UNESCO Platform Vlaanderen, thema "secundair onderwijs"http://www.unesco-vlaanderen.be2014-12-06T22:41:49Het UNESCO Platform Vlaanderen legt zich in de eerste plaats toe op het zo breed mogelijk verspreiden van informatie over de activiteiten en programma’s van UNESCO. Dat doet ze onder meer via het driemaandelijks tijdschrift UNESCO info, door het uitgeven van brochures rond specifieke UNESCO-prioriteiten en door het runnen van een informatie- en documentatiecentrum waar mensen kunnen aankloppen met vragen die verband houden met UNESCO.http://www.unesco-vlaanderen.be/media/html/unesco_platform_vlaanderen_logo.pngUNESCO Platform Vlaanderen, thema "secundair onderwijs"http://www.unesco-vlaanderen.benlCursus klimaatveranderinghttp://www.unesco-vlaanderen.be/2013/2/21/cursus-klimaatveranderingThu, 21 Feb 2013 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2013/2/21/cursus-klimaatveranderingOnlinecursus klimaatverandering voor leerkrachten secundair onderwijs.

Cursus klimaatveranderingUNESCO lanceert een cursus klimaatverandering voor leerkrachten secundair onderwijs. De cursus stelt een reeks van zes dagprogramma's voor om jongeren de oorzaken en de gevolgen van klimaatverandering te helpen begrijpen.

De cursus haalt klimaatverandering uit de lessen wetenschap en introduceert het onderwerp in andere vakken zoals ethiek, maatschappijleer, economie, politieke wetenschap enz...

Leerkrachten kunnen individueel met de cursus aan de slag om zich te bekwamen in het onderwerp en hoe het over te brengen op leerlingen. De cursus kan ook gebruikt wordt als aanvulling bij bestaand pedagogisch materiaal, bijvoorbeeld in het kader van lerarenopleidingen.

De cursus werkt op basis van Flashsoftware. Op het scherm krijg je een handboek met handige links naar relevante informatie en illustratiemateriaal.

Het initiatief past binnen UNESCO's programma voor educatie voor duurzame ontwikkeling. Daarmee zet de Organisatie in op het vergroten van het bewustzijn over klimaatverandering en op het beter beschermen van mensen voor de schadelijke gevolgen van klimaatverandering.

Climate Change in the Classroom: onlinecursus klimaatverandering voor leerkrachten secundair onderwijs


]]>
Meer secundair onderwijs en alfabetisering voor meisjes en vrouwen in Afrikahttp://www.unesco-vlaanderen.be/2012/5/24/meer-secundair-onderwijs-en-alfabetisering-voor-meisjes-en-vrouwen-in-afrikaThu, 24 May 2012 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2012/5/24/meer-secundair-onderwijs-en-alfabetisering-voor-meisjes-en-vrouwen-in-afrikaEerste balans van een jaar samenwerking tussen UNESCO en privépartners om meer Afrikaanse meisjes in het secundair onderwijs te krijgen en meer meisjes en vrouwen te alfabetiseren.

Meer secundair onderwijs en alfabetisering voor meisjes en vrouwen in Afrika

Een jaar geleden lanceerde UNESCO een wereldwijd partnerschap voor het onderwijs van meisjes en vrouwen. Bedoeling was om met gerichte acties te werken rond twee domeinen die meer inspanningen vereisen: secundair onderwijs en alfabetisering. Het initiatief wil ervoor zorgen dat meer meisjes de overstap van het basis- naar het secundair onderwijs maken en meer alfabetiseringsprogramma's opzetten voor vrouwen.

Het partnerschap is gericht op het versterken van de samenwerking tussen de openbare en de privésector. Een formule die vruchten afwerkt, zoals blijkt uit drie projecten die gefinancierd worden met privépartners.

In Senegal financiert Procter and Gamble een project ter alfabetisering van meisjes en vrouwen. Het project kiest voor een holistische aanpak die beantwoordt aan de leerbehoeften van drie doelgroepen: meisjes die analfabeet zijn, meisjes die nog maar net leerden lezen en schrijven, en jonge meisjes die school lopen maar bij wie de kans groot is dat ze hun vorming niet zullen afmaken. Daarbij wordt gebruik gemaakt van traditionele klassen maar ook van informatie- en communicatietechnologie om zoveel mogelijk kinderen te bereiken. Het aangeboden curriculum besteedt bijzondere aandacht aan activiteiten die een inkomen genereren en die de hele gemeenschap ten goede komen. Tot nu toe zijn er 160 klassen geopend in 7 regio's en zijn er 100 docenten opgeleid om les te geven aan zo'n 3.000 leerlingen.

In Ethiopië en Tanzania loopt een project met steun van de Packard Foundation dat het aantal meisjes die het secundair onderwijs niet afmaken, wil terugdringen. In 13 scholen in Ethiopië en 15 scholen op het vasteland van Tanzania en op het eiland Zanzibar worden er activiteiten geïmplementeerd om meisjes meer kansen op ontplooiing te bieden en hen op de schoolbanken te houden.

In Kenia en Lesotho loopt een project om enerzijds de gendergevoeligheid bij leerkrachten en schooldirecties op te krikken en om anderzijds meisjes betere toegang en slaagkansen te bezorgen in wiskunde en wetenschappelijke en technische vakken. Het project geniet de financiële steun van de GEMS Foundation en komt stilaan op kruissnelheid. In Kenia is alles in gereedheid om te starten met de bijscholing van leerkrachten en directies. In Lesotho, dat kampt met een dubbel probleem van het gebrek aan leerkrachten voor wiskunde en wetenschappen en van het vertrek van gekwalificeerde leerkrachten, zal er niet alleen aandacht gaan naar het verbeteren van de opleiding van leraars maar ook naar het motiveren van leerkrachten om het beroep te blijven uitoefenen.

De lancering van het partnerschap op 25 mei 2011


]]>
Global Education Digest 2011http://www.unesco-vlaanderen.be/2012/1/31/global-education-digest-2011Tue, 31 Jan 2012 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2012/1/31/global-education-digest-2011Overzicht van de actuele trends in het secundair onderwijs wereldwijd op basis van recente statistieken en gegevens.

Global Education Digest 2011De Global Education Digest 2011 onderzoekt trends in het secundair onderwijs: de volgende uitdaging voor landen die naderen tot universeel primair onderwijs. Wereldwijd is het aantal kinderen in het secundair onderwijs verdrievoudigd sinds 1970. En toch blijft de toegang ertoe beperkt in veel landen.

Het rapport laat zien hoe genderverschillen aan de basis liggen van het verschil in opleidingsniveau tussen meisjes en jongens en onderzoekt hoe de combinaties van verschillende soorten van ongelijkheid - in verband met gender, socio-economische status en geografische locatie - van invloed kunnen zijn op de mate waarin kinderen die geen school lopen blootgesteld worden aan educatieve kansen. Het onderzoekt ook de human resources en de financiële middelen die worden geïnvesteerd in scholen. Zo blijkt dat het aantal leerkrachten secundair onderwijs met 50 procent is gestegen sinds 1990 maar dat er desalniettemin tekorten blijven bestaan.

De publicatie presenteert een brede waaier indicatoren en gegevens over het schooljaar dat eindigde in 2009 of over het laatste schooljaar waarover data beschikbaar zijn. Daarnaast bevat ze gegevens van het World Education Indicators (WEI) programma dat gebuikt kan worden om de prestaties te meten van de nationale onderwijssystemen in 62 landen, waaronder de lidstaten van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).


]]>
UNESCO info 82http://www.unesco-vlaanderen.be/2011/11/16/unesco-info-82Wed, 16 Nov 2011 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2011/11/16/unesco-info-82O.a. aandacht voor de onzichtbare additieven in ons (drink)water, de situatie van het secundair onderwijs in Afrika en de toekomst van het gedrukte boek…

UNESCO info 82

In UNESCO info 82 lees je onder meer:

De onzichtbare additieven in ons water: Chemische stoffen waarover niemand zich eerder zorgen maakte, komen steeds vaker voor in het milieu en het (drink)water. Deze vaststelling verdient meer aandacht omdat er mogelijks gevaar bestaat voor mens en natuur. UNESCO zet het probleem op de agenda.

Twee op drie kinderen in Afrika kunnen niet naar de middelbare school: Er zijn onvoldoende plaatsen op de schoolbanken in het secundair onderwijs. Meisjes zijn hiervan het grootste slachtoffer maar overal zijn er aanzienlijke investeringen nodig om jonge mensen de kans te geven om aan armoede te ontsnappen.

Waarom geen vrouw in de wetenschap? Er is geen enkele reden waarom vrouwen niet even goed als mannen kunnen presteren in de wetenschappelijke wereld. UNESCO en L'Oréal startten een internationaal programma om vrouwen te stimuleren om te kiezen voor wetenschappen. Het nationale luik van dit programma kende onlangs drie beurzen toe aan jonge onderzoeksters.

Kindsoldaten een nieuwe toekomst bieden: UNESCO Goodwill Ambassadeur Forest Whitaker spreekt over zijn inzet om kinderen en jongeren die buiten hun wil in een wereld van geweld terechtkwamen, te helpen om hun leven terug op een spoor te krijgen dat uitzicht biedt op een volwaardige toekomst.

Nieuwe kinderboekenreeks voor Afrika: Educatieve reeks kinderboeken snijdt gevoelige thema's aan en bevordert de sociale ontwikkeling van kinderen.

Een bijzondere plaats voor de verbeelding: Sinds het begin van de 21ste eeuw openden talrijke virtuele bibliotheken de deuren op het internet en zit het e-boek duidelijk in de lift. Zullen deze nieuwe media het papier inhalen en achterlaten? De Chileense schrijver Antonio Skármeta meent van niet en denkt dat het 'traditionele' boek de digitale storm zal doorstaan.

Geheugen van de wereld opgefrist: Het register waarmee UNESCO wil zorgen dat ons collectief geheugen niet afbrokkelt is uitgebreid met zeven bijzondere voorbeelden van documentair erfgoed.

Kan poëzie de wereld redden? UNESCO lanceert een programma in het teken van interculturele dialoog gebaseerd op het werk van Tagore, Neruda en Césaire.

Opleidingen journalistiek versterken in Afghanistan: Als onderdeel van haar inspanningen om het onderwijs in Afghanisten tot internationaal niveau op te krikken, helpt UNESCO bij het opstellen van een aangepast curriculum journalistiek -  wat meteen ook de democratie in het land ten goede komt.

Download UNESCO info 82


UNESCO info verschijnt vier keer per jaar. Abonnementen lopen per kalenderjaar. Voor 10 euro valt het tijdschrift bij je in de bus. Bestellen kan via info@unesco-vlaanderen.be

]]>
UNESCO lanceert wereldwijd partnerschap rond onderwijs voor meisjes en vrouwenhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2011/5/27/unesco-lanceert-wereldwijd-partnerschap-rond-onderwijs-voor-meisjes-en-vrouwenFri, 27 May 2011 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2011/5/27/unesco-lanceert-wereldwijd-partnerschap-rond-onderwijs-voor-meisjes-en-vrouwenDoor prominente politieke en bedrijfsleiders samen te brengen, hoopt UNESCO een nieuwe impuls te kunnen geven aan onderwijs voor meisjes en vrouwen in Afrika en Azië.

UNESCO lanceert wereldwijd partnerschap rond onderwijs voor meisjes en vrouwenUNESCO bracht op 26 mei 2011 een aantal prominente vertegenwoordigers van de politieke wereld en het bedrijfsleven bijeen op haar hoofdzetel in Parijs voor de lancering van een nieuw initiatief om meisjes en vrouwen betere toegang te geven tot kwaliteitsvol onderwijs door de krachten van de openbare en de privésector te bundelen.

De onderwijskansen voor meisjes en vrouwen zijn allesbehalve rooskleurig. Wereldwijd zijn er 39 miljoen meisjes die eigenlijk lager secundair onderwijs zouden moeten volgen maar geen basis- of secundair onderwijs genieten. Tweederden van de 796 miljoen volwassen analfabeten in de wereld zijn vrouwen. En slechts in één op drie landen in de wereld is er genderpariteit in het secundair onderwijs.

Better Life, Better Future zal zich concentreren op het verlichten van twee pijnpunten in voornamelijk Afrika en Azië: de doorstroming van meisjes naar het secundair onderwijs en het analfabetisme onder vrouwen. Het initiatief is opgezet als een instrument om bewustzijn te vergroten en om via samenwerking tussen de openbare en de privésector fondsen en expertise te verzamelen teneinde meer impact op het terrein te hebben.

Investeren in onderwijs voor meisjes is investeren in ontwikkeling.

"Er zijn geen onoverkomelijke obstakels op de weg naar gendergelijkheid en onderwijs voor iedereen," benadrukt UNESCO directeur-generaal Irina Bokova. "Meisjes en vrouwen zorgen voor verandering in de wereld en het is onze plicht om hen daarbij te steunen."

Secretaris-generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-Moon beklemtoonde zijn overtuiging dat "investeren in meisjes en vrouwen de kern moet vormen van de mondiale ontwikkelingsagenda. Onderwijs geeft vertouwen en hoop en laat kinderen weten dat ze een toekomst hebben en dat wat ze denken er toe doet. En alhoewel onderwijs een recht is, is het voor teveel meisjes geen realiteit."

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton bevestigde dat de Verenigde Staten UNESCO zullen helpen bij het verzamelen van data inzake gender en onderwijs, "deze data zullen toelaten om op een gerichte manier te investeren, daar waar het de grootste impact zal hebben." Verder zei ze dat ze overtuigd is van het potentieel van samenwerking, in het bijzonder met de privésector, om fondsen te verzamelen en om nieuwe en creatieve manieren te bedenken waarmee een verschil kan gemaakt worden.

Download een brochure over Better Life, Better Future, een UNESCO-project rond onderwijs voor meisjes en vrouwen


]]>
UNESCO vraagt nieuwe aanpak van het onderwijs in Haitihttp://www.unesco-vlaanderen.be/2011/2/15/unesco-vraagt-nieuwe-aanpak-van-het-onderwijs-in-haitiTue, 15 Feb 2011 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2011/2/15/unesco-vraagt-nieuwe-aanpak-van-het-onderwijs-in-haitiUNESCO steunt een plan om het onderwijssysteem om te vormen tot een meer efficiënt instrument ter bevordering van de heropbouw en de ontwikkeling van het land.

UNESCO vraagt nieuwe aanpak van het onderwijs in HaitiOp 15 februari 2011 heeft Michaëlle Jean, Speciale gezant van UNESCO voor Haïti, een ontmoeting met de Interim Commissie voor de Heropbouw van Haïti (ICRH). Ze zal de commissie vragen om de hervorming van het onderwijssysteem op te nemen op haar prioriteitenlijst. UNESCO is er immers van overtuigd dat onderwijs de hoeksteen vormt van de toekomstige welvaart van het land.

"Het is van groot belang om het Nationaal Pact voor Onderwijs uit te voeren. Dat plan is uitgetekend door Haïtiaanse onderwijsexperten en geniet de steun van de overheid. Het legt de basis voor een systeem dat toegankelijk en universeel is en dat kwaliteitsvolle educatie biedt," zegt Jean.

Gratis basisonderwijs

UNESCO wil het Haïtiaanse ministerie van Onderwijs steunen bij het implementeren van het plan. Een van de doelstellingen is om alle kinderen tussen 6 en 12 jaar gratis en kwaliteitsvol onderwijs aan te bieden tegen 2015. Een uiterst ambitieus objectief aangezien voor de aardbeving van januari 2010 slechts een op vijf kinderen in Haïti openbaar onderwijs genoot. Dat is grotendeels te wijten aan het feit dat veel ouders niet over de nodige financiële middelen beschikten om hun kinderen naar school te kunnen sturen.

Het onderwijsplan voor Haïti wil ook het aantal studenten dat secundair of hoger onderwijs volgt, flink verhogen en wil alfabetisering verschaffen aan 2,5 miljoen inwoners. UNESCO wil aan dat streven meewerken door de onderwijsexpertise in Haïti te vergroten, door opleidingen te organiseren voor leerkrachten en door curricula te ontwikkelen.

Basis voor ontwikkeling

"Haïti moet kunnen rekenen op een goed opgeleide beroepsbevolking om het land her op te bouwen en het verder te ontwikkelen. Het herstelplan voor de territoriale, economische, sociale en institutionele wederopbouw van het land dat in maart 2010 door de Haïtiaanse regering is voorgesteld aan de Verenigde Naties, kan enkel gerealiseerd worden als de bevolking van het land beschikt over alle nodige instrumenten om de vele uitdagingen aan te pakken. In dat opzicht is onderwijs van essentieel belang," aldus Jean.

UNESCO staat ook klaar om de Haïtiaanse overheid bij te staan in andere domeinen zoals wetenschap, communicatie en cultuur. Zo richtte de Organisatie onder meer een internationaal comité op dat moet toezien op de bescherming van het materieel en immaterieel erfgoed van het land en op de uitbouw van de culturele industrie die onlosmakelijk verbonden is met de ontwikkeling en de economie van Haïti.


]]>
The Shadow Education System: Private Tutoring and its Implications for Plannershttp://www.unesco-vlaanderen.be/2010/4/28/the-shadow-education-system-private-tutoring-and-its-implications-for-plannersWed, 28 Apr 2010 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2010/4/28/the-shadow-education-system-private-tutoring-and-its-implications-for-plannersThe+Shadow+Education+System%3a+Private+Tutoring+and+its+Implications+for+PlannersEr is weinig informatie beschikbaar over hoe wijdverspreid privé-lessen zijn en welke invloed ze hebben. Dat heeft vooral te maken met de aard van deze dienstverlening die buiten de planning en de controle van het formele onderwijssysteem wordt aangeboden.

Deze titel uit de reeks die zich voornamelijk richt tot onderwijsplanners en beleidsmakers en wordt uitgegeven door het UNESCO Internationaal Instituut voor Onderwijsplanning, bevat een van de eerste systematische analyses van het fenomeen 'privé-lessen'. De publicatie onderzoekt waarom er beroep wordt gedaan op privé-lessen en welke factoren van het onderwijssysteem, de bredere sociaal-culturele context en de economie van invloed zijn op de omvang en de ontwikkeling van het fenomeen.

Het boek analyseert eveneens de impact van het fenomeen op een reeks factoren zoals de academische prestaties van studenten, bredere sociale issues zoals ongelijkheid, en economische productiviteit. Het besluit met een reeks beleidsaanbevelingen die onderwijsplanners kunnen overwegen wanneer ze willen rekening houden met het fenomeen.


U kan het boek rechtstreeks bestellen via Unesco Publishing: bestel hier

]]>
Towards an Entrepreneurial Culture for the Twenty-first Centuryhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2008/11/27/towards-an-entrepreneurial-culture-for-the-twenty-first-centuryThu, 27 Nov 2008 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2008/11/27/towards-an-entrepreneurial-culture-for-the-twenty-first-centuryTowards+an+Entrepreneurial+Culture+for+the+Twenty-first+CenturyIn het verlengde van de Verklaring over Onderwijs voor Allen en de Millenniumdoelstelling om tegen 2015 de armoede in de wereld met de helft te verminderen, wordt van het onderwijs verwacht dat leerlingen er niet enkel academische kennis opdoen maar dat ze degelijk voorbereid worden voor het leven dat na de schoolbanken wacht. Het secundair onderwijs moet leerlingen de vaardigheden meegeven waarmee zich uit de slag kunnen trekken in een samenleving waarin de economie en de arbeidsmarkt voortdurend in verandering zijn. Onderwijs dat in brede zin de ondernemingszin van jonge mensen aanscherpt, zou een deel van de oplossing kunnen bieden.

Dit werk steunt op verschillende educatieprojecten van over de ganse wereld die erop gericht zijn om de ondernemingszin te vergroten. Het wil de discussie stofferen en aanzwengelen rond vragen zoals: Hoe kunnen we de verbeelding en ondernemingszin van leerlingen kneden tot instrumenten voor ontwikkeling? Hoe kunnen we deze talenten in goede banen leiden? Welke zijn de elementen die ondernemerschap ondersteunen? Welk is het meest geschikte institutionele kader om educatie ter bevordering van ondernemingszin aan te bieden? Aan welk profiel moeten de leerkrachten voldoen? Hoe kunnen de resultaten van dergelijke educatie gemeten worden?


U kan het boek rechtstreeks bestellen via Unesco Publishing: bestel hier

]]>
World Heritage in Young Hands - An educational resource kit for teachershttp://www.unesco-vlaanderen.be/2006/7/20/world-heritage-in-young-hands-an-educational-resource-kit-for-teachersThu, 20 Jul 2006 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2006/7/20/world-heritage-in-young-hands-an-educational-resource-kit-for-teachersWorld+Heritage+in+Young+Hands+-+An+educational+resource+kit+for+teachersDeze educatieve kit voor leerkrachten is ontwikkeld in het kader van "World Heritage in Young Hands", een project dat zich toespitst op jongeren en hen wil bewust maken van het belang van erfgoed en hen vaardigheden aanleert waardoor ze een actieve rol kunnen spelen in de bescherming ervan.

In 1999 verscheen een eerste editie van deze kit. De kit was gebaseerd op de inbreng van leerlingen en leerkrachten uit 130 landen die deelnamen aan regionale en internationale discussiefora omtrent werelderfgoed.

Het is niet eenvoudig om pedagogisch materiaal te ontwikkelen voor leerkrachten van het secundair onderwijs. Alhoewel de kit steunt op de educatieve aanpak en activiteiten van leraars over de hele wereld en rekening hield met de suggesties en aanbevelingen van leerlingen en leerkrachten uit alle continenten, spreekt het voor zich dat het in deze kit aangeboden materiaal moet worden aangevuld en/of aangepast aan de lokale en nationale situatie.

De kit bestaat uit een boek dat bulkt van praktische tips die zo in de les inzetbaar zijn. Het behandelt de verschillende aspecten van de werelderfgoedconventie en gaat in op de band tussen werelderfgoed en culturele identiteit, toerisme, milieu en vredescultuur. Verder is er illustratiemateriaal bestaande uit een poster met de verschillende werelderfgoedsites en een reeks van 26 fotofiches met uitleg over verschillende culturele en natuurlijke sites. Tot slot omvat de kit ook de volledige tekst van de conventie en een lijst met een korte beschrijving van alle op de werelderfgoedlijst ingeschreven monumenten en landschappen.


U kan het boek rechtstreeks bestellen via Unesco Publishing: bestel hier

]]>
Iedereen heeft recht op een opleidinghttp://www.unesco-vlaanderen.be/2005/12/1/iedereen-heeft-recht-op-een-opleidingThu, 01 Dec 2005 05:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2005/12/1/iedereen-heeft-recht-op-een-opleidingDe UNESCO wil haar rol in het wereldwijde streven naar Onderwijs voor Allen beter invullen en werkte mee aan nieuwe richtlijnen voor kwaliteitszorg in het hoger onderwijs.

Iedereen+heeft+recht+op+een+opleidingHet onderwijsprogramma van de UNESCO maakte een moeilijke tijd door de laatste jaren. Het Onderwijs voor Allen-initiatief is de voornaamste prioriteit maar rapport na rapport toont aan dat de doelstellingen niet bereikt zullen worden tenzij landen en andere betrokken partijen de zaak ernstig nemen en serieus gaan investeren in educatie. En dat terwijl onderwijs het grootste deel van de Unesco-begroting opslorpt. Gelukkig is er beterschap op komst. Ruth Lamotte, die de administratie Onderwijs vertegenwoordigt in de Vlaamse UNESCO Commissie: "We stellen vast dat de UNESCO, meer dan in het verleden, een aantal duidelijke keuzes maakt en duidelijke prioriteiten naar voor schuift. Hoofdprioriteit blijft inderdaad Onderwijs voor Allen maar binnen dat ruime aandachtsveld gaat men zich concentreren op drie specifieke programma's ('flagship programmes'): alfabetisering, educatie en hiv/aids-preventie, en lerarenopleiding (vooral in Afrika ten zuiden van de Sahara). Naast die hoofdprioriteiten zal de Organisatie zich eveneens focussen op secundair onderwijs, vooral dan technisch- en beroepsonderwijs, op het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs en op hoger onderwijs."

Onderwijs voor Allen

De UNESCO deelt de bezorgdheid van haar lidstaten over het tot nu toe relatief beperkte succes van het Onderwijs voor Allen-programma. Daarom komen er binnenkort hervormingen. "Sinds kort is er een nieuwe Adjunct-directeurgeneraal voor Onderwijs, de Amerikaan Peter Smith," legt Karen Groffils van de administratie Buitenlands Beleid uit, "na zijn aanstelling maakte hij een doorlichting van het programma. Bleek dat het op het vlak van het management grondig fout liep. Het programma zoals dat op papier staat is goed en ook de mensen die het moeten uitvoeren zijn bekwaam. Alleen: er was geen goed beheer. Iedereen was met van alles bezig zonder een duidelijk overzicht van wie precies wat moet doen. Daar zal verandering in komen. Iedereen krijgt beter omschreven taken en ook de verantwoordelijkheden van het Secretariaat en de veldkantoren van de UNESCO worden beter afgelijnd."

"Het zou goed zijn mocht de UNESCO met nog meer vastberadenheid keuzes durven maken," zegt Ruth Lamotte. "Als je alles op een rijtje zet, blijkt dat er toch nog heel veel thema's in het onderwijsprogramma opgenomen zijn. Teveel om alles goed te kunnen doen. Daarnaast moet de UNESCO zich ook goed bezinnen over haar eigenheid, er zijn namelijk verschillende organisaties die rond onderwijs werken. In Vlaanderen kijken wij bijvoorbeeld ook erg naar de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en naar wat er in het kader van de Europese Unie rond onderwijs besproken en beslist wordt. De UNESCO weegt veel minder door op ons onderwijsbeleid."

Specifieke benadering

Dat Vlaanderen de UNESCO niet in de eerste plaats als richtinggevend beschouwt bij het uitbouwen van het onderwijsbeleid, heeft veel te maken met de ontwikkelingscomponent die erg speelt bij de Organisatie. "De UNESCO is een globale organisatie," verklaart Ruth Lamotte. "Ze richt zich tot de ganse wereld en besteedt prioritair aandacht aan ontwikkelingslanden, zeker met het Onderwijs voor Allen-programma. Dat is op zich zeer waardevol maar in Vlaanderen hebben wij een andere aanpak nodig, wij staan voor andere en meer specifieke uitdagingen. Voor een land dat zijn basis- en secundair onderwijs nog zo goed als volledig moet uitbouwen, biedt de UNESCO natuurlijk wel een grote meerwaarde. Eén van de belangrijkste opdrachten van UNESCO is dan ook capaciteitsopbouw."

"Anderzijds is het zo dat bepaalde Westerse landen Onderwijs voor Allen wel als model voorop stellen voor het eigen onderwijsbeleid. Finland heeft bijvoorbeeld een 'Nationaal Onderwijs voor Allen Actieplan' opgemaakt waarin eigen accenten zoals kleuteronderwijs, gelijke kansen, enz... gelegd worden. Dat is een keuze. In Vlaanderen is er niet expliciet een dergelijk actieplan, wat natuurlijk niet betekent dat wij geen beleid voeren rond de aspecten die erin vervat zijn," vervolgt Ruth Lamotte. Als Vlaanderen niet meteen iets te winnen heeft bij de UNESCO voor de ontwikkeling van zijn onderwijsbeleid, kan het misschien wel iets bieden, bijvoorbeeld het uitdragen van knowhow naar ontwikkelingslanden. "In principe zou dat kunnen," beaamt Ruth Lamotte, "maar in de praktijk gebeurt dit spijtig genoeg te weinig. Daarvoor trekt de UNESCO die kaart zelf te weinig. Concrete vragen daartoe, of duidelijke richtlijnen over hoe zo'n samenwerking kan opgestart worden, ontbreken." "En als je al zoiets voorstelt," vult Marie-Anne Persoons van de administratie Onderwijs aan, " dan komt al snel de vraag om financiering. En dan houdt de overheid meestal de boot af. We werken vanuit de administratie bijvoorbeeld geregeld mee aan het uitwerken van bepaalde richtlijnen en dergelijke meer, maar als het tijd is om die richtlijnen aan de praktijk te toetsen via pilootprojecten, moet er voor financiering naar anderen gekeken worden."

Hoger onderwijs

Met alle aandacht die de Conventie Culturele Diversiteit terecht kreeg, zouden we bijna vergeten dat cultuur niet de enige sector is die we moeten behoeden voor het ongebreidelde liberalisme en vrijmarktdenken. Ook onderwijs en gezondheidszorg mogen niet vanuit een louter economisch standpunt beschouwd worden. De UNESCO is zich daar terdege van bewust en werkt rond dit thema. Haar Centrum voor Hoger Onderwijs, CEPES, in Boekarest bijvoorbeeld, werkt onder andere regels uit met betrekking tot de erkenning van diploma's. Een initiatief genomen in samenwerking met de Raad van Europa dat navolging krijgt in andere regio's. "Daarbij gaat ook aandacht naar het recht op hoger onderwijs," legt Marie-Anne Persoons uit. "Veel onderwijsinstellingen uit Westerse landen zijn actief in ontwikkelingslanden. Regeringen in die landen beschikken over weinig middelen en investeren hoofdzakelijk in basis- en secundair onderwijs. We moeten er op toezien dat de toegang tot het hoger onderwijs, ook dat ontstaan vanuit privé-initiatief, verzekerd blijft en er dus geen extreem hoge inschrijvingsgelden gevraagd worden enz..."

"Ook binnen de OESO denkt men al na over de gevolgen van de commercialisering van het onderwijs. Een eerste concrete stap was het opstellen van richtlijnen voor kwaliteitszorg in het transnationaal hoger onderwijs. Dit gebeurde in samenwerking met de UNESCO en de tekst is aangenomen tijdens de voorbije Algemene Conferentie," zegt Marie-Anne Persoons. "De tekst wil studenten in ontwikkelingslanden beschermen tegen malafide praktijken. Het aanbod van buitenlandse onderwijsinstellingen is zeer divers en weinig doorzichtig - het kan gaan van filialen tot cursussen aangeboden via afstandsonderwijs. Zeer belangrijk is dat de tekst hamert op kwaliteit: een onderwijsinstelling die een aanbod doet in het buitenland moet dit doen volgens dezelfde kwaliteitsnormen die ze zou hanteren voor haar binnenlands aanbod. Tot nu toe was de praktijk vaak anders."

Eerste stap

De richtlijnen voor kwaliteitszorg in het transnationaal hoger onderwijs hebben de status van een Secretariaatsdocument. Niet meteen de meest slagkrachtige vorm die een tekst kan krijgen maar dat betekent niet dat het om een vrijblijvend schrijfsel gaat. "Vooral binnen de Europese landen heerst de wil om op basis van dit document verder te gaan met het bewaken en het verzekeren van de kwaliteit van het onderwijs," zegt Marie-Anne Persoons. "Bovendien geeft de tekst ook een duidelijk signaal aan de rest van de wereld en kan het een hefboom zijn om aan capaciteitsopbouw te doen in landen waar het concept kwaliteitszorg nog niet ingeburgerd was."

]]>
Vlaams Parlement opent de deuren voor Impulsdag voor filosofie in het onderwijshttp://www.unesco-vlaanderen.be/2005/10/25/vlaams-parlement-opent-de-deuren-voor-impulsdag-voor-filosofie-in-het-onderwijsTue, 25 Oct 2005 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2005/10/25/vlaams-parlement-opent-de-deuren-voor-impulsdag-voor-filosofie-in-het-onderwijsNaar aanleiding van de kersverse Werelddag voor de Filosofie wordt in het Vlaams Parlement een Impulsdag georganiseerd om na te denken over meer filosofie in het onderwijs. Vlaams+Parlement+opent+de+deuren+voor+Impulsdag+voor+filosofie+in+het+onderwijsDe kalender van door de Verenigde Naties erkende internationale en werelddagen is uitgebreid met de Werelddag voor de Filosofie die voortaan elke derde donderdag van november gevierd wordt. Deze beslissing is genomen tijdens de Algemene Conferentie van de UNESCO die vorige week eindigde. De sector voor sociale wetenschappen van de UNESCO organiseerde al sinds 2002 een Filosofiedag om het belang van filosofie in het onderwijs te onderstrepen.

In Vlaanderen speelt het Vlaams netwerk voor Eigentijds Filosofieonderwijs (VEFO) op dit nieuws in door op vrijdag 18 november een Impulsdag voor meer kansen voor filosofie in onderwijs en vorming te organiseren in het Vlaams Parlement.

De doelgroep van de impulsdag bestaat uit beleidsverantwoordelijken, pedagogische begeleiders, directieleden, lerarenopleiders, leerkrachten, onderwijs-inspecteurs, navormers, filosofen, vertegenwoordigers van de Vlaamse scholierenkoepels en andere geëngageerden die constructief mee willen zoeken naar manieren waarop onderwijs en vorming aandacht kunnen besteden aan de filosofische dimensie. De aandacht gaat vooral naar het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs.

Impulsdag is maar het begin

Na 18 november volgt er een procesperiode die duurt tot april 2006. Tijdens die periode worden mogelijke toepassingen van de impulsdag via talrijke creatieve praktijkvoorbeelden ingebed in de eigen schoolwerking. Op 28 april 2006 ontmoeten leerlingen en filosofen elkaar op een terugkomdag in het Vlaams Parlement. Dan presenteren de leerlingen hun resultaten, wisselen ze ideeën en ervaringen uit en gaan ze een gesprek aan met filosofen.

De eerste impulsdag op 18 november 2005 maakt dus deel uit van een drieluik, waarin mensen van verschillende gezindheden en leeftijden samen willen nadenken over het belang van denken en denkend handelen in het onderwijs, en in het leer- en opvoedingsproces, met het oog op de snel evoluerende en complexe samenleving in de 21ste eeuw.

Ook de impulsdag is opgebouwd als een drieluik: naast sessies waarin verschillende visies op filosofische reflectie in onderwijs en vorming aan bod komen, zijn er ook aparte workshops met inspirerende praktijkmodellen uit diverse onderwijscontexten. De dag wordt afgesloten met een plenaire sessie, waarin ruimte is voor een vraaggesprek over de plaats, de mogelijkheden en de beperkingen van de kansen van filosofie in het curriculum. Met dit dubbele drieluik wil het VEFO een proces van intervisie en actieve bezinning op gang brengen over de meerwaarde van eigentijds filosoferen in onderwijs, en bij het leren en opvoeden.

Klik hier voor meer informatie over de Impulsdag voor meer kansen voor filosofie in onderwijs en vorming. Inschrijven kan tot 1 november.

Klik hier voor meer informatie over de Werelddag voor de Filosofie.

]]>
Aantal inschrijvingen in secundair onderwijs stijgt snelhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2005/5/5/aantal-inschrijvingen-in-secundair-onderwijs-stijgt-snelThu, 05 May 2005 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2005/5/5/aantal-inschrijvingen-in-secundair-onderwijs-stijgt-snelVolgens UNESCO's Global Education Digest 2005 stijgt het aantal inschrijvingen in secundaire scholen wereldwijd snel maar hebben meisjes te weinig toegang tot onderwijs.

Wereldwijd is gemiddeld 4 op 5 kinderen tussen 10 en 15 jaar ingeschreven in het lager secundair onderwijs. In de meeste landen wordt dit gezien als regulier onderwijs volgens UNESCO's Global Education Digest 2005. Dit overzicht wordt uitgegeven door het bureau voor statistiek van de UNESCO en stelt de nieuwste indicatoren op mondiaal vlak betreffende educatie voor. De editie van dit jaar focust eveneens op gendervertegenwoordiging binnen het onderwijs.

Tussen 1990 en 2002/2003 is het aantal inschrijvingen in secundair onderwijs wereldwijd gestegen van 321 naar 492 miljoen. De snelste groei stelt men vast in Zuid-Amerika. Samen met Europa vertegenwoordigt dit continent het hoogste aantal inschrijving op dit niveau: bijna 100 procent. Noord-Amerika, Oost-Azië en Oceanië volgen met meer dan 90 procent. West-Azië en Afrika hinken achterop met een inschrijvingspercentage van respectievelijk 69 en 45 procent.

Wat het hoger secundair onderwijs betreft blijft de inschrijvingsratio wereldwijd steken op 51 procent: Europa haalt de 100, de Amerika's 70, Oost-Azië 48, West-Azië 40 en Afrika slechts 29 procent.

Een belangrijk deel van het overzicht werd dit jaar gewijd aan genderverdeling in het secundair onderwijs. De Onderwijs voor Allen- en de Millenniumdoelstellingen stelden 2005 voorop als deadline in de strijd voor gelijke toegang tot basis- en secundair onderwijs voor jongens en meisjes.

Spijtig genoeg moet men vast stellen dat, ondanks een verbetering in het basisonderwijs, er nog steeds een opmerkelijke kloof bestaat op secundair niveau. In 60 van de 133 landen waarvan gegevens opgenomen werden is genderpariteit bereikt in het lager secundair onderwijs. In 46 van deze landen, voornamelijk in Afrika en Azië, is het moeilijker voor meisjes dan voor jongens om toegang tot lager secundair onderwijs te krijgen. In 27 landen is het omgekeerde waar. De toestand in het hoger secundair onderwijs is schrijnender: slechts 13 procent van deze leeftijdscategorie woont in landen waar pariteit is bereikt.

Ondanks regionale verschillen, blijft de algemene trend hoopvol: steeds meer kinderen krijgen toegang tot secundair onderwijs en genderpariteit neemt traag, maar gestaag toe. Een verhoogde vraag en een verminderde bevolkingsgroei werken deze verbeterde toestand in de hand.

Klik hier voor meer informatie over de Global Education Digest en de mogelijkheid om de editie 2005 te downloaden.

]]>
Spreekt u UNESCO?http://www.unesco-vlaanderen.be/2004/6/2/spreekt-u-unescoWed, 02 Jun 2004 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2004/6/2/spreekt-u-unescoNaar aanleiding van de 50ste verjaardag van het netwerk van met de UNESCO geassocieerde scholen (ASPnet), organiseerde de Zwitserse coördinatie van het netwerk in Biel/Bienne een internationale ontmoeting in de vorm van een driedaags congres rond het thema communicatie. Het evenement ging door op 19, 20 en 21 november 2003. Onder de titel Do you speak Unesco? konden jongeren uit de hele wereld inschrijven voor een reeks workshops waarin taal en andere communicatievormen centraal stonden. Na het colloquium bleven de meeste te gast bij een Zwitserse school van het ASPnet met het oog op verdere uitwisseling en het bestendigen van de internationale contacten. Een bezoek aan het stedelijk erfgoed van de Zwitserse hoofdstad Bern legde de link tussen beide delen van deze feestelijke Unesco-conferentie.



Vlaamse deelnemers



De Vlaamse tak van het ASPnet nam met een vertegenwoordiging deel aan het internationale congres is Zwitserland. De selectie voor de Vlaamse scholen begon met een oproep per e-mail van het Unesco Platform Vlaanderen aan de Vlaamse scholen van het net. Geïnteresseerde instellingen beantwoordden met hun leerlingen een vragenlijst over mogelijke thema's die ze graag internationaal behandeld zouden zien, over hun visie op interculturele samenwerking en over hun verwachtingen rond internationale schooluitwisselingen en hun samenwerking met een Zwitserse school in het bijzonder.



Elk deelnemend land mocht twee leerlingen en een begeleidende leerkracht naar Zwitserland afvaardigen. Voor Vlaanderen werden het twee leerlingen uit de vijfde klas Latijn-moderne talen van het Koninklijk Atheneum Pitzemburg in Mechelen. Vervoer en verblijf werden in handen genomen door de Zwitserse ASPnet-coördinatie. Alleen het voorziene met een week verlengde verblijf tot 29 november bij een Zwitserse school stelde de Vlaamse deelnemers voor een probleem. Nauwelijks enkele dagen later zouden immers de kerstexamens al van start gaan. In overleg met de Zwitserse organisatoren kreeg de Vlaamse delegatie de toestemming om het verblijf in Bienne te beperken tot de driedaagse van het colloquium. Op 22 november reisde de Vlaamse delegatie huiswaarts omwille van de naderende examens



Internationaal gezelschap



Ter plaatse in het tweetalige Zwitserse stadje Biel bleek al gauw dat er een bont internationaal gezelschap op het congres was afgekomen. Andrea Carvzji (Italië), Cisse Abdoulaye (Mali), Claudia Fallman (Oostenrijk), Walter Fonseca Junior (Brazilië), Adeline Gashi (Kosovo), Huyen Ho Tanh (Vietnam), Kyle Martin (Canada), Sarak Mutale (Zwitserland), Estuardo Paredes (Ecuador), Tine Hendrickx en Joren Branka van Eycken (België) en nog tientallen andere jongeren meldden zich op 19 november present. De Belgen voelden zich als een vis in het water in deze smeltkroes van culturen en wisselden tot in de late avonduren (en de vroege ochtend) ervaringen uit met jongeren uit alle uithoeken van de wereld. De voertaal was onbepaald: er werd geswitcht van Frans naar Duits naar Engels en er werd ook Spaans gesproken. Wie geen van deze talen machtig was, maakte zich wel op een andere manier verstaanbaar.



Workshops communicatie



Communicatie was er in elk geval: alle activiteiten draaiden immers rond het thema 'communicatie en meertaligheid'. Op het programma stonden ateliers met titels als: Interactive Theatre, La communication à travers la musique, Sprachspiele. In alle ateliers werd ernaar gestreefd een zo ruim mogelijke waaier van didactische middelen te hanteren waarbij ideeën en invloeden uit alle werelddelen aan bod kwamen. Vindingrijkheid en creativiteit waren dan ook een troef in de meeste workshops. Zo toonden specialisten ter zake hoe dans, klank en muziek als 'taal' aangewend worden. Ook de begeleidende leerkrachten van de verschillende landen zaten rond de tafel en konden vernieuwende ideeën voor hun lessen opdoen. Tegelijkertijd probeerden ze afspraken te maken voor toekomstige culturele uitwisselingsprojecten met hun scholen.



Ver weg en toch dichtbij



Interculturele uitwisselingen zoals er hierboven een wordt voorgesteld, verbreden de kijk van de deelnemers op de wereld en vergroten hun interculturele betrokkenheid. Vooral voor jongeren zijn dit doorgaans intense en verrijkende ervaringen, zo ook voor Tine Hendrickx, een van de twee Vlaamse deelnemers aan de bijeenkomst in Zwitserland.



Tine Hendrickx: "Het begon allemaal heel vreemd. Bijna onze trein gemist en na een vlucht van een uur en een treinrit van twee uur kwamen we in het mistige stadje Bienne aan. Er werd nog snel voor ons gekookt en na de maaltijd leerden we mensen van Oostenrijk, Mali en Tanzania kennen. De cultuurschok was vooral van de Afrikaanse jongens hun gezicht af te lezen: asfalt!, mist!, koud!. Oeps, schoenen vergeten.



Maar de culturele onderdompeling was nog niet eens begonnen. Het eigenlijke startschot werd daags nadien gegeven door de televisiekomiek Philippe Cohen. Zijn op improvisaties gesteund optreden was gebaseerd op de taalproblemen in de wereld en hoe sommigen ermee omgaan. Daarna volgden ateliers die ook de volgende dag domineerden. Tijdens deze workshops waren er discussies, lessen, theater en spel over communicatie. Vooral het atelier over communicatie via muziek door Christophe Erard maakte grote indruk. Zijn verzameling instrumenten uit meer dan 15 landen, die hij stuk voor stuk voorstelde, was verbazingwekkend.



Ook na het officiële programma ging de culturele uitwisseling verder. Op de avond van de tweede dag van het congres, was het verzamelen geblazen in de kamer van de Canadezen voor een geïmproviseerd feestje. Een muziekinstallatie was er niet, maar onze eigen stemmen volstonden om de sfeer er goed in te brengen. Alle nationaliteiten stelden spontaan muziek uit eigen land voor. Zo lieten de meisjes uit Kosovo hun buikdanstalent zien op het ritme van ons handgeklap. Paschal zong, na een paar aansporingen, typisch Afrikaanse keelgeluiden en ook de rest van het gezelschap liet zich meeslepen in deze multiculturele samenzang.



Op de laatste dag misten we de in de namiddag geplande stadswandeling in Bern omdat de trein en het vliegtuig wachtten om ons terug naar België en onze examens te brengen. Het was moeilijk afscheid nemen van dit internationale gezelschap met wie wij toch dezelfde dromen en doelen delen. Sommige mensen staan dichter bij je dan de afstand doet vermoeden."



]]>
Project Werelderfgoed Gemeenschapsonderwijshttp://www.unesco-vlaanderen.be/2004/6/2/project-werelderfgoed-gemeenschapsonderwijsWed, 02 Jun 2004 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2004/6/2/project-werelderfgoed-gemeenschapsonderwijsOp 26 november 1996 ging de Centrale raad van het Gemeenschapsonderwijs akkoord met het heropstarten van het programma van met de UNESCO geassocieerde scholen na een periode van non-activiteit. Uit de ervaring van de voorbije jaren was gebleken dat het een goed idee is om scholen hiervoor een concreet projectidee aan te reiken. In overleg tussen de Sector Internationalisering en Willy Schuermans, pedagogisch adviseur, groeide het idee om vanaf het schooljaar 2001-2002 te werken rond het wereldpatrimonium van monumenten en landschappen. Via een werftekst op het ASP-forum werden een aantal buitenlandse scholen aangetrokken om via e-mail een project rond werelderfgoed op te zetten met Vlaamse scholen. Het ging om scholen uit landen over de hele wereld: Rwanda, Patagonië, Zuid-Afrika, Polen, Litouwen, Duitsland, Finland.



Start van het project



De startvergadering voor dit project ging door op 6 juni 2001 in het mooi gerestaureerde Hotel Errera te Brussel, de ambtswoning van de Vlaamse regering, zelf een stukje erfgoed. 24 met de UNESCO geassocieerde scholen waren hierop aanwezig. Gastsprekers die dag waren ere-inspecteur Paul Morren, met een diavoorstelling over Werelderfgoed, Edgard

Goedleven, afdelingshoofd Monumenten & Landschappen, die sprak over het Vlaamse Werelderfgoed en Terenja Van Dijck, freelance architecte over een pilootproject rond schoolarchitectuur in het KA Deurne. Bij deze gelegenheid stelde de Sector Internationalisering ook haar website Erfgoededucatie voor (http://schoolweb.rago.be/erfgoed ) met heel wat praktische informatie voor leerkrachten om te werken rond Werelderfgoed. De scholen ontvingen elk een formulier om hun inschrijving in het project te bevestigen en een formulier waarop ze een schoolkeuze konden aanduiden. Ongeveer 14 scholen reageerden hierop en kregen één van de buitenlandse scholen toegespeeld die op de oproep op het ASP-forum reageerden.



Op 27 september 2001 vond in het Alhambragebouw, de hoofdzetel van het Gemeenschapsonderwijs in Brussel, de startvergadering plaats voor de 14 deelnemende scholen. De scholen stelden elk hun projectidee voor en kregen de kans om vragen te stellen. Bij die gelegenheid kregen de scholen elk een buitenlandse partnerschool om tijdens het schooljaar mee samen te werken. De 10 scholen die meewerkten aan het project Werelderfgoed zijn: MS Menen, MS 'De Vierboete' Nieuwpoort, MS 'Abraham Hans' Oudenaarde, MS 'Groenhove' Waregem, KA 1 Brugge, KA 'Erasmus' Deinze, KA 'Redingenhof' Leuven, KA 1 'Pitzemburg' Mechelen, KTA 3 'Handelsschool' Aalst en het KTA 'Horeca en Sportinstituut' Wemmel.



Projecten van de scholen



De meeste scholen werkten rond het Vlaamse (Belgische) werelderfgoed van begijnhoven (Brugge, Leuven,…), belforten (Aalst, Nieuwpoort, Brugge,…) en art nouveau (Wemmel), terwijl anderen kozen voor het eigen, lokale (natuurlijke) erfgoed: de Gaverbeek (MS Waregem) en de Leie (KA Deinze), het meerdaalwoud (KA Leuven) of historische figuren zoals generaal Vander Mersch (KA Menen), Jan de Lichte en Louis Paul Boon (Aalst). Het KA 'Pitzemburg', dat huist in een oude commanderij van de Teutoonse ridderorde, koos voor een project rond de geschiedenis van de Duitse ridderorde in de Baltische staten..



Het project nam verschillende vormen aan: sommige scholen namen het als thema voor een projectweek of de Geïntegreerde Werkperiode (de zog. GWP) , andere spreidden het project uit over het hele jaar met wekelijks of maandelijks terugkerende werkmomenten. Het thema werelderfgoed leende zich uitstekend voor vakoverschrijdende projecten. In de meeste scholen werd het project aan het begin van het schooljaar voorgelegd aan het schoolteam en kreeg het zijn invulling vanuit de verschillende vakken: geschiedenis, talen (Nederlands, Engels, Frans), informatica, godsdienst, toerisme, biologie, plastische en technologische opvoeding, wiskunde, aardrijkskunde, …



Eindproducten



Ondanks de gehanteerde filosofie dat het proces belangrijker is dan het eindproduct, maakten de meeste scholen er een erepunt van een volwaardig eindproduct af te leveren. De leerlingen knutselden en fabriceerden een maquette (MS Nieuwpoort), een videofilm (KA Brugge en Ka Mechelen), tekeningen en collages (MS Waregem), een fietstocht (MS Waregem en KA Deinze), geleide wandelingen (KA Brugge en KA Deinze), een projectwebsite (KA Deinze), een cd-rom met foto's, persoonlijke boekjes en informatiemapjes, een quiz (KTA Aalst)



De uitwisseling via e-mail met buitenlandse partnerscholen liep niet altijd vlot omdat reactie meer dan eens bleek uit te blijven. Nochtans stuurden de meeste Vlaamse scholen erg enthousiast informatie naar de partnerschool. De e-mails werden vaak in de taallessen geschreven en nagekeken op taalfouten door de leraars. De scholen waar het contact met de partnerschool wel slaagde, kwamen uiteindelijk tot een leerlingenuitwisseling.



Evaluatie



Nu het ASPnet 50 jaar actief is, dringt een evaluatieoefening op verschillende niveaus zich op. Bedoeling is om zowel op het niveau van de UNESCO als lokaal na te gaan in welke mate het ASPnet erin slaagt de vooropgestelde doelstellingen te bereiken en hoe een en ander beter kan in de toekomst. Zo bestaan er bijvoorbeeld vragen omtrent de lijst van scholen die in principe participeren in het netwerk. Toen Vlaamse scholen op basis van deze lijst, in het kader van het hierboven voorgestelde erfgoedproject, op zoek gingen naar partnerscholen bleek dat nogal wat scholen in werkelijkheid 'slapende' scholen zijn en dus niet meteen interesse betonen voor samenwerking. Vaak is het dus even zoeken voor een actieve school om een even enthousiaste partner te vinden in het buitenland. Naast een actualisering van de lijst aan de reële toestand zou het ook nuttig zijn mocht de lijst weergeven rond welke thema's de aangesloten scholen werken of samenwerking zoeken. Dit zou de internationale samenwerking en uitwisseling tussen scholen bevorderen.



Nogal wat scholen in het veld laten horen dat ze een nauwere betrokkenheid bij de UNESCO zouden willen ervaren. Daarbij is het belangrijk aan te stippen dat het bij het ASPnet in de eerste plaats draait om de idealen waar de UNESCO voor staat, en niet zozeer om de Organisatie zelf. Het ASPnet is net opgericht vanuit de idee dat de participerende scholen partners van de UNESCO zijn die vanuit een zeker engagement een publiek kunnen bereiken dat verder afstaat van een intergouvernementele organisatie en die net daardoor een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de realisatie van de doelstellingen van de UNESCO. Uiteraard is het bij een partnerschap cruciaal dat alle betrokken partners iets aan elkaar te bieden hebben. Zo ontwikkelt de UNESCO bijvoorbeeld pedagogisch materiaal rond bepaalde onderwerpen zoals het werelderfgoed of de transatlantische slavenhandel dat in een eerste fase wordt uitgezet in een aantal met de UNESCO geassocieerde scholen die het materiaal kunnen gebruiken en vanuit hun ervaring perfectioneren voor algemeen gebruik in het onderwijs. Voorts speelt ook de nationale coördinatie van het ASPnet een belangrijke rol. Het Unesco Platform Vlaanderen wil deze taak voortaan op zich nemen en verder uitbouwen in samenspraak met de diverse onderwijskoepels in Vlaanderen. Er zal getracht worden meer zichtbaarheid te verlenen aan de met de UNESCO geassocieerde scholen en hun activiteiten zodat hun participatie een forum wordt om zich naar buiten toe te profileren en zodat er ook op nationaal vlak gemakkelijker onderlinge samenwerkingsverbanden kunnen worden afgesloten. Verder zal nagegaan worden op welke manier participatie in het ASPnet voor scholen een meerwaarde in de dagdagelijkse praktijk kan betekenen, bijvoorbeeld door het aanreiken van een kader, en eventueel lesmateriaal, dat instrumenteel kan zijn in het bereiken van bepaalde vakoverschrijdende eindtermen. Op die manier zouden we op termijn moeten komen tot een actieve en dynamische ASPnet-werking in Vlaanderen die de nodige continuïteit en diversiteit vertoont.



]]>
46 miljoen kinderen niet naar school in Zuid- en Oost-Aziëhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2004/2/11/46-miljoen-kinderen-niet-naar-school-in-zuid-en-oost-aziëWed, 11 Feb 2004 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2004/2/11/46-miljoen-kinderen-niet-naar-school-in-zuid-en-oost-aziëAlhoewel er meer kinderen dan ooit school lopen in de regio van Zuid- en Oost-Azië, maken slechts weinigen de school ook daadwerkelijk af. Nooit tevoren liepen er zoveel kinderen school in Zuid- en Oost-Azië, maar een groot aantal beëindigt zelfs het basisonderwijs niet en de regio is nog steeds goed voor het grootste aandeel in het aantal kinderen dat wereldwijd van school verstoken blijft. Een en ander staat te lezen in een nieuw rapport van het UNESCO Instituut voor Statistiek.

Het regionaal rapport voor Zuid- en Oost-Azie bundelt de meest recente onderwijsdata van 22 landen in de regio, gaande van de Filippijnen in het oosten tot Afghanistan en Ira n in het westen. In dit gebied liggen ook 5 van 's werelds meest bevolkte landen.

Het rapport schat dat er zo'n 46 miljoen kinderen geen school lopen in de regio. En toch groeide het aantal onderwijsinschrijvingen serieus in de periode tussen 1990 en 2000. In Laos en Bangladesh bijvoorbeeld steeg de inschrijvingsgraad met 15 tot 20%.

Maar het aantal inschrijvingen is maar een deel van het verhaal. Het rapport toont aan dat slechts de helft van de kinderen die de basisschool aanvatten in India, Laos en Myanmar (Birma) deze ook daadwerkelijk afmaken. Nepal, Cambodja en Bangladesh leggen niet veel betere cijfers voor: tussen de 35 en 38% van de kinderen verlaat er vroegtijdig de primaire onderwijscyclus.

De trend wordt ook duidelijk als je het aantal inschrijvingen in het basisonderwijs vergelijkt met het aantal in het secundair onderwijs. "Alhoewel er veel kinderen worden ingeschreven in het primair onderwijs, zullen maar zeer weinigen de kans krijgen om ook het lager secundair onderwijs aan te vatten," zo staat te lezen in het rapport.

Verder blijkt uit het rapport dat heel wat landen in de regio kampen met een serieus lerarentekort en dat er bovendien te weinig vrouwen in het onderwijs staan.

Het volledige South and East Asia Regional Report kan on line worden geraadpleegd op www.uis.unesco.org

]]>
Te weinig meisjes op de schoolbankenhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2003/11/12/te-weinig-meisjes-op-de-schoolbankenWed, 12 Nov 2003 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2003/11/12/te-weinig-meisjes-op-de-schoolbankenMeisjes blijven achtergesteld op het gebied van toegang tot onderwijs, zo blijkt uit een nieuw rapport dat de belangrijkste onderwijstrends in kaart brengt. Ondanks de vooruitgang die in de jaren 1990 geboekt werd, blijven meisjes het slachtoffer van "scherpe discriminatie in de toegang tot onderwijs" in de meeste ontwikkelingslanden, zo staat te lezen in een globaal rapport dat de UNESCO op 6 november in New Delhi voorstelde.

Genderpariteit (een gelijke verhouding tussen het aantal jongens en meisjes dat school loopt) is veraf in 54 landen, waaronder 16 gelegen in Afrika ten zuiden van de Sahara, zo blijkt uit het nieuwe Education for All Global Monitoring Report. En dat terwijl 164 landen zich er in april 2000 in Dakar (Senegal) toe verbonden om tegen 2005 wereldwijd genderpariteit te realiseren in het primair en secundair onderwijs. Deze doelstelling is een van de zes objectieven die de internationale gemeenschap zich stelde om in het kader van 'Onderwijs voor Allen' tegen 2015 iedereen van basisonderwijs te voorzien en het analfabetisme wereldwijd te halveren. (*)

De vaststelling dat meisjes het nog steeds moeilijk hebben om in het klaslokaal te geraken is dubbel jammer omdat uit onderzoek is gebleken dat de scholing van meisjes een belangrijk element is in het bevorderen van de algemene ontwikkeling van gemeenschappen en landen. Kinderen van geschoolde vrouwen zijn over het algemeen niet alleen gezonder en beter gevoed, ze hebben ook meer kans om zelf school te lopen. Op die manier is het scholen van meisjes een van de beste garanties om te verzekeren dat ook toekomstige generaties van onderwijs kunnen genieten.

De nood om het gezinsinkomen bij te spijzen is een van de voornaamste oorzaken van de achterstand waartegen meisjes opkijken, aldus het rapport. Het zijn immers vooral in de eerste plaats meisjes die uit werken moeten gaan of thuis zoveel werk moeten verzetten dat ze niet meer aan school toekomen. Anderen factoren die meespelen zijn cultureel van aard, zoals bijvoorbeeld de jonge leeftijd waarop meisjes geacht worden te huwen in landen zoals Nepal (40% is er getrouwd voor hun vijftiende). Meisjes vallen ook meer dan jongens ten prooi aan hiv/aids, wat dan weer te verklaren valt door de wijdverspreide uitbuiting, het seksueel geweld en andere praktijken die helaas nog steeds de trieste realiteit van veel meisjes uitmaken.

Het rapport bevat eveneens een ontwikkelingsindex die een globaal beeld schetst van de vooruitgang die landen boekten in hun inspanningen om de vier makkelijkst te meten doelstellingen van 'Onderwijs voor Allen' te realiseren: universeel basisonderwijs, alfabetiseringsgraad van volwassenen, onderwijskwaliteit en genderpariteit.

(*) Over het wereldwijde streven naar 'Onderwijs voor Allen' vindt u een uitgebreide informatiekit in de rubriek 'extra' van deze website.

Het volledige Education for All Global Monitoring Report kan u raadplegen op http://www.efareport.unesco.org

]]>
5 miljoen schoolboeken voor Irakhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2003/6/18/5-miljoen-schoolboeken-voor-irakWed, 18 Jun 2003 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2003/6/18/5-miljoen-schoolboeken-voor-irakAls onderdeel van haar pogingen om het onderwijssysteem in Irak terug op gang te brengen, zal de UNESCO vijf miljoen nieuwe schoolboeken verspreiden in het land. Tegen het begin van het volgend schooljaar zal de UNESCO het basis en secundair onderwijs van Irak vijf miljoen schoolboeken voor wetenschap en wiskunde leveren. Een en ander gebeurt in samenwerking met het Amerikaanse agentschap voor ontwikkelingssamenwerking.

Het schoolboekenprogramma maakt deel uit van een reeks maatregelen die de UNESCO neemt om het onderwijs in Irak terug op het goede spoor te brengen. Daartoe werkt de Organisatie samen met een reeks andere partners zoals het Iraakse ministerie van Onderwijs, Irakese onderwijsspecialisten, private bedrijven (voornamelijk voor de productie van boeken), VN organisaties en agentschappen enz...

Voor 1990 beschouwden onderwijsexperts het Iraakse onderwijssysteem als een van de beste in de Arabische regio. Onderwijs was gratis, de inschrijvingsgraad en de geletterdheid hoog. De Golfoorlog van 1990-1991 en de daarop volgende economische sancties leidden echter tot een snel verval van het onderwijs: lesmateriaal werd schaars, veel leerlingen gingen van school af en gekwalificeerd onderwijspersoneel was moeilijk te vinden tengevolge van lage lonen en hersenvlucht. Volgens een recente studie van de UNESCO over de toestand van het onderwijs in de Arabische landen, behoort de geletterdheidsgraad in Irak tot de laagste van de regio.

Het Olie voor Voedsel programma dat de VN in 1995 lanceerden bracht weliswaar enige verbetering, maar de positieve gevolgen bleven voornamelijk beperkt tot het noorden van Irak, waar de UNESCO en Unicef de verantwoordelijkheid voor onderwijs kregen. In het centrale en zuidelijke deel van het land bleef de implementering van het programma in handen van de Iraakse overheid, waardoor de verhoopte positieve invloed grotendeels uitbleef. Jaren van verwaarlozing door een gebrek aan middelen, in combinatie met de schade berokkent door de recente oorlog en plunderingen, lieten de meeste schoolgebouwen in erbarmelijke staat achter. Ook de inschrijvingen in het onderwijs kelderden: zelfs voor het recente conflict liep naar schatting 24% van de kinderen tussen 6 en 11 jaar geen school in het centrum en het zuiden van het land.

De UNESCO is reeds verschillende jaren actief op het gebied van onderwijs in Irak. Voor het recente conflict uitbrak, werkten 20 internationale en 100 nationale personeelsleden in het land - voornamelijk in het noorden maar ook in het zuiden. Via haar nationale personeel op het veld, onderhield de UNESCO contact met de Irakese onderwijsverantwoordelijken en ook nu werkt de Organisatie reeds terug samen met het ministerie van Onderwijs om aan de meeste dringende behoeften te voldoen. Eerste doelstelling is het onderwijssysteem terug te doen functioneren en het te heroriënteren zodat het aan de nieuwe noden van de Iraakse samenleving voldoet.

Het schoolboekenprogramma zal onder meer toezien op de aanpassing van de bestaande lesmaterialen om ervoor te zorgen dat de inhoud juist is en wantrouwen, discriminatie en interculturele misverstanden niet in de hand werkt. De UNESCO zal de revisie overzien en zorgen voor het drukken en verspreiden van de nieuwe schoolboeken.

]]>
UNESCO Prijs voor Vredeseducatie 2002http://www.unesco-vlaanderen.be/2002/6/10/unesco-prijs-voor-vredeseducatie-2002Mon, 10 Jun 2002 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2002/6/10/unesco-prijs-voor-vredeseducatie-2002Door Gandhi geïnspireerde school uit India wint jaarlijkse UNESCO Prijs voor Vredeseducatie.

De directeur-generaal van de UNESCO, Koïchiro Matsuura, maakte bekend dat de City Montessori School uit India de laureaat is van de UNESCO Prijs voor Vredeseducatie, editie 2002. Hij doet dat op advies van een internationale jury die de school roemt omwille van haar "inzet voor de universele waarden van onderwijs voor vrede en tolerantie en voor de principes van het secularisme in een tijd waarin deze waarden en principes steeds meer onder druk komen te staan."

De City Montessori School (CMS), opgericht in 1959 in Lucknow in de Indiase deelstaat Uttar Pradesh, is geen school zoals alle andere. Ze onderscheidt zich niet alleen door haar grootte - met 25.000 leerlingen van kleuteronderwijs tot secundair onderwijs staat ze te boek in het bekende Guiness Book of Records als de grootste privé-school ter wereld - maar ook door de kwaliteit van het onderwijs dat ze verstrekt. Zo scoren de leerlingen op examens bijvoorbeeld systematisch hoger dan het nationale gemiddelde. Maar het is vooral haar filosofie die de school zo bijzonder maakt: al meer dan 40 jaar brengt ze haar leerlingen de waarden van vrede en tolerantie bij.

De stichters van de school, Jagdish en Bharti Gandhi, lieten zich door de geweldloosheid van Mahatma Gandhi inspireren voor de vier fundamentele principes van de school: universele waarden, uitmuntendheid, mondiaal begrip en dienst voor de gemeenschap. Leerlingen geven bijvoorbeeld les in naburige dorpen om mensen te leren lezen en schrijven en hun bewustzijn omtrent hygiëne en gezondheid te vergroten.

De school wil haar leerlingen voorbereiden op de uitdagingen die de huidige complexe mondiale samenleving voor hen in petto heeft door elk kind vertrouwen te schenken, hun zin voor verantwoordelijkheid te ontwikkelen, hen morele waarden bij te brengen via theoretische en praktische lessen en door hun ogen te openen voor anderen godsdiensten en culturen.

Het belang dat de CMS schenkt aan de familie, is een van haar karakteristieken. De school legt via boeken en brochures aan de ouders uit welke invloed de lessen op de kinderen hebben en betrekt hen nauw bij het leven op school. De leerkrachten kunnen op hun beurt genieten van voortgezette opleidingen in de principes van de school, alsook in kindontwikkeling, psychologie en sociologie. Elk kind heeft ook een mentor die een persoonlijke relatie ontwikkelt met de familie.

Voorts wordt de CMS gekenmerkt door de nadruk die ze legt op onderwijsonderzoek. 25 mensen hebben er een dagtaak aan het opvolgen en samenbrengen van de beste onderwijstheorieën en -benaderingen uit de ganse wereld om deze dan eventueel aan te passen en in de praktijk te brengen in de school.

De UNESCO Prijs voor Vredeseducatie is goed voor 34.500 euro en wordt sinds 1981 toegekend aan initiatieven die de publieke opinie sensibiliseren en mobiliseren voor vrede. Eerdere laureaten zijn onder meer de Moeders van de Plaza de Mayo (Argentinië), Moeder Teresa (India) en Rigoberta Menchú Tum (Guatemala).

]]>
Lesbrief Het blauwe goudhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2002/5/2/lesbrief-het-blauwe-goudThu, 02 May 2002 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2002/5/2/lesbrief-het-blauwe-goudEen nieuwe lesbrief voor het onderwijs wil het waterbewustzijn vergroten via een vakoverschrijdende projectweek die steunt op de cd-rom Het blauwe goud.

Het UNESCO Platform Vlaanderen en Uitgeverij Lannoo stellen, in samenwerking met Green Belgium , een didactisch dossier voor bij de cd-rom "Het blauwe goud". Deze cd-rom is een interactief naslagwerk dat alle facetten van water op onze aarde belicht, met als doel het waterbewustzijn te vergroten. Het dossier bevat specifieke tips om lessen voor te bereiden voor het 5de en 6de leerjaar basisonderwijs en voor het 1ste en 2de jaar secundair onderwijs (ASO of TSO). Bij het opstellen ervan werd rekening gehouden met de eindtermen.

Het didactisch dossier kiest voor de invalshoek van een vakoverschrijdende projectweek rond water, want water en milieu zijn aspecten die tot alle vakken doordringen. De thema's en activiteiten die het dossier voorstelt, evolueren van het verzamelen van kennis en het opdoen van ervaringen naar het ondernemen van concrete activiteiten die bijdragen tot een duurzaam waterbeheer. De voorgestelde activiteiten kunnen in een week uitgevoerd worden, maar kunnen evengoed verspreid worden over een langere periode.

Klik [hier] om de lesbrief Het blauwe goud te downloaden.

]]>
CD-ROM Het blauwe goudhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2002/5/2/cd-rom-het-blauwe-goudThu, 02 May 2002 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2002/5/2/cd-rom-het-blauwe-goudEen boeiende verkenningstocht naar de geheimen van water: het kloppende hart van onze blauwe planeet.

Water is de belangrijkste bron van leven. Maar water wordt bedreigd. De komende vijftig jaar zal elke bewoner van de aarde geconfronteerd worden met de gevolgen van waterschaarste en watervervuiling. Om het belang van water te onderstrepen en het bewustzijn er omtrent te vergroten, is er nu "Het blauwe goud". De cd-rom is een interactieve encyclopedie over water waarin alle facetten van water aan bod komen: mythes over water die onze beschavingen binnendrongen, de rol van water in het ontstaan van leven, de invloed van water op ons klimaat, het leven in en om zeeën en rivieren, de verschillende toepassingen van water in onze maatschappijen en de uitdagingen waaraan we de komende jaren het hoofd zullen moeten bieden.

bg planetenDe cd-rom "Het blauwe goud" is een naslagwerk dat het resultaat is van doorgedreven onderzoek onder leiding van UNESCO en in samenwerking met een internationaal wetenschappelijk comité. Op een speelse manier vertrek je op verkenning met een ruimteschip dat je toelaat over de aarde te vliegen en de zeeën in te duiken. Talrijke videofragmenten, foto's, gesproken commentaren en toegankelijke teksten geven je meer inzicht in alle aspecten van water. Dat is de grote kracht van de cd-rom: de rijkdom aan informatie uit diverse deelgebieden wordt op een aantrekkelijke interactieve manier aangebracht, zodat je er op een ontspannen manier kan in grasduinen en zo heel wat opsteken over de verschillende facetten van water en de waterproblematiek.

Wil je de cd-rom meer gestructureerd raadplegen, dan kan je terecht in het multimediacentrum waar alle informatie overzichtelijk is opgedeeld in verschillende hoofdthema's. Met een paar eenvoudige muisklikken vind je snel de gegevens die je zocht, waarna je ze meteen kan opslaan in een map die automatisch op je bureaublad verschijnt. Zo kan je de informatie later gemakkelijk terugvinden of ze bijvoorbeeld gebruiken in je tekstverwerker.

Meestal beginnen de aangesneden onderwerpen met een videofilmpje begeleid door een commentaarstem. Daarna kan je je in het thema verdiepen via tekstfragmenten en multimedia-elementen zoals animaties en diavoorstellingen. In de teksten staan bepaalde woorden vetjes: ze zijn gekoppeld aan een waterwoordenboek. Door ze met de muis aan te klikken krijg je de definitie van het begrip. Deze verklarende woordenlijst kan je ook afzonderlijk raadplegen.

"Het blauwe goud" is een educatieve cd-rom die er voortreffelijk in slaagt om zijn multimediatroef uit te spelen, waardoor het voor de gebruiker zeer aangenaam is om zich onder te dompelen in de wondere wereld van water.

 

Commentaar

 

bg cyclus"…een modern naslagwerk over water in al zijn facetten…"

-De Bond

 

"Deze cd-rom heeft … heel veel multimedia-aspecten, in tegenstelling tot vele andere educatieve cd-roms…"

-Leesidee

 

"Dit naslagwerk over water is een schot in de roos."

-PC Magazine

 

"Uiteraard is water een dankbaar onderwerp voor prachtige beelden; die zijn er dan ook in overvloed. Maar de cd is niet gemaakt om mooi te zijn, ze wil vooral informeren én sensibiliseren. Thuis en op school zal de gebruiker er nuttig mee kunnen werken."

-Het Belang van Limburg

 

"Het is … niet alleen de bedoeling om de gebruikers op een puur encyclopedische manier te informeren, maar ook om ze bewust te maken van ons ecosysteem. … Maar ondanks dit grote opzet is deze cd-rom toch erg toegankelijk gebleven, zelfs voor kinderen. Prima werkstuk, dus"

-TV Familie

]]>