UNESCO Platform Vlaanderen, thema "capaciteitsopbouw"http://www.unesco-vlaanderen.be2014-12-06T22:39:45Het UNESCO Platform Vlaanderen legt zich in de eerste plaats toe op het zo breed mogelijk verspreiden van informatie over de activiteiten en programma’s van UNESCO. Dat doet ze onder meer via het driemaandelijks tijdschrift UNESCO info, door het uitgeven van brochures rond specifieke UNESCO-prioriteiten en door het runnen van een informatie- en documentatiecentrum waar mensen kunnen aankloppen met vragen die verband houden met UNESCO.http://www.unesco-vlaanderen.be/media/html/unesco_platform_vlaanderen_logo.pngUNESCO Platform Vlaanderen, thema "capaciteitsopbouw"http://www.unesco-vlaanderen.benlUNESCO wil wetenschappelijke vooruitgang beter afstemmen op het bevorderen van ontwikkelinghttp://www.unesco-vlaanderen.be/2011/9/14/unesco-wil-wetenschappelijke-vooruitgang-beter-afstemmen-op-het-bevorderen-van-ontwikkelingWed, 14 Sep 2011 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2011/9/14/unesco-wil-wetenschappelijke-vooruitgang-beter-afstemmen-op-het-bevorderen-van-ontwikkelingExperts zullen UNESCO helpen om nieuwe strategieën te ontwikkelen.

UNESCO wil wetenschappelijke vooruitgang beter afstemmen op het bevorderen van ontwikkelingUNESCO wil een platform zijn voor debat en de vrije uitwisseling van ideeën over de grote uitdagingen van onze tijd. Een van de uitgangspunten van de Organisatie is dat iedereen moet kunnen genieten van de voordelen die voortvloeien uit wetenschappelijk vooruitgang. Om het debat daaromtrent te stimuleren, richtte UNESCO een panel op bestaande uit vooraanstaande wetenschappers, beleidsvormers en intellectuelen. Het panel houdt zijn eerste bijeenkomst op de hoofdzetel van UNESCO in Parijs op 15 en 16 september 2011. Bedoeling is om de voornaamste uitdagingen op het vlak van sociale en natuurwetenschappen te benoemen om UNESCO te helpen om er een antwoord op te formuleren.

Op de eerste dag van de bijeenkomst zal het panel debatteren over de huidige trends in de wetenschappen en de rol van UNESCO op dit gebied. Tijdens de tweede dag zal het panel samen zitten met vertegenwoordigers van de lidstaten van de Organisatie om gedachten uit te wisselen rond twee thema's: het mobiliseren van de wetenschappelijke wereld om het hoofd te bieden aan de interdisciplinaire uitdagingen waar de samenlevingen voor staan en het vergroten van de knowhow met betrekking tot wetenschap, technologie en innovatie.

Het panel zal voortaan twee keer per jaar bijeenkomen. Het telt 28 persoonlijkheden die bijzondere resultaten bereikten op het vlak van hun expertise. 17 van hen zullen aan de eerste ontmoeting deelnemen.

De wetenschappelijke sector is voortdurend in beweging. Het panel zal UNESCO richtlijnen aanreiken om strategieën te ontwikkelen voor het bevorderen van duurzame ontwikkeling en voor het bestrijden van armoede. Het zal ook functioneren als een denktank voor het smeden van nieuwe samenwerkingsverbanden met de private sector, het middenveld en de academische wereld.

]]>
UNESCO wil het toilet heruitvindenhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2011/8/30/unesco-wil-het-toilet-heruitvindenTue, 30 Aug 2011 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2011/8/30/unesco-wil-het-toilet-heruitvindenHet UNESCO-Instituut voor Watereducatie krijgt steun van de Bill en Melinda Gates Stichting om de sanitaire problemen van ontwikkelingslanden aan te pakken.

UNESCO wil het toilet heruitvindenDe Bill & Melinda Gates Stichting kent een bedrag van 8 miljoen dollar toe aan het in Delft gevestigde UNESCO-IHE Instituut voor Watereducatie en zijn partners. Het geld is bestemd voor postgraduaateducatie en onderzoek die zich toeleggen op het zoeken naar oplossingen voor de sanitaire problemen van arme stadsbewoners in Afrika ten zuiden van de Sahara en Zuidoost-Azië.

Volgens professor Damir Brdjanovic, die het project bedacht en coördineert, gaat het om het grootste onderzoeks- en educatieprogramma ooit dat is afgestemd op de sanitaire noden van arme stadsbewoners. Gedurende een periode van vijf jaar zal het project ruim 500 experts uit ontwikkelingslanden opleiden en 130 werkjaren aan onderzoek opleveren.

"Om te beantwoorden aan de behoeften van de 2,6 miljard mensen die niet over veilige sanitaire voorzieningen beschikken, moeten we niet enkel het toilet heruitvinden maar ook veilige, betaalbare en duurzame manieren vinden om menselijke uitwerpselen op te vangen, te behandelen en te recycleren," aldus Sylvia Mathews van de Bill & Melinda Gates Stichting. "Het is van groot belang dat we daarvoor nauw samenwerken met lokale gemeenschappen om tot langdurige sanitaire oplossingen te komen die het dagelijks leven van mensen verbeteren."

Het onderzoek in het kader van het project concentreert zich op vijf hoofdthema's: slimme sanitaire oplossingen voor sloppenwijken en informele nederzettingen; sanitaire noodoplossingen na natuur- en antropologische rampen; gedecentraliseerde sanitaire voorzieningen; goedkope opvang en behandeling van afvalwater en ten slotte het beheer van rioolstromen.


]]>
UNESCO vergroot expertise in Pakistan rond droogte en overstromingenhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2011/1/21/unesco-vergroot-expertise-in-pakistan-rond-droogte-en-overstromingenFri, 21 Jan 2011 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2011/1/21/unesco-vergroot-expertise-in-pakistan-rond-droogte-en-overstromingenMet een reeks workshops wil UNESCO Pakistan helpen om beter om te gaan met extreme klimaatverschijnselen.

UNESCO vergroot expertise in Pakistan rond droogte en overstromingenDe rampzalige overstromingen die Pakistan in juli 2010 troffen, tonen aan dat het land meer expertise nodig heeft om extreme klimaatverschijnselen zoals droogte en overstromingen beter te voorspellen en om beter voorbereid te zijn op het reageren op uitzonderlijk weer. Daarom organiseert UNESCO van 24 tot 26 januari 2011 een reeks workshops aan de Nationale Universiteit voor Wetenschap en Technologie in Islamabad.

Hydrologische experts uit UNESCO's internationale netwerk, waaronder vertegenwoordigers van het Nederlandse UNESCO Water Education Institute, zullen samen met experts van Pakistaanse onderwijsinstellingen instaan voor de workshops.

Bedoeling is om een aantal voorbeeldpraktijken inzake watereducatie te identificeren en na te gaan hoe deze kunnen toegepast worden om het onderwijs in Pakistan en Zuid-Azië te verbeteren. Onderwerpen die aan bod zullen komen zijn de opleiding van beleidsmakers en andere betrokkenen bij het beheer van overstromingen en droogte; het vaststellen van de beschikbare expertise van instellingen voor watereducatie en de opleiding van weersvoorspellers; de opleiding van technici en andere specialisten die actief zijn rond waterbeheer; en het verstrekken van educatie in scholen en gemeenschappen over het omgaan met de verschillende gevaren die extreme klimaatverschijnselen met zich meebrengen.

Strategie

De workshops maken deel uit van een strategie die UNESCO uittekende in overleg met de Pakistaanse overheid om het land te helpen om beter voorbereid te zijn op overstromingen en droogte en om beter in te schatten hoe het landgebruik, de bevolking en andere factoren de waterhulpbronnen beïnvloeden.

De strategie is toegespitst op vier prioriteiten: het voorspellen en beheren van overstromingsgevaar; het in kaart brengen van risico's zoals landverschuivingen; het identificeren, ontwikkelen en beschermen van grondwatervoorraden die veilig kunnen gebruikt worden in noodsituaties; en educatie, met inbegrip van de opleiding van experts en van voorlichting en bewustmaking van de bevolking en beleidsmakers.

UNESCO staat haar lidstaten bij om watergerelateerde problemen aan te pakken. Ze doet dat via haar Internationaal Hydrologisch Programma dat zich toelegt op wateronderzoek, waterbeheer, educatie en het vergroten van knowhow.


]]>
We moeten meer doen voor Haitihttp://www.unesco-vlaanderen.be/2011/1/12/we-moeten-meer-doen-voor-haitiWed, 12 Jan 2011 01:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2011/1/12/we-moeten-meer-doen-voor-haitiEen jaar na de aardbeving in Haïti die het land verwoestte, maakt UNESCO de balans op van de geboden hulp.

Meer doen voor Haïti"De situatie in Haïti blijft catastrofaal," zegt UNESCO directeur-generaal Irina Bokova op de eerste verjaardag van de aardbeving in Haïti die het leven kostte aan meer dan 250.000 mensen en die de infrastructuur van het land tot puin herleidde. "Meer dan een miljoen mensen woont in tenten in bijzonder moeilijke omstandigheden. De heropbouw is amper aangevat en van de beloofde financiële hulp is nog maar een fractie daadwerkelijk gestort."

Solidariteit tonen

"Overheden en hulporganisaties, in Haïti en elders, moeten hun inspanningen vergroten om het land over deze ramp heen te helpen en terug op te bouwen. Het lot van Haïti is een verantwoordelijkheid die we allemaal delen met het Haïtiaanse volk en van de hulp kunnen we een toonbeeld maken van internationale samenwerking," aldus Bokova.

"Haïti heeft steun nodig, geen liefdadigheid," zo verwoordt Michaëlle Jean het, de Speciale gezant van UNESCO voor Haïti. "Wat de Haïtiaanse bevolking echt nodig heeft, is een investering op lange termijn in de sociale instellingen, en specifiek in onderwijs en cultuur: de voornaamste bouwstenen van hun toekomst."

Evaluatie van de hulp

Irina Bokova, Michaëlle Jean en Jean-Max Bellerive, premier van Haïti, zullen op 20 en 21 januari 2010 deelnemen aan een rondetafel op de hoofdzetel van UNESCO in Parijs. Internationale experts zullen er evalueren wat er sinds de ramp in het land is gebeurd, vooral op het vlak van onderwijs en cultuur.

Meer doen voor Haïti bis

Van zodra het nieuws van de aardbeving bekend was, sloot UNESCO zich aan bij de internationale inspanningen om noodhulp en assistentie op langere termijn te bieden aan het land. In maart 2009 bezocht Irina Bokova Haïti om er met de overheid te bespreken hoe UNESCO het best kon helpen. Sindsdien lopen er verschillende projecten om het onderwijssysteem te herstellen en om het cultureel erfgoed te beschermen. De initiatieven behelzen onder meer de opleiding van lokale journalisten, het bieden van psychologische steun aan kinderen en het aanleren van aardbevingbestendige technieken aan bouwvakkers voor het herstellen van waardevolle culturele sites.

Langetermijnprojecten

Er staan nog verschillende projecten op middellange en lange termijn op stapel die zijn afgesproken met de Haïtiaanse autoriteiten. Onder meer de bescherming en ontwikkeling van het nationaal geschiedenispark 'Citadelle, Sans Souci, Ramiers', de enige werelderfgoedsite van Haïti, het herstellen van het tsunamiwaarschuwingssysteem langs de kust en het verbeteren van de lokale expertise inzake natuurrampenpreventie, het opstellen van een plan voor geïntegreerd waterbeheer in het land, het versterken van het basis- en secundair onderwijs, en verschillende onderwijsprojecten om jongeren in achtergestelde stedelijke gebieden vaardigheden aan te leren waarmee ze in hun levensonderhoud kunnen voorzien.


Klik [hier] voor meer informatie over het werk van UNESCO in Haïti.

]]>
Ontwikkelingslanden beter wapenen tegen natuurrampenhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2010/4/7/ontwikkelingslanden-beter-wapenen-tegen-natuurrampenWed, 07 Apr 2010 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2010/4/7/ontwikkelingslanden-beter-wapenen-tegen-natuurrampenKernproevenwaakhond deelt voortaan waarnemingen met UNESCO zodat ontwikkelingslanden zich beter kunnen voorbereiden op nakende natuurrampen.

Ontwikkelingslanden+beter+wapenen+tegen+natuurrampenUNESCO en de Comprehensive Nuclear-Test-Ban Treaty Organization (CTBTO) sloten een samenwerkingsakkoord dat erop is gericht om ontwikkelingslanden beter in staat te stellen om zich voor te bereiden op, en om te gaan met, de gevolgen van natuurrampen en tsunami's.

De CBTBT maakt gebruik van geavanceerde technologieën en wetenschappelijke methoden om de toestand op onze planeet op de voet te volgen en na te gaan of er zich ergens nucleaire explosies voordoen. De data die ze op die manier inzamelt, hebben een brede waaier van burgerlijke en wetenschappelijke toepassingen.

Bij de ceremonie ter bekendmaking en ondertekening van het samenwerkingsakkoord merkte Irina Bokova, directeur-generaal van UNESCO, op dat "de samenwerking zal leiden tot meer synergie tussen UNESCO en de CBTBT, vooral inzake training en capaciteitsopbouw in ontwikkelingslanden. Behalve voor het beter voorbereiden van landen op natuurrampen, kunnen de data van de waarnemingsstations van de CBTBT het onderzoek naar oceanografische processen en het mariene leven verder helpen."

Het idee voor de samenwerking kwam er na de verwoestende tsunami die de regio van de Indische Oceaan trof op 26 december 2004. Een direct gevolg van die ramp was dat de Intergouvernementele Oceanografische Commissie van UNESCO (IOC) de opdracht kreeg om een tsunamiwaarschuwingssysteem te ontwikkelen voor de Indische Oceaan en voor andere gebieden. Bij de voorbereiding van dat systeem spraken de IOC en de CTBTO af om de mogelijkheid te onderzoeken om de data van het waarnemingssysteem van deze laatste te integreren in het tsunamiwaarschuwingssysteem. Momenteel stuurt de CTBTO zijn waarnemingen naar tsunamiwaarschuwingscentra in Australië, de Filippijnen, Indonesië, Japan, Thailand en de Verenigde Staten waardoor deze sneller alarm kunnen slaan.

De IOC is in 1960 opgericht om internationale samenwerking te stimuleren voor de studie en de bescherming van de oceanen. Het speelt een cruciale rol in het opvolgen van de toestand van de oceanen en in het ontwikkelen van tsunamiwaarschuwingssystemen in kwetsbare gebieden.

De CTBTO is een organisatie die in 1996 is opgericht en die ijvert voor het wereldwijd ingang doen vinden van een verdrag dat kernproeven verbiedt en die nauw toeziet op het al dan niet voorkomen van nucleaire explosies, zowel ondergronds, onder water als in de atmosfeer.

]]>
Sustainable Management of Marginal Drylandshttp://www.unesco-vlaanderen.be/2009/8/1/sustainable-management-of-marginal-drylandsSat, 01 Aug 2009 04:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2009/8/1/sustainable-management-of-marginal-drylands
Een project ter bevordering van onderzoek en ter versterking van capaciteitsopbouw in ontwikkelingslanden om woestijnvorming te bestrijden.

In het licht van de VN Conventie ter Bestrijding van Woestijnvorming (UNCCD), is het Sustainable Management of Marginal Drylands project (SUMAMAD-II) project gericht op het verbeteren van het duurzaam beheer en het behoud van marginale drylands in noordelijk Afrika, Arabische staten, Azië en Latijns-Amerika. 'Drylands' zijn halfwoestijngebieden en zijn bijzonder kwetsbaar. Dit is te wijten aan het veranderend klimaat en aan menselijke druk. Op wereldschaal vormen ze de grootste landreserves zowel inzake de ruimte die ze bestrijken als inzake de natuurlijke rijkdommen die ze herbergen.

Kennis en ervaring uitwisselen

Tussen 2001 en 2005 werkten 1.360 experts van over de hele wereld op initiatief van de Verneigde Naties samen aan een veelomvattende studie van de gevolgen die veranderingen in ecosystemen hebben voor het menselijk welzijn. Het eindrapport benadrukte het belang van een duurzame ontwikkeling van halfwoestijngebieden en brak een lans voor de uitwisseling van goede praktijkvoorbeelden die zowel het behoud van het milieu eerbiedigen als een beter en alternatief levensonderhoud voor gemeenschappen in halfwoestijngebieden beogen.

Het SUMAMAD project bevordert onderzoek en versterkt capaciteitsopbouw in ontwikkelingslanden om woestijnvorming te bestrijden. Hiertoe brengt SUMAMAD Afrikaanse wetenschappers samen met wetenschappers uit Azië, Arabische Staten, Latijns-Amerika en Europa om de kennisoverdracht met betrekking tot beheer van droge gebieden te bevorderen.

Besluitvorming sturen

Het project is toe aan zijn tweede fase (2009-2013). Daarin ligt de nadruk op capaciteitsopbouw van onderzoekers om hun wetenschappelijke bevindingen naar voor te brengen op een manier die beleidsmakers in staat stelt om geïnformeerde beslissingen te nemen over het beheer van droge gebieden. Bedoeling is om scenario's op te stellen met alternatieven voor duurzaam water- en landbeheer in droge gebieden. Deze moeten ook een economische evaluatie bevatten en rekening houden met de globale context en fenomenen zoals klimaatverandering. Bij dit alles zal men streven naar een participatieve benadering, dus met inbreng van de lokale gemeenschappen zoals landeigenaars, landbouwers en andere betrokkenen.

Andere doelstellingen van het project zijn het bevorderen van wetenschappelijk onderzoek en van een duurzaam levensonderhoud in droge gebieden. Zo wil men komen tot een verbetering van de landbouw (gewassen en veeteelt) in droge gebieden door het duurzaam beheer van natuurlijke rijkdommen met nadruk op duurzame waterbeheer- en oogstpraktijken en wil men werk maken van het herstel van gedegradeerde gebieden, gericht op het behoud van biodiversiteit. Om de toenemende druk van de traditionele landbouw op het milieu in droge gebieden te verminderen, wil men lokale gemeenschappen ook aanmoedigen via goed onderbouwde voorlichting om alternatieve inkomensgenererende activiteiten te ontwikkelen, zoals bijvoorbeeld ecotoerisme en ambachtelijke productie.

]]>
Ocean Teacher Academyhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2009/8/1/ocean-teacher-academySat, 01 Aug 2009 02:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2009/8/1/ocean-teacher-academyEen onlineleerplatform dat bijdraagt tot het duurzaam beheer van oceanen en kustgebieden in Afrika en andere regio's.

Ocean Teacher Academy (OTA) beoogt het opstarten van een centrale faciliteit die opleidingsprogramma's met betrekking tot oceanografische gegevens en informatiebeheer en de hieraan gekoppelde ontwikkeling van producten en diensten zal verstrekken en op die manier bijdragen tot het duurzaam beheer van oceanen en kustgebieden in Afrika en andere regio's. Het betreft een interactief onlineleerplatform.

Capaciteit opbouwen

De algemene doelstellingen van OTA zijn het versterken van de nationale capaciteit van de begunstigde landen met betrekking tot het beheer van oceaangegevens en -informatie en het stimuleren van de aanmaak van data- en informatieproducten die bijdragen tot de besluitvorming inzake het beheer van kusten en mariene milieus. Daarbij gaat bijzondere aandacht naar het uitbouwen van interregionale netwerking en samenwerking, naar de uitwisseling van kennis, goede praktijkvoorbeelden en lesmateriaal en naar de oprichting van regionale expertisecentra.

OTA zal het beheer van kusten en mariene hulpbronnen ondersteunen door het versterken van de menselijke capaciteit en het vergemakkelijken van de toegang tot beschikbare oceaangegevens en informatieproducten in 30 landen in vier grote regio's (Afrika, Caraïben, Indische Oceaan, Oost-Europa) door het inrichten van 15 workshops voor het versterken van mariene wetenschappelijke instituten; door het opstarten van 2 netwerken van UNESCO/IOC Leerstoelen die samenwerken bij het uitvoeren van regionale projecten; en door actief te ijveren voor de uitbreiding van bestaande regionale netwerken met tien nieuwe landen.

Bredere toepassingen

Daarnaast zal OTA bijdragen tot vooruitgang rond een aantal andere prioritaire aandachtspunten van UNESCO, onder meer door de ontwikkeling en verspreiding van opleidingsmodules die kunnen ingezet worden voor educatie voor duurzame ontwikkeling in het formeel en niet-formeel onderwijs, door het versterken van het bewustzijn over wat juiste informatie en betere kennis over uitdagingen en praktijken vermogen voor duurzame ontwikkeling van kleine eilandstaten en door het bevorderen van ICT ondersteunend leren, bijvoorbeeld door de ontwikkeling van digitale bibliotheken van open educatieve software en digitale leermiddelen die bijdragen tot de kwaliteit en het propageren van levenslang leren.

]]>
Ondersteuning voor het beheer van oceanen en kustzones in Afrikahttp://www.unesco-vlaanderen.be/2009/8/1/ondersteuning-voor-het-beheer-van-oceanen-en-kustzones-in-afrikaSat, 01 Aug 2009 01:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2009/8/1/ondersteuning-voor-het-beheer-van-oceanen-en-kustzones-in-afrikaDe beschikbaarheid van betrouwbare, up-to-date bijgewerkte gegevens en informatie is essentieel als basis voor een duurzaam geïntegreerd beheer van kusten en mariene hulpbronnen.

Het Ocean Data and Information Network for Africa (ODINAFRICA) brengt een groot aantal aan de zee verbonden instellingen uit 25 landen samen. Tot de doelstellingen van het programma behoren het verbeteren en het stroomlijnen van gegevens- en informatiestromen naar en tussen oceanografische data- en informatiecentra en het ontwikkelen van data- en informatieproducten ter ondersteuning van een integraal kustzonebeheer in Afrika. ODINAFRICA is inmiddels aan zijn vierde fase toe.

Essentiële gegevens zijn schaars

De beschikbaarheid van betrouwbare, up-to-date bijgewerkte gegevens en informatie is essentieel als basis voor een duurzaam geïntegreerd beheer van kusten en mariene hulpbronnen. Ondanks het toenemende aantal initiatieven door nationale overheden en internationale partners met betrekking tot een beter beheer van kusten en mariene gebieden in Afrika blijven de gegevens in het openbare domein moeilijk toegankelijk voor mariene wetenschappers en beheerders. Dit is toe te schrijven aan verscheidene factoren zoals de complexe overeenkomsten met betrekking tot het gebruik van gegevens, tegenzin om gegevens zonder financiële compensatie te delen, verspreide opslag van gegevens in diverse instellingen, het feit dat vele datasets niet gedigitaliseerd zijn, en de grote verscheidenheid van gegevens en meta-data formaten.

Een bijkomend obstakel is de aard van de computerinfrastructuur in de meeste landen en beperkte toegang tot het internet. Sommige projecten en programma's die waardevolle datasets geproduceerd hebben, werden niet in een institutioneel kader opgenomen. Daardoor zijn gegevens verloren gegaan van zodra de programma's beëindigd werden.

Ruime samenwerking

Het huidige project sluit aan bij ODINAFRICA-III waarin meer dan 40 instellingen uit Afrikaanse landen samenwerkten. ODINAFRICA-IV bouwt deze samenwerking verder uit met twee andere IOC-programma's, met name het Integrated Coastal Area Management (ICAM) programma en het Global Ocean Observing System (GOOS). Het zal de regionale benadering met nationaal gedreven identificatie van behoeften en prioriteiten combineren en een "op de verbruiker gerichte" benadering bevorderen.

Het project zal zich bij het ontwikkelen van duurzame capaciteit in Afrikaanse instellingen concentreren op het verstrekken van nuttige en bruikbare gegevens en informatie en op het ontwikkelen van producten zoals voorspellingen, modellen, atlassen en scenario's.

]]>
Vlaamse steun voor wetenschappelijke projectenhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2009/8/1/vlaamse-steun-voor-wetenschappelijke-projectenSat, 01 Aug 2009 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2009/8/1/vlaamse-steun-voor-wetenschappelijke-projectenVlaanderen maakt internationaal school door op een geconcentreerde en toekomstgerichte manier wetenschappelijke projecten van UNESCO te ondersteunen die het duurzaam beheer van kusten en natuurlijke rijkdommen in voornamelijk ontwikkelingslanden mogelijk helpen maken door capaciteitsopbouw en het versterken van nationale infrastructuur in een internationale omgeving. Dit alles gebeurt via het Vlaams UNESO Trustfonds Wetenschappen dat inmiddels zijn derde fase is ingegaan.

]]>
Opzet en impact van het steunprogrammahttp://www.unesco-vlaanderen.be/2009/8/1/opzet-en-impact-van-het-steunprogrammaSat, 01 Aug 2009 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2009/8/1/opzet-en-impact-van-het-steunprogrammaDe opzet van het Vlaams UNESCO Trustfonds Wetenschappen is gericht op duurzame ondersteuning en op een multiplicatoreffect.

Het Flanders UNESCO Science Trust fund (FUST) werd in 1999 opgericht om met Vlaamse middelen en expertise de wetenschappelijke activiteiten van UNESCO te ondersteunen. De vijfjaarlijkse overeenkomst (1999-2003) werd voor een nieuwe periode van vijf jaar verlengd in april 2003 (2004-2008) en in december 2008 (2009-2013). Bij het selecteren van projecten die in aanmerking komen voor ondersteuning, gaat bijzondere aandacht naar de prioriteiten van UNESCO inzake wetenschappen en naar de relevantie voor, en de beschikbaarheid van, Vlaamse expertise. Daarbij wordt gemikt op duurzame ondersteuning en op een multiplicatoreffect. De activiteiten die door het FUST worden ondersteund, worden op die manier gekenmerkt door een hecht en effectief partnerschap tussen Vlaamse instellingen, UNESCO en de begunstigden waarbij de impact van de Vlaamse middelen wordt gemaximaliseerd door het focussen op het uitbouwen van een duurzame capaciteitsopbouw op het domein van de wetenschappen, beleid, netwerking en informatie-uitwisseling en op het uitbouwen van een gezamenlijke infrastructuur.

Vier grote projecten

Er zijn vier grote projecten gekozen voor ondersteuning in de derde fase van het FUST. Het globale kostenplaatje over de periode van vijf jaar bedraagt ruim 18 miljoen dollar. Daarvan wordt 37% gedragen door het FUST. De rest van de middelen komt voornamelijk van andere partners uit de begunstigde landen, hetgeen wijst op een groot bewustzijn en engagement voor de projecten en mooie perspectieven opent voor de duurzaamheid van de projecten op langere termijn.

De projecten die in de derde fase van het FUST ondersteund worden, dragen bij tot activiteiten van UNESCO in het kader van de Intergouvernementele Oceanografische Commissie, het Mens- en Biosfeerprogramma en het Internationaal Hydrologisch Programma.

Drie UNESCO-programma's

De Intergouvernementele Oceanografische Commissie van UNESCO (IOC) werd opgericht in 1960 ter bevordering van de internationale samenwerking en coördinatie van programma's op het gebied van onderzoek, duurzame ontwikkeling, bescherming van het mariene milieu, capaciteitsopbouw voor een beter beheer, en besluitvorming. Het helpt ontwikkelingslanden bij het versterken van hun instellingen voor het verkrijgen van zelfstandigheid en duurzaamheid in mariene wetenschappen. Op regionaal niveau coördineert het de ontwikkeling van een tsunamiwaarschuwingssysteem in de Stille Oceaan, de Indische Oceaan, de noordoostelijke Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee en het Caraïbisch gebied. Het vergemakkelijkt ook samenwerking tussen verschillende VN-agentschappen die rond de oceaan actief zijn en werkt samen met het VN-Milieuprogramma (UNEP) aan de oprichting van een proces voor wereldwijde rapportage en evaluatie van de toestand van het mariene milieu. Via het Global Ocean Observing System (GOOS) - een onderdeel van het Global Climate Observing System (GCOS) - draagt de IOC bij tot het verbeteren van de operationele oceanografie, de weer- en klimaatvoorspellingen en de ondersteuning van de aanhoudende observatiebehoeften van het VN-Raamverdrag inzake Klimaatverandering (UNFCCC).

Het Mens- en Biosfeerprogramma van UNESCO (MAB) werd gelanceerd in het begin van de jaren 1970 en is gericht op interdisciplinair onderzoek en op capaciteitsopbouw met als doel de relatie tussen de mens en zijn omgeving te verbeteren. Het spitst zich toe op de ecologische, sociale en economische dimensies verbonden aan het verlies van biodiversiteit en op het beperken van dit verlies. Het bouwt een wereldwijd netwerk van biosfeerreservaten uit om kennis uit te wisselen, onderzoek te bevorderen, ecosystemen op te volgen en te controleren, onderwijs en opleiding te verschaffen en om participatieve besluitvorming in de hand te werken.

Het Internationaal Hydrologisch Programma van UNESCO (IHP) is een internationaal wetenschappelijk programma ter bevordering van samenwerking omtrent wateronderzoek, waterbeheer, onderwijs en capaciteitsopbouw. Het programma doet dienst als een instrument waarmee lidstaten, samenwerkende professionele en wetenschappelijke organisaties en individuele deskundigen hun kennis van de waterkringloop kunnen vergroten zodat ze over meer capaciteit beschikken voor het beheren en ontwikkelen van hun watervoorraden. Het is gericht op het ontwikkelen van technieken, methoden en benaderingen om hydrologische verschijnselen beter te definiëren; op het verbeteren van het waterbeheer, lokaal en wereldwijd; op het optreden als een katalysator voor het stimuleren van samenwerking en dialoog in waterwetenschap en -beheer; op de beoordeling van de duurzame ontwikkeling van de kwetsbare waterhuishouding; en op het vergroten van het bewustzijn over de wereldwijde waterproblematiek.

De vier projecten die kunnen worden uitgevoerd dankzij de ondersteuning van de derde fase van het FUST betreffen geïntegreerde data- en informatie- producten en diensten voor het beheer van oceanen en kustzones in Afrika (ODINAFRICA-IV); capaciteitsopbouw voor oceaan data- en informatienetwerken (Ocean Teacher Academy); de ontwikkeling van een mariene atlas voor het Caraïbisch gebied; en duurzaam beheer van droge gebieden (SUMAMAD-II).

]]>
UNESCO reageert op crisissituatie in Gazahttp://www.unesco-vlaanderen.be/2009/2/11/unesco-reageert-op-crisissituatie-in-gazaWed, 11 Feb 2009 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2009/2/11/unesco-reageert-op-crisissituatie-in-gazaVijf onderwijsprojecten en een project voor persvrijheid vormen de bijdrage van UNESCO aan de inspanningen van de VN om noodhulp te bieden aan Gaza. UNESCO+reageert+op+crisissituatie+in+GazaHet Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Aangelegenheden (OCHA) van de Verenigde Naties lanceerde op 2 februari 2009 de United Nations Gaza Flash Appeal, een oproep om middelen in te zamelen om de meest dringende noden in Gaza te lenigen gedurende negen maanden. Er wordt gezocht naar 613 miljoen dollar om 50 ngo's, 98 ngo-projecten, 73 VN-projecten en 15 VN-agentschappen te ondersteunen die allemaal noodhulp willen bieden. Bij de projecten die in de oproep zijn opgenomen, zijn zes UNESCO-projecten: vijf inzake onderwijs en een met betrekking tot media en vrije meningsuiting. Voor deze zes projecten is 3 miljoen dollar nodig.

Scholen in puin

De onderwijsprojecten van UNESCO zijn gericht op het herstellen van het onderwijs op alle niveaus, met bijzondere aandacht voor het secundair en het hoger onderwijs omdat deze vaak over het hoofd worden gezien bij humanitaire hulp.

Zeven scholen in het noorden van Gaza zijn vernield tijdens de recente gevechten die er plaatsvonden. Meer dan 150 basisscholen werden beschadigd. Ook alle 14 privé- en publieke universiteiten in Gaza zijn getroffen tijdens het recente conflict en het hoofdgebouw van de Islamitische Universiteit is compleet vernield. Van verschillende andere universiteiten zijn de laboratoria en bibliotheken vernield en onder docenten en studenten zijn verschillende doden te betreuren.

Alle scholen in het gebied werden gesloten tussen 27 december 2008 en 24 januari 2009 zodat meer dan een half miljoen leerlingen - van de kleuterschool tot de universiteit - van onderwijs verstoken bleven.

Persvrijheid herstellen

Het zesde project van UNESCO is gericht op het verbeteren van de veiligheid van journalisten en het verbeteren van de persvrijheid in Gaza. Het wil de toegang tot informatie via capaciteitsopbouw verbeteren, beschermende kledij voor journalisten voorzien en een netwerk ter ondersteuning van journalisten en mediaprofessionals oprichten. Door het bewustzijn over de rechten van de media te verhogen, betere opvolging van en berichtgeving over schendingen van de persvrijheid, en psychologische steun voor mediaprofessionals hoopt UNESCO een halt te kunnen toeroepen aan de verminderende persvrijheid en afnemende toegang tot informatie in Gaza.

UNESCO stuurde op 1 en 2 februari 2009 een aantal specialisten naar Gaza om er te peilen naar de meest dringende behoeften. Tijdens deze missie schonk UNESCO 16 kits met beschermende vesten, helmen en 'pers' kentekens aan mediaprofessionals. Tijdens het conflict in Gaza moesten veel cameramannen en journalisten in het gebied aan de slag zonder bescherming. Buitenlandse verslaggevers en mediaprofessionals werd de toegang tot het conflictgebied ontzegd.

Op basis van de bevindingen van de experts zullen de bovenstaande projecten worden bijgestuurd. UNESCO zal de conclusies ook als uitgangspunt nemen bij het formuleren van haar projecten die onderdeel uitmaken van het Gaza Early Recovery and Reconstruction Plan. Dat is een langetermijnplan voor de heropbouw van Gaza. Voor de financiering ervan wordt op 2 maart 2009 een donorconferentie georganiseerd in Caïro.

]]>
Regionale waterwegen leiden tot beter wederzijds begrip in Zuidoost-Europahttp://www.unesco-vlaanderen.be/2008/6/18/regionale-waterwegen-leiden-tot-beter-wederzijds-begrip-in-zuidoost-europaWed, 18 Jun 2008 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2008/6/18/regionale-waterwegen-leiden-tot-beter-wederzijds-begrip-in-zuidoost-europaEen reeks projecten onder de noemer Culturele Waterroutes moeten de interculturele dialoog ten goede komen in Zuidoost-Europa. Regionale+waterwegen+leiden+tot+beter+wederzijds+begrip+in+Zuidoost-EuropaDe landen van Zuidoost-Europa zullen voortaan meer aandacht besteden aan de bijdrage van waterwegen tot de ontwikkeling van de culturele diversiteit van de regio en aan hun rol bij het bevorderen van de interculturele dialoog, dat is afgesproken op een regionale top in Athene op 14 juni 2008.

De Zuidoost-Europese top werd georganiseerd door Griekenland en de UNESCO in samenwerking met de Raad van Europa. Er namen zowel politieke leiders als experts aan deel die zich bogen over de rol die maritieme routes en rivieren vervullen als netwerken ter bevordering van interculturele communicatie en over de impact ervan op de waarden, de kennis en de levenswijzen van de regio.

De deelnemende landen spraken af om een reeks projecten op te zetten onder de noemer Culturele Waterroutes om zodoende "het verleden beter te begrijpen, het heden te erkennen en aan de toekomst te bouwen om bij te dragen tot vrede en stabiliteit in de regio".

Projecten die in aanmerking komen, betreffen onder meer: het in kaart brengen van watergerelateerd materieel en immaterieel cultureel erfgoed; het beschermen van culturele landschappen, archeologische sites, historische steden, monumenten en natuurgebieden; het bewaren van maritieme archeologische sites en het bevorderen van onderwater archeologisch onderzoek; het beschermen van de biodiversiteit in en rond zeeën, rivieren en meren; het opzetten van gezamenlijke initiatieven voor onderzoek, opleiding en capaciteitsopbouw inzake de conservatie en bescherming van materieel en immaterieel cultureel erfgoed; het verbeteren van het bewustzijn onder jongeren over het belang van erfgoed; en het promoten van artistieke en culturele activiteiten.

Het was de zesde keer dat de UNESCO de leiders van de landen van Zuidoost-Europa bij elkaar bracht op een regionale top. De volgende ontmoeting vindt plaats in Montenegro in 2009 en zal handelen over het beheer van de diversiteit van erfgoed en het belang daarvan bij de promotie van het toerisme.

De landen die afspraken om samen te werken rond het concept van Culturele Waterroutes zijn: Albanië, Bosnië en Herzigovina, Bulgarije, Griekenland, Kroatië, Montenegro, Roemenië, Servië en Turkije.

]]>
Blik op de toekomst richtenhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2005/12/1/blik-op-de-toekomst-richtenThu, 01 Dec 2005 08:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2005/12/1/blik-op-de-toekomst-richtenHet wetenschappelijk programma van de UNESCO wil ervoor zorgen dat we op een duurzame manier de toekomst instappen en dat onze fundamentele vrijheden gewaarborgd blijven.

Blik+op+de+toekomst+richtenDe divisie Wetenschappen van de UNESCO is opgedeeld in twee deelsectoren: natuurwetenschappen en sociale- en menswetenschappen. Binnen de natuurwetenschappen krijgen water en eraan verbonden ecosystemen prioritaire aandacht. Er is eveneens bijzondere aandacht voor de oceanen, capaciteitsopbouw (zowel binnen de fundamentele en technische wetenschappen als naar het wetenschapsbeleid toe) en voor de rol van de wetenschap bij het werken aan duurzame ontwikkeling. Binnen de sociale- en menswetenschappen ligt de nadruk in de eerste plaats op de ethiek van wetenschap en technologie en daarnaast op het bevorderen van de mensenrechten, het bestrijden van racisme, het promoten van filosofie en democratie en op het opvolgen van sociale transformaties.

Eigenheid

"Het is belangrijk dat de UNESCO haar werkzaamheden beter afstemt op haar identiteit en missie," zegt Rudy Herman, navorser bij de administratie Wetenschap en Innovatie en lid van de Vlaamse UNESCO Commissie, "op het vlak van water zijn er bijvoorbeeld nog 22 andere instanties binnen de Verenigde Naties met die problematiek bezig. Via het Internationaal Hydrologisch Programma (IHP) speelt de UNESCO een coördinerende rol maar de Organisatie zou haar eigenheid nog meer kunnen benadrukken. De meerwaarde van de UNESCO ligt vooral bij bewustwording, educatie en vredesopbouw. Naast capaciteitsopbouw zou de UNESCO bijvoorbeeld meer activiteiten kunnen organiseren die bewustzijn helpen creëren. Dus niet enkel informatie verstrekken aan wetenschappelijke instellingen, maar ook aan andere doelgroepen zoals lokale overheden, koepelorganisaties en specifieke sectoren, zoals de visserij, de (eco)toeristische sector, enz... Zo kan men bijvoorbeeld gidsen bewust maken van wat het zuiver houden van rivieren met zich meebrengt, zowel op het vlak van perceptie als naar de natuur toe. Vlaanderen zou een dergelijke globale benadering verder uitgewerkt willen zien in verschillende projecten en programma's van de UNESCO."

"In het verlengde daarvan menen we dat de UNESCO ook nog meer kan nadenken over wat haar verschillende programma's elkaar kunnen bieden," vervolgt Rudy Herman. "Vanuit Vlaanderen zien we steeds toe op de complementariteit van de ondersteuning die we verstrekken en welke input dit kan geven aan andere onderdelen of programma's. Een goed voorbeeld hiervan is het IODE Project Office in Oostende. In feite ondersteunt Vlaanderen via dit kantoor een programma dat een horizontale dienstverlening biedt. Door data en informatie op een gestandaardiseerde manier te beheren, kunnen ze ook door andere organisaties gebruikt worden, zowel binnen als buiten de UNESCO. Voorbeelden hiervan zijn het Global Sea Level Observing System (GLOSS) en het Global Ocean Observing System (GOOS) die vanuit de Intergouvernementele Oceanografische Commissie (IOC) van de UNESCO gerund worden. Organisaties zoals de World Meteorological Organisation en het United Nations Environmental Programme kunnen gebruik maken van steun uit Vlaanderen via toegang tot de uniforme data en de aangeboden opleidingen."

Vlaamse steun

Tijdens de 33ste Algemene Conferentie van de UNESCO van 3 tot 21 oktober in Parijs, bekrachtigden de lidstaten ook een aantal beslissingen die niet rechtstreeks met programma-inhoud te maken hebben maar eveneens van belang zijn voor Vlaanderen. "Zo is het Nederlandse Instituut voor Watereducatie uit Delft een volwaardig UNESCO-instituut geworden dat vooral aan capaciteitsopbouw zal gaan doen," zegt Rudy Herman. "Ook het CAZALAC in Chili is nu officieel erkend. Dat is een centrum voor waterbeheer in woestijn- en halfwoestijngebieden voor Latijns-Amerika en het Caraïbisch Gebied dat opereert binnen het kader van het IHP. Via het Trustfunds waarmee Vlaanderen wetenschappelijke projecten van de UNESCO ondersteunt, hielpen we bij de uitbouw van dit centrum. Nu wordt het verder uitgebreid en zal Vlaanderen vooral de onderzoekscomponent van het centrum helpen versterken."

Met betrekking tot de sociale- en menswetenschappen springt vooral de aangenomen Universele Verklaring over Bio-ethiek en de Mensenrechten in het oog (zie verder). Een andere opmerkelijke beslissing van de Algemene Conferentie is de jaarlijkse viering van een Werelddag voor de Filosofie, elke derde donderdag van november. Hoewel er aan Werelddagen geen gebrek is, verdient deze beslissing toch applaus. "Deze dag is vooral belangrijk voor een aantal jonge lidstaten die zich aan het herbronnen zijn nadat ze uit conflictsituaties komen," denkt Rudy Herman. "Het instellen van deze Werelddag kan hen de ruimte en de openheid bieden om na te denken over de richting die ze uit willen. Daar is ook het bewustzijn rond ethische aspecten en het stimuleren van dialoog aan gekoppeld."

Langetermijndenken

Tijdens de voorbije Algemene Conferentie is ook begonnen met de voorbereiding van de volgende zogenaamde Medium Term Strategy die de inhoudelijke prioriteiten voor de periode 2008-2013 zal vastleggen. "Het is de bedoeling dat dit langetermijndenken meer ingang vindt en dat er vanuit die strategie vertrokken wordt bij het opstellen van de tweejaarlijkse werkprogramma's van de UNESCO. Die benadering laat toe om meer gestructureerd te werken en om het overzicht te bewaren van waar men naartoe wil," zegt Rudy Herman. "Deze methode werd al het best toegepast binnen het domein van de natuurwetenschappen en zal nu ook door de andere sectoren zoals onderwijs en cultuur overgenomen worden. Ook Vlaanderen staat hier achter. Projecten die we steunen via het wetenschappelijk Trustfunds, garanderen we een financiering voor vier jaar. We zien er eveneens op toe dat het gaat om projecten die ingebed zijn in het grotere programma van de Medium Term Strategy zodat de projecten op lange termijn vruchten kunnen blijven afleveren."

]]>
Iedereen heeft recht op een opleidinghttp://www.unesco-vlaanderen.be/2005/12/1/iedereen-heeft-recht-op-een-opleidingThu, 01 Dec 2005 05:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2005/12/1/iedereen-heeft-recht-op-een-opleidingDe UNESCO wil haar rol in het wereldwijde streven naar Onderwijs voor Allen beter invullen en werkte mee aan nieuwe richtlijnen voor kwaliteitszorg in het hoger onderwijs.

Iedereen+heeft+recht+op+een+opleidingHet onderwijsprogramma van de UNESCO maakte een moeilijke tijd door de laatste jaren. Het Onderwijs voor Allen-initiatief is de voornaamste prioriteit maar rapport na rapport toont aan dat de doelstellingen niet bereikt zullen worden tenzij landen en andere betrokken partijen de zaak ernstig nemen en serieus gaan investeren in educatie. En dat terwijl onderwijs het grootste deel van de Unesco-begroting opslorpt. Gelukkig is er beterschap op komst. Ruth Lamotte, die de administratie Onderwijs vertegenwoordigt in de Vlaamse UNESCO Commissie: "We stellen vast dat de UNESCO, meer dan in het verleden, een aantal duidelijke keuzes maakt en duidelijke prioriteiten naar voor schuift. Hoofdprioriteit blijft inderdaad Onderwijs voor Allen maar binnen dat ruime aandachtsveld gaat men zich concentreren op drie specifieke programma's ('flagship programmes'): alfabetisering, educatie en hiv/aids-preventie, en lerarenopleiding (vooral in Afrika ten zuiden van de Sahara). Naast die hoofdprioriteiten zal de Organisatie zich eveneens focussen op secundair onderwijs, vooral dan technisch- en beroepsonderwijs, op het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs en op hoger onderwijs."

Onderwijs voor Allen

De UNESCO deelt de bezorgdheid van haar lidstaten over het tot nu toe relatief beperkte succes van het Onderwijs voor Allen-programma. Daarom komen er binnenkort hervormingen. "Sinds kort is er een nieuwe Adjunct-directeurgeneraal voor Onderwijs, de Amerikaan Peter Smith," legt Karen Groffils van de administratie Buitenlands Beleid uit, "na zijn aanstelling maakte hij een doorlichting van het programma. Bleek dat het op het vlak van het management grondig fout liep. Het programma zoals dat op papier staat is goed en ook de mensen die het moeten uitvoeren zijn bekwaam. Alleen: er was geen goed beheer. Iedereen was met van alles bezig zonder een duidelijk overzicht van wie precies wat moet doen. Daar zal verandering in komen. Iedereen krijgt beter omschreven taken en ook de verantwoordelijkheden van het Secretariaat en de veldkantoren van de UNESCO worden beter afgelijnd."

"Het zou goed zijn mocht de UNESCO met nog meer vastberadenheid keuzes durven maken," zegt Ruth Lamotte. "Als je alles op een rijtje zet, blijkt dat er toch nog heel veel thema's in het onderwijsprogramma opgenomen zijn. Teveel om alles goed te kunnen doen. Daarnaast moet de UNESCO zich ook goed bezinnen over haar eigenheid, er zijn namelijk verschillende organisaties die rond onderwijs werken. In Vlaanderen kijken wij bijvoorbeeld ook erg naar de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en naar wat er in het kader van de Europese Unie rond onderwijs besproken en beslist wordt. De UNESCO weegt veel minder door op ons onderwijsbeleid."

Specifieke benadering

Dat Vlaanderen de UNESCO niet in de eerste plaats als richtinggevend beschouwt bij het uitbouwen van het onderwijsbeleid, heeft veel te maken met de ontwikkelingscomponent die erg speelt bij de Organisatie. "De UNESCO is een globale organisatie," verklaart Ruth Lamotte. "Ze richt zich tot de ganse wereld en besteedt prioritair aandacht aan ontwikkelingslanden, zeker met het Onderwijs voor Allen-programma. Dat is op zich zeer waardevol maar in Vlaanderen hebben wij een andere aanpak nodig, wij staan voor andere en meer specifieke uitdagingen. Voor een land dat zijn basis- en secundair onderwijs nog zo goed als volledig moet uitbouwen, biedt de UNESCO natuurlijk wel een grote meerwaarde. Eén van de belangrijkste opdrachten van UNESCO is dan ook capaciteitsopbouw."

"Anderzijds is het zo dat bepaalde Westerse landen Onderwijs voor Allen wel als model voorop stellen voor het eigen onderwijsbeleid. Finland heeft bijvoorbeeld een 'Nationaal Onderwijs voor Allen Actieplan' opgemaakt waarin eigen accenten zoals kleuteronderwijs, gelijke kansen, enz... gelegd worden. Dat is een keuze. In Vlaanderen is er niet expliciet een dergelijk actieplan, wat natuurlijk niet betekent dat wij geen beleid voeren rond de aspecten die erin vervat zijn," vervolgt Ruth Lamotte. Als Vlaanderen niet meteen iets te winnen heeft bij de UNESCO voor de ontwikkeling van zijn onderwijsbeleid, kan het misschien wel iets bieden, bijvoorbeeld het uitdragen van knowhow naar ontwikkelingslanden. "In principe zou dat kunnen," beaamt Ruth Lamotte, "maar in de praktijk gebeurt dit spijtig genoeg te weinig. Daarvoor trekt de UNESCO die kaart zelf te weinig. Concrete vragen daartoe, of duidelijke richtlijnen over hoe zo'n samenwerking kan opgestart worden, ontbreken." "En als je al zoiets voorstelt," vult Marie-Anne Persoons van de administratie Onderwijs aan, " dan komt al snel de vraag om financiering. En dan houdt de overheid meestal de boot af. We werken vanuit de administratie bijvoorbeeld geregeld mee aan het uitwerken van bepaalde richtlijnen en dergelijke meer, maar als het tijd is om die richtlijnen aan de praktijk te toetsen via pilootprojecten, moet er voor financiering naar anderen gekeken worden."

Hoger onderwijs

Met alle aandacht die de Conventie Culturele Diversiteit terecht kreeg, zouden we bijna vergeten dat cultuur niet de enige sector is die we moeten behoeden voor het ongebreidelde liberalisme en vrijmarktdenken. Ook onderwijs en gezondheidszorg mogen niet vanuit een louter economisch standpunt beschouwd worden. De UNESCO is zich daar terdege van bewust en werkt rond dit thema. Haar Centrum voor Hoger Onderwijs, CEPES, in Boekarest bijvoorbeeld, werkt onder andere regels uit met betrekking tot de erkenning van diploma's. Een initiatief genomen in samenwerking met de Raad van Europa dat navolging krijgt in andere regio's. "Daarbij gaat ook aandacht naar het recht op hoger onderwijs," legt Marie-Anne Persoons uit. "Veel onderwijsinstellingen uit Westerse landen zijn actief in ontwikkelingslanden. Regeringen in die landen beschikken over weinig middelen en investeren hoofdzakelijk in basis- en secundair onderwijs. We moeten er op toezien dat de toegang tot het hoger onderwijs, ook dat ontstaan vanuit privé-initiatief, verzekerd blijft en er dus geen extreem hoge inschrijvingsgelden gevraagd worden enz..."

"Ook binnen de OESO denkt men al na over de gevolgen van de commercialisering van het onderwijs. Een eerste concrete stap was het opstellen van richtlijnen voor kwaliteitszorg in het transnationaal hoger onderwijs. Dit gebeurde in samenwerking met de UNESCO en de tekst is aangenomen tijdens de voorbije Algemene Conferentie," zegt Marie-Anne Persoons. "De tekst wil studenten in ontwikkelingslanden beschermen tegen malafide praktijken. Het aanbod van buitenlandse onderwijsinstellingen is zeer divers en weinig doorzichtig - het kan gaan van filialen tot cursussen aangeboden via afstandsonderwijs. Zeer belangrijk is dat de tekst hamert op kwaliteit: een onderwijsinstelling die een aanbod doet in het buitenland moet dit doen volgens dezelfde kwaliteitsnormen die ze zou hanteren voor haar binnenlands aanbod. Tot nu toe was de praktijk vaak anders."

Eerste stap

De richtlijnen voor kwaliteitszorg in het transnationaal hoger onderwijs hebben de status van een Secretariaatsdocument. Niet meteen de meest slagkrachtige vorm die een tekst kan krijgen maar dat betekent niet dat het om een vrijblijvend schrijfsel gaat. "Vooral binnen de Europese landen heerst de wil om op basis van dit document verder te gaan met het bewaken en het verzekeren van de kwaliteit van het onderwijs," zegt Marie-Anne Persoons. "Bovendien geeft de tekst ook een duidelijk signaal aan de rest van de wereld en kan het een hefboom zijn om aan capaciteitsopbouw te doen in landen waar het concept kwaliteitszorg nog niet ingeburgerd was."

]]>
Biotechnologies in Developing Countries: Present and Futurehttp://www.unesco-vlaanderen.be/2005/7/6/biotechnologies-in-developing-countries-present-and-futureWed, 06 Jul 2005 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2005/7/6/biotechnologies-in-developing-countries-present-and-futureDit zwaarlijvig boek biedt een overzicht van de samenwerkingsactiviteiten op internationaal niveau van de Verenigde Naties en haar diverse organisaties, de International Agricultural Research Centers of the Consultative Group on Agricultural research (CGIAR) en belangrijke intergouvernementele organisaties. Die activiteiten maken research mogelijk, leiden specialisten en technici op, en promoten de samenwerking tussen hen. Zo wil men via internationale samenwerking de kennis en de voordelen van de biotechnologie voor alle ontwikkelingslanden beschikbaar maken.


U kan het boek rechtstreeks bestellen via Unesco Publishing: bestel hier

]]>
171ste sessie van UNESCO's Uitvoerende Raad met succes afgerondhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2005/5/3/171ste-sessie-van-unesco's-uitvoerende-raad-met-succes-afgerondTue, 03 May 2005 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2005/5/3/171ste-sessie-van-unesco's-uitvoerende-raad-met-succes-afgerondOp 28 april eindigde de 171ste sessie van UNESCO's Uitvoerende Raad. Deze sessie vormde voornamelijk een voorbereiding op UNESCO's Algemene Conferentie die in oktober zal plaatsvinden. Na twee weken intensief debatteren werd op 28 april de 171ste sessie van de Uitvoerende Raad van de UNESCO afgerond. De sessie werd voorgezeten door Hans-Heinrich Wrede, de Duitse ambassadeur bij de UNESCO. Centraal stond de vraag hoe men goede ideeën kan omzetten in dito strategieën en vervolgens in solide toepassingen en hun opvolging. Het voorbereiden van de Algemene Vergadering die in oktober zal plaatsvinden, vormde de hoofddoelstelling van deze sessie.

Educatie moet volgens Wrede prioritair zijn en zodoende de Onderwijs voor Allen-doelstellingen. Zo vestigde hij de aandacht op Afrika's nood aan op zijn minst vier miljoen bijkomende leerkrachten zodat men kan voldoen aan het steeds groeiende aantal leerlingen. Daarnaast benadrukte hij de dringende behoefte aan initiatief rond educatie in HIV/AIDS-preventie.

De Raad loofde de UNESCO om haar inspanning tot reconstructie en rehabilitatie in Afghanistan, Irak en de bezette Palestijnse gebieden. Volgens Wrede moeten alle initiatieven hiertoe ondersteund worden om het fragiele vredesproces in het Midden-Oosten te voeden. Verder ging er aandacht naar capaciteitsopbouw in lidstaten en werd er gedebatteerd over een conventie betreffende dopinggebruik bij sporters.

Tenslotte hield men even stil bij het budget van de UNESCO. Er werd gepleit voor een meer pragmatische aanpak en een meer doordacht gebruik van bestaande middelen.

De 172ste Uitvoerende Raad is voorzien van 13 tot 29 september en van 3 tot 21 oktober volgt de 33ste Algemene Conferentie. Beide vinden plaats in het Unesco-hoofdkwartier te Parijs.

]]>
Nieuw internationaal centrum voor het beheer en het gebruik van oceaangegevens in Oostendehttp://www.unesco-vlaanderen.be/2005/4/22/nieuw-internationaal-centrum-voor-het-beheer-en-het-gebruik-van-oceaangegevens-in-oostendeFri, 22 Apr 2005 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2005/4/22/nieuw-internationaal-centrum-voor-het-beheer-en-het-gebruik-van-oceaangegevens-in-oostendeMet de komst van het IODE Project Office van de UNESCO naar Oostende heeft Vlaanderen nu ook een internationaal centrum omtrent het éénvormig beheer en het gebruik van oceanografische data.

Nieuw+internationaal+centrum+voor+het+beheer+en+het+gebruik+van+oceaangegevens+in+OostendeOp 25 april 2005 wordt in Oostende een nieuw internationaal centrum geopend: het IODE Project Office van de Intergouvernementele Oceanografische Commissie (IOC) van de UNESCO. De IOC, opgericht in 1960, is het belangrijkste orgaan binnen de Verenigde Naties dat zich toelegt op de studie van de zeeën en de oceanen. Momenteel maken 130 landen, waaronder België, deel uit van de IOC. De IOC heeft tot doel om internationale samenwerking te promoten en programma's te coördineren op het gebied van oceaan- en zeewetenschappelijk onderzoek.

Via haar activiteiten wenst de IOC de kennis van het mariene systeem te vergroten en aan te wenden voor de verbetering van het beheer, de duurzame ontwikkeling en de bescherming van het mariene milieu. Zij wil op deze manier ondersteuning geven bij de voorbereiding van het beleid van haar lidstaten rond deze problematiek. De activiteiten zijn verdeeld over vier grote secties: Ocean Sciences, Ocean Services, Global Ocean Observing System (GOOS) en Capacity Building in Marine Sciences, Services and Observations (TEMA: Training, Education & Mutual Assistance). Het nieuwe Project Office valt onder het International Oceanographic Data and Information Exchange (IODE) programma binnen de Ocean Services van de IOC.

De Vlaamse betrokkenheid bij de IOC

Vlaanderen is uitgegroeid tot een belangrijke partner binnen de IOC. In 1999 is het Vlaams Unesco Wetenschappen Trustfonds opgericht ter ondersteuning van de Unesco-activiteiten op het gebied van de Wetenschappen. Dit fonds staat internationaal bekend als FUST: Flanders UNESCO Science Trustfund. Vlaanderen maakt per jaar meer dan 1 miljoen euro over naar dit fonds. Ongeveer de helft van het FUST-budget gaat naar programma-activiteiten van de IOC.

Verschillende Vlaamse instellingen werken actief mee binnen de IOC structuren. Het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) en de Beheerseenheid voor het Mathematisch Model van de Noordzee (BMM) zijn respectievelijk regionaal en nationaal datacentrum binnen het IODE-programma. Het VLIZ werkt bovendien actief mee aan het ontwikkelen van nieuwe software rond het verwerven, het beheer en het beschikbaar maken van oceanografische data binnen verschillende IOC werkgroepen. En vrijwel alle Vlaamse universiteiten (VUB, LUC, UA, RUG en KUL) zijn betrokken bij het 'coachen' van activiteiten en specifieke training programma's binnen de IOC.

Vlaanderen heeft ook actief bijgedragen tot het onderbouwen van het IOC programma, onder meer door het leveren van algemene ondersteuning bij het organiseren van internationale conferenties of door het afvaardigen van experts.

Het International Oceanographic Data and Information Exchange (IODE) programma

Sinds in 1994 het Zeerechtverdrag van de Verenigde Naties van kracht werd, opteren meer en meer VN-lidstaten ervoor om de (nog altijd vrij summiere) kennis van de oceanen op een gecoördineerde manier verder te ontwikkelen. De IOC creëerde in de voorbije veertig jaar een dynamisch overlegforum waarin mariene wetenschappers en beleidsmensen in gemeenschappelijk overleg onderzoeksobjectieven definiëren en onderzoeksprogramma's op een gecoördineerde wijze uitwerken.

Eén van de belangrijke programma's van de IOC is het International Ocean Data and Information Exchange programma (IODE). Het IODE werd in 1961 opgericht en kent een nog steeds groeiende belangstelling. Het IODE heeft als doel om op een gestandaardiseerde wijze oceanografische gegevens en informatie wereldwijd beschikbaar te stellen en uit te wisselen, en zo bij te dragen tot het stimuleren van het zeewetenschappelijk onderzoek. Belangrijke aandacht gaat ook naar de ontwikkeling van gestandaardiseerde data- en informatieproducten die tegemoetkomen aan de noden van verschillende gebruikersgemeenschappen. Momenteel zijn er in meer dan 60 landen één of meerdere datacentra actief in het wereldwijde IODE netwerk. Zoals eerder aangehaald is België met het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) als regionaal datacentrum actief in dit netwerk betrokken, terwijl de Beheerseenheid voor het Mathematisch Model van de Noordzee (BMM) als tweede Belgisch datacentrum in het netwerk is opgenomen.

Het bestaan en het onderhouden van een goed functionerend, globaal, geïntegreerd data- en informatie- uitwisselingsprogramma is niet onbelangrijk. Vele onderzoeken zijn gericht op de studie van lokale processen, maar dragen anderzijds vaak ook bij tot het doorgronden van meer globale processen. Het beschikken over informatie in een bredere context is hierbij cruciaal, en moet de onderzoekers toelaten toegang te krijgen tot data en informatie uit zoveel mogelijk bronnen. De hoofddoelstellingen van het IODE die hiertoe bij dragen zijn:

- Het bevorderen en vergemakkelijken van de uitwisseling van oceanografische data en informatie;

- Het ontwikkelen van standaarden, protocols en methoden voor het wereldwijd uitwisselen van oceanografische data en informatie;

- De lidstaten bijstaan bij het opbouwen van de nodige capaciteit om oceanografische data en informatie te beheren en partner te worden in het IODE netwerk.

Belangrijke aandachtspunten van het IODE zijn de 'lange termijn' toegankelijkheid en archivering van oceaangegevens, metadata en informatie om huidige en toekomstige databestanden te vrijwaren van degradatie.

Decentralisatie leidt tot het oprichten van IODE Project Offices

De laatste decennia is er een enorme vooruitgang geweest in de verschillende disciplines van de oceanografie en de mariene wetenschappen en technologieën. De snelle ontwikkelingen - mede dankzij de exponentiële groei in de computer-, observatie- en captatietechnologieën - zorgen voor een explosieve toevloed van gegevens en informatie inzake het mariene milieu. Wil men deze gegevensstroom op een efficiënte manier kanaliseren, dan moet men naast het uitwerken van een goede beheerstructuur ook investeren in de ontwikkeling en het implementeren van nieuwe technologieën die de enorme toevloed van data in goede banen helpen leiden.

Het oprichten van een IODE Project Office dat zich expliciet zal toeleggen op het ontwikkelen en implementeren van nieuwe technologische ontwikkelingen, is een belangrijke stap om in de toekomst tegemoet te komen aan de noden van de verschillende gebruikersgemeenschappen. Het IODE Project Office in Oostende zal een belangrijk kenniscentrum worden, naast de twee regionale IODE Project Offices resp. voor Afrika en voor de Caraïben. Deze laatste staan in voor het optimaliseren van de operationele werking en dienstverlening van het IODE programma in hun regio.

De algemene doelstellingen van het IODE Project Office in Oostende zijn:

- Het creëren van een creatieve omgeving die instaat voor de ontwikkeling en ondersteuning van IODE projecten, diensten en producten met specifieke aandacht voor een effectieve en efficiënte dienstverlening en doorstroming van data- en informatie vanaf de bron tot bij de eindgebruikers.

- Het bijstaan van de IOC-lidstaten bij het uitbouwen en verbeteren van hun capaciteiten met betrekking tot het beheer van oceanografische data en informatie en het leveren van producten en diensten aan de gebruikers van oceanografische data en informatie.

Het IODE Project Office moet zich vooral toeleggen op nieuwe innovatieve en horizontale (cross-cutting) activiteiten die de samenwerking verder uitbouwt en versterkt tussen het IODE, de zeewetenschappelijke programma's van de IOC en deze van andere multilaterale en internationale organisaties.

 

Hierdoor krijgt het IODE Project Office een speerpuntfunctie. Het Project Office moet een creatief en dynamisch kader creëren waarbinnen een technologisch platform wordt uitgebouwd. Het Project Office wordt de basis van waaruit de innovatieve ontwikkelingen aangaande efficiënte en effectieve doorstroming van oceaandata en gerelateerde informatie worden gerealiseerd, onderhouden en, met de nodige ondersteuning, overgebracht naar de diverse doelgroepen. De nieuwe ontwikkelingen moeten afgestemd worden op de recente evoluties inzake telemetrie, communicatie, protocols en standaarden en gedecentraliseerde databanken.

 

Belang bij de huisvesting van een wereldspitstechnologiecentrum in Vlaanderen

Voor een klein land (of regio) dat zijn wetenschappelijke basis wil versterken, is het belangrijk permanent aansluiting te zoeken en te behouden bij innovatieve ontwikkelingen. Dit moet bij voorkeur gebeuren in een internationaal samenwerkingsverband.

 

Het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) is uitgegroeid tot hét coördinatie- en informatieplatform voor zeewetenschappelijk onderzoek in Vlaanderen. De uitbouw van een Vlaams Marien Data- en Informatie Centrum (VMDC) en de opportuniteit van onderzoeksplatformen zoals het onderzoeksschip Zeeleeuw en de serres (van De Haan) geven het VLIZ de nodige armslag om een trekkersrol te spelen in lokale én in internationale samenwerkingsverbanden. Het VLIZ voorziet in een continue coördinatie van haar activiteiten met deze van federale en internationale entiteiten. Het VLIZ heeft heel wat expertise in huis inzake verwerking en beheer van oceanografisch data en informatie om een coördinerende rol te spelen in een aantal zorgvuldig uitgekozen internationale wetenschappelijke samenwerkingsverbanden.

 

Naast de goede bereikbaarheid en de talrijke verblijfsmogelijkheden heeft de IOC ervoor geopteerd om het IODE Project Office in Oostende te vestigen vanwege een aantal belangrijke bijkomende troeven die deze locatie te bieden heeft:

 

- Coöperatieve en creatieve omgeving: Naast de expertise van het VLIZ en de BMM kan het Project Office beroep doen op inbreng van administraties (o.a. Waterwegen en Zeewezen), universiteiten en hogescholen, waarvan een aantal in de onmiddellijke nabijheid liggen.

- Broed- en testkamer: De nieuwe technologische ontwikkelingen kunnen (al dan niet in onmiddellijke samenwerking met lokale partners) in situ uitgetest worden, en dit via platformen in de Spuikom of van op kustverdedigingswerken (dijken, pieren, boeien...), of van op platformen op zee: aan boord van de Belgica of Zeeleeuw, of van op vaste meetpalen offshore.

- Opleidingsmogelijkheden: Het IODE Project Office voorziet in specifieke trainingen, maar biedt ook de gelegenheid om eindwerken te verrichten. Deze kunnen zowel gericht zijn op het ontwikkelen van nieuwe software toepassingen als op het bedenken van vernieuwende technologieën met betrekking tot oceanografische dataverzameling, -verwerking en -verzending, met inbegrip van het ontwikkelen en/of testen van allerlei sensoren.

Vlaanderen heeft besloten dit IODE Project Office te huisvesten met een toelage van 60.000 euro per jaar. Deze beslissing is ingegeven door het besef dat een dergelijk hoogtechnologisch centrum enorme stimulansen en voordelen biedt voor de onderzoeksgemeenschap en voor alle gebruikers van oceaandata en -informatie. Bovendien vergroot de verbondenheid met een dergelijk initiatief de zichtbaarheid van Vlaanderen in de internationale wetenschappelijke wereld. Een dergelijk knooppunt huisvesten straalt ook af op de onmiddellijke omgeving en biedt het VLIZ en de totale wetenschappelijke gemeenschap een unieke mogelijkheid om zich internationaal te profileren. Het IODE Project Office zal heel wat internationale experts tijdelijk onderdak bieden door het regelmatig inrichten van internationale workshops en seminars. Ook zullen er vanuit het Project Office een aantal internationale conferenties georganiseerd worden, waarbij het VLIZ en de eraan verbonden netwerken baat hebben.

De te verwachten return voor de wetenschappelijke gemeenschap is een veelvoud van de geleverde inspanning. Dan houden we nog geen rekening met de economische return voor de stad Oostende, want het IODE voorziet momenteel jaarlijks 1.200 tot 1.500 overnachtingen voor haar experts. Dit aantal kan alleen maar stijgen wanneer het Project Office op kruissnelheid komt met alle voorziene activiteiten.

Rudy Herman

Navorser administratie Wetenschap en Innovatie

Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap

Naar aanleiding van de opening van het IODE Project Office in Oostende publiceerde het Unesco Platform Vlaanderen een themanummer van UNESCO info waarin uitgebreid wordt ingegaan op het belang en de toepassingen van oceanografische data, zowel in Vlaanderen als in de rest van de wereld. Klik hier voor meer informatie en om dit themanummer gratis te bestellen of te downloaden.

]]>