UNESCO Platform Vlaanderen, thema "waarneming"http://www.unesco-vlaanderen.be2014-12-06T22:40:51Het UNESCO Platform Vlaanderen legt zich in de eerste plaats toe op het zo breed mogelijk verspreiden van informatie over de activiteiten en programma’s van UNESCO. Dat doet ze onder meer via het driemaandelijks tijdschrift UNESCO info, door het uitgeven van brochures rond specifieke UNESCO-prioriteiten en door het runnen van een informatie- en documentatiecentrum waar mensen kunnen aankloppen met vragen die verband houden met UNESCO.http://www.unesco-vlaanderen.be/media/html/unesco_platform_vlaanderen_logo.pngUNESCO Platform Vlaanderen, thema "waarneming"http://www.unesco-vlaanderen.benlKlimaatverandering en werelderfgoedsites onder het wakende oog van satellietenhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2012/5/8/klimaatverandering-en-werelderfgoedsites-onder-het-wakende-oog-van-satellietenTue, 08 May 2012 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2012/5/8/klimaatverandering-en-werelderfgoedsites-onder-het-wakende-oog-van-satellietenRijkelijk geïllustreerde voorstelling van hoe aardobservatie helpt om de gevolgen van klimaatverandering voor werelderfgoedsites in te schatten.

Klimaatverandering en werelderfgoedsites onder het wakende oog van satellietenHet Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) stelt dat 'de klimaatopwarming een ondubbelzinnig feit is' en grotendeels het gevolg is van de stijgende concentratie van broeikasgassen, waaronder de koolstofdioxide afkomstig van de verbranding van fossiele brandstoffen.

Alle gevolgen van de klimaatopwarming, te weten minder neerslag, stijging van de temperatuur van het zeeoppervlak en van de aarde, intensere en frequentere stormen, verzuring van de oceanen en stijging van het zeeniveau, dreigen fors in te werken op werelderfgoedsites.

De bewaring van het natuurlijk en cultureel erfgoed kan door de klimaatverandering worden bedreigd. Gletsjers smelten, koraalriffen verbleken en de biodiversiteit op aarde is aangetast. De stijging van het niveau van de zeeën bedreigt heel wat bij de kust gelegen culturele sites en andere aspecten van de klimaatverandering bedreigen oude archeologische sites.

Op satellieten gevestigde sensoren kunnen essentiële variabelen van de klimaatverandering meten. De aldus verkregen gegevens zijn van grote waarde om de impact van de klimaatverandering op werelderfgoedsites in kaart te brengen. Dit bewijsmateriaal is eveneens van belang om beleidsvoerders en andere betrokkenen te mobiliseren om gepaste maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat de gevolgen van klimaatverandering zo weinig mogelijk schade kunnen berokkenen aan het unieke karakter van werelderfgoedsites.

Deze brochure legt op een bevattelijke manier uit hoe satellietwaarnemingen bewijs aanleveren voor de veranderingen die de klimaatverandering teweegbracht op wereldergoedsites over de hele wereld. De uitleg wordt geïllustreerd met satellietbeelden en met foto's die tonen hoe de uitzonderlijke kenmerken van sommige werelderfgoedsites zijn aangetast door de klimaatverandering.

UNESCO werkt samen met ruim 60 partners om te komen tot een globale monitoring van de aarde met behulp van ruimtetechnologieën. Een van deze partners is Belgisch Federaal Wetenschapsbeleid (BELSPO). Bovendien zorgt de Organisatie ervoor dat ook ontwikkelingslanden toegang hebben tot de resultaten van deze waarnemingen zodat ze er rekening mee kunnen houden bij het uitstippelen van hun beleid, onder meer inzake erfgoedbescherming.

De brochure is de neerslag van een internationaal rondreizende tentoonstelling die is gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Regering. De tentoonstelling Satellites and World Heritage Sites, Partners to Understand Climate Change is nog tot 24 mei 2012 te zien in Brussel aan het hekken rond het Jubelpark (langs de Galliërslaan) en is van 25 mei tot 31 juli 2012 te bezichtigen op het Ladeuzeplein in Leuven. Eerder deed de expo reeds Mexico, China, Frankrijk en Zuid-Afrika aan.

De brochure Klimaatverandering en werelderfgoedsites onder het wakende oog van satellieten is uitgegeven voor het UNESCO Platform Vlaanderen en het Belgisch Federaal Wetenschapsbeleid (BELSPO). Ze is gratis en te bestellen via info@unesco-vlaanderen.be


Download de brochure Klimaatverandering en werelderfgoedsites onder het wakende oog van satellieten

]]>
Olieramp in Golf van Mexico toont belang van observatiesystemenhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2010/6/8/olieramp-in-golf-van-mexico-toont-belang-van-observatiesystemenTue, 08 Jun 2010 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2010/6/8/olieramp-in-golf-van-mexico-toont-belang-van-observatiesystemenUNESCO is de drijvende kracht achter een wereldwijd systeem  dat de toestand van de oceanen controleert.

Olieramp+in+Golf+van+Mexico+toont+belang+van+observatiesystemenHet rampzalige olielek dat de Golf van Mexico teistert, toont het belang aan van een geavanceerd waarnemingssysteem dat de toestand van de oceanen opvolgt. Daadkrachtig reageren op een olielek vereist een groot aantal data over de oceanen, het soort van data dat het Global Ocean Observing System (GOOS) van UNESCO's Intergouvernementele Oceanografische Commissie (IOC) levert.

GOOS zorgde er onder meer voor dat satellietbeelden tegenwoordig in real time beschikbaar zijn. Dit helpt om de verspreiding van het olielek te volgen en om de opruiming beter te coördineren. In het verleden moesten de opruimingsdiensten een tijd lang wachten op satellietbeelden en eens ze erover beschikten, stemden de beelden al niet meer overeen met de realiteit van het moment.

De olieramp toont aan hoe nuttig en belangrijk een systeem voor de observatie van de oceanen is om snel te kunnen reageren op een dergelijke situatie. En tezelfdertijd toont ze aan dat de huidige systemen ontoereikend zijn. Zelfs in hoog ontwikkelde en rijke landen als de Verenigde Staten zijn de systemen onvoldoende uitgebouwd. Cruciale technologie, zoals bijvoorbeeld een kustradar die de oppervlaktestroming en de bewegingen van de olievlek in real time kan weergeven, is niet of onvoldoende aanwezig in de regio van de Golf van Mexico.

Het probleem is dat er onvoldoende geïnvesteerd is om het observatiesysteem zo efficiënt te maken als het kan zijn. Iedereen is het eens over het belang van kwaliteitsvolle wetenschappelijke informatie maar overheden kennen doorgaans onvoldoende prioriteit toe aan het financieren van systemen die deze informatie aanleveren. Misschien dat de olieramp in de Golf van Mexico, waarvan de opruiming wellicht miljarden zal kosten, daar in de toekomst verandering zal in brengen.

Klik hier voor meer informatie over het Global Ocean Observing System van UNESCO's Intergouvernementele Oceanografische Commissie.

]]>
Ontwikkelingslanden beter wapenen tegen natuurrampenhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2010/4/7/ontwikkelingslanden-beter-wapenen-tegen-natuurrampenWed, 07 Apr 2010 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2010/4/7/ontwikkelingslanden-beter-wapenen-tegen-natuurrampenKernproevenwaakhond deelt voortaan waarnemingen met UNESCO zodat ontwikkelingslanden zich beter kunnen voorbereiden op nakende natuurrampen.

Ontwikkelingslanden+beter+wapenen+tegen+natuurrampenUNESCO en de Comprehensive Nuclear-Test-Ban Treaty Organization (CTBTO) sloten een samenwerkingsakkoord dat erop is gericht om ontwikkelingslanden beter in staat te stellen om zich voor te bereiden op, en om te gaan met, de gevolgen van natuurrampen en tsunami's.

De CBTBT maakt gebruik van geavanceerde technologieën en wetenschappelijke methoden om de toestand op onze planeet op de voet te volgen en na te gaan of er zich ergens nucleaire explosies voordoen. De data die ze op die manier inzamelt, hebben een brede waaier van burgerlijke en wetenschappelijke toepassingen.

Bij de ceremonie ter bekendmaking en ondertekening van het samenwerkingsakkoord merkte Irina Bokova, directeur-generaal van UNESCO, op dat "de samenwerking zal leiden tot meer synergie tussen UNESCO en de CBTBT, vooral inzake training en capaciteitsopbouw in ontwikkelingslanden. Behalve voor het beter voorbereiden van landen op natuurrampen, kunnen de data van de waarnemingsstations van de CBTBT het onderzoek naar oceanografische processen en het mariene leven verder helpen."

Het idee voor de samenwerking kwam er na de verwoestende tsunami die de regio van de Indische Oceaan trof op 26 december 2004. Een direct gevolg van die ramp was dat de Intergouvernementele Oceanografische Commissie van UNESCO (IOC) de opdracht kreeg om een tsunamiwaarschuwingssysteem te ontwikkelen voor de Indische Oceaan en voor andere gebieden. Bij de voorbereiding van dat systeem spraken de IOC en de CTBTO af om de mogelijkheid te onderzoeken om de data van het waarnemingssysteem van deze laatste te integreren in het tsunamiwaarschuwingssysteem. Momenteel stuurt de CTBTO zijn waarnemingen naar tsunamiwaarschuwingscentra in Australië, de Filippijnen, Indonesië, Japan, Thailand en de Verenigde Staten waardoor deze sneller alarm kunnen slaan.

De IOC is in 1960 opgericht om internationale samenwerking te stimuleren voor de studie en de bescherming van de oceanen. Het speelt een cruciale rol in het opvolgen van de toestand van de oceanen en in het ontwikkelen van tsunamiwaarschuwingssystemen in kwetsbare gebieden.

De CTBTO is een organisatie die in 1996 is opgericht en die ijvert voor het wereldwijd ingang doen vinden van een verdrag dat kernproeven verbiedt en die nauw toeziet op het al dan niet voorkomen van nucleaire explosies, zowel ondergronds, onder water als in de atmosfeer.

]]>
Real-time Coastal Observing for Marine Ecosystem Dynamics and Harmful Algal Bloomshttp://www.unesco-vlaanderen.be/2010/4/7/real-time-coastal-observing-for-marine-ecosystem-dynamics-and-harmful-algal-bloomsWed, 07 Apr 2010 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2010/4/7/real-time-coastal-observing-for-marine-ecosystem-dynamics-and-harmful-algal-bloomsReal-time+Coastal+Observing+for+Marine+Ecosystem+Dynamics+and+Harmful+Algal+BloomsDe snelle toename en verspreiding van schadelijke fytoplankton in mariene ecosystemen kan zorgen voor grote vissterfte, voedsel besmetten met schadelijke stoffen en bijgevolg een serieuze impact hebben op lokale en regionale economieën en op het ecologische evenwicht. Vandaan dat zogenaamde 'real-time' observatie van groot belang is om voorspellingen te kunnen doen en op tijd maatregelen te kunnen treffen. De systemen voor de observatie en voor het opstellen van modellen zijn nog in volle ontwikkeling. Dit werk kan specialisten helpen bij de ontwikkeling van observatiesystemen en modellen voor de voorspelling van de planktondynamiek, inclusief de bloei van schadelijke algen, in kustwateren. Het geeft een overzicht van de beschikbare theoretische kennis en bespreekt de huidige trends in het onderzoek en de monitoring.

De onderwerpen die aan bod komen zijn onder meer: kustecosystemen en de dynamiek van schadelijke algenbloei; theoretische en praktische toepassingen van in situ en afstandsdetectie van de verspreiding en samenstelling van microalgen; theoretische en praktische toepassingen van in situ biologische en chemische sensoren voor specifieke soorten en voor de detectie van giftige stoffen; geïntegreerde observatiesystemen; diagnostische en voorspellende modellering van ecosystemen en schadelijke algenbloei; de behoeften inzake observatie; en de toekomstige ontwikkeling van onderzoek en observatie.


U kan het boek rechtstreeks bestellen via Unesco Publishing: bestel hier

]]>
De volgende stap voor oceaanobservatiehttp://www.unesco-vlaanderen.be/2009/9/18/de-volgende-stap-voor-oceaanobservatieFri, 18 Sep 2009 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2009/9/18/de-volgende-stap-voor-oceaanobservatieWetenschappers van over de hele wereld komen in september samen om te bespreken hoe oceaanobservatie zich in de toekomst moet ontwikkelen om tegemoet te komen aan sociale en economische behoeften en om het klimaatbeleid beter te ondersteunen. De+volgende+stap+voor+oceaanobservatieNa een decennium lang te hebben gewerkt aan de integratie van netwerken van observatiesystemen op aarde en met satellieten, wat leidde tot nieuwe observatiemethoden die een geweldige impact hadden op de wijze waarop klimaatveranderingen en evoluties van de fysieke kenmerken van de oceanen worden gemeten, zetten wetenschappers opnieuw koers naar onbekende wateren tijdens de OceanObs'09 conferentie in Venetië, van 21 tot 25 september 2009.

Tien jaar geleden, tijdens de eerste conferentie over een allesomvattend systeem voor de observatie van oceanen, formuleerden wetenschappers de doelstelling om satellietobservatie te combineren met waarnemingen van getijdenmeters en boeien om de stromingen van de oceanen te kunnen voorspellen. Ze brainstormden ook over methoden om de veranderingen in temperatuur en zoutgehalte op te volgen in delen van de oceanen waar tot dan toe nooit systematisch aan monitoring werd gedaan. Ze stelden eveneens een plan op om met drijvende instrumenten de temperatuur en het zoutgehalte te meten zodat ze over real-time gegevens konden beschikken van het oceaanwater tot op een diepte van 2.000 meter. Deze initiatieven leverden data op waarmee het Internationaal Panel voor Klimaatverandering (IPCC) uitspraken kon doen over de menselijke invloed op de verandering van het klimaat en leidden tot betere voorspellingen van belang voor de landbouw, de energievoorziening en de voorbereiding op stormen en leverden bovendien informatie op die de veiligheid van zeelieden fel verbeterden.

OceanObs'09 zal de verwezenlijkingen van het voorbije decennium analyseren en de observatiesystemen in een nieuwe toekomstgerichte richting sturen. Bedoeling is om de geboekte vooruitgang in kaart te brengen, wetenschappelijke bevindingen gebaseerd op globale oceaanobservatie te presenteren, te kijken naar de sociale en economische voordelen die voortvloeien uit deze benadering van oceaanobservatie, na te gaan waar de beperkingen liggen en vooruit te kijken naar wat er nodig is voor de komende tien jaar.

Er zullen bijna 600 deelnemers uit 36 landen afzakken naar Venetië om te bespreken aan welke sociale en economische behoeften het systeem voor oceaanobservatie zou moeten voldoen het komende decennium.

Ook het verzekeren van de duurzaamheid van de oceaanobservatie staat hoog op de agenda van de conferentie. Om de werking te verbeteren en verder te zetten zijn er inspanningen nodig van satellietagentschappen en in situ observatienetwerken.

Het toegenomen begrip over hoe de oceanen werken, leidde tot een ontnuchterend bewustzijn over de impact van veranderingen op mariene ecosystemen. Meer kennis over hoe koolstof zich verplaatst tussen de atmosfeer, het land en de zee is essentieel om te kunnen opvolgen en inschatten welke de gevolgen zijn van beleidsmaatregelen om de uitstoot van CO2 terug te dringen.

Klik hier voor meer informatie over OceanObs'09, de toonaangevende internationale conferentie over de toekomst van oceaanobservatie.

]]>
Tsunamiwaarschuwingssysteem in de Indische Oceaan operationeelhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2006/6/29/tsunamiwaarschuwingssysteem-in-de-indische-oceaan-operationeelThu, 29 Jun 2006 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2006/6/29/tsunamiwaarschuwingssysteem-in-de-indische-oceaan-operationeelDe regio van de Indische Oceaan beschikt voortaan over een waarschuwingsysteem voor tsunami's. Het wordt de komende maanden en jaren verder uitgebouwd. Tsunamiwaarschuwingssysteem+in+de+Indische+Oceaan+operationeelAnderhalf jaar nadat de regio van de Indische Oceaan zwaar getroffen werd door een verwoestende tsunami, is er een tsunamiswaarschuwingssysteem voor de ganse Indische Oceaan operationeel, zo liet Koïchiro Matsuura, directeur-generaal van de UNESCO, weten tijdens de bijeenkomst van de Uitvoerende Raad van de Intergouvernementele Oceanografische Commissie (IOC) van de UNESCO op 28 juni in Parijs. De IOC lanceerde al midden de jaren 1960 een dergelijk systeem in de Stille Oceaan, het gebied met de grootste kans op tsunami's. Ook het opzetten en ontwikkelen van het waarschuwingsysteem in de Indische Oceaan gebeurt onder toezicht van de IOC.

Momenteel zijn er 26 tsunami-informatiecentra actief in de regio die waarschuwingen en informatie kunnen ontvangen en doorgeven. Het seismografisch netwerk in de regio is eveneens verbeterd: 25 nieuwe stations sturen hun waarnemingen in real time door naar centra die de gegevens kunnen analyseren. Ook andere organisaties in de regio die seismografische metingen doen, stellen hun waarnemingen ter beschikking.

In afwachting van een regionaal centrum voor de Indische Oceaan, ontvangen de informatiecentra hun gegevens en waarschuwingen vanuit Japan en Hawaï, de regionale centra voor het systeem voor de Stille Oceaan. Als op termijn (eind 2007 en 2008) het systeem in de Indische Oceaan uitgebreid wordt met nieuwe satellieten en met meer speciale sensoren die de druk diep in zee meten, komt er ook een regionaal centrum in de regio van de Indische Oceaan.

Nu het systeem er is, zal het nog uitgebreid getest en aangepast worden, kwestie van mogelijke zwakke punten op te sporen en te verhelpen. Verder zal er ook werk gemaakt worden van doorgedreven internationale samenwerking om ervoor te zorgen dat de verschillende nationale onderdelen van het systeem goed op elkaar zijn afgestemd. Er moet ook nog gewerkt worden aan het verzekeren van de doorstroom van de informatie: ervoor zorgen dat cruciale informatie de bevolking zo snel mogelijk bereikt en dat de mensen weten hoe ze moeten reageren in noodsituaties. Hoe dit alles best aangepakt wordt, zal besproken worden tijdens een bijeenkomst van een coördinatiegroep van de IOC voor de Indische Oceaan in Bali van 31 juli tot 2 augustus.

Klik hier voor meer informatie over het tsunamiwaarschuwingssysteem dat de UNESCO in de Indische Oceaan uitbouwt.

]]>
Kustatlas voor Afrika in de steigershttp://www.unesco-vlaanderen.be/2006/6/2/kustatlas-voor-afrika-in-de-steigersFri, 02 Jun 2006 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2006/6/2/kustatlas-voor-afrika-in-de-steigersIn het maritiem centrum van de UNESCO in Oostende zal de eerste kustatlas voor Afrika ontwikkeld worden.

Kustatlas+voor+Afrika+in+de+steigersTijdens een internationaal seminarie van ODINAFRICA (Ocean Data and Information Exchange Network for Africa) van 24 tot 26 april 2006 in het in Oostende gevestigde UNESCO IOC Project Office for IODE, spraken de 48 deelnemers uit 28 landen af om werk te maken van een kustatlas voor Afrika. ODINAFRICA bouwt een netwerk van oceanografische datacentra uit en houdt zich bezig met kustwaarneming in Afrika.

"Er bestaan niet veel voorbeelden van een kustatlas zoals we die voor Afrika in Oostende zullen ontwikkelen," zegt Wouter Rommens, opleidings-verantwoordelijke van het projectkantoor in Oostende. "Het gaat om een on-line instrument dat geografische informatie zal verschaffen over het milieu van de ganse Afrikaanse kust. Bovendien zal de atlas ook socio-economische informatie aanbieden, bijvoorbeeld over de bevolking van kuststeden."

De kustatlas is een primeur voor Afrika. "Een dergelijke atlas zal zeker van pas komen voor beleidsmakers bij het uitstippelen van een kust- en milieubeleid," meent Rommens.

De kustatlas zal in Oostende door Afrikaanse experts ontwikkeld worden in samenwerking met het team van het projectkantoor. "Van 6 tot 16 juni beginnen we met het verzamelen van data uit alle mogelijke bronnen," zegt Rommens. "Er is een grote hoeveelheid gegevens nodig en die moeten ook allemaal naar hetzelfde formaat worden omgezet vooraleer we er echt mee aan de slag kunnen voor het ontwikkelen van de kustatlas." In de herfst van dit jaar begint de eigenlijke ontwikkeling zodat de kustatlas tijdens het volgende ODINAFRICA seminarie in de lente van volgend jaar in Oostende kan voorgesteld worden.

Klik hier voor meer informatie over IOC Project Office for IODE in Oostende.

Klik hier voor meer informatie over ODINAFRICA.

]]>
Grenzen verleggenhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2001/3/1/grenzen-verleggenThu, 01 Mar 2001 05:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2001/3/1/grenzen-verleggenDe IOC zal zich de komende jaren toeleggen op de uitbouw van haar GOOS programma: een wereldwijd observatienetwerk dat de oceanografie nog veel meer zal leren over de oceanen.

De toekomst van de IOC wordt voornamelijk bepaald door het succes van de programma's die al aantoonden wat er allemaal mogelijk is. Zoals TOGA (zie eerder), IODE (zie eerder), HABs (Harmful Algal Blooms: studie van schadelijke algenwoeker) en het Global Reef Monitoring Network (zie eerder). Nu moet de volgende stap gezet worden: er moet echt op wereldschaal gewerkt worden, zodat er een ware zogenaamde "operationele oceanografie" van de grond komt. Dat betekent dat de oceaan ononderbroken geobserveerd moet worden, om deze in alle facetten te kunnen bestuderen en ermee samenhangende verschijnselen te kunnen voorspellen. Net zoals dat nu al gebeurt met de atmosfeer, waardoor we op elk moment kunnen nagaan hoe het met het weer is gesteld op een bepaalde plaats. De IOC gaf reeds de aanzet tot een operationele oceanografie, met GOOS: het Global Ocean Observing System.

Algemeen belang

De IOC introduceerde het begrip operationele oceanografie, en het vormt de grondslag van veel van haar programma's. Het houdt in dat oceanografie niet louter een zaak van wetenschappers is, maar dat iedereen er baat bij heeft: van milieudeskundigen, toeristen, offshorewerkers op boorplatforms, tot militaire strategen en leveranciers van voedsel, energie en water die ver uit de buurt van de oceaan actief zijn.

"Operationele oceanografie kan levens redden," zegt programmadirecteur Colin Summerhayes van GOOS. "Een simpel voorbeeld: wanneer grote stormen zich over relatief warm water verplaatsen, kunnen ze plots in orkanen veranderen. Wanneer je weet waar dat warme water zich bevindt, kan je je op de orkaan voorbereiden."

Groot belang

Wetenschappers en beleidsmakers moeten nog wennen aan het idee, want het houdt een verandering in van de tot nu gangbare manier van onderzoek (voortdurende observatie in plaats van periodieke en gefragmenteerde waarnemingen) en het vereist een politieke en financiële betrokkenheid op lange termijn. De IOC wijst op fenomenen als El Niño of het "dipoolverschijnsel" in de Indische oceaan (verantwoordelijk voor overstromingen in Kenia en toenemende vervuiling) om landen en wetenschappers ervan te overtuigen dat de oceaan net zoveel aanwijzingen voor weers- en klimaatsvoorspellingen bevat als de atmosfeer, en dat constante, wereldwijde waarnemingen veel voordelen zullen opleveren.

Langzaam maar zeker wordt een groeiend leger satellieten, schepen en boeien ingezet op 's werelds wateren om letterlijk de temperatuur van de zee op te nemen, en op regelmatige tijdstippen kleur, zoutgehalte, golfhoogte, stromingen en windsterktes te bepalen. De verzamelde gegevens komen terecht in de supercomputers van onderzoekscentra verspreid over de ganse wereld, die ze omzetten in numerieke modellen waarmee het gedrag van grote delen van de open oceaan en de kustwateren gesimuleerd worden.

Toekomst

De komende jaren zal dit systeem de weersvoorspellingen accurater, verreikender en specifieker maken. GOOS zal surfers de beste golven helpen vinden, de scheepvaart en olieboringen efficiënter maken, en milieuwerkers helpen bij het opsporen van olievlekken en het bepalen van de waterkwaliteit, het CO2 gehalte en de gezondheid van mariene ecosystemen.

GOOS zou ook willen putten uit een reeds bestaande schat aan informatie: de nationale databanken die militairen, meteorologen, landbouw- en milieudiensten, visserijorganisaties, kustwachten, tot zelfs ruimteonderzoekers toe, aanlegden met specifieke informatie over hun eigen kleine stukje zee. "Het is de bedoeling landen te overhalen om die informatie vrij te geven, zodat iedereen baat kan halen uit het mondiale beeld dat dit zou opleveren," legt Summerhayes uit.

Blinde vlekken

Er zijn nog steeds een paar "blinde vlekken" op de wereldkaart, zoals het zuidelijk deel van de Stille Oceaan waar nauwelijks iemand komt. Voor een volledig beeld, moet er per 45.000 km2 oceaan een vlot of boei komen. Ook moeten er nog een paar technische mankementjes overwonnen worden. Zo hebben de batterijen in de gesofistikeerde Argo boeien die over de hele wereld ontplooit worden, de vervelende neiging om op te raken voordat de boeien hun voorziene vierjarige cyclus afronden. Met satellieten loopt het soms ook fout: om de productiviteit in het water vast te stellen, nemen ze de kleur op, maar vaak brengt modder ze in de war, wat voor problemen zorgt bij observaties van kustwateren.

Maar de echte uitdaging is niet het verfijnen van de methodes, maar wel het verzekeren van een werkelijk wereldwijde verspreiding van informatie, zodat de IOC en haar wetenschappelijke partners de grenzen kunnen blijven verleggen van wat voorspeld kan worden.

]]>
De wetenschap op het juiste spoor zettenhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2001/3/1/de-wetenschap-op-het-juiste-spoor-zettenThu, 01 Mar 2001 02:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2001/3/1/de-wetenschap-op-het-juiste-spoor-zettenDe IOC hielp mee het geheim van El Niño ontsluieren en zette zo de wetenschap op het juiste spoor om fenomenen als klimaatverandering beter te bestuderen.

In 1982/83 kwam het fenomeen dat we nu kennen als El Niño als een complete verrassing. Vijftien jaar later, in 1997/98 hoorden wetenschappers El Nino's hart al kloppen voordat hij geboren werd en konden ze hem, eenmaal onderweg, met ongekende precisie volgen. Zo kon de bevolking vooraf gewaarschuwd worden en werden er voorzorgsmaatregelen genomen op een nog nooit geziene schaal.

Voorspelling

Toch richtte El Niño aanzienlijke schade aan, en eiste hij wederom mensenlevens. Maar zonder de waarschuwingen van oceanografen en meteorologen zou de balans ongetwijfeld triester zijn geweest. Waarschuwingen die werden mogelijk gemaakt dankzij het door de Intergouvernementele Oceanografische Commissie (IOC) van de UNESCO meegefinancierde TOGA programma. Dit Tropical Ocean Global Atmosphere Programme werd in 1985 opgezet om een systeem te ontwikkelen dat klimatologische verschijnselen als El Niño en het aanverwante El Niña zouden kunnen voorspellen. Onderzoeken uit de jaren 1960 en 1970 hadden al aangeduid dat zoiets tot de mogelijkheden behoorde. En de vernietigende kracht waarmee El Niño in 1982/83 uithaalde, wees op de hoogdringendheid van de zaak. Nieuwe waarnemingstechnieken, zoals observatiestations langs de evenaar, met satellieten verbonden drijfboeien en nauwkeurige satellietwaarnemingen, maakten het ook mogelijk.

In het daaropvolgende decennium installeerde TOGA belangrijke observatiesystemen voor de tropische Stille Oceaan. Er kwam een verklaring voor El Niño en El Niña en wetenschappers kregen meer inzicht in de manier waarop de oceaan en de atmosfeer in de tropische Stille Oceaan op elkaar inwerken en het weerbeeld in de ganse wereld beïnvloeden. Vooral van belang was dat TOGA modellen ontwikkelde waarmee El Niño en El Niña een jaar van tevoren voorspeld konden worden.

Vrije informatiestroom

Echt pionierswerk verrichte TOGA door de gebruikelijke werkwijze in de oceanografie te veranderen. Het systeem vereiste immers dat verzamelde oceanografische gegevens onmiddellijk werden verspreid, zowel voor wat de controlerende als de voorspellende activiteiten betrof. Oceanografen waren echter niet gewoon om hun informatie zo vrij en snel te delen als TOGA wenste. Het ontwikkelen van succesvolle programma's vergt heel wat persoonlijke inspanningen en de traditie wil dat de onderzoeker dan ook de eerste publicatierechten heeft. Dat werkt prima bij kleine, individuele projecten die zeer specialistische gegevens van beperkte praktische betekenis opleveren. Maar bij TOGA, is de beschikking over bepaalde oceanografische sleutelgegevens, zoals oppervlaktewinden en temperatuur, zeeniveau, temperatuur van de bovenoceaan en oceaanstromingen, van cruciaal belang. Gezien de noodzaak aan snelle wetenschappelijke vooruitgang en de mogelijkheid om de hevigste klimaatseffecten beter op te vangen, moesten veel TOGA wetenschappers zich neerleggen bij het feit dat het uitzicht op publiceren moest wijken voor het algemeen belang.

De vrije toegang tot oceanografische gegevens bleek een zegen voor iedereen. Wetenschappelijke samenwerking zat in de lift en er kwam een stroom aan nieuwe ideeën van een generatie jonge onderzoekers die onbelemmerd over omvangrijke gegevensbestanden konden beschikken. TOGA zette een nieuwe standaard voor het uitwisselen van kennis en gaf aan hoe wetenschappelijk onderzoek in de toekomst het best kan verricht worden.

Nieuwe visie

Het programma veranderde ook de manier waarop we naar de oceanen kijken. Vijftien jaar geleden konden we El Niño pas ontdekken vlak voor hij zijn hoogtepunt al had bereikt. Nu kunnen we het temperatuurverschil van de bovenste 500 meter van de tropische Stille Oceaan van dag tot dag registreren. Satellieten verschaffen korte tijd na meting gedetailleerde gegevens over oppervlaktetemperaturen van de zeeën, over winden, zeeniveaus en andere parameters. Iedereen met een computer kan de gegevens via het internet raadplegen. We begrijpen nu ook beter dan ooit hoe de verschillende elementen van het mondiale klimaatsysteem onderling zijn verbonden, al weten we nog niet precies hoe het juist zit met de aard en de omvang van die onderlinge verbanden.

Hoewel TOGA niet alle vraagstukken oploste, en heel wat nieuwe vragen opwierp, is het toch onmiskenbaar een groot succes en een lichtend voorbeeld van hoe de IOC de wetenschap op het goede spoor helpt zetten. In een tijd waarin veel mensen zich zorgen maken over de opwarming van de aarde en klimaatverandering, is haar bijdrage van onschatbaar belang.

]]>
IODE: Kennis online, voorlopig tochhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2001/3/1/iode-kennis-online,-voorlopig-tochThu, 01 Mar 2001 01:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2001/3/1/iode-kennis-online,-voorlopig-tochGegevens zijn de grondstof waarmee wetenschappers werken, maar de vrije uitwisseling ervan wordt bedreigd.

Gegevens zijn de grondstof waarmee wetenschappers werken. Eens een onderzoek afgerond wordt en de resultaten verzameld, komen ze terecht in één grote informatiebron. De Wereld Databanken, die midden de jaren 1960 opgezet werden in Amerika, Rusland en China, zijn van cruciaal belang bij het verzamelen, opslaan en verspreiden van wetenschappelijke gegevens.

Nationale datacentra van over de hele wereld leveren een bijdrage tot de Wereld Databanken. De kennis die erin is opgeslagen, is kostenloos en vrij beschikbaar voor wetenschappers over de ganse wereld. De "moeder" van die databanken is IODE (International Oceanographic Data and Information Exchange) van de IOC: dat programma ziet erop toe dat de nationaal verzamelde gegevens vlot naar de wereldcentra doorstromen. Voor het actief werd, hielden onderzoekers hun gegevens voor zich. De IOC wordt dan ook alom gerespecteerd voor het opzetten van de eerste mondiale databank.

Maar de rijke informatiebron wordt bedreigd. In 1996 luidden wetenschappers de alarmklok, toen bleek dat een verdragsvoorstel van de World Intellectual Property Organization (WIPO) ter bescherming van databanken, een betaling-per-gebruik beleid voorstelde voor overheids- en privaat onderzoek. "Het voorstel ging er van uit dat wetenschappers door het commercialiseren van hun kennis en door productontwikkeling, gemakkelijk geld konden inwinnen voor het aankopen van data," verklaart IODE coördinator Peter Pissierssens. (Onder druk van de internationale onderzoekersgemeenschap werd het voorstel in 1997 ingetrokken. Ook Amerika had bezwaar aangetekend, de Europese Unie daarentegen, publiceerde in 1998 een richtlijn die het producenten van databanken mogelijk maakt om beperkingen op te leggen voor het gebruik van hun gegevens.)

Het onderzoek dat oceanografen voeren omvat stalen nemen van zeewater, het mariene leven van nabij bestuderen, het op afstand observeren van de werking van de oceaan met vliegtuigen en satellieten, en het onderzoeken van de zeebodem door middel van boringen en seismische profilering van de korst die zich net onder de zeebodem bevindt. Om dat belangrijke werk te kunnen doen, zijn ze in grote mate afhankelijk van de gegevens en de informatie die IODE hen aanbiedt. De economische (en academische) voordelen van het verzamelen van data door uitwisseling -in plaats van alles zelf te moeten doen- zijn enorm.

Nu echter, dreigt het debat omtrent openbare databanken het resultaat van 40 jaat internationale samenwerking ongedaan te maken. Zonder een dergelijke samenwerking kan IODE immers nooit zijn wat het tot op heden was: een uitgebreid en steeds vollediger wordend overzicht van het gedrag van de oceaan. Omdat de beschikbaarheid van bepaalde oceanografische gegevens door sommige landen al wordt aan banden gelegd, riep de IOC in mei 2000 een werkgroep samen om zich over de problematiek te buigen.

"Meteorologische gegevens worden meer dan ooit afgeschermd," zegt Dr. Ferris Webster van het Amerikaanse Global Observing Systems Information Centre. "Sommige landen werden zich bewust van de waarde van dergelijke gegevens, en willen er munt uit staan. Ik vind dat gegevens die door meteorologische centra van de overheid worden ingezameld, voor iedereen vrij beschikbaar zouden moeten zijn." Webster was een van de leden van de werkgroep die opgericht werd met de bedoeling een nieuwe verklaring voor te bereiden met de algemene IOC regels betreffende de uitwisseling van gegevens, en een verklaring met advies over de te volgen methodes.

De werkgroep slaagde er evenwel niet in om tot eensgezindheid te komen, en het dossier werd doorgeschoven naar de Uitvoerende Raad van de IOC. Daar speelde men het door aan een intergouvernementele werkgroep. Er wordt nu een nieuwe beleidsverklaring verwacht in de loop van dit jaar. "De uitwisseling van wetenschappelijk gegevens is een heet politiek hangijzer," verklaart Pissierssens de vertraging. "Het houdt serieuze gevolgen in voor de wetenschap op mondiaal niveau. We weten waar de discussie begon, maar niet waar ze zal eindigen."

]]>
Oceaan beter leren kennenhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2000/10/3/oceaan-beter-leren-kennenTue, 03 Oct 2000 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2000/10/3/oceaan-beter-leren-kennenTer gelegenheid van haar veertigste verjaardag versterkte de Intergouvernementele Oceanografische Commissie (IOC) van de UNESCO haar verbintenis om de oceanen te bestuderen en te beschermen door een reeks nieuwe maatregelen aan te nemen. Eind juni kwam de Uitvoerende Raad van de Intergouvernementele Oceanografische Commissie (IOC) van de UNESCO samen om de krijtlijnen uit te zetten voor de verdere activiteiten, nu de commissie 40 jaar actief is. De IOC kreeg onder meer groen licht om samen te werken met de nieuwe Integrated Global Observing Strategy (IGOS), dat is een geïntegreerde strategie om de observatie van het land, de oceaan en het klimaat te harmoniseren. Daarbij werkt men samen met een aantal ruimteagentschappen, verschillende agentschappen van de Verenigde Naties, internationale wetenschappelijke instellingen en donororganisaties. Het wereldwijde netwerk ter observatie van de oceaan van de IOC, beter bekend als GOOS, zal de coördinatie van IGOS op zich nemen.

Argo

Om de kwaliteit van de oceaanobservatie in veel delen van de wereld te verbeteren, zal de IOC ook versneld werk maken van de uitvoering van het Argo programma. Dat programma is genoemd naar de Argo boei, een kleine, relatief goedkope boei die informatie verzamelt over de temperatuur en het zoutgehalte van de bovenste 2.000 meter van de oceaan (zie Unesco Info 38). Die informatie is van groot belang voor de klimaatsvoorspelling. De komende twee jaar zal de IOC 3.000 Argo boeien ontplooien om het klimaat van de oceaan continu op de voet te kunnen volgen.

Tsunami

In de nasleep van het Internationaal Decennium voor de Beperking van Natuurrampen, dat op 31 december 1999 eindigde, besloot de IOC om haar Pacific Ocean Tsunami Programme verder te zetten en de resultaten ervan gratis ter beschikking te stellen van de Caribische regio. Ze zal ook onderhandelingen aanvatten om fondsen in te zamelen voor een uitgebreid waarschuwingssysteem om stormen te voorspellen in de Noord Indische Oceaan. Het programma zal zich toespitsen op de Golf van Bengalen waar weerkerende stormen regelmatig duizenden menslevens opeisen.

CO2

De IOC toonde zich bezorgt over het uitstorten van koolstofdioxide op de zeebedding van de oceaan. Een techniek waar steeds meer vraag naar komt vanuit de industrie die kampt met een steeds toenemende uitstoot van koolstofdioxide. Momenteel is er echter nog zeer weinig bekend over de gevolgen voor het ecosysteem die deze techniek met zich meebrengt, vandaar dat de IOC aandringt op meer wetenschappelijk onderzoek vooraleer de techniek verder wordt ontwikkeld en gebruikt.

Versterking

Tijdens de bijeenkomst van de Uitvoerende Raad van de IOC toonde Koïchiro Matsuura, de Directeur-Generaal van de UNESCO, zich een voorstander van de versterking van de rol van de IOC als voortrekker van de oceanografie. Matsuura: "Veel van de uitdagingen van de 21e eeuw hebben te maken met de harmonisering van de economische ontwikkeling om de armoede te bestrijden met de noodzaak om ons leefmilieu te beschermen. Dat kan enkel als de bevolking voldoende wetenschappelijk onderlegd is, zodat de mensen zich overtuigd verantwoordelijk gaan gedragen tegenover onze planeet. De IOC kan op dit vlak veel bijdragen via wetenschappelijk onderwijs en bewustmakingscampagnes."

IOC

De Intergouvernementele Oceanografische Commissie (IOC) van de UNESCO werd in 1960 opgericht om de lidstaten van de Verenigde Naties een mechanisme te verschaffen voor de wereldwijde samenwerking op het vlak van de studie van de oceaan. De IOC doet ook dienst als gemeenschappelijk orgaan voor de coördinatie van de verschillende programma's van de diverse VN-agentschappen waarin mariene aangelegenheden centraal staan. Het doel van de Commissie is het bevorderen van de internationale samenwerking en de coördinatie van verschillende wetenschappelijke programma's om meer te weten te komen over de aard en de rijkdommen van de oceaan en de kustgebieden, om de zo verkregen kennis aan te wenden om het beheer en de bescherming van het mariene milieu te verbeteren en de lidstaten bij te staan bij het opstellen van hun beleid ter zake.

]]>