieuw-Guinea (166.563 m³), Gabon (133.333 m³), de Solomoneilanden (100.000 m³), Canada (94.353 m³) en Nieuw- Zeeland (86.554 m³).

Medio de 21ste eeuw zullen op zijn slechtst 7 miljard mensen in 60 landen met waterschaarste kampen; op zijn best zijn dat 2 miljard mensen in 48 landen. Dit is afhankelijk van factoren als bevolkingsgroei en beleid. Volgens het rapport zal klimaatverandering verantwoordelijk zijn voor 20% van de toename van de waterschaarste. Natte gebieden zullen meer regen ontvangen, terwijl die zal afnemen in vele droge gebieden en zelfs in sommige tropische en subtropische regio's. De waterkwaliteit zal dalen door toenemende watervervuiling en hogere watertemperaturen.

De watercrisis "zal verergeren, ondanks het voortgaande debat over de vraag of zij eigenlijk wel bestaat," aldus het rapport. Per dag wordt circa 2 miljoen ton afval gedumpt in rivieren, meren en stromen. Eén liter afvalwater vervuilt circa acht liter zoetwater. Volgens berekeningen in het rapport is de totale omvang van vervuild water wereldwijd naar schatting 12.000 km³. Dat is meer dan de hoeveelheid water die op een willekeurig moment in totaal aanwezig is in de tien grootste rivierbassins van de wereld. Als de vervuiling gelijke tred houdt met de bevolkingsgroei, dan zal de wereld rond 2050 zo'n 18.000 km³ zoetwater zijn kwijtgeraakt. Dat is bijna negenmaal de totale hoeveelheid water die jaarlijks wereldwijd voor irrigatie wordt gebruikt. Irrigatie slokt met 70% het grootste deel van deze natuurlijke hulpbron op.

Waterkwaliteit

122 landen zijn in het rapport gerangschikt op hun waterkwaliteit en op hun mogelijkheden en wil om de situatie te verbeteren. België bengelt helemaal onderaan vanwege de lage kwantiteit en kwaliteit van het grondwater in combinatie met de zware industriële vervuiling en het slecht omgaan met afvalwater. Het wordt gevolgd door Marokko, India, Jordanië, Soedan, Niger, Burkina Faso, Burundi, de Centraal-Afrikaanse Republiek en Rwanda.

De lijst van landen met de beste waterkwaliteit wordt aangevoerd door Finland, gevolgd door Canada, Nieuw-Zeeland, het Verenigd Koninkrijk, Japan, Noorwegen, de Russische Federatie, Zuid-Korea, Zweden en Frankrijk.

"De armen worden nog steeds het zwaarst getroffen; 50% van de bevolking in ontwikkelingslanden wordt blootgesteld aan vervuilde waterbronnen," aldus het rapport. Rivieren in Azië zijn de meest vervuilde ter wereld, met driemaal zoveel bacteriën van menselijk afval als het wereldwijde gemiddelde. Bovendien bevatten de rivieren daar meer dan twintig keer zoveel lood als de rivieren in geïndustrialiseerde landen.

Bevolkingsgroei

"De toekomst van vele delen van de wereld ziet er niet rooskleurig uit," zegt het rapport onder verwijzing naar de verwachte bevolkingsgroei. Een groei die een drijvende kracht achter de watercrisis zal blijven. Volgens het rapport nam de watervoorraad per hoofd van de wereldbevolking tussen 1970 en 1990 af met eenderde. En hoewel de bevolking minder snel groeit dan voorheen, zal de wereldbevolking in 2050 naar verwachting zijn toegenomen tot 9,3 miljard (in vergelijking met 6,1 miljard in 2001).

"Het waterverbruik is de afgelopen 50 jaar bijna verdubbeld. Een kind dat in de ontwikkelde wereld wordt geboren, verbruikt 30 tot 50 keer zoveel water als een kind in een ontwikkelingsland. Ondertussen daalt de kwaliteit van het water .... Iedere dag overlijden 6.000 mensen aan de gevolgen van diarree; vooral kinderen onder de 5 jaar," aldus het rapport. "Deze gegevens illustreren de enorme omvang van de wereldproblemen met betrekking tot water en verbazingwekkende verschillen in het gebruik ervan."

Politieke (on)wil

Tegen deze achtergrond gaat het rapport dieper in op elke belangrijke dimensie van waterverbruik en -beheer; van de groei van steden tot de dreiging van wateroorlogen tussen landen. Door alle hoofdstukken loopt dezelfde rode draad: of het nu gaat om het aantal kinderen dat sterft door ziekte of vervuilde rivieren, de watercrisis is een crisis van governance en van gebrek aan politieke wil om deze natuurlijke hulpbron op verantwoorde wijze te beheren.

Met meer dan 25 wereldkaarten, vele tabellen en grafieken, en zeven case studies van belangrijke rivierbassins, wordt in het rapport geanalyseerd hoe verschillende samenlevingen met waterschaarste omgaan, inclusief beleid dat werkt of niet werkt.

"Wereldwijd ligt de uitdaging in het genereren van de politieke wil om water-gerelateerde doelen te realiseren," volgens het rapport. "Waterprofessionals hebben behoefte aan een beter begrip van de bredere maatschappelijke, economische en politieke context, terwijl politici zich beter moeten informeren over kwesties op het gebied van waterbeheer. Anders blijft water een terrein voor politieke retoriek en hoge beloftes in plaats van broodnodige actie."

Het World Water Assessment Programme van de Verenigde Naties - de samenwerking van 23 VN-agentschappen die rond water werken en verantwoordelijk is voor dit rapport - zal in de toekomst regelmatig peilen naar de staat van het water en daarover rapporteren. Daartoe reikt het World Water Development Report een set gestandaardiseerde methodieken, gegevens en indicatoren aan.

Het rapport wordt officieel gepresenteerd aan de internationale gemeenschap op Wereld Water Dag, 22 maart, tijdens het Wereld Water Forum in Kyoto. Een serie paneldiscussies van hoog niveau zal worden georganiseerd om de uitkomsten van het rapport door te nemen.

Voor meer informatie over:

Wereld Water Dag: www.waterday2003.org

Internationaal Zoetwaterjaar: www.wateryear2003.org

UNESCO en water: www.unesco.org/water/

]]>
Wie betaalt voor onderwijs?http://www.unesco-vlaanderen.be/2000/11/1/wie-betaalt-voor-onderwijsWed, 01 Nov 2000 06:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2000/11/1/wie-betaalt-voor-onderwijsWe moeten nadenken over nieuwe manieren om het onderwijs te financieren.

Statistieken wijzen uit dat 63% van de onderwijskosten door de overheid gedragen wordt, 35% door een combinatie van verschillende groepen waaronder ouders, ngo's en bedrijven, en de overige 2% door hulpprogramma's. Ontwikkelde landen met betere belastingssystemen kunnen meer geld aan het onderwijs besteden dan armere landen, die afhangen van andere partners. In Cambodia bijvoorbeeld, ontvangt het zogenaamde openbare onderwijs 12% van haar fondsen van de overheid.

"Hoewel de betrokkenheid van de gemeenschap en andere partners zeer effectief kan zijn, is het geen wondermiddel voor alle ziektes," aldus Mark Bray, auteur van een EFA studie omtrent samenwerkingsverbanden in het onderwijs.

Terwijl sommigen inschrijvingsgeld beschouwen als de voornaamste barrière voor de armen, vinden anderen het een ideale manier om middelen te mobiliseren bij zij die het zich kunnen permitteren.

Er is een duidelijke evolutie in de manier waarop de internationale gemeenschap tegen de financiering van het onderwijs aankijkt volgens Bray. De VN Verklaring voor de Rechten van de Mens uit 1948 stelt dat "onderwijs gratis zal zijn, tenminste in de elementaire en fundamentele fases." 10 jaar geleden zei men in Jomtien al dat "gratis onderwijs aangeboden door de overheid vaak van onvoldoende kwaliteit is om het kind, de gemeenschap of het land ten volle ten goede te komen." De oplossing die China voor het probleem bedacht, is om systemen gefinancierd door de overheid en de private sector naast elkaar te laten bestaan in landelijke gebieden, het zogenaamde "lopen op twee benen" beleid. Innovatieve samenwerkingsverbanden zoals deze lijken inderdaad de beste manier om vooruitgang te boeken.

]]>