UNESCO Platform Vlaanderen, thema "basisonderwijs"http://www.unesco-vlaanderen.be2014-12-06T22:41:48Het UNESCO Platform Vlaanderen legt zich in de eerste plaats toe op het zo breed mogelijk verspreiden van informatie over de activiteiten en programma’s van UNESCO. Dat doet ze onder meer via het driemaandelijks tijdschrift UNESCO info, door het uitgeven van brochures rond specifieke UNESCO-prioriteiten en door het runnen van een informatie- en documentatiecentrum waar mensen kunnen aankloppen met vragen die verband houden met UNESCO.http://www.unesco-vlaanderen.be/media/html/unesco_platform_vlaanderen_logo.pngUNESCO Platform Vlaanderen, thema "basisonderwijs"http://www.unesco-vlaanderen.benlPartnerschap voor Irakhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2013/2/7/partnerschap-voor-irakThu, 07 Feb 2013 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2013/2/7/partnerschap-voor-irakUNESCO en de AMAR Stichting gaan nauwer samenwerken rond onderwijs en duurzame ontwikkeling voor Irak.

Partnerschap voor IrakUNESCO en de liefdadigheidsstichting AMAR sloten op 6 februari 2013 een nieuwe overeenkomst in het Britse Hogerhuis om hun samenwerking in Irak te bestendigen. De nadruk ligt op onderwijs en duurzame ontwikkeling.

"UNESCO en AMAR delen een gemeenschappelijke doel," zei UNESCO directeur-generaal bij de ondertekening van de overeenkomst. "We willen mensen waardigheid bieden door voor hen onderwijs te organiseren, gendergelijkheid te promoten en culturen te respecteren. We werken al sinds de oprichting van AMAR samen en wisten zo miljoenen mensen te bereiken."

AMAR is in 1991 opgericht door barones Nicholson om hulp te bieden aan de bevolking van Irak. De stichting concentreert zich op het aanbieden van onderwijs en gezondheidszorg. Ze geeft vrouwen de kans om een opleiding gezondheidszorg te volgen en richt alfabetiseringsopleidingen in. Zo verschaft AMAR jaarlijks basisdiensten aan ongeveer anderhalf miljoen Irakezen. De stichting was eerder ook actief in Iran, Libanon en Pakistan.

UNESCO werkt sinds de oprichting van de stichting met AMAR samen, vooral op het gebied van alfabetisering en vredeseducatie. De nieuwe overeenkomst versterkt de samenwerking. Het accent ligt voortaan op alfabetisering, kwaliteitsonderwijs voor meisjes en vrouwen en duurzaam gebruik van water. Bedoeling is om de lokale gemeenschappen zoveel mogelijk bij dit alles te betrekken en de lokale capaciteit te vergroten.


]]>
Lichaam en geest voedenhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2013/1/31/lichaam-en-geest-voedenThu, 31 Jan 2013 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2013/1/31/lichaam-en-geest-voedenUNESCO bundelt de krachten met het Kinderfonds van de Verenigde Naties (UNICEF) en het Wereldvoedselprogramma (WFP) om het welzijn en de gelijkheid van kinderen die onderwijs lopen te verbeteren.

Lichaam en geest voedenOp het Wereldonderwijsforum dat gehouden werd in 2000 in Dakar (Senegal) verbond de internationale gemeenschap zich ertoe om aan iedereen kwaliteitsvol onderwijs te verschaffen. Sindsdien is er vooruitgang geboekt, onder meer op het domein van toegang tot onderwijs en de gelijke behandeling en kansen van meisjes, al blijven nog meer dan 60 miljoen kinderen verstoken van onderwijs en is de kwaliteit van het geboden onderwijs in heel wat landen en regio's onvoldoende. Daarnaast is de schooluitval in ontwikkelingslanden hoog en bestaat er een ernstig probleem van laaggeletterdheid onder schoolverlaters.

De secretaris-generaal van de Verenigde Naties lanceerde in 2012 het Global Education First Initiative om meer internationaal momentum te creëren voor de gemeenschappelijke onderwijsdoelstellingen. UNESCO, UNICEF en WFP werken samen met privépartners om het Initiatief te ondersteunen. Ze delen de overtuiging dat kwaliteitsvol onderwijs een holistische aanpak vereist.

De drie partners stelden op het Wereld Economisch Forum in Davos het Nourishing Bodies, Nourishing Minds programma voor. Het wil het welzijn van kinderen op school verbeteren met gezondheids- en voedingsprogramma's, de toegang tot kleuteronderwijs en zorg voor jonge kinderen verbeteren en het aantal meisjes dat school loopt vergroten. De eerste landen waar het programma aan de slag gaat, zijn Haïti, Mozambique, Niger en Pakistan.


Brochure Education First

]]>
61 miljoen kinderen zaten nog nooit op een schoolbankhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2012/6/21/61-miljoen-kinderen-zaten-nog-nooit-op-een-schoolbankThu, 21 Jun 2012 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2012/6/21/61-miljoen-kinderen-zaten-nog-nooit-op-een-schoolbankDe deur tot basisonderwijs blijft dicht voor 61 miljoen kinderen. Wereldwijd is de daling van dit aantal gestopt en in Afrika stijgt het zelfs.

61 miljoen kinderen zaten nog nooit op een schoolbankDe internationale gemeenschap wil iedereen toegang tot basisonderwijs verlenen. Jarenlang was er vooruitgang op dit domein maar nu stokt de positieve evolutie. Nieuwe cijfers van UNESCO tonen aan dat er in 2010 maar liefst 61 miljoen schoolrijpe kinderen geen basisonderwijs volgden, hetzelfde aantal als in 2008. Nochtans was dat aantal de voorbije 15 jaar gestaag gedaald. Meisjes, die in 2000 nog 58% vertegenwoordigden van de kinderen die niet naar school gaan en 53% in 2010, genoten het meest van de inspanningen om de toegang tot onderwijs te verbeteren. Maar de vooruitgang is gestopt en het aantal kinderen dat geen school loopt is gestagneerd. De data waaruit deze trends blijken, zijn te raadplegen in een online-atlas van het UNESCO Instituut voor Statistiek.

Afrika: 1 op 4 niet naar school

De stagnering is hoofdzakelijk toe te schrijven aan de situatie in Afrika ten zuiden van de Sahara, waar het grootste aantal kinderen woont dat geen onderwijs geniet. Bijna 1 schoolrijp kind op vier (23%) is nog nooit naar school geweest of heeft de primaire cyclus niet afgemaakt. Het totale aantal kinderen zonder toegang tot onderwijs steeg er van 29 miljoen in 2008 tot 31 miljoen in 2010. Nigeria telt 10,5 miljoen kinderen die verstoken blijven van onderwijs, Ethiopië 2,4 miljoen.

"We zijn amper drie jaar verwijderd van de vooropgestelde datum waarop we de doelstelling van universeel basisonderwijs wilden bereiken, deze trend is dus uiterst zorgwekkend. Toegang tot onderwijs is niet alleen een mensenrecht. Het is een manier om armoede te verlichten en biedt levenslange ontwikkelingskansen. De les die we uit de nieuwe cijfers moeten trekken is duidelijk: er zijn sterkere internationale engagementen en nationale beleidsmaatregelen nodig die zich focussen op de meest achtergestelde kinderen om te verzekeren dat zij kunnen leren," reageert Irina Bokova, directeur-generaal van UNESCO.

Regionale verschillen

In Zuid- en West-Azië is wel vooruitgang geboekt. Tussen 1990 en 2010 daalde het aantal kinderen zonder toegang tot onderwijs van 39 tot 13 miljoen. De overige regio's tellen aanzienlijk minder kinderen die het zonder onderwijs moeten stellen: 5 miljoen in de Arabische wereld, 2,7 miljoen in Latijns-Amerika en de Caraïben, 1,3 miljoen in Noord-Amerika en West-Europa, 0,9 miljoen in Centraal- en Oost-Europa en 0,3 miljoen in Centraal-Azië.

Van de 61 miljoen kinderen die wereldwijd niet naar school gaan, verwacht het UNESCO Instituut voor Statistiek dat amper 27% uiteindelijk toegang zal krijgen tot onderwijs. Nog eens 26% zullen onderwijs beginnen volgen maar niet beëindigen en 47% zal nooit de kans krijgen om school te lopen. Het gebrek aan toegang tot onderwijs is dikwijls verbonden met het sociaal achterstellen van kinderen. Dat is vooral het geval voor arme plattelandsbevolkingen in afgelegen gebieden, voor mensen in gebieden waar een conflict woedt of voor diegenen die behoren tot etnische, raciale en taalkundige minderheden: zij blijven het meest verstoken van onderwijs.

61 miljoen kinderen zaten nog nooit op een schoolbank

Iedereen gebaat bij onderwijs

Het staat buiten kijf dat het onze menselijke plicht is om ervoor te zorgen dat elk kind naar school kan. Maar universeel basisonderwijs biedt ook tal van voordelen voor ontwikkeling. In lage-inkomenslanden verhoogt elk jaar genoten onderwijs het gemiddelde inkomen van iemand met zo'n 10%. Onderwijs kan ook economische groei stimuleren. Een studie van 50 landen tussen 1960 en 2000 toonde aan dat een bijkomend jaar onderwijs het BNP met 0,37% per jaar verhoogt.

Onderwijs komt ook de volksgezondheid en het welzijn ten goede. Zo is er een sterk verband tussen onderwijs en kindersterfte. Elk bijkomend jaar onderwijs kan het risico op kindersterfte met 7% tot 9% verkleinen. Moeders die onderwijs genoten bevallen vaker in veilige omstandigheden. In Burkina Faso bijvoorbeeld, is de kans dat moeders die een secundaire opleiding genoten bevallen in een hospitaal of zorgcentrum twee keer groter dan bij moeders die niet naar school gingen. Moeders die school liepen zijn ook meer geneigd om hun kinderen te laten inenten. In Indonesië bijvoorbeeld, bedraagt de vaccinatiegraad onder kinderen van ongeschoolde moeders 19% tegenover 68% bij kinderen van moeders die minstens secundair onderwijs volgden.

En alhoewel onderwijs hiv en aids niet kan uitroeien, kan het de verspreiding van het virus wel inperken. Volgens cijfers van het Education for All Global Monitoring Report dat UNESCO uitgeeft, wist slechts 59% van de moeders die geen formeel onderwijs genoten in 16 landen ten zuiden van de Sahara dat condooms helpen beschermen tegen hiv-besmetting.


]]>
UNESCO vraagt nieuwe aanpak van het onderwijs in Haitihttp://www.unesco-vlaanderen.be/2011/2/15/unesco-vraagt-nieuwe-aanpak-van-het-onderwijs-in-haitiTue, 15 Feb 2011 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2011/2/15/unesco-vraagt-nieuwe-aanpak-van-het-onderwijs-in-haitiUNESCO steunt een plan om het onderwijssysteem om te vormen tot een meer efficiënt instrument ter bevordering van de heropbouw en de ontwikkeling van het land.

UNESCO vraagt nieuwe aanpak van het onderwijs in HaitiOp 15 februari 2011 heeft Michaëlle Jean, Speciale gezant van UNESCO voor Haïti, een ontmoeting met de Interim Commissie voor de Heropbouw van Haïti (ICRH). Ze zal de commissie vragen om de hervorming van het onderwijssysteem op te nemen op haar prioriteitenlijst. UNESCO is er immers van overtuigd dat onderwijs de hoeksteen vormt van de toekomstige welvaart van het land.

"Het is van groot belang om het Nationaal Pact voor Onderwijs uit te voeren. Dat plan is uitgetekend door Haïtiaanse onderwijsexperten en geniet de steun van de overheid. Het legt de basis voor een systeem dat toegankelijk en universeel is en dat kwaliteitsvolle educatie biedt," zegt Jean.

Gratis basisonderwijs

UNESCO wil het Haïtiaanse ministerie van Onderwijs steunen bij het implementeren van het plan. Een van de doelstellingen is om alle kinderen tussen 6 en 12 jaar gratis en kwaliteitsvol onderwijs aan te bieden tegen 2015. Een uiterst ambitieus objectief aangezien voor de aardbeving van januari 2010 slechts een op vijf kinderen in Haïti openbaar onderwijs genoot. Dat is grotendeels te wijten aan het feit dat veel ouders niet over de nodige financiële middelen beschikten om hun kinderen naar school te kunnen sturen.

Het onderwijsplan voor Haïti wil ook het aantal studenten dat secundair of hoger onderwijs volgt, flink verhogen en wil alfabetisering verschaffen aan 2,5 miljoen inwoners. UNESCO wil aan dat streven meewerken door de onderwijsexpertise in Haïti te vergroten, door opleidingen te organiseren voor leerkrachten en door curricula te ontwikkelen.

Basis voor ontwikkeling

"Haïti moet kunnen rekenen op een goed opgeleide beroepsbevolking om het land her op te bouwen en het verder te ontwikkelen. Het herstelplan voor de territoriale, economische, sociale en institutionele wederopbouw van het land dat in maart 2010 door de Haïtiaanse regering is voorgesteld aan de Verenigde Naties, kan enkel gerealiseerd worden als de bevolking van het land beschikt over alle nodige instrumenten om de vele uitdagingen aan te pakken. In dat opzicht is onderwijs van essentieel belang," aldus Jean.

UNESCO staat ook klaar om de Haïtiaanse overheid bij te staan in andere domeinen zoals wetenschap, communicatie en cultuur. Zo richtte de Organisatie onder meer een internationaal comité op dat moet toezien op de bescherming van het materieel en immaterieel erfgoed van het land en op de uitbouw van de culturele industrie die onlosmakelijk verbonden is met de ontwikkeling en de economie van Haïti.


]]>
Regionaal centrum voor kleuteronderwijshttp://www.unesco-vlaanderen.be/2010/10/28/regionaal-centrum-voor-kleuteronderwijsThu, 28 Oct 2010 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2010/10/28/regionaal-centrum-voor-kleuteronderwijsSyrië opent een kenniscentrum om kleuteronderwijs te promoten in de Arabische regio.

Regionaal centrum voor kleuteronderwijsIn Damascus (Syrië) is op 26 oktober 2010 het Early Childhood Development Regional Centre plechtig ingehuldigd. Het centrum, dat functioneert onder auspiciën van UNESCO, is het eerste in zijn soort in de regio.

"We weten allemaal dat onderwijs ontwikkeling stimuleert, dat het individuen helpt om zich te ontplooien en dat het mensen nieuwe levensperspectieven biedt. Onderwijs maakt samenlevingen meer rechtvaardig en inclusief," zo zei Irina Bokova, directeur-generaal van UNESCO, tijdens de inhuldiging. "Er is steeds meer wetenschappelijk bewijs dat de eerste levensjaren een zeer belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van het potentieel van mensen."

Het centrum zal de nationale en regionale expertise inzake kleuteronderwijs versterken in een regio waar slechts 19% van de kinderen kleuteronderwijs volgen, een cijfer dat flink onder het wereldgemiddelde van 41% ligt.

Het centrum omvat een experimentele modelschool voor 70 kleuters, een gespecialiseerde bibliotheek, een workshop voor de productie van educatief speelgoed, een onderzoekscentrum en faciliteiten voor het organiseren van opleidingen.

Het centrum richt opleidingen in voor kleuteronderwijzers en verzorgt sensibiliseringscampagnes om het bewustzijn te vergroten in lokale gemeenschappen over de waarde van kleuteronderwijs. Het centrum zendt eveneens trainingsteams uit die opleidingen geven in verschillende Syrische provincies.

Daarnaast zal het centrum gespecialiseerde opleidingen organiseren rond kleuteronderwijs voor mensen die rechtstreeks betrokken zijn bij het onderwijsbeleid en zal het de toegang verbeteren tot professionele technische informatie in het Arabisch.

]]>
Laat Afrikaanse kinderen niet in de steekhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2010/7/9/laat-afrikaanse-kinderen-niet-in-de-steekFri, 09 Jul 2010 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2010/7/9/laat-afrikaanse-kinderen-niet-in-de-steekUNESCO roept op om meer te investeren in basisonderwijs om Afrikaanse kinderen hun toekomst niet te ontnemen.

Laat+Afrikaanse+kinderen+niet+in+de+steekNu alle ogen gericht zijn op Zuid-Afrika voor de nakende finale van het wereldkampioenschap voetbal, komen politieke leiders van Afrika samen op 11 juli in Pretoria voor een onderwijstop. Aan de vooravond van de top waarschuwt UNESCO dat een gebrek aan hulp de inspanningen tenietdoet om de 32 miljoen kinderen uit de regio die geen school lopen, op de schoolbanken te krijgen.

De onderwijstop, belegd door de Zuid-Afrikaanse president Jacob Zuma, is het hoogtepunt van de inspanningen onder leiding van de 1Goal campagne en de FIFA om Afrika's onderwijscrisis hoger op de internationale agenda te plaatsen. Deze crisis zet een rem op economische groei, armoedebestrijding en vooruitgang op gebieden zoals volksgezondheid.

"Onderwijs is Afrika's meest krachtige tegengif tegen armoede", zegt UNESCO directeur-generaal, Irina Bokova. "Wereldleiders moeten deze gelegenheid aangrijpen om hun volledige steun te verlenen aan het verstrekken van kwaliteitsvol onderwijs aan Afrikaanse kinderen."

De onderwijstop in Zuid-Afrika vindt plaats tegen een achtergrond van zorgwekkende trends in de internationale steun voor onderwijs. Uit analyses van de meest recente OESO-gegevens betreffende steun gepubliceerd in UNESCO's Education for All Global Monitoring Report blijkt dat de steun aan het basisonderwijs in Afrika bezuiden de Sahara is gedaald van 1,72 miljard dollar in 2007 tot 1,65 miljard dollar in 2008; en dat, rekening houdend met de toename van de inschrijvingen in het basisonderwijs, de steun per leerling is gedaald met 7%.

UNESCO waarschuwt dat de huidige omvang van de steun onverenigbaar is met de toezegging van donoren, tien jaar geleden op het World Education Forum in Dakar (Senegal). Toen verbond men zich er toe dat men niet zou toelaten dat een regering die zich engageert voor het bereiken van onderwijs voor iedereen in 2015, zou mislukken door een gebrek aan financiering. Het Education for All Global Monitoring Report schat dat het waarmaken van deze belofte jaarlijks 11 miljard dollar vergt voor lage-inkomenslanden in Afrika bezuiden de Sahara, ruim boven de 2 miljard dollar uitgegeven in 2008.

"Donoren moeten met vers geld over de brug komen", zegt Kevin Watkins, verantwoordelijke Education for All Global Monitoring Report. "En ze moeten snel handelen. We zijn slechts één basisschoolgeneratie verwijderd van een gebroken belofte aan Afrika's kinderen."

De uitdagingen voor het onderwijs Afrika bezuiden de Sahara zijn vergelijkbaar met die waarmee alle arme landen over de hele wereld kampen en het verhogen van de steun voor het basisonderwijs is dringend noodzakelijk. En toch bleven de uitgaven voor basisonderwijs in 2008 hangen op 4,7 miljard dollar. Slechts 2 miljard dollar van deze steun ging naar de armste landen terwijl er 16 miljard dollar aan hulp per jaar nodig is voor deze landen om hun doelen inzake basisonderwijs te bereiken tegen 2015.

"Het WK is een illustratie van Afrika's energie, karakter en hoop,"zegt Irina Bokova. "Laten we er ook voor zorgen dat het een tastbare, blijvende erfenis voor zijn kinderen oplevert."

Klik hier om een petitie te ondertekenen om wereldleiders aan te sporen om meer te investeren in onderwijs voor Afrika.

]]>
Measuring the Right to Educationhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2009/3/17/measuring-the-right-to-educationTue, 17 Mar 2009 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2009/3/17/measuring-the-right-to-educationMeasuring+the+Right+to+EducationAmartya Sen, de Indiase econoom wiens werk van grote invloed was bij het in het leven roepen van het Human Development Report, definieert ontwikkeling als het scheppen van capaciteiten. Een van de cruciale capaciteiten is basisonderwijs. Wie niet kan schrijven, lezen en rekenen, kan niet vechten tegen armoede en kan zich niet ontplooien in de huidige globale omgeving. Vandaar dat het (recht op) onderwijs niet louter kan beschouwd worden als om het even welk ander hulpmiddel. De verwezenlijking van het recht op onderwijs is een essentiële voorwaarde voor menselijke waardigheid en voor ontwikkeling. Maar hoe kan je die verwezenlijking meten?

Deze uitgave van het UNESCO Instituut voor Levenslang Leren presenteert een methodologie voor observatie en analyse die is gebaseerd op een aantal indicatoren die de vier capaciteiten van het onderwijssysteem meten: aanvaardbaarheid, aanpasbaarheid, beschikbaarheid en toegankelijkheid. Deze methodologie is een belangrijk nieuw instrument voor de globale inspanningen om het universeel recht op onderwijs te bevorderen.


U kan het boek rechtstreeks bestellen via Unesco Publishing: bestel hier

]]>
Neem deel aan de grootste les ter wereld en leer hoe belangrijk onderwijs ishttp://www.unesco-vlaanderen.be/2008/3/14/neem-deel-aan-de-grootste-les-ter-wereld-en-leer-hoe-belangrijk-onderwijs-isFri, 14 Mar 2008 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2008/3/14/neem-deel-aan-de-grootste-les-ter-wereld-en-leer-hoe-belangrijk-onderwijs-isEen internationale campagne wil politici terug naar de schoolbanken brengen om hen te sensibiliseren voor het belang van onderwijs voor iedereen. Neem+deel+aan+de+grootste+les+ter+wereld+en+leer+hoe+belangrijk+onderwijs+isEen partner van de UNESCO, de Global Campaign for Education (GCE), organiseert van 21 tot 27 april 2008 een wereldwijde actieweek om mensen te sensibiliseren voor het belang van onderwijs. Dit jaarlijks weerkerend initiatief staat dit jaar in het teken van inclusief onderwijs. Blikvanger van de actieweek is 'de grootste les ter wereld' waarmee men zoveel mogelijk mensen en politici les wil geven over de onderwijssituatie in de wereld.

De campagne wil op 23 april 2008 wereldwijd 'de grootste les ter wereld' organiseren en daarmee een wereldrecord vestigen. Scholen worden gevraagd om zich te registreren en een les te organiseren voor leerlingen, belangstellenden en politici. Het lesplan dat voor deze speciale les ter beschikking wordt gesteld, behandelt het belang van kwalitatief onderwijs, hoeveel mensen wereldwijd niet van onderwijs kunnen genieten, de impact van onderwijs op iemands leven en de vraag wat politici kunnen doen om de onderwijssituatie in de wereld te verbeteren.

De UNESCO steunt deze actie aangezien de doelstelling ervan direct aansluit bij één van haar grootste prioriteiten: het realiseren van de Education for All (EFA of Onderwijs voor Allen) doelstellingen. De internationale gemeenschap engageerde zich in 2000 om tegen 2015 zes objectieven te vervullen: de zorg voor zeer jonge kinderen en het kleuteronderwijs uitbreiden; alle kinderen gratis en verplicht basisonderwijs aanbieden; jongeren beter voorbereiden op het functioneren in de samenleving; de alfabetiseringsgraad onder volwassenen met de helft doen toenemen; gelijke kansen voor beide geslachten bieden; en de kwaliteit van het onderwijs verbeteren. De UNESCO coördineert de internationale inspanningen om deze voornemens werkelijkheid te laten worden.

Klik hier voor meer informatie over de Global Campaign for Education.

Klik hier om je in te schrijven voor 'de grootste les ter wereld'.

Klik hier om promotiemateriaal, achtergrondinformatie en het lesplan van de actieweek voor onderwijs voor iedereen te downloaden.

Klik hier voor een introductie tot Education for All.

Klik hier voor meer informatie over wat de UNESCO doet voor Education for All.

]]>
Towards a Multilingual Culture of Educationhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2007/1/9/towards-a-multilingual-culture-of-educationTue, 09 Jan 2007 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2007/1/9/towards-a-multilingual-culture-of-educationTowards+a+Multilingual+Culture+of+EducationStudies tonen aan dat kinderen die in het begin van hun schoolloopbaan in hun moedertaal les krijgen, doorgaans een betere start nemen en ook beter blijven presteren dan kinderen die van bij het begin les volgden in een vreemde taal. Dit boek bevat verschillende bijdragen van over de hele wereld die willen aantonen dat meertalig onderwijs eerder de norm dan de regel zou moeten zijn en die de vanzelfsprekendheid van ééntalig onderwijs in vraag stellen. Deze studie is zowel theoretisch als empirisch van aard.

Onderzoek uitgevoerd in 30 Afrikaanse, Aziatische en Latijns-Amerikaanse landen leggen het vaak schrijnende falen voor van een taalpolitiek die uit het koloniale tijdperk geërfd werd. De auteurs beschouwen meertaligheid als een natuurlijk gegeven in de maatschappij en tonen zich sterke voorstanders van het gebruik van plaatselijke talen en moedertalen in zowel het formeel als non-formeel onderwijs.

Het boek blijft niet blind voor de culturele, politieke en linguïstische problemen verbonden aan een dergelijke benadering maar onderstreept de talrijke voordelen ervan: er wordt een solide basis gegoten voor toekomstig leren terwijl de identiteit van gemeenschappen en hun culturele rijkdom en diversiteit beschermd worden.


U kan het boek rechtstreeks bestellen via Unesco Publishing: bestel hier

]]>
Er is onvoldoende georganiseerde zorg voor zeer jonge kinderen zegt UNESCOhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2006/10/26/er-is-onvoldoende-georganiseerde-zorg-voor-zeer-jonge-kinderen-zegt-unescoThu, 26 Oct 2006 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2006/10/26/er-is-onvoldoende-georganiseerde-zorg-voor-zeer-jonge-kinderen-zegt-unescoDe internationale gemeenschap spant zich in om tegen 2015 alle kinderen op de schoolbanken te krijgen maar ziet daarbij kleuters over het hoofd, dat blijkt uit een nieuw rapport van de UNESCO. Er+is+onvoldoende+georganiseerde+zorg+voor+zeer+jonge+kinderen+zegt+UNESCOTijdens het Wereldonderwijsforum van Dakar (Senegal) in 2000, stelde de internationale gemeenschap onder de noemer Onderwijs voor Allen of Education for All, zes doelen voorop die verwezenlijkt moeten worden om tegen 2015 te kunnen spreken van universeel, kwalitatief basisonderwijs. De UNESCO kreeg de opdracht om de inspanningen voor Onderwijs voor Allen wereldwijd in goede banen te leiden. Jaarlijks publiceert de Organisatie een tussentijds rapport met een overzicht van de geboekte resultaten en aanbevelingen om beter te doen - het Education for All Global Monitoring Report.

Tussenstand

De jongste editie van het tussentijds rapport over Onderwijs voor Allen staat in het teken van de zorg voor zeer jonge kinderen en het kleuteronderwijs. Daarmee worden programma's bedoeld voor kinderen die de schoolleeftijd voor basisonderwijs nog niet bereikt hebben. Blijkt dat, onder de ontwikkelingslanden, Latijns-Amerika en de Caraïben op dit vlak goed scoren. Maar ondanks de positieve invloed ervan op de verdere ontwikkeling en het welzijn van kinderen, wordt deze tak van het onderwijs in veel regio's over het hoofd gezien. Wereldwijd organiseren meer dan de helft van de landen geen specifieke zorg of educatie voor kinderen jonger dan drie jaar.

Het nieuwe rapport besteedt eveneens aandacht aan hoe dicht of ver we van de vijf andere onderwijsdoelen verwijderd zijn. Zo blijkt dat het aantal inschrijvingen, zowel voor jongens als voor meisjes, gestegen is en dat er meer donorhulp voor onderwijs is. Dit laatste geeft echter niet overal een impuls aan het onderwijs omdat verschillende landen hun onderwijsbestedingen terugschroefden.

Investering met hoog rendement

"Programma's die zorg bieden voor zeer jonge kinderen, leggen een stevige basis en leveren een hoog rendement op," zegt Nicholas Burnett, verantwoordelijke voor het rapport. "Elk jaar sterven er in ontwikkelingslanden meer dan 10 miljoen kinderen tengevolge van ziektes die voorkomen kunnen worden. Programma's die voeding, vaccinatie, gezondheid, hygiëne, zorg en educatie combineren, kunnen daar verandering in brengen. Bovendien halen de kinderen die ervan konden genieten, later ook betere resultaten op school. En toch blijven de kinderen die er het meest baat bij zouden hebben, er nog al te vaak van verstoken."

Verschillende studies bevestigen de waarde van zorgprogramma's voor zeer jonge kinderen en het kleuteronderwijs. Een van de bekendste is het Amerikaanse High/Scope Perry Preschool Program. Arme, zwarte kinderen die naar de kleuterschool in Ypsilanti (Michigan) gingen, werden een aantal jaar van nabij gevolgd. Daarna werden ze nog verschillende keren, tot hun veertigste, geëvalueerd. In vergelijking met kinderen met eenzelfde achtergrond die geen kleuteronderwijs genoten, vertoonden ze een hoger gemiddeld IQ op vijfjarige leeftijd, maakte een groter percentage (65% tegenover 45%) van hen de middelbare school af en verdienen ze nu meer geld (60% van hen verdient meer dan 20.000 dollar per jaar, tegenover 40% van zij die het programma niet volgden).

Andere studies die in het rapport aan bod komen, tonen bijvoorbeeld aan dat hoe meer kinderen in Afrika kleuteronderwijs volgen, des te minder er in het basisonderwijs een jaar moeten overdoen en des te meer er het basisonderwijs afmaken.

Weinig participatie

Zoals reeds aangegeven, ligt de participatie in het kleuteronderwijs in Latijns-Amerika en de Caraïben relatief hoog: 62%. Dit getal ligt een stuk lager in de ontwikkelingslanden in andere regio's: 35% in Oost-Azië en de Stille Oceaan, 32% in Zuid- en West-Azië, 16% in de Arabische landen en 12% in Afrika ten zuiden van de Sahara. In de meeste West-Europese landen is kleuteronderwijs universeel. In landen in de overgang, nam het aantal inschrijvingen na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie een diepe duik, maar inmiddels is het herstel ingezet.

Ondanks het potentieel ervan, investeren de meeste landen weinig in programma's voor zorg voor zeer jonge kinderen en kleuteronderwijs. In 65 van de 79 landen waarover recente data beschikbaar zijn, gaat minder dan 10% van de totaal in onderwijs geïnvesteerde middelen naar pre-basisonderwijs. Meer dan de helft van deze landen besteedt er zelfs minder dan 5% aan. Ook donoren die in onderwijs investeren, spenderen gemiddeld maar 10% aan deze waardevolle vorm van educatie.

Eerste stap

Het rapport ziet het beter afstemmen van de beschikbare middelen op de meest achtergestelde kinderen als een eerste stap naar een breder nationaal beleid voor de zorg voor zeer jonge kinderen en het kleuteronderwijs. India zit al op deze lijn. Het land concentreert zich op sloppenwijken en afgelegen landelijke gebieden. Het rapport citeert verschillende projecten die vanuit het gezin of de gemeenschap vertrekken om achtergestelde gezinnen te bereiken en ouders te begeleiden en zorg te verlenen aan kinderen. Er komen succesvolle projecten aan bod uit landen zoals Ierland, Colombia en Kenia.

Naast de positieve invloed die ze op de ontwikkeling van het kind hebben, is er nog een ander argument dat de vraag naar meer aandacht voor zorgprogramma's voor zeer jonge kinderen en het kleuteronderwijs kracht bijzet: de behoefte is sterk gestegen. In 1975 volgde wereldwijd gemiddeld één kind op 10 een vorm van kleuteronderwijs. Cijfers van 2004 tonen een stijging naar één op drie kinderen. Deze toegenomen vraag hangt samen met het vaker voorkomen van eenoudergezinnen en het feit dat steeds meer vrouwen actief zijn op de arbeidsmarkt.

Het uitbreiden van de zorg voor zeer jonge kinderen en het kleuteronderwijs is het eerste van de zes Onderwijs voor Allen doelstellingen. "Het is geen toeval dat dit eerste doel betrekking heeft op de jongste en meest kwetsbare kinderen," zegt Koïchiro Matsuura, directeur-generaal van de UNESCO. "Het verbeteren van het welzijn op de allerjongste leeftijd moet integraal en systematisch deel uitmaken van het onderwijs en van de strijd tegen armoede. Er is steun van op de hoogste politieke niveaus nodig om zorg voor zeer jonge kinderen en kleuteronderwijs prominent op de agenda te plaatsen." Het is afwachten of de oproep van de UNESCO gehoor krijgt en tot tastbare resultaten leidt.

Klik hier om het volledige Education for All Global Monitoring Report 2007 - Strong Foundations: Early Childhood Care and Education te raadplegen.

Klik hier voor meer achtergrond bij Onderwijs voor Allen.

]]>
UNESCO wordt 60http://www.unesco-vlaanderen.be/2005/11/15/unesco-wordt-60Tue, 15 Nov 2005 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2005/11/15/unesco-wordt-60De 60ste verjaardag van de UNESCO is een goed moment om stil te staan bij een aantal van de belangrijkste momenten uit de geschiedenis van de Organisatie. UNESCO+wordt+60Op 16 november is het precies 60 jaar geleden dat de Constitutie van de United Nations Educational Scientific and Cultural Organisation (UNESCO) plechtig werd voorgesteld. Het uitgangspunt van de Organisatie was simpel: als mensen en samenlevingen elkaar beter leren kennen en begrijpen door samen te werken in die gebieden die de menselijke ontwikkeling vorm geven, dan zullen ze sneller geneigd zijn om conflicten op een vreedzame manier op te lossen.

Ter gelegenheid van de 60ste verjaardag van de UNESCO zetten we een aantal mijlpalen uit haar geschiedenis op een rijtje:

16 november 1945: de vertegenwoordigers van 37 landen komen in Londen bijeen ter ondertekening van UNESCO's Constitutie, die in werking treedt op 4 november 1946, na ratificatie door 20 ondertekenende landen.

1948: de UNESCO beveelt haar lidstaten aan om gratis basisonderwijs verplicht en universeel te maken.

1952: een intergouvernementele conferentie bijeengeroepen door de UNESCO neemt de Universele Conventie inzake Auteursrecht aan. In de decennia na de Tweede Wereldoorlog beschermde deze Conventie het auteursrecht van de vele staten die toen geen partij waren bij de Conventie van Bern ter Bescherming van Literaire en Kunstwerken (1886).

1956: de Republiek van Zuid-Afrika trekt zich terug uit de UNESCO met als reden dat sommige Unesco-publicaties neerkomen op 'inmenging' in de 'rassenproblemen' van dat land. In 1994 keert men terug onder leiding van Nelson Mandela.

1958: ingebruikname van UNESCO's hoofdkwartier te Parijs, ontworpen door Marcel Breuer (VS), Pier-Luigi Nervi (Italië) en Bernard Zehrfuss (Frankrijk).

1960: lancering van de Nubiëcampagne in Egypte, ter verplaatsing van de Grote Tempel van Aboe Simbel om te voorkomen dat deze wordt overspoeld door de Nijl na constructie van de Aswandam. Gedurende deze twintigjarige campagne worden 22 monumenten en architecturale complexen verplaatst. Dit is de eerste en grootste van een reeks campagnes, waaronder ook vallen Moenjodaro (Pakistan), Fez (Marokko), Kathmandu (Nepal), Borobudur (Indonesië) en de Acropolis (Griekenland).

1968: de UNESCO organiseert de eerste intergouvernementele conferentie over milieu en ontwikkeling, nu bekend als 'duurzame ontwikkeling'. Die leidde tot het opzetten van het Mens- en Biosfeerprogramma (MAB).

1972: de Werelderfgoedconventie wordt aangenomen. Het Werelderfgoedcomité wordt opgericht in 1976 en de eerste locaties worden in 1978 opgenomen op de Werelderfgoedlijst.

1974: Z.H. Paus Paulus VI kent de Johannes XXIII Vredesprijs toe aan de UNESCO.

1975: de Universiteit van de Verenigde Naties wordt opgericht te Tokio onder auspiciën van de VN en de UNESCO.

1978: de UNESCO neemt de Verklaring inzake Rassen en Rassendiscriminatie aan. Opeenvolgende rapporten van de directeur-generaal over dit onderwerp halen de pseudo-wetenschappelijke basis van racisme overtuigend onderuit.

1980: publicatie van de eerste twee delen van UNESCO's Algemene Geschiedenis van Afrika. Soortgelijke reeksen gaan over andere regio's, zoals Centraal-Azië en de Cariben.

1984: de Verenigde Staten trekken zich terug uit de UNESCO, met als reden onvrede over het management en andere zaken. Het Verenigd Koninkrijk en Singapore volgen in 1985. Het budget van de organisatie daalt aanzienlijk.

1990: de Wereldconferentie over Onderwijs voor Allen in Jomtien, Thailand, besluit tot een wereldwijde beweging ten behoeve van basisonderwijs voor alle kinderen, jongeren en volwassenen. Tien jaar later spreekt het Wereldonderwijsforum te Dakar een engagement uit voor het bereiken van basisonderwijs voor iedereen tegen het jaar 2015.

1992: ontstaan van het Geheugen van de Wereldprogramma om onvervangbare bibliotheek- en archiefcollecties te beschermen. Thans omvat dit ook geluids-, film- en televisie-archieven.

1997: het Verenigd Koninkrijk keert terug binnen de UNESCO.

1998: de Universele Verklaring over het Menselijk Genoom en de Mensenrechten, die is ontwikkeld door de UNESCO en aangenomen in 1997, wordt erkend door de VN.

1999: directeur-generaal Koïchiro Matsuura start hervormingen teneinde de staf en de activiteiten van de Organisatie te herstructureren en decentraliseren.

2001: de Algemene Conferentie neemt de Universele Verklaring over Culturele Diversiteit aan.

2003: de Verenigde Staten keren terug binnen de UNESCO en de Algemene Conferentie neemt de Conventie ter bescherming van het Immaterieel Cultureel Erfgoed aan.

2005: de Algemene Conferentie neemt de Conventie over de Bescherming en Promotie van de Diversiteit van Culturele Expressies aan.

]]>
Learning: The Treasure Withinhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2005/10/19/learning-the-treasure-withinWed, 19 Oct 2005 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2005/10/19/learning-the-treasure-withinJacques Delors Learning%3a+The+Treasure+WithinOnderwijs speelt een fundamentele rol in de persoonlijke en sociale ontwikkeling. Het is evenwel niet de mirakel-oplossing die alle deuren openzet naar een wereld waarin alle idealen werkelijkheid worden. Het is wel een van de voornaamste middellen die we kunnen inzetten om te komen tot een duurzame en harmonieuze menselijke ontwikkeling. De komende eeuw, zal mede door de globalisering, gekenmerkt worden door een aantal tegenstellingen : spanningen tussen het globale en het locale, het universele en het individuele, het traditionele en het moderne, de competitie en de gelijkheid van kansen, de ongelimiteerde expansie van kennis en de beperking van de mens om ze zich eigen te maken, het spirituele en het materiële. Hoe verscheiden culturen, systemen of sociale organisaties ook zijn, één ding hebben we allen gemeen : de uitdaging om het democratische ideaal opnieuw uit te vinden, en zo sociale samenhang te scheppen of te behouden.

In deze context, zal het leren voor het leven één van de belangrijkste sleutels zijn om de uitdagingen van de 21e eeuw te ontsluiten. De Internationale Commissie voor Onderwijs in de 21e Eeuw, voorgezeten door voormalig Eurepese Commissie voorzitter Jacques Delors, stelt in haar rapport dat alle gemeenschappen streven naar een Utopia waarin niemands talenten onbenut blijven. Dat kan door uit te gaan van de 4 pijlers waarop onderwijs steunt : leren om te zijn, leren om te weten, leren om te doen, en leren samen te leven.

Hoewel basisonderwijs een absolute prioriteit blijft, wordt ook het belang van secundair en hoger onderwijs onderstreept. We streven er immers naar om een heel leven lang te leren. Ook het belang van de leraars komt aan bod. De nieuwe technologie mag ook hier niet over het hoofd worden gezien. Enerzijds moeten we kijken welke bijdrage ze kan leveren aan de verbetering van het onderwijsproces, anderzijds moeten we er ook mee leren omgaan.

Dit rapport die de onafhankelijke commissie voor UNESCO opstelde is het resultaat van een 3 jaar durend proces van consultatie en analyse. Het besluit met een pleidooi voor meer middelen voor onderwijs, en voor een nauwere internationale samenwerking op het vlak van onderwijs, met UNESCO als hoofdrolspeler.


U kan het boek rechtstreeks bestellen via Unesco Publishing: bestel hier

]]>
Aantal inschrijvingen in secundair onderwijs stijgt snelhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2005/5/5/aantal-inschrijvingen-in-secundair-onderwijs-stijgt-snelThu, 05 May 2005 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2005/5/5/aantal-inschrijvingen-in-secundair-onderwijs-stijgt-snelVolgens UNESCO's Global Education Digest 2005 stijgt het aantal inschrijvingen in secundaire scholen wereldwijd snel maar hebben meisjes te weinig toegang tot onderwijs.

Wereldwijd is gemiddeld 4 op 5 kinderen tussen 10 en 15 jaar ingeschreven in het lager secundair onderwijs. In de meeste landen wordt dit gezien als regulier onderwijs volgens UNESCO's Global Education Digest 2005. Dit overzicht wordt uitgegeven door het bureau voor statistiek van de UNESCO en stelt de nieuwste indicatoren op mondiaal vlak betreffende educatie voor. De editie van dit jaar focust eveneens op gendervertegenwoordiging binnen het onderwijs.

Tussen 1990 en 2002/2003 is het aantal inschrijvingen in secundair onderwijs wereldwijd gestegen van 321 naar 492 miljoen. De snelste groei stelt men vast in Zuid-Amerika. Samen met Europa vertegenwoordigt dit continent het hoogste aantal inschrijving op dit niveau: bijna 100 procent. Noord-Amerika, Oost-Azië en Oceanië volgen met meer dan 90 procent. West-Azië en Afrika hinken achterop met een inschrijvingspercentage van respectievelijk 69 en 45 procent.

Wat het hoger secundair onderwijs betreft blijft de inschrijvingsratio wereldwijd steken op 51 procent: Europa haalt de 100, de Amerika's 70, Oost-Azië 48, West-Azië 40 en Afrika slechts 29 procent.

Een belangrijk deel van het overzicht werd dit jaar gewijd aan genderverdeling in het secundair onderwijs. De Onderwijs voor Allen- en de Millenniumdoelstellingen stelden 2005 voorop als deadline in de strijd voor gelijke toegang tot basis- en secundair onderwijs voor jongens en meisjes.

Spijtig genoeg moet men vast stellen dat, ondanks een verbetering in het basisonderwijs, er nog steeds een opmerkelijke kloof bestaat op secundair niveau. In 60 van de 133 landen waarvan gegevens opgenomen werden is genderpariteit bereikt in het lager secundair onderwijs. In 46 van deze landen, voornamelijk in Afrika en Azië, is het moeilijker voor meisjes dan voor jongens om toegang tot lager secundair onderwijs te krijgen. In 27 landen is het omgekeerde waar. De toestand in het hoger secundair onderwijs is schrijnender: slechts 13 procent van deze leeftijdscategorie woont in landen waar pariteit is bereikt.

Ondanks regionale verschillen, blijft de algemene trend hoopvol: steeds meer kinderen krijgen toegang tot secundair onderwijs en genderpariteit neemt traag, maar gestaag toe. Een verhoogde vraag en een verminderde bevolkingsgroei werken deze verbeterde toestand in de hand.

Klik hier voor meer informatie over de Global Education Digest en de mogelijkheid om de editie 2005 te downloaden.

]]>
World Culture Report 2000http://www.unesco-vlaanderen.be/2005/3/16/world-culture-report-2000Wed, 16 Mar 2005 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2005/3/16/world-culture-report-2000World+Culture+Report+2000Het vijfde Wereld Onderwijs Rapport van deze tweejaarlijkse reeks staat in het teken van het recht op onderwijs, zoals beschreven in artikel 26 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Het eerste hoofdstuk van het 178 pagina's tellende rapport is een overzicht van het engagement dat de internationale gemeenschap de voorbije 50 jaar nam om van het recht op onderwijs een realiteit te maken. Het omvat verdragen, verklaringen, aanbevelingen en actieplannen.

De overige drie hoofdstukken analyseren de belangrijkste trends die de afgelopen decennia in het onderwijs konden waargenomen worden: hoofdstuk twee behandelt het basisonderwijs; hoofdstuk drie het secundair en voortgezet onderwijs, en het onderwijs voor het ganse leven; en hoofdstuk vier onderzoekt het doel en de invulling van het onderwijs.

Bij de voorstelling van het rapport riep UNESCO Directeur-Generaal Koïchiro Matsuura de internationale gemeenschap op om meer inspanningen te leveren om de gelijke toegang tot kwalitatief onderwijs wereldwijd ingang te laten vinden: "Onderwijs is zowel een mensenrecht als een uitstekend middel om de vrede en het respect voor de mensenrechten te bevorderen. Als we willen dat het onderwijs zijn potentieel om een vreedzamere wereld te scheppen kan realiseren, moeten we er voor zorgen dat iedereen de kans krijgt om een degelijk onderwijs te volgen."


U kan het boek rechtstreeks bestellen via Unesco Publishing: bestel hier

]]>
Is wiskunde kinderspel?http://www.unesco-vlaanderen.be/2004/11/9/is-wiskunde-kinderspelTue, 09 Nov 2004 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2004/11/9/is-wiskunde-kinderspelKinderen (in ontwikkelingslanden) scoren doorgaans niet zo goed op het vlak van wiskunde. Maar dat zou wel eens meer aan de school dan aan hen kunnen liggen, zo stelt een recente studie.

Over het algemeen scoren kinderen niet zo hoog voor wiskunde in studies die de leervooruitgang en -resultaten meten. Onderzoekers breken zich al jaren het hoofd over hoe die negatieve trend kan worden doorbroken. De benadering van wiskunde in het onderwijs werd bijgesteld, de lerarenopleidingen aangepast, maar een echte oplossing diende zich nog niet aan. Sommige onderzoekers leggen een verband met rassen die systematisch beter scoren voor wiskunde in internationale evaluaties. Anderen wijzen erop dat jongens beter presteren dan meisjes op het vlak van wiskunde, vooral op het niveau van het secundair en het hoger onderwijs.

Meer dan cijfers

Ondanks het ontbreken van een sluitende verklaring waarom kinderen goed of slecht scoren voor wiskunde, staat vast dat een basisrekenvaardigheid deel moet uitmaken van de cognitieve vaardigheden op primair niveau. Wiskunde is meer dan werken met cijfers, het speelt een rol bij de algemene ontwikkeling van het intellect. Wiskunde leert je analyseren en reikt je een manier aan om problemen op te lossen. Het brengt een kind een manier van denken bij.

Een studie, uitgevoerd door de UNESCO, toont aan dat arme kinderen al op vroege leeftijd leren omgaan met geld en juist wisselgeld teruggeven, nog voor ze op de schoolbanken terechtkomen. Er is ook gebleken dat veel van de spelletjes die ze spelen, wiskundige concepten bevatten. Maar de vraag blijft dezelfde: hoe komt het dat ze onvoldoende hoog scoren voor wiskunde als ze al op jonge leeftijd bepaalde basiskennis verwierven en waarom scoren kinderen in ontwikkelingslanden lager dan hun leeftijdsgenoten in ontwikkelde landen?

Schoolprobleem

Veel van het falen van de kinderen kan worden toegeschreven aan de school en de manier waarop ze werkt. Hoe legt het onderwijs de curricula voor wiskunde vast? Welke referenties gebruikt men om de inhoud te bepalen en de manier waarop er wordt lesgegeven? Hoe, en wat, wordt er geëvalueerd? Begrijpt men wel genoeg hoe kinderen in ontwikkelingslanden evolueren en wat ze doormaken? Arme kinderen worden vaak al op jonge leeftijd geconfronteerd met het 'straatleven' waardoor ze zich vroeger dan hun welgesteldere leeftijdsgenoten bepaalde basisconcepten van de wiskunde eigen maken. En toch doen ze het niet zo goed in de klas.

Een onderzoek omtrent wiskunde in derdewereldlanden komt uit bij de problemen die ook gelden voor andere vakken. Daarbij onder andere slecht opgestelde leerplannen, onvoldoende opgeleide leerkrachten, slechte en onvoldoende schoolboeken, en laaggemotiveerde leraars. Er is ook een tendens om leerkrachten met weinig wiskundige kennis te plaatsen in de laagste graden van het basisonderwijs.

Spelend leren

Een recent gepubliceerde studie van de UNESCO, The Games Children Play - The Foundation of Mathematical Learning, onderzoekt de spelletjes die kinderen spelen en identificeert de wiskundige concepten die ze zich op die manier eigen maken. Die informatie zou het uitgangspunt kunnen vormen van de manier waarop wiskunde in de eerste jaren van het basisonderwijs onderwezen wordt. Deze benadering gaat uit van de vaststelling dat de houding die kinderen tegenover een vak innemen zeer belangrijk is voor de mate waarin ze er later in scoren. Doorgaans voelen kinderen zich al van in het begin in het formeel onderwijs niet goed bij wiskunde, en dat laat zich voelen in hun latere resultaten. De eerste kennismaking met wiskunde in het formeel onderwijs zou moeten inspelen op de sociale en emotionele bereidheid van kinderen om bij te leren. Veel leerkrachten betrouwen nog teveel op het 'drillen' van leerlingen in het basisonderwijs.

Wiskunde is een vak dat kinderen heel wat bijbrengt. Ze leren betekenissen koppelen aan symbolen, analyses maken en redeneringen opbouwen. Het belang van wiskunde voor de ontwikkeling van een kind vraagt dat we blijven zoeken naar manieren om het wiskundeonderwijs te verbeteren zodat leerlingen er meer van opsteken.

Te vroeg afhaken

De studie concentreert zich op de leerervaring in de eerste drie jaar van het basisonderwijs. In die periode vormen veel kinderen concepten en houdingen tegenover vakken op basis van hun ervaringen. Jammer genoeg krijgen veel kinderen het in deze periode ook lastig met wiskunde en haken ze al snel af omdat het voor hen "toch te moeilijk is". Dit is een falen van het schoolsysteem, niet van de kinderen. Het lijkt erop dat de school er niet in slaagt om de wiskundige kennis die kinderen al spelend leerden, succesvol om te zetten in goede schoolresultaten in de klas. De studie roept er vooral tot op dat scholen zouden inzien dat wiskundeonderwijs niet in de school begint en dat de school een voortzetting moet zijn van de ontwikkeling van kinderen.

Een eenvoudig springspelletje bevat algauw een aantal wiskundige concepten zoals optellen en aftrekken, en vormen en patronen. In het dagelijkse leven leren kinderen omgaan met hoeveelheden: halfvol, handvol enz... Ze leren omgaan met geld, vooral kleine bedragen. Ze kennen het verschil tussen lang en kort enz...

Voorzet

De studie onderzoekt een aantal kinderspelletjes en identificeert de wiskundige concepten die er in zijn ingebed. Ze geeft ook aan hoe deze spelletjes kunnen gebruikt worden om bepaalde dingen aan te leren. Dit betekent niet dat de studie het ultieme handboek is voor hoe spelletjes in de klas kunnen gebruikt worden of dat dankzij dit boek geen enkel kind nog voor wiskunde zal zakken. De studie wil wel leerkrachten prikkelen en hen doen nadenken over hoe ze wiskunde aanleren. Het is een internationale studie maar ervaringen van kinderen in Jamaica en Kenia werden gebruikt voor de uitwerking van het praktische luik.

De studie The Games Children Play - The Foundation of Mathematical Learning kan u hier downloaden. pdf

]]>
Onderwijs als aids-vaccinhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2004/11/3/onderwijs-als-aids-vaccinWed, 03 Nov 2004 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2004/11/3/onderwijs-als-aids-vaccinWe kunnen jaarlijks 700.000 kinderen redden van aids als we werk maken van universeel basisonderwijs, zo blijkt uit een nieuw rapport. Onderwijs+als+aids-vaccinUniverseel basisonderwijs voor iedereen kan jaarlijks minstens 700.000 mensen van hiv-besmetting redden, dat staat te lezen in een nieuw rapport van de Global Campaign for Education - een breed samenwerkingsverband van ngo's en lerarenorganisaties die geloven dat kwalitatief basisonderwijs voor iedereen het beste middel is om armoede te bestrijden en ontwikkeling te bevorderen.

Volgens Learning To Survive: How Education for all Would Save Millions of Young People from HIV/AIDS is er weliswaar een toegenomen besef over de noodzaak om de epidemie gecoördineerd vanuit verschillende sectoren te bestrijden, maar wordt het belang van algemeen onderwijs daarbij grotendeels over het hoofd gezien. Alhoewel gerichte campagnes en hulpverlening belangrijk zijn, toont onderzoek aan dat de doelgroep minstens basisonderwijs moet genoten hebben opdat dergelijke programma's effect kunnen sorteren. Basisonderwijs stelt mensen in staat om de informatie te verwerken en geeft hen vertrouwen om neen te zeggen tegen onveilige seks, aldus het rapport.

"Als kinderen volledig en goed onderwijs krijgen, worden de voorwaarden gecreëerd om het mogelijk te maken dat aids-voorlichting leidt tot gedragsverandering," zegt Ben Phillips, een van de auteurs van het rapport. "Dat betekent ook dat het geen zin heeft om aids-voorlichting te koppelen aan een slecht onderwijssysteem. Het zal toch niet werken. Er zijn geen instant-oplossingen."

Uit het rapport blijkt dat jongeren die geen of weinig onderwijs genoten 2,2 keer meer risico lopen om met hiv besmet te worden dan leeftijdsgenoten die wel het basisonderwijs afmaakten. Dat geldt vooral voor jonge vrouwen bij wie hiv/aids zich het snelst verspreidt. Vrouwen die kunnen lezen en schrijven hebben vier keer meer kans om te weten hoe ze aids kunnen vermijden, aldus een VN-studie uitgevoerd in 32 landen.

Het rapport Learning To Survive: How Education for all Would Save Millions of Young People from HIV/AIDS is beschikbaar op www.unesco.org/aids


De doelstellingen en het opzet van de Global Campaign for Education kan u nalezen op www.campaignforeducation.org




]]>
46 miljoen kinderen niet naar school in Zuid- en Oost-Aziëhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2004/2/11/46-miljoen-kinderen-niet-naar-school-in-zuid-en-oost-aziëWed, 11 Feb 2004 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2004/2/11/46-miljoen-kinderen-niet-naar-school-in-zuid-en-oost-aziëAlhoewel er meer kinderen dan ooit school lopen in de regio van Zuid- en Oost-Azië, maken slechts weinigen de school ook daadwerkelijk af. Nooit tevoren liepen er zoveel kinderen school in Zuid- en Oost-Azië, maar een groot aantal beëindigt zelfs het basisonderwijs niet en de regio is nog steeds goed voor het grootste aandeel in het aantal kinderen dat wereldwijd van school verstoken blijft. Een en ander staat te lezen in een nieuw rapport van het UNESCO Instituut voor Statistiek.

Het regionaal rapport voor Zuid- en Oost-Azie bundelt de meest recente onderwijsdata van 22 landen in de regio, gaande van de Filippijnen in het oosten tot Afghanistan en Ira n in het westen. In dit gebied liggen ook 5 van 's werelds meest bevolkte landen.

Het rapport schat dat er zo'n 46 miljoen kinderen geen school lopen in de regio. En toch groeide het aantal onderwijsinschrijvingen serieus in de periode tussen 1990 en 2000. In Laos en Bangladesh bijvoorbeeld steeg de inschrijvingsgraad met 15 tot 20%.

Maar het aantal inschrijvingen is maar een deel van het verhaal. Het rapport toont aan dat slechts de helft van de kinderen die de basisschool aanvatten in India, Laos en Myanmar (Birma) deze ook daadwerkelijk afmaken. Nepal, Cambodja en Bangladesh leggen niet veel betere cijfers voor: tussen de 35 en 38% van de kinderen verlaat er vroegtijdig de primaire onderwijscyclus.

De trend wordt ook duidelijk als je het aantal inschrijvingen in het basisonderwijs vergelijkt met het aantal in het secundair onderwijs. "Alhoewel er veel kinderen worden ingeschreven in het primair onderwijs, zullen maar zeer weinigen de kans krijgen om ook het lager secundair onderwijs aan te vatten," zo staat te lezen in het rapport.

Verder blijkt uit het rapport dat heel wat landen in de regio kampen met een serieus lerarentekort en dat er bovendien te weinig vrouwen in het onderwijs staan.

Het volledige South and East Asia Regional Report kan on line worden geraadpleegd op www.uis.unesco.org

]]>
Te weinig meisjes op de schoolbankenhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2003/11/12/te-weinig-meisjes-op-de-schoolbankenWed, 12 Nov 2003 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2003/11/12/te-weinig-meisjes-op-de-schoolbankenMeisjes blijven achtergesteld op het gebied van toegang tot onderwijs, zo blijkt uit een nieuw rapport dat de belangrijkste onderwijstrends in kaart brengt. Ondanks de vooruitgang die in de jaren 1990 geboekt werd, blijven meisjes het slachtoffer van "scherpe discriminatie in de toegang tot onderwijs" in de meeste ontwikkelingslanden, zo staat te lezen in een globaal rapport dat de UNESCO op 6 november in New Delhi voorstelde.

Genderpariteit (een gelijke verhouding tussen het aantal jongens en meisjes dat school loopt) is veraf in 54 landen, waaronder 16 gelegen in Afrika ten zuiden van de Sahara, zo blijkt uit het nieuwe Education for All Global Monitoring Report. En dat terwijl 164 landen zich er in april 2000 in Dakar (Senegal) toe verbonden om tegen 2005 wereldwijd genderpariteit te realiseren in het primair en secundair onderwijs. Deze doelstelling is een van de zes objectieven die de internationale gemeenschap zich stelde om in het kader van 'Onderwijs voor Allen' tegen 2015 iedereen van basisonderwijs te voorzien en het analfabetisme wereldwijd te halveren. (*)

De vaststelling dat meisjes het nog steeds moeilijk hebben om in het klaslokaal te geraken is dubbel jammer omdat uit onderzoek is gebleken dat de scholing van meisjes een belangrijk element is in het bevorderen van de algemene ontwikkeling van gemeenschappen en landen. Kinderen van geschoolde vrouwen zijn over het algemeen niet alleen gezonder en beter gevoed, ze hebben ook meer kans om zelf school te lopen. Op die manier is het scholen van meisjes een van de beste garanties om te verzekeren dat ook toekomstige generaties van onderwijs kunnen genieten.

De nood om het gezinsinkomen bij te spijzen is een van de voornaamste oorzaken van de achterstand waartegen meisjes opkijken, aldus het rapport. Het zijn immers vooral in de eerste plaats meisjes die uit werken moeten gaan of thuis zoveel werk moeten verzetten dat ze niet meer aan school toekomen. Anderen factoren die meespelen zijn cultureel van aard, zoals bijvoorbeeld de jonge leeftijd waarop meisjes geacht worden te huwen in landen zoals Nepal (40% is er getrouwd voor hun vijftiende). Meisjes vallen ook meer dan jongens ten prooi aan hiv/aids, wat dan weer te verklaren valt door de wijdverspreide uitbuiting, het seksueel geweld en andere praktijken die helaas nog steeds de trieste realiteit van veel meisjes uitmaken.

Het rapport bevat eveneens een ontwikkelingsindex die een globaal beeld schetst van de vooruitgang die landen boekten in hun inspanningen om de vier makkelijkst te meten doelstellingen van 'Onderwijs voor Allen' te realiseren: universeel basisonderwijs, alfabetiseringsgraad van volwassenen, onderwijskwaliteit en genderpariteit.

(*) Over het wereldwijde streven naar 'Onderwijs voor Allen' vindt u een uitgebreide informatiekit in de rubriek 'extra' van deze website.

Het volledige Education for All Global Monitoring Report kan u raadplegen op http://www.efareport.unesco.org

]]>
5 miljoen schoolboeken voor Irakhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2003/6/18/5-miljoen-schoolboeken-voor-irakWed, 18 Jun 2003 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2003/6/18/5-miljoen-schoolboeken-voor-irakAls onderdeel van haar pogingen om het onderwijssysteem in Irak terug op gang te brengen, zal de UNESCO vijf miljoen nieuwe schoolboeken verspreiden in het land. Tegen het begin van het volgend schooljaar zal de UNESCO het basis en secundair onderwijs van Irak vijf miljoen schoolboeken voor wetenschap en wiskunde leveren. Een en ander gebeurt in samenwerking met het Amerikaanse agentschap voor ontwikkelingssamenwerking.

Het schoolboekenprogramma maakt deel uit van een reeks maatregelen die de UNESCO neemt om het onderwijs in Irak terug op het goede spoor te brengen. Daartoe werkt de Organisatie samen met een reeks andere partners zoals het Iraakse ministerie van Onderwijs, Irakese onderwijsspecialisten, private bedrijven (voornamelijk voor de productie van boeken), VN organisaties en agentschappen enz...

Voor 1990 beschouwden onderwijsexperts het Iraakse onderwijssysteem als een van de beste in de Arabische regio. Onderwijs was gratis, de inschrijvingsgraad en de geletterdheid hoog. De Golfoorlog van 1990-1991 en de daarop volgende economische sancties leidden echter tot een snel verval van het onderwijs: lesmateriaal werd schaars, veel leerlingen gingen van school af en gekwalificeerd onderwijspersoneel was moeilijk te vinden tengevolge van lage lonen en hersenvlucht. Volgens een recente studie van de UNESCO over de toestand van het onderwijs in de Arabische landen, behoort de geletterdheidsgraad in Irak tot de laagste van de regio.

Het Olie voor Voedsel programma dat de VN in 1995 lanceerden bracht weliswaar enige verbetering, maar de positieve gevolgen bleven voornamelijk beperkt tot het noorden van Irak, waar de UNESCO en Unicef de verantwoordelijkheid voor onderwijs kregen. In het centrale en zuidelijke deel van het land bleef de implementering van het programma in handen van de Iraakse overheid, waardoor de verhoopte positieve invloed grotendeels uitbleef. Jaren van verwaarlozing door een gebrek aan middelen, in combinatie met de schade berokkent door de recente oorlog en plunderingen, lieten de meeste schoolgebouwen in erbarmelijke staat achter. Ook de inschrijvingen in het onderwijs kelderden: zelfs voor het recente conflict liep naar schatting 24% van de kinderen tussen 6 en 11 jaar geen school in het centrum en het zuiden van het land.

De UNESCO is reeds verschillende jaren actief op het gebied van onderwijs in Irak. Voor het recente conflict uitbrak, werkten 20 internationale en 100 nationale personeelsleden in het land - voornamelijk in het noorden maar ook in het zuiden. Via haar nationale personeel op het veld, onderhield de UNESCO contact met de Irakese onderwijsverantwoordelijken en ook nu werkt de Organisatie reeds terug samen met het ministerie van Onderwijs om aan de meeste dringende behoeften te voldoen. Eerste doelstelling is het onderwijssysteem terug te doen functioneren en het te heroriënteren zodat het aan de nieuwe noden van de Iraakse samenleving voldoet.

Het schoolboekenprogramma zal onder meer toezien op de aanpassing van de bestaande lesmaterialen om ervoor te zorgen dat de inhoud juist is en wantrouwen, discriminatie en interculturele misverstanden niet in de hand werkt. De UNESCO zal de revisie overzien en zorgen voor het drukken en verspreiden van de nieuwe schoolboeken.

]]>
Onderwijs voor Allen veraf in 70 landenhttp://www.unesco-vlaanderen.be/2002/11/27/onderwijs-voor-allen-veraf-in-70-landenWed, 27 Nov 2002 00:00:00 GMThttp://www.unesco-vlaanderen.be/2002/11/27/onderwijs-voor-allen-veraf-in-70-landenEen rapport dat een tussenstand opmaakt van het wereldwijde streven naar Onderwijs voor Allen waarschuwt dat zo'n 70 landen een onoverbrugbare afstand dreigen op te lopen als er niet snel meer inspanningen geleverd worden. De UNESCO stelt een nieuw rapport voor dat peilt naar de geboekte vooruitgang in het internationale streven naar Onderwijs voor Allen. Het toont aan dat slechts 83 landen wereldwijd op goede weg zijn om de doelstellingen van het Wereldonderwijsforum van Dakar te realiseren tegen 2015. Als de huidige trend zich voortzet, zullen meer dan 70 landen de doelstellingen niet halen en sommige zullen er zelfs op achteruitgaan.

Het Wereldonderwijsforum van Dakar formuleerde zo'n tweeëneenhalf jaar geleden zes doelstellingen die haalbaar zijn mits voldoende internationaal engagement en doorzetting: tegen 2015 verzekeren dat alle kinderen toegang hebben tot kwalitatief basisonderwijs; de verschillen op basis van geslacht in het onderwijs wegwerken, het analfabetisme onder volwassenen halveren; de zorg voor zeer jonge kinderen en het kleuteronderwijs uitbreiden; jongeren en volwassenen aanzienlijk meer leermogelijkheden bieden; en de algemene kwaliteit van het onderwijs verbeteren.

Meetbare doelstellingen

Volgens het "Education For All Global Monitoring Report: Is the World on Track?" zullen 28 landen - die samen 26% van de wereldbevolking vertegenwoordigen - niet één van de drie meetbare doelstellingen van Dakar halen: universeel basisonderwijs, gelijkheid tussen geslachten en de halvering van het analfabetisme. Twee derden van die landen zijn gelegen in Afrika ten zuiden van de Sahara, maar ook India en Pakistan behoren ertoe. Nog eens 43 andere landen - samen goed voor 35,6% van de wereldbevolking - dreigen minstens één van de drie meetbare doelstellingen niet te halen.

Als de huidige mate van vooruitgang wordt voortgezet, is het zeer waarschijnlijk dat 57 landen de doelstelling van universeel basisonderwijs niet zullen realiseren tegen 2015. 41 van die landen, waaronder een aantal Centraal en Oost-Europese naties, gingen er zelfs op achteruit. Uit het rapport blijkt wel dat tijdens de jaren 1990 de inschrijving van meisjes in het basisonderwijs in alle regio's toenam: 86 landen bereikten reeds een evenwicht tussen de geslachten en 35 landen staan op het punt hetzelfde te doen. Toch dreigen nog steeds 31 landen deze doelstelling niet te bereiken tegen 2015. Tenslotte waarschuwt het rapport dat, tenzij er veel meer inspanningen worden geleverd, 78 landen niet in staat zullen zijn om het analfabetisme binnen hun grenzen met de helft te doen afnemen. Daaronder zijn 4 van de meest bevolkte landen ter wereld, te weten Bangladesh, China, India en Pakistan die samen 61% van 's werelds analfabeten huisvesten.

Kostenplaatje

Het rapport stelt eveneens dat de kostprijs om Onderwijs voor Allen te voorzien is onderschat, gedeeltelijk omdat de zware kosten van HIV/AIDS en conflicten voor het onderwijs niet in rekening zijn genomen. Zo zou HIV/AIDS alleen al, jaarlijks zo'n 975 miljoen euro vergen om universeel basisonderwijs een realiteit te maken. Bovendien zijn minstens 73 landen verwikkelt in een interne crisis of in de heropbouw na een conflict, wat de kosten om onderwijs voor iedereen te realiseren aanzienlijk de hoogte in jaagt. Daar komt nog bij dat het rapport op basis van de recente geschiedenis voorspelt dat nog minstens 4 of 5 landen in het komende decennium het hoofd zullen moeten bieden aan complexe humanitaire crisissen.

Om de kosten te kunnen dragen, zijn er belangrijke onderwijs- en economische hervormingen vereist in veel landen, alsook een aanzienlijke toename in de voor basisonderwijs beschikbare budgettaire middelen. Toch zal er ook externe hulp nodig zijn om de financiële kloof te overbruggen. Eerdere schattingen omtrent de behoefte aan dergelijke hulp blijken uiteindelijk zo'n 50% te laag uit te vallen. Volgens het rapport is er op dat vlak minstens ongeveer 5,6 miljard euro extra per jaar nodig om de doelstellingen betreffende universeel basisonderwijs en evenwicht tussen de geslachten te bereiken.

Het rapport stelt zich verder ook vragen bij sommige aspecten van hulpprogramma's die enkel budgettaire steun verlenen aan die landen die goede plannen inzake armoedebestrijding en het streven naar Onderwijs voor Allen kunnen voorleggen. Nadeel van een dergelijke aanpak is dat ze landen met een stabiele politieke structuur en een traditie op het gebied van goede beleidsontwikkeling bevoordeelt, en andere landen waar de nood dikwijls het hoogst is, uitsluit. Het rapport vraagt dat de internationale gemeenschap meer aandacht zou besteden aan deze laatste categorie landen en hen prioritair hulp zou bieden.

Lerarentekort

Een andere factor die het realiseren van de doelstellingen van Dakar bemoeilijkt, is het dreigende globale lerarentekort. Zo staat te lezen in het rapport dat er zo'n 15 tot 35 miljoen extra leerkrachten nodig zijn om universeel basisonderwijs tegen 2015 te bereiken. 3 miljoen daarvan zijn vereist in Afrika ten zuiden van de Sahara. In die regio zijn er gemiddeld 40 leerlingen per beschikbare leerkracht, terwijl die ratio in andere regio's gemiddeld 25 is.

"Het Global Monitoring Report is een onmisbaar instrument voor de ganse Onderwijs voor Allen-beweging," zegt Koïchiro Matsuura, directeur-generaal van de UNESCO. "Het nauwgezet en accuraat opvolgen van de vooruitgang in het streven naar de doelstellingen van Onderwijs voor Allen moet de basis zijn van een verbeterd begrip en meer efficiënte acties. Door betrouwbare gegevens, rigoureuze analyse en overtuigende argumenten aan te bieden, is het rapport de beste stimulans om beter te doen."

Voor meer informatie over Onderwijs voor Allen kan u terecht in onze rubriek 'dossiers'. U kan eveneens onze on-line-informatiekit raadplegen op www.unesco-vlaanderen.be/efa/default.htm

"Education For All Global Monitoring Report: Is the World on Track?" is beschikbaar op http://www.unesco.org/education/efa/monitoring/monitoring_2002.shtml

]]>