UNESCO Platform Vlaanderen, rubriek "Nieuws"http://unesco-vlaanderen.be2014-10-31T13:44:29Het UNESCO Platform Vlaanderen legt zich in de eerste plaats toe op het zo breed mogelijk verspreiden van informatie over de activiteiten en programma’s van UNESCO. Dat doet ze onder meer via het driemaandelijks tijdschrift UNESCO info, door het uitgeven van brochures rond specifieke UNESCO-prioriteiten en door het runnen van een informatie- en documentatiecentrum waar mensen kunnen aankloppen met vragen die verband houden met UNESCO.http://unesco-vlaanderen.be/media/html/unesco_platform_vlaanderen_logo.pngUNESCO Platform Vlaanderen, rubriek "Nieuws"http://unesco-vlaanderen.benlZoniënwoud kandidaat Unesco werelderfgoedhttp://unesco-vlaanderen.be/2014/10/31/zoniënwoud-kandidaat-unesco-werelderfgoedFri, 31 Oct 2014 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2014/10/31/zoniënwoud-kandidaat-unesco-werelderfgoedOns land gaat onderzoeken of het Zoniënwoud in aanmerking komt voor een inschrijving op de Werelderfgoedlijst.

Zoniënwoud kandidaat Unesco werelderfgoedVlaanderen, Wallonië en Brussel willen het Zoniënwoud door Unesco laten erkennen als werelderfgoed. De drie gewestministers voor Leefmilieu en de drie gewestministers voor Erfgoed ondertekenden vandaag een intentieverklaring om de officiële kandidatuur van het Zoniënwoud voor te bereiden. Dat gezamenlijke engagement gaat enerzijds over de opname van de strengst beschermde delen van het Zoniënwoud op de lijst van de beukenwouden in Europa die Unesco nu al erkent. Anderzijds willen de gewesten onderzoeken hoe het Zoniënwoud als geheel erkend kan worden als Unesco-werelderfgoed.

Ongerept beukenwoud

Eerder erkende Unesco al andere ongerepte beukenwouden: in 2007 die in de Karpaten en in 2011 vijf Duitse beukenwouden. Het Werelderfgoedcomité vroeg toen ook om na te gaan hoe die serie nog verder uitgebreid kan worden tot een netwerk dat álle types van ongerepte beukenwouden in Europa omvat. Duitsland startte daarop een internationaal onderzoeksproject. Uit alle geïnventariseerde beukenwouden werd een shortlist samengesteld met 37 potentieel 'werelderfgoedwaardige' beukenwouden. Ook het Zoniënwoud kreeg een plek op die lijst. In januari 2016 moeten de definitieve nominatiedossiers ingediend worden bij Unesco. In 2017 wordt de definitieve uitspraak verwacht.

Werelderfgoed als geheel

In de intentieverklaring engageren de drie gewesten zich ook om te onderzoeken of het volledige Zoniënwoud erkend zou kunnen worden als werelderfgoed op basis van culturele en natuurlijke criteria. Dat studiewerk is gepland voor 2015 en 2016. In een eerste fase zullen de bijzondere landschappelijke en archeologische waarden en cultuurhistorische relicten van het hele woud geïnventariseerd worden.

Een tweede fase omvat het onderzoek van de eventuele 'uitzonderlijke universele waarde' op basis van een of meerdere culturele criteria, en de daarmee samenhangende vergelijkende analyse. In een derde fase wil men ten slotte nagaan of het Zoniënwoud nog voor andere internationale statuten in aanmerking kan komen. Daarna kan een officiële kandidatuur tot erkenning als werelderfgoed als geheel volgen.

Samenwerking tussen gewesten

De ondertekening van de intentieverklaring door de drie gewesten is een nieuwe stap in de intergewestelijke samenwerking rond het Zoniënwoud. In 2008 maakten de gewesten via een gezamenlijke Structuurvisie voor het Zoniënwoud afspraken om het beheer van het Zoniënwoud zoveel mogelijk af te stemmen. In 2012 werd een overlegstructuur opgezet waarin alle bestuursniveaus én het middenveld participeren. De samenwerking rond het Unesco-erkenningsdossier kan de afstemming van het beheer tussen de drie gewesten alleen maar versterken.

Minister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Buitenlands Beleid en Onroerend Erfgoed Geert Bourgeois: "Vanuit de Vlaamse regering steunen we de erkenning van het Zoniënwoud als natuurwerelderfgoed wegens zijn unieke mix aan cultuurhistorische waarden, een hoge ecologische waarde, en de hoge belevingswaarde voor een groot publiek. Daarnaast is het Zoniënwoud van groot belang als groene long voor Brussel en de Vlaamse rand. We hopen om in 2016 het dossier in te dienen zodat we kunnen aansluiten bij de reeds door Unesco erkende natuurlijke werelderfgoedsite "Ongerepte beukenwouden in Duitsland en de Karpaten"."

Joke Schauvliege, Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw: "Voor het eerst dienen de drie gewesten samen een dossier in bij Unesco. Het Zoniënwoud, de groene long van Brussel, verdient dan ook internationale waardering. Het woud heeft een unieke ecologische waarde en is tegelijk een echte trekpleister voor wie houdt van wandelen, fietsen, paardrijden of nordic walken. Ook vissers vinden vlot de weg naar de verschillende vijvers verspreid over 4500 hectaren. Bovendien zal deze dubbele erkenning voor het Zoniënwoud als ongerept beukenwoud en als werelderfgoed bijdragen tot een betere bescherming van dit unieke woud."

]]>
Armoedebestrijding moet de kern van ontwikkelingsdoelen vormenhttp://unesco-vlaanderen.be/2014/10/16/armoedebestrijding-moet-de-kern-van-ontwikkelingsdoelen-vormenThu, 16 Oct 2014 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2014/10/16/armoedebestrijding-moet-de-kern-van-ontwikkelingsdoelen-vormenUnesco vindt dat de nieuwe ontwikkelingsdoelen die volgend jaar worden vastgelegd, een pak ambitieuzer moeten zijn op het gebied van de strijd tegen armoede.

Armoedebestrijding moet de kern van ontwikkelingsdoelen vormenDe Millenniumontwikkelingsdoelen die de internationale gemeenschap zich in 2000 stelde, lopen volgend jaar af. Een van die doelstellingen was het halveren van de extreme armoedegraad. Een doelstelling die vijf jaar voor de deadline werd gerealiseerd. Maar daarmee is het probleem van armoede allesbehalve opgelost.

Unesco roept op om in 2015 een nieuw doel te stellen: ervoor zorgen dat armoede tegen 2030 de wereld uit is. De nieuwe doelen om de menselijke ontwikkeling te bevorderen moeten armoedebestrijding centraal stellen en streven naar een samenleving waarin economisch welzijn voor iedereen bereikbaar is. Die boodschap verkondigt Unesco directeur-generaal Irina Bokova naar aanleiding van de Internationale dag voor de uitroeiing van armoede (17 oktober).

Taken van Unesco

Unesco zet zich in om positieve sociale veranderingen te bevorderen teneinde de armoede terug te dringen. De Organisatie promoot kwaliteitsvol onderwijs en levenslang leren om vrouwen en mannen meer kansen te geven, om de gezondheid van moeders en kinderen te verbeteren en ten voordele van de algemene ontwikkeling van de samenleving. Unesco rekent op de ontwikkeling van de wetenschap voor het verbeteren van landbouwtechnieken, gezondheidszorg, voedselveiligheid en energievoorziening. De Organisatie zet zich in voor communicatie en vrije meningsuiting om gerechtigheid en goed bestuur aan te zwengelen. En Unesco beschermt en promoot cultureel erfgoed en diversiteit als motoren voor sociale inclusie en als bronnen voor werkgelegenheid en inkomen.

Uiteraard beseft Unesco dat ze het probleem van de armoede niet alleen de baas kan. Er zijn inspanningen nodig op politiek, economisch, sociaal en cultureel vlak. En alle regeringen en alle burgers moeten eensgezind aan hetzelfde zeel trekken in de strijd tegen armoede. "We hebben echte vooruitgang geboekt sinds 2000 maar we moeten veel meer doen om iedereen waardigheid en sociale rechtvaardigheid te bieden," besluit Bokova.


Meer over de inspanningen van Unesco voor armoedebestrijding en over de Internationale dag voor de uitroeiing van armoede.

]]>
Unesco Werelderfgoedconventie in gevaarhttp://unesco-vlaanderen.be/2014/10/9/unesco-werelderfgoedconventie-in-gevaarThu, 09 Oct 2014 01:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2014/10/9/unesco-werelderfgoedconventie-in-gevaarAanhoudend politiek geïnspireerde beslissingen doen de geloofwaardigheid van de Werelderfgoedconventie en het Werelderfgoedcomité geen goed.

Unesco Werelderfgoedconventie in gevaarNaar jaarlijkse gewoonte kwam het Unesco Werelderfgoedcomité begin deze zomer bijeen om zich te buigen over aanvragen voor erkenning als Werelderfgoed en over de conservering (state of conservation) van reeds ingeschreven Werelderfgoed.

De jaarlijkse vergadering van het Werelderfgoedcomité, een panel van 21 lidstaten verkozen voor een termijn van vier jaar, wordt aandachtig gevolgd door zowel de andere landen die de Werelderfgoedconventie hebben ondertekend als door vertegenwoordigers van tal van academische instellingen, internationale erfgoedverenigingen en ngo's. In totaal waren in Doha (Qatar) meer dan duizend geaccrediteerde deelnemers uit ongeveer honderd landen aanwezig. Ook de pers heeft gewoontegetrouw veel aandacht besteed aan het nieuw erkende Werelderfgoederen die tijdens deze bijeenkomst gepresenteerd worden en voor straffe uitspraken van het Werelderfgoedcomité wanneer het beheer van een bepaalde site in vraag wordt gesteld.

Is het Werelderfgoedcomité het spoor bijster?

Omdat het Werelderfgoedcomité in principe maar eenmaal per jaar vergadert, is de zomersessie de bijeenkomst bij uitstek voor wie met Werelderfgoed bezig is. Tenminste, dat was tot nu toe het geval, maar ingewijden lijken niet langer uit te kijken naar deze jaarlijkse hoogmis. De reden hiervoor is eenvoudig: de beslissingen van het Werelderfgoedcomité zijn minder en minder gebaseerd op een consequente toepassing van de basisprincipes van de Werelderfgoedconventie en op de Richtlijnen die de afgelopen 40 jaar ontwikkeld zijn om de Conventie uit te voeren. In de plaats daarvan heeft een 'ons-kent-ons'-mentaliteit ingang gevonden en lijkt een meerderheid van de leden van het Werelderfgoedcomité zich vooral in te spannen om andere landen zo weinig mogelijk voor het hoofd te stoten. In dat streven komt het Werelderfgoedcomité steeds vaker in conflict met de adviezen van de adviserende expertenorganisaties ICOMOS en IUCN, die bij alle inschrijvingen en conserveringsrapporten geconsulteerd worden.

Lees het volledige artikel Unesco Werelderfgoedconventie in gevaar


Dit artikel van de Vlaamse Unesco Commissie is verschenen in UNESCO info 93

]]>
Cultuur onder vuur in Antwerpenhttp://unesco-vlaanderen.be/2014/9/9/cultuur-onder-vuur-in-antwerpenTue, 09 Sep 2014 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2014/9/9/cultuur-onder-vuur-in-antwerpenBuitenexpo over hoe omgegaan wordt met cultureel erfgoed in conflictgebieden.

Cultuur onder vuur in AntwerpenOp 14 mei 2014 is het 60 jaar geleden dat meer dan 115 lidstaten van Unesco het Verdrag inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict tekenden in het Vredespaleis in Den Haag. Dit gebeurde naar aanleiding van de enorme verwoestingen van cultureel erfgoed tijdens de Tweede Wereldoorlog. De landen die het verdrag hebben bekrachtigd, beloven elkaars cultureel erfgoed te respecteren en te sparen, ook in tijden van gewapende conflicten.

In 2014 staan we stil bij het zestigjarig bestaan van deze zogenaamde Haagse Conventie die inmiddels door 126 landen is geratificeerd. Wereldwijd verwijzen duizenden blauwwitte schildjes op monumenten of gebouwen met belangrijke collecties (archieven, museale stukken, enz.) naar deze internationale afspraken. Toch is de betekenis van dit teken nauwelijks bekend bij het grote publiek. Dat is jammer, want de Haagse Conventie is vandaag de dag nog steeds het enige en daarmee belangrijkste internationale instrument voor de bescherming van cultureel erfgoed in oorlogstijd.

Om de zichtbaarheid en bekendheid van de Conventie te verhogen, hebben de Vlaamse en Nederlandse Unesco Commissies de handen in elkaar geslagen. Dat heeft geresulteerd in de buitenexpo Culture Under Attack. Aan de hand van foto's van actuele conflictengebieden - aangeleverd door journalisten, ngo's en tal van internationale organisaties - maar ook met afbeeldingen van de Eerste Wereldoorlog - aangeleverd door het Vlaams Agentschap Onroerend Erfgoed - wordt belicht hoe er wordt omgegaan met cultuureel erfgoed tijdens gewapende conflicten.

De expositie is vanaf 10 september tot en met 1 oktober 2014 te zien op de Bolivarplaats in Antwerpen. Nadien verhuist de expositie naar de Grote Markt in Antwerpen ter gelegenheid van het Brugweekend van 3 tot en met 5 oktober 2014.


]]>
Radio helpt verspreiding ebola tegenhoudenhttp://unesco-vlaanderen.be/2014/8/5/radio-helpt-verspreiding-ebola-tegenhoudenTue, 05 Aug 2014 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2014/8/5/radio-helpt-verspreiding-ebola-tegenhoudenEen door Unesco ondersteunde radiozender informeert de bevolking in Sierra Leone over de gevaren en de verspreiding van het ebolavirus.

Radio helpt verspreiding ebola tegenhoudenEen radiostation dat steun geniet van Unesco, helpt om de verspreiding van ebola in Sierra Leone te beperken. Radio Bintumani, de enige gemeenschapsradiozender in het Koinadugu district in Sierra Leone, kreeg recent hulp van Unesco om het zendbereik te vergroten en om meer uren per dag te kunnen uitzenden.

Koinadugu is het enige district in Sierra Leone waar nog geen gevallen van ebola bekend zijn. Nochtans grenst het district aan Guinee waar de huidige ebolacrisis is begonnen. De raad van het district richtte een taskforce op met medewerking van verschillende organisaties om de verspreiding van ebola in te perken. De radiozender speelde een belangrijke rol bij het informeren van de bevolking.

Tot voor kort had Radio Bintumani slechts een beperkt bereik. Dankzij steun vanuit het International Programme for the Development of Communication (IPDC) - waarmee Unesco lokale media in ontwikkelingslanden vooruithelpt - kwam er een extra generator en nieuwe zendapparatuur. Daardoor kan het station dagelijks langer in de ether en bereikt het nu ook het volledige district.

De huidige opstoot van ebola kwam voor het eerst aan het licht in maart 2014 in Guinee. Daarna doken besmettingen met het ebolavirus op in Liberia en Sierra Leone. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) waren er tegen eind juli 2014 1440 besmettingen en 826 doden bekend. De uitbraak is bijzonder zorgwekkend omdat het gaat om de meest dodelijke van de vijf bekende varianten van het virus: het Ebola Zaïre virus dat tot 9 op 10 besmette mensen doodt. De sterftegraad bij de huidige uitbraak ligt rond de 60 procent.

De uitbraak maakt zoveel slachtoffers omwille van gebrekkige gezondheidsinfrastructuur, angst en wantrouwen onder de bevolking, het verkeerd gebruik van beschermende kledij en onveilige begrafenissen. De meeste besmettingen zijn het gevolg van rechtstreeks contact tussen mensen.


]]>
Unesco: Houd scholen buiten het conflicthttp://unesco-vlaanderen.be/2014/8/4/unesco-houd-scholen-buiten-het-conflictMon, 04 Aug 2014 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2014/8/4/unesco-houd-scholen-buiten-het-conflictUnesco herhaalt oproep om de onschendbaarheid van scholen te respecteren en bereidt herstelplan voor.

Unesco: Houd scholen buiten het conflictDe Verenigde Naties lanceerden een oproep om fondsen in te zamelen om te beantwoorden aan de dringende humanitaire noden in Gaza. Dat gebeurde in Ramallah op 1 augustus 2014. Sinds het uitbreken van de zoveelste oorlog tussen Palestina en Israël bevinden onderwijsinstellingen en scholen zich in de vuurlinie van het conflict. Veel burgers van Gaza zoeken er een schuilplaats in de hoop er veilig te zullen zijn. Scholen die dienst doen als schuiloord zijn echter overbevolkt en de levensomstandigheden laten er te wensen over. Zeker zeven VN-scholen die opvang bieden aan mensen, zijn reeds getroffen door beschietingen. Het resulteerde in talrijke gedode en gewonde burgers. In het totaal zijn al minstens 137 scholen beschadigd sinds de nieuwe golf van geweld opstak.

"De scholen in Gaza zijn het symbool geworden van de humanitaire tragedie die er zich afspeelt. De bescherming van scholen kan niet wachten. Het is essentieel om de burgers te beschermen. En het is een voorwaarde om het onderwijs terug op gang te kunnen brengen van zodra de toestand dat toelaat," aldus Irina Bokova, directeur-generaal van Unesco.

Unesco maakt zich op om de scholen in Gaza zo snel mogelijk weer veilig te maken eens de toestand op het terrein dat mogelijk maakt. De Organisatie kan steunen op haar ruime ervaring met het verzorgen van onderwijsdiensten in noodsituaties. Er zal ook psychologische steun worden geboden aan leerlingen en leerkrachten om te helpen bij de verwerking van wat ze hebben meegemaakt terwijl de strijdende partijen hun veiligheid en welzijn bleven negeren.

"Het is van cruciaal belang dat leerlingen en leerkrachten zich veilig voelen op school. Zo niet is het onmogelijk om les te geven en te leren. Het voortzetten van onderwijs is essentieel om het geweld in te perken en de verdere escalatie van de crisis te voorkomen," zegt Bokova. "Scholen vrijwaren van militair gebruik is evenzeer van belang. Ik herhaal mijn oproep aan alle strijdende partijen om zich daaraan te houden."

Er bevinden zich naar schatting een half miljoen studenten en zo'n 25 000 leerkrachten en ander schoolpersoneel in Gaza. Uit de oproep van de Verenigde Naties blijkt dat er 11 miljoen dollar nodig is voor de bescherming van het kwetsbare onderwijssysteem. Ik vraag donoren om gevolg te geven aan deze oproep aangezien de ondersteuning van onderwijsprogramma's van groot belang is voor de toekomst van de regio," zegt Bokova.

]]>
Scholen aanvallen is ernstige schending van het internationaal rechthttp://unesco-vlaanderen.be/2014/7/31/scholen-aanvallen-is-ernstige-schending-van-het-internationaal-rechtThu, 31 Jul 2014 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2014/7/31/scholen-aanvallen-is-ernstige-schending-van-het-internationaal-rechtScholen moeten veilige en onschendbare plekken zijn, ook - of vooral - tijdens conflicten. Jammer genoeg valt het pleidooi van Uneso in dovemansoren.

Het conflict tussen Israël en Palestina woedt in alle hevigheid. Een zoveelste schokkend dieptepunt was de beschieting met artilleriegranaten van een meisjesschool in het Jabiliya-vluchtelingenkamp die dienst deed als toevluchtsoord voor Palestijnen op zoek naar enige vorm van veiligheid. Deze gruwel vond plaats op 30 juli en kostte het leven aan minstens vijftien mensen, onder wie veel kinderen.

Scholen aanvallen is ernstige schending van het internationaal recht

De Verenigde Naties reageren woest. "Kinderen doden in hun slaap is een bron van universele schaamte. Dit is een ernstige schending van het internationaal recht," zegt Pierre Krähenbühl, commissaris-generaal van het VN-agentschap voor Hulp aan de Palestijnse Vluchtelingen in het Nabije Oosten (UNRWA).

Jammer genoeg kwam de aanval niet als een complete verrassing: scholen worden steeds vaker een doelwit tijdens conflicten. Het is een schending van het recht op onderwijs die Unesco al langer aanklaagt. Precies een week voor de schandalige aanval van 30 juli, riep Unesco directeur-generaal Irina Bokova de strijdende partijen nog op om het recht op onderwijs te respecteren en om scholen te ontzien.

"Ik roep op tot de bescherming van scholen in alle omstandigheden, in het bijzonder bij conflicten. Alle partijen moeten scholen respecteren als veilige plekken voor leren en onderwijzen," zo klonk het op 23 juli uit de mond van Irina Bokova. Ze riep alle partijen op om het burgerlijke karakter van scholen en onderwijsinstellingen te respecteren - met inbegrip van de onschendbaarheid van scholen.

Wereldwijd vormen conflicten het grootste obstakel voor onderwijs. Meer dan de helft van de kinderen die geen school lopen, woont in een conflictgebied of een land waar spanningen hoog oplopen. Dit komt neer op 28 miljoen meisjes en jongens.

"Als onderwijsinstellingen worden aangevallen, is de veiligheid van leerlingen en leerkrachten in gevaar. Als onderwijsdiensten worden verstoord als gevolg van geweld, komt de toekomst van hele generaties in het gedrang. Het is onaanvaardbaar dat studenten en docenten moeten leven met de angst voor een aanval op hun school," aldus Bokova.

Als lid van de Global Coalition to Protect Education From Attack levert Unesco inspanningen voor de bescherming van scholen en het garanderen van het recht op onderwijs in landen die getroffen worden door geweld en conflicten, zoals in Zuid-Soedan en Afghanistan.


]]>
Duitsland lanceert internationaal Unesco-centrum rond duurzaam waterbeheerhttp://unesco-vlaanderen.be/2014/7/10/duitsland-lanceert-internationaal-unesco-centrum-rond-duurzaam-waterbeheerThu, 10 Jul 2014 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2014/7/10/duitsland-lanceert-internationaal-unesco-centrum-rond-duurzaam-waterbeheerUnesco en Duitsland richten een nieuw centrum op om duurzaam waterbeheer te promoten en om de gevolgen van klimaatverandering in te dijken.

Duitsland lanceert internationaal Unesco-centrum rond duurzaam waterbeheerUnesco en de Duitse regering hebben op 9 juli 2014 in Berlijn een overeenkomst ondertekend voor de oprichting van een internationaal centrum voor water en globale veranderingen. Het centrum zal samenwerken met lidstaten en wetenschappelijke instellingen om onderzoek te voeren naar de impact van klimaatverandering op waterbronnen en naar nieuwe methoden voor waterbeheer die duurzaamheid ten goede komen. Het wordt gevestigd in Koblenz.

Talrijke uitdagingen

Water is van levensbelang en toch staat deze hulpbron onder steeds meer druk. Regeringen maken zich zorgen over conflicten over water naarmate het schaarser wordt, vervuiling bedreigt ecosystemen en vervuild water heeft gevolgen voor de volksgezondheid en ook onze voedsel- en energievoorziening zijn afhankelijk van de beschikbaarheid van (zuiver) water. Problemen met watervoorziening belemmeren inspanningen voor het verlichten van armoede en voor het bevorderen van economisch herstel.

In principe is er voldoende water beschikbaar om aan de totale vraag naar water te voldoen. Maar tijdelijke en regionale schommelingen in de beschikbaarheid van water bezorgen de meer dan 2 miljard mensen die in  gebieden met waterschaarste wonen, flink wat problemen. Naast natuurlijke factoren die van invloed zijn op de watervoorziening, zijn het vooral menselijke activiteiten die de waterbronnen van onze planeet onder druk zetten. Verstedelijking, infrastructuurwerken, migratie, herbestemming van openbare ruimte en vervuiling zorgen er samen met klimaatverandering voor dat de toekomst van onze watervoorziening steeds minder roze kleurt.

Internationale samenwerking

Geen enkel land of instelling kan de waterproblematiek alleen oplossen. Het Internationaal Hydrologisch Programma van Unesco (IHP) is het enige intergouvernementele programma dat zich binnen de Verenigde Naties bezighoudt met het beheer en de beschikbaarheid van zoetwater. Het programma versterkt de samenwerking en netwerking tussen lidstaten van Unesco, universiteiten, onderzoeksinstellingen, VN-agentschappen, ngo's en nationale & internationale organisaties. Het centrum in Duitsland wordt het jongste lid van Unesco's waterfamilie die meer dan 30 watercentra telt.

Het Duitse centrum zal zich toespitsen op duurzame ontwikkeling en het geïntegreerd beheer van waterbronnen. Daartoe zal het zich concentreren op hydrologisch onderzoek, educatie en bewustwording op alle niveaus. Het zal instrumenten ontwikkelen die het werk van beleidsmakers en vorsers vooruit helpen, zal onderlinge samenwerking en netwerking tussen watercentra stimuleren en zal landen bijstaan bij het oplossen van concrete waterproblemen op het terrein. Zo hopen de initiatiefnemers dat holistische en geïntegreerde activiteiten meer ingang zullen vinden bij al wie betrokken is bij waterbeheer zodat samenlevingen overal ter wereld een meer duurzaam karakter krijgen.


]]>
Wat met het onderwatererfgoed van de Tweede Wereldoorlog?http://unesco-vlaanderen.be/2014/7/3/wat-met-het-onderwatererfgoed-van-de-tweede-wereldoorlogThu, 03 Jul 2014 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2014/7/3/wat-met-het-onderwatererfgoed-van-de-tweede-wereldoorlogDeelnemers Unesco-conferentie willen snellere en betere bescherming voor het gezonken erfgoed van Wereldoorlog II.

Wat met het onderwatererfgoed van de Tweede Wereldoorlog?Unesco organiseerde een internationale wetenschappelijk conferentie over het cultureel onderwatererfgoed van de Eerste Wereldoorlog op 26 en 27 juni 2014 in Brugge. Aan het slot van de bijeenkomst namen de deelnemers een motie aan om het onderwatererfgoed van de Tweede Wereldoorlog niet te vergeten.

Uit de besprekingen tijdens de conferentie bleek dat het onderwatererfgoed van de Eerste Wereldoorlog grotendeels vergeten is. In vergelijking met andere aspecten van dit mondiale conflict wordt er relatief weinig onderzoek naar gevoerd. Van veel gezonken schepen is daardoor de locatie zelfs niet bekend. Wat het moeilijk maakt om toe te zien op de bescherming ervan. En dat terwijl het gezonken erfgoed van de Eerste Wereldoorlog een unieke blik biedt op het verloop van het conflict en van het menselijk lijden dat eruit voortvloeide. Bovendien staat onderwatererfgoed bloot aan verschillende door de natuur en de mens veroorzaakte bedreigingen zoals corrosie, schade door sleepnetten, plunderingen en de recuperatie van metalen.

Om het cultureel onderwatererfgoed dezelfde bescherming te bieden als het erfgoed aan land, nam de Algemene Conferentie van Unesco in 2001 de Conventie voor de Bescherming van het Cultureel Onderwatererfgoed aan. Sporen van menselijk bestaan, hetzij gezonken schepen, vliegtuigen of door de zee opgeslokte steden, vallen onder de bescherming van deze Conventie als ze gedurende honderd jaar volledig of gedeeltelijk onder water liggen. Dit betekent dat het onderwatererfgoed van Wereldoorlog I vanaf dit jaar geleidelijk aan onder de bescherming van deze Conventie valt.

Gezien het belang van onderwatererfgoed en de bedreigingen waaronder het te lijden heeft, namen de deelnemers van de wetenschappelijke conferentie in Brugge een motie aan om niet te wachten tot de honderdste verjaardag van de Tweede Wereldoorlog om iets te doen aan de bescherming en de bekendmaking van het onderwatererfgoed dat voortkwam uit deze oorlog.

De deelnemers drukken hun bezorgdheid uit over de integriteit van het cultureel onderwatererfgoed van de Tweede Wereldoorlog. Ze wijzen erop dat dit erfgoed "niet minder kwetsbaar is dan het onderwatererfgoed van de Eerste Wereldoorlog" en roepen alle landen op om inspanningen te doen voor het inventariseren en ontsluiten van het onderwater van de Tweede Wereldoorlog.


]]>
Congres over onderwatererfgoed Wereldoorlog I richt steven naar de toekomsthttp://unesco-vlaanderen.be/2014/7/2/congres-over-onderwatererfgoed-wereldoorlog-i-richt-steven-naar-de-toekomstWed, 02 Jul 2014 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2014/7/2/congres-over-onderwatererfgoed-wereldoorlog-i-richt-steven-naar-de-toekomstOm het onderwatererfgoed van de Eerste Wereldoorlog het respect en de bescherming te geven die het verdient, moeten we inzetten op sensibilisering en samenwerking.

Congres over onderwatererfgoed Wereldoorlog I richt steven naar de toekomstUnesco hield een wetenschappelijk congres over het onderwatererfgoed van de Eerste Wereldoorlog in Brugge op 26 en 27 juni 2014 in het Provinciaal Hof. De eerste dag stond in het teken van de toestand van het gezonken erfgoed en van het belang van sites met scheepswrakken. Er is gesproken over aspecten zoals historisch en archeologisch onderzoek, wettelijke bescherming, nieuwe methodologieën voor de bescherming van grote metalen structuren onder water en de toepassing van nieuwe technologieën om erfgoed onder water te ontsluiten.

Op de tweede dag van de conferentie overlegden de deelnemers over wat er moet gebeuren om het cultureel onderwatererfgoed van de Eerste Wereldoorlog beter te beschermen. Dit resulteerde in een reeks aanbevelingen die de leidraad zullen vormen voor de toekomstige inspanningen van Unesco ter bevordering van het bewustzijn en de bescherming van cultureel onderwatererfgoed.

Een tipje van de sluier

De deelnemers aan het internationaal congres in Brugge formuleerden aanbevelingen rond de wettelijke en operationele bescherming van onderwatererfgoed, het in kaart brengen van het onderwatererfgoed, het toegankelijk en bekend maken van onderwatererfgoed en de financiering van projecten ter bescherming of bekendmaking van onderwatererfgoed. Daarbij valt op dat twee sleutelbegrippen terugkomen: sensibilisering en samenwerking.

Het onderwatererfgoed van de Eerste Wereldoorlog is te weinig bekend bij het grote publiek maar ook onder wetenschappers. Daarom zouden er meer activiteiten moeten komen die het onderwatererfgoed dichter bij de mensen brengen door bijvoorbeeld het delen van de menselijke verhalen achter de scheepswrakken en door het zichtbaar en toegankelijk maken van sites met scheepswrakken door middel van virtual reality en andere technologieën. Wetenschappers moeten op hun beurt meer inzetten op multidisciplinair onderzoek, gebruik maken van beschikbare budgetten voor erfgoedprojecten om onderwatererfgoed onder de aandacht te brengen en onderzoeken hoe andere cultuurconventies van Unesco kunnen bijdragen tot een betere bescherming van het gezonken erfgoed. Het zijn slechts enkele voorbeelden van de gedane voorstellen. Binnenkort kan je er meer over lezen in een nieuwe uitgave van het Unesco Platform Vlaanderen.


]]>
Wat kunnen we leren van het onderwatergoed van de Eerste Wereldoorlog?http://unesco-vlaanderen.be/2014/6/27/wat-kunnen-we-leren-van-het-onderwatergoed-van-de-eerste-wereldoorlogFri, 27 Jun 2014 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2014/6/27/wat-kunnen-we-leren-van-het-onderwatergoed-van-de-eerste-wereldoorlogInternationaal wetenschappelijk congres in Brugge beklemtoont de waarde van gezonken erfgoed van Wereldoorlog I en vraagt meer respect voor zeemansgraven.

Wat kunnen we leren van het onderwatergoed van de Eerste Wereldoorlog?Unesco houdt op 26 en 27 juni 2014 een internationaal congres over het onderwatererfgoed van de Eerste Wereldoorlog in het Provinciaal Hof in Brugge. De eerste dag stond in het teken van de toestand en het belang van sites met scheepswrakken.

Mensen associëren de Eerste Wereldoorlog in de eerste plaats met loopgraven en de uitstekend onderhouden militaire begraafplaatsen en herdenkingsmonumenten in de Westhoek. Aan de slachtoffers die de oorlog op zee maakte, wordt veel minder aandacht besteed. En dat is een algemene vaststelling: ook het wetenschappelijk onderzoek naar het onderwatererfgoed is veel minder vergevorderd dan dat naar andere aspecten van Wereldoorlog I. Niet verwonderlijk dus dat Khalil Karam, voorzitter van de algemene vergadering van lidstaten van de Unesco-conventie voor de Bescherming van Cultureel Onderwatererfgoed, bij zijn inleiding van de conferentie van wal stak met deze vaststelling die meteen het belang van de conferentie onderstreepte.

Van afval tot erfgoed

Het beschouwen van scheepswrakken en gezonken vliegtuigen als onderwatererfgoed is een relatief recente evolutie. Voordien werden wrakken beschouwd als afval op de zeebodem. Voor de schepen die tot zinken werden gebracht tijdens de Eerste Wereldoorlog, is dit bijzonder te betreuren. We moeten er ons immers van bewust zijn dat veel van die scheepswrakken ook de laatste rustplaats zijn van de mensen die met het schip vergingen. En hopelijk zal niemand tegenspreken dat begraafplaatsen van de gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog het verdienen om met respect behandeld te worden.

Het erfgoed van de Eerste Wereldoorlog dat onder water ligt, staat bloot aan verschillende bedreigingen. Zeewater is een uitstekende omgeving om corrosie vrij spel te geven, wat nefast is voor de metalen structuren van de gezonken schepen. Ook sleepnetten van de visserij brengen beschadigingen toe aan scheepswrakken. En dan is er nog de mens: duikers durven al eens een 'souvenir' van een wrak mee naar de oppervlakte brengen en commerciële bedrijven schrikken er niet voor terug om de vracht van gezonken schepen boven te halen of om kostbare metalen van de scheepswrakken te recupereren. Dit laatste wordt mee in de hand gewerkt doordat er relatief weinig bekend is over het onderwatererfgoed van de Eerste Wereldoorlog. Experts schatten dat er zo'n 10 000 schepen op de zeebodem liggen waarvan de locatie niet bekend is.

Bescherming van de Unesco-conventie

Om onder de bescherming van bovenvermelde Unesco-conventie te vallen, moeten scheepswrakken en ander onderwatererfgoed zoals vliegtuigen of ondergelopen steden, minstens 100 jaar volledig of gedeeltelijk onder water liggen. Het is dus pas vanaf dit jaar dat het onderwatererfgoed van de Eerste Wereldoorlog geleidelijk aan van de bescherming van de Conventie kan genieten. Onderwatererfgoed van de landen die zich aansloten bij de Conventie wordt bij voorkeur in situ bewaard, dat betekent dat er niets naar boven wordt gebracht tenzij daar dwingende redenen voor zijn. Bovendien is het verboden om dergelijke sites commercieel uit te baten, evenals om ze te verstoren door de lading of metalen te recupereren.

Niets in de Conventie belet echter om internationale afspraken te maken voor een versterkte of versnelde bescherming van het onderwatererfgoed van de Eerste (en Tweede) Wereldoorlog. In zijn bijdrage over de toestand van het cultureel onderwatererfgoed van de Eerste Wereldoorlog, riep Michel L'Hour van het Franse Département des recherches archéologiques subaquatiques et sous-marines dan ook op om internationale afspraken te maken rond een betere bescherming van het cultureel onderwatererfgoed van de Eerste én de Tweede Wereldoorlog. Omwille van het belang ervan, uit respect voor de gesneuvelden en om de impact van de vele bedreigingen ervoor te beperken.

G Wat kunnen we leren van het onderwatergoed van de Eerste Wereldoorlog?

Kleine verhalen uit de Groote Oorlog

Het grote verschil tussen de bekende militaire begraafplaatsen van de Westhoek en sites met onderwatererfgoed is dat deze laatste in principe onverstoord bleven en een rechtstreekse getuige zijn van de Eerste Wereldoorlog. Bovendien maken de verhalen van hoe de schepen vergingen, de gevolgen van oorlog tastbaar. Het zijn verhalen van het lijden van individuen, verhalen die niet aan bod komen in de algemene beschrijving van de geschiedenis van Wereldoorlog I. Door het verhaal te vertellen van hoe een schip en zijn bemanning ten onder ging aan de oorlog, wordt de confrontatie met de gruwelijke gevolgen van oorlog een stuk persoonlijker. In die zin draagt dit onderwatererfgoed een waarschuwing voor de gevolgen van gewelddadige conflicten en een vredesboodschap uit. Dit gegeven is volgens James Delgado van de Amerikaanse Nationale Oceanic and Athmospheric Administration (NOAA) de reden waarom die organisatie zich inzet voor de inventarisering en de bescherming van cultureel onderwatererfgoed.

De eerste dag van de conferentie maakte dus duidelijk wat er op het spel staat en waarom Unesco de honderdste verjaardag van de Eerste Wereldoorlog aangrijpt om meer bewustzijn te creëren, bij zowel wetenschappers, beleidsmakers en het grote publiek, voor het belang van cultureel onderwatererfgoed en de bescherming ervan. Het congres is een belangrijke stap naar de defragmentatie van het wetenschappelijk onderzoek naar cultureel onderwatererfgoed en naar meer internationale samenwerking en netwerking rond dit onderwerp.

Aanbevelingen

Op de tweede dag van de conferentie zullen de deelnemers van gedachten wisselen over wat er moet gebeuren om het cultureel onderwatererfgoed van de Eerste Wereldoorlog beter te beschermen. Dit zal uitmonden in een reeks aanbevelingen die de leidraad zullen vormen voor de toekomstige inspanningen van Unesco ter bevordering van het bewustzijn en de bescherming van cultureel onderwatererfgoed.

Het internationaal wetenschappelijk congres over het onderwatererfgoed van de Eerste Wereldoorlog kan plaatsvinden dankzij steun van de Vlaamse overheid. Ook de provincie West-Vlaanderen en de stad Brugge zetten de schouders onder dit evenement.


]]>
Unesco brengt lichtspektakel naar Bruggehttp://unesco-vlaanderen.be/2014/6/23/unesco-brengt-lichtspektakel-naar-bruggeMon, 23 Jun 2014 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2014/6/23/unesco-brengt-lichtspektakel-naar-bruggeEen lichtshow brengt het onderwatererfgoed van de Eerste Wereldoorlog naar boven op de Burg.

Unesco brengt lichtspektakel naar Brugge

De Burg, het bekende plein in Brugge, is vrijdagavond 27 juni 2014 het canvas waarop Clément Briend met licht zal schilderen. Op vraag van Unesco brengt de Franse kunstenaar het onderwatererfgoed van de Eerste Wereldoorlog aan de oppervlakte door middel van een lichtshow. Het spektakel start om 21u45.

Het evenement is een onderdeel van een Unesco-project dat aandacht vraagt voor de bescherming van onderwatererfgoed en voor herinneringseducatie over de Eerste Wereldoorlog. Dit project geniet steun van de Vlaamse Regering.

In het kader van bovenvermeld project organiseert Unesco van 26 tot 28 juni een internationaal wetenschappelijk congres in Brugge over de vraag hoe het gesteld is met het onderwatererfgoed van de Eerste Wereldoorlog en wat er moet gebeuren om het voor de toekomst te vrijwaren.

Op zaterdag 28 juni volgen wereldwijde initiatieven om het bewustzijn omtrent onderwatererfgoed te vergroten, zoals een duikdag en een herdenkingsmoment voor de scheepvaart.


]]>
Maritieme herdenking van Wereldoorlog Ihttp://unesco-vlaanderen.be/2014/6/20/maritieme-herdenking-van-wereldoorlog-iFri, 20 Jun 2014 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2014/6/20/maritieme-herdenking-van-wereldoorlog-iUnesco roept alle vaartuigen van de wereld op om op 28 juni eer te betuigen aan de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog.

Maritieme herdenking van Wereldoorlog ITer gelegenheid van de honderdste verjaardag van de Eerste Wereldoorlog en om het bedreigd onderwatererfgoed onder de aandacht te brengen, roept Unesco alle vaartuigen op om op zaterdag 28 juni 2014 hun nationale en scheepsvlaggen halfstok te hangen ter herdenking van de oorlog. Schepen die in de haven liggen, wordt gevraagd om een geluidssignaal te laten weerklinken om 19u. Deze symbolische acties vormen een oproep voor vrede, een herdenking van de gesneuvelden en een appel voor een betere bescherming van het erfgoed dat zich onder water bevindt.

De Internationale Maritieme Organisatie (IMO) steunt de oproep van Unesco en verspreidde een rondzendbrief die uitlegt hoe schepen veilig kunnen deelnemen aan deze herdenking. De IMO is een gespecialiseerd agentschap van de Verenigde Naties dat toeziet op de veiligheid van de scheepvaart.

De herdenking valt samen met een wetenschappelijk congres over het onderwatererfgoed van de Eerste Wereldoorlog dat Unesco met steun van de Vlaamse Regering organiseert in Brugge van 26 tot 28 juni en met een internationale duikdag die mensen aanspoort om op 28 juni op een verantwoorde manier te duiken naar het onderwatererfgoed dat een getuige is van Wereldoorlog I.


]]>
Duiken voor vredehttp://unesco-vlaanderen.be/2014/6/19/duiken-voor-vredeThu, 19 Jun 2014 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2014/6/19/duiken-voor-vredeUnesco lanceert een wereldwijde oproep om op 28 juni te duiken naar onderwatererfgoed van de Eerste Wereldoorlog.

Duiken voor vredeDe lidstaten van de Unesco Conventie voor de Bescherming van Cultureel Onderwatererfgoed roepen duikers, individueel of in clubverband, op om de honderdste verjaardag van de Eerste Wereldoorlog aan te grijpen om het onderwatererfgoed uit die periode in de kijker te plaatsen. Dat kunnen ze doen door ernaar te duiken op zaterdag 28 juni 2014.

Erfgoedsites en hun artefacten bieden ons een unieke blik op ons verleden. Het onderwatererfgoed van de Eerste Wereldoorlog herinnert ons aan de tragedies die dit internationale conflict veroorzaakte en aan de noodzaak om te blijven bouwen aan vrede. Veel van de sites worden bedreigd, onder meer door corrosie maar ook door duikers op zoek naar een souvenir of door bedrijven die metalen recupereren uit scheepswrakken. Het initiatief om te duiken naar dit erfgoed vraagt aandacht voor deze problematiek.

Uiteraad wordt verwacht dat duikers zich aan een aantal afspraken houden, in overeenstemming met de principes van de Unesco Conventie voor de Bescherming van Cultureel Onderwatererfgoed. De nadruk ligt op het respectvol benaderen van de sites omwille van hun aard als erfgoedsite maar eveneens als begraafplaats. In geen geval mogen duikers souvenirs mee naar boven brengen. Wel worden ze aangemoedigd om foto's en video's van hun duiken online te publiceren zodat de rest van de wereld het onderwatererfgoed met eigen ogen kan aanschouwen.

De Vlaamse Regering steunt het programma van Unesco dat aandacht vraagt voor het onderwatererfgoed van de Eerste Wereldoorlog. Zo maakt de overheid het onder meer mogelijk voor Unesco om een internationale wetenschappelijke conferentie te organiseren over hoe meer bewustzijn omtrent onderwatererfgoed kan gecreëerd worden en op welke manier we dit erfgoed het best kunnen beschermen. Een en ander vindt plaats in het Provinciaal Hof in Brugge van 26 tot 28 juni 2014.


]]>
Wetenschappelijk congres over onderwatererfgoed van Wereldoorlog Ihttp://unesco-vlaanderen.be/2014/6/18/wetenschappelijk-congres-over-onderwatererfgoed-van-wereldoorlog-iWed, 18 Jun 2014 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2014/6/18/wetenschappelijk-congres-over-onderwatererfgoed-van-wereldoorlog-iEen internationaal congres buigt zich in Brugge over de vraag hoe het onderwatererfgoed van de Eerste Wereldoorlog het best kan worden bewaard en onderzocht.

Wetenschappelijk congres over onderwatererfgoed van Wereldoorlog IUnesco organiseert een wetenschappelijk congres over het onderwatererfgoed van de Eerste Wereldoorlog van 26 tot 28 juni 2014 in het Provinciaal Hof in Brugge. Dit evenement kan plaatsvinden dankzij de steun van de Vlaamse regering. Er worden wetenschappers, academici en vertegenwoordigers van relevante ngo's verwacht van over de hele wereld. Ze zullen de maritieme geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog, de huidige toestand van het onderwatererfgoed en de bedreigingen ervan bespreken.

Dat Unesco de honderste verjaardag van de Eerste Wereldoorlog aangrijpt om het onderwatererfgoed op de voorgrond te plaatsen, is niet toevallig. Scheepswrakken en archeologisch erfgoed dat gedurende honderd jaar onder water ligt, vallen immers onder de bescherming van de Conventie voor de Bescherming van het Cultureel Onderwatererfgoed die in 2001 door de Algemene Conferentie van Unesco is aangenomen. België trad in 2013 toe tot het verdrag.

Het wetenschappelijk congres zal verschillende aspecten van het onderwatererfgoed van de Eerste Wereldoorlog behandelen: historisch en archeologisch onderzoek, wettelijke bescherming en nieuwe methodologieën voor de bescherming van grote metalen structuren onder water. Op die manier willen de organisatoren bijdragen tot de defragmentatie van het wetenschappelijk onderzoek naar onderwatererfgoed en tot de versterking van de wetenschappelijke netwerking daaromtrent.

Het eerste luik van het congres spitst zich toe op de wetenschappelijke waarde van sites met scheepswrakken en wat ze ons kunnen leren over de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog. Tijdens het tweede deel van de bijeenkomst zullen de deelnemers van gedachten wisselen over nieuwe oplossingen en mogelijke maatregelen om te helpen bij de bewaring en de bescherming van het onderwatererfgoed van de Eerste Wereldoorlog dat te lijden heeft onder natuurlijke en door de mens veroorzaakte vernielingen tengevolge van sleepnetten, plunderingen en industriële recuperatie van oud metaal.


]]>
Cultureel erfgoed onder vuur: 60 jaar Verdrag van Den Haaghttp://unesco-vlaanderen.be/2014/5/14/cultureel-erfgoed-onder-vuur-60-jaar-verdrag-van-den-haagWed, 14 May 2014 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2014/5/14/cultureel-erfgoed-onder-vuur-60-jaar-verdrag-van-den-haagBij de opening van een fototentoonstelling debatteren jongeren en experts over de bescherming van erfgoed in conflictgebieden.

Het opblazen van de brug van Mostar tijdens de oorlog in ex-Joegoeslavië, het doen ontploffen van de Bamiyan Boeddha's in Afghanistan door de Taliban, de continue golf van vernieling van Syriës erfgoed in de huidige burgeroorlog, ... de voorbeelden van cultureel erfgoed onder vuur zijn - jammer genoeg - legio. Nochtans werd er 60 jaar geleden (1954) een verdrag tussen Unesco-lidstaten onderhandeld in Den Haag. Dit moest zulke vernielingen helpen voorkomen en draagt daarom als naam 'het Verdrag inzake Bescherming van Culturele Goederen in geval van een Gewapend Conflict'.

Cultureel erfgoed onder vuur: 60 jaar Verdrag van Den Haag

Kaboel, Afghanistan 2011. Foto: Majid Saeedi

Een korte geschiedenis

Het in 1954 afgesloten Verdrag van Den Haag is niet het de eerste internationale verbintenis dat tot doel heeft cultureel erfgoed te beschermen. In 1899 en 1907 werden al enkele eerste stappen gezet tijdens de toenmalige Haagse Vredesconferenties. Vervolgens werd in 1935 het zogenaamde Roerich-Pact ondertekend. Het mocht echter niet baten, getuige de vernielingen tijdens WOII. Om deze reden werd er hard verder gewerkt aan een nieuw, comprehensief Verdrag. Op 14 mei 1954 resulteerde dit proces in het Verdrag inzake Bescherming van Culturele Goederen in geval van een Gewapend Conflict. Dit Charter gaat uit van de noodzaak van bescherming van culturele goederen vanuit de overtuiging dat vernieling hiervan een verlies inhoudt voor de hele mensheid (preambule). Culturele goederen verwijzen hier niet enkel naar historische bouwwerken, maar naar alle roerende of onroerende goederen die van groot belang zijn voor het culturele patrimonium van alle volken (Art. 1). Bijkomend werd in 1954 een eerste Protocol toegevoegd omtrent het verbod op illegale export van cultuurgoederen en de teruggave van illegaal geëxporteerde goederen. In 1999 volgde een Tweede Protocol dat een speciaal comité voor het Verdrag oprichtte en enkele concepten verduidelijkte.

Verdeeld succes

Dat het Verdrag geen onomstotelijk succesverhaal is, hebben de afgelopen 60 jaar bewezen. In 2001, bliezen de Taliban de Boeddha's van Bamiyan op omdat deze immense standbeelden uit de 6de eeuw symbool stonden voor verafgoding. Hoewel Amerikaanse troepen in april 2003 gestationeerd waren voor het Nationaal Museum van Irak, werd de inhoud genadeloos geplunderd. In Timbuktu werd in 2013 onherstelbare schade aan cultureel erfgoed toegebracht door rebellen. Maar liefst 14 mausoleums zouden volledig vernield zijn, alsook delen van de Djingareyber Moskee die gebouwd werd rond 1327. Volgens Annette Schmidt, curator van het Rijksmuseum Volkenkunde, werd Timbuktu juist getroffen omwille van zijn status als cultureel erfgoed: zo werd internationale reactie verzekerd.

Het zou niet juist zijn om enkel op het niet naleven van het Verdrag in te gaan. De invoering van het Blauwe Schild als embleem voor beschermd cultureel erfgoed - dat dient toegekend te worden door de nationale overheden - heeft vele andere sites kunnen behoeden voor erger. Zo werden er naast de 15000 geplunderde objecten uit het Iraaks Nationaal Museum, 8366 waardevolle voorwerpen tijdig in veiligheid gebracht. Tot slot was het Verdrag in enkele lidstaten, waaronder Nederland, de aanzet tot de oprichting van speciale comités ter bescherming van cultureel erfgoed binnen het leger of politie.

Het Verdrag doorgelicht

Naar aanleiding van de 60-jarige herdenking van het Verdrag organiseerden de Nederlandse en Vlaamse Unesco Commissie op 12 mei 2014 een jongerendebat en expertdiscussie rond de toekomst van het Verdrag in Den Haag.

Een dertigtal studenten voerden een vurig debat rond de relevantie, impact en toekomst van het Verdrag. Ze besloten dat het Verdrag nog steeds erg relevant is: cultureel erfgoed geraakt nooit uit de mode. Het belang van cultureel erfgoed school voor hen in de rijke geschiedenis die het goed vertegenwoordigt, in de bron van identificering met je cultuur, maar ook in de economische waarde ervan. Daarom dient de bescherming van cultureel erfgoed prioritair te zijn, naast - en niet in de plaats van, of onderdanig aan - humanitaire bescherming. Ook geloofden ze dat militaire belangen nooit de bovenhand mogen halen: militaire belangen zijn meestal niet meer dan strategische keuzes, die het Verdrag op een perverse manier gebruiken. Hoewel het Verdrag niet door alle lidstaten ondertekend werd, geloven de jongeren toch in de kracht ervan. Zo heeft het een sensibiliserend effect. De menselijke ketting rond de Bibliotheek van Alexandrië in 2011 is hiervan een mooi voorbeeld. Toch vinden de jongeren dat het Verdrag aangepast moet worden om een betere naleving te verzekeren.

Ook de experts vonden dat het Verdrag beter kan. René Teijgeler, directeur van Culture and Development, wees op de nood aan inclusie van niet-statelijke actoren. Enerzijds wordt veel vernieling veroorzaakt door niet-statelijke actoren, anderzijds spelen niet-statelijke actoren, zoals ngo's, een belangrijke rol bij de bescherming en herstel van culturele goederen. Benjamin Goes, voorzitter van het Comité voor de Bescherming van Culturele Goederen in geval van Gewapend Conflict, vroeg op zijn beurt om meer aandacht voor de preventieve stappen die genomen moeten worden ter bescherming van erfgoed. Het Tweede Protocol heeft hier alvast meer aandacht voor, maar kent weinig ratificaties (enkel 67 staten terwijl 126 het Verdrag van 1954 ratificeerden). Jan Hladic, hoofd Cultural Heritage Protection Treaties bij Unesco, erkende de nood aan meer middelen. Biljana Volchevska van het Centre for International Heritage Activities legde de nadruk dan weer op de waarden die achter erfgoed schuilen. Zolang we niet beseffen dat erfgoed getroffen wordt o.w.v. de waarden die het vertegenwoordigt, stelde ze, kunnen we verdere vernieling niet stoppen. Enkel door het besef van de universele waarde van erfgoed kunnen we plundering en vernieling voorkomen.

Tekst: Line Kuppens, Vlaams Unesco Jongerenvertegenwoordiger


]]>
Geen enkel geloof kan deze daad rechtvaardigenhttp://unesco-vlaanderen.be/2014/5/14/geen-enkel-geloof-kan-deze-daad-rechtvaardigenWed, 14 May 2014 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2014/5/14/geen-enkel-geloof-kan-deze-daad-rechtvaardigenTopvrouw Unesco veroordeelt ontvoering van schoolmeisjes in Nigeria en roept op tot meer samenwerking om het recht op onderwijs te garanderen.

Geen enkel geloof kan deze daad rechtvaardigenOp een onderwijsconferentie, gehouden in Muscat (Oman) van 12 tot 14 mei 2014, sprak Irina Bokova, directeur-generaal van Unesco, zich uit tegen de ontvoering van schoolmeisjes in Nigeria.

"Het universeel recht op onderwijs is nog steeds omstreden in sommige plaatsen, en ik maak van deze gelegenheid gebruik om de ontvoering van meer dan 270 meisjes in Nigeria door een extremistische groepering te veroordelen," zei Irina Bokova . "Dit is een onaanvaardbare schending van de mensenrechten. Het is een aanval tegen de aspiraties van deze meisjes. Het is een aanval tegen de toekomst van Nigeria. Geen enkel geloof kan deze daad rechtvaardigen."

"Onze reactie op dergelijk extremisme is duidelijk," verklaarde de directeur-generaal. "We mogen onze inspanningen om alle meisjes en jongens kwalitateitsvol onderwijs aan te bieden nooit terugschroeven. We mogen onderwijs nooit opgeven als een middel ter bevordering van menselijke waardigheid en duurzame ontwikkeling. Dit vraagt om meer samenwerking en coördinatie tussen de lidstaten. Unesco is vastbesloten de Nigeriaanse regering te helpen om 'onze meisjes terug te brengen'."

Onrustwekkende trend

Jammer genoeg zijn de gebeurtenissen in Nigeria geen alleenstaand geval. Unesco luidde eerder al de noodklok omdat ze steeds vaker gevallen noteerde van aanvallen op het onderwijs, en van aanvallen op het meisjesonderwijs in het bijzonder. In 2011 bleek uit het Education for All Global Monitoring Report dat de helft van de kinderen die niet naar school gaan, wonen in een land dat een conflict doormaakt. Later deze maand zullen de directeur-generaal van Unesco en de speciale VN-vertegenwoordiger voor kinderen in gewapende conflicten, Leila Zerrougui , samen met Unicef en andere partners, in New York richtlijnen voorstellen ter ondersteuning van de resolutie van de VN-Veiligheidsraad ter verbetering van de bescherming van het onderwijs.

Irina Bokova herinnerde ook aan een aantal initiatieven van Unesco om het recht op onderwijs van meisjes te verzekeren. Ze verwees onder andere naar het Malalafonds dat is opgestart in samenwerking met de regering van Pakistan in Islamabad. In Afghanisan gaat een nieuwe fase van het alfabetiseringsprogramma van de Organisatie van start. Daarmee zullen 600 000 mensen worden bereikt. Unesco zet zich ook in om onderwijs aan te bieden aan Syrische vluchtelingen in Jordanië, Libanon en Irak. Ten slotte verwees de directeur-generaal van Unesco naar de projecten die de Organisatie in samenwerking met grote bedrijven opzette om het onderwijs voor meisjes te promoten in, bijvoorbeeld, Senegal en Tanzania.


]]>
Jongerenconferentie over educatie voor duurzame ontwikkelinghttp://unesco-vlaanderen.be/2014/5/13/jongerenconferentie-over-educatie-voor-duurzame-ontwikkelingTue, 13 May 2014 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2014/5/13/jongerenconferentie-over-educatie-voor-duurzame-ontwikkelingWie tussen 18 en 35 is en werkt rond educatie voor duurzame ontwikkeling kan zich kandidaat stellen voor deelname aan internationale evenementen in Japan.

Jongerenconferentie over educatie voor duurzame ontwikkelingUnesco organiseert, samen met een aantal partners, een jongerenconferentie in het teken van educatie voor duurzame ontwikkeling (EDO) op 7 november 2014. Het evenement vindt plaats in de stad Okayama (Japan).

De jongerenconferentie wil jonge mensen de kans geven om ideeën en ervaringen uit te wisselen over EDO en om met elkaar in debat te gaan over hoe EDO verder kan worden gepromoot op wereldvlak. De organisatoren mikken op 50 deelnemers die actief bezig zijn met EDO.

Na de jongerenconferentie zullen de jonge deelnemers afzakken naar Aichi-Nagoya waar van 10 tot 12 november 2014 een wereldtop gehouden wordt over EDO. Daar zullen ze hun meningen en ideeën kunnen delen met beleidsmakers en deskundigen op het gebied van EDO.

Wie actief betrokken is bij educatie voor duurzame ontwikkeling kan zich kandidaat stellen om aan de jongerenconferentie en de aansluitende wereldtop deel te nemen in Japan. Voorwaarde is wel dat je tussen 18 en 35 jaar oud bent en dat je in staat bent om op niveau te debatteren in het Engels. Je kans wagen kan door het invullen en opsturen van onderstaand formulier. Deadline voor het indienen van de kandidaturen is 1 juni 2014.

Na een selectieprocedure zullen de organisatoren rechtstreeks contact opnemen met de gelukkigen. Geselecteerde deelnemers worden uiterlijk tegen 15 augustus op de hoogte gebracht.
Het Japanse ministerie voor Onderwijs, Cultuur, Sport, Wetenschappen en Technologie neemt de reis- en verblijfkosten van de geselecteerde deelnemers voor haar rekening.


Meer informatie over wie in aanmerking komt voor deelname aan de jongerenconferentie over educatie voor duurzame ontwikkeling in Japan en welke criteria worden gehanteerd.

Fomulier om je kandidaat te stellen voor deelname aan de jongerenconferentie over educatie voor duurzame ontwikkeling in Japan. Ingevuld op te sturen voor 1 juni 2014 naar esd2014@goipeace.or.jp

]]>
Digitalisering van cultureel erfgoedhttp://unesco-vlaanderen.be/2014/5/9/digitalisering-van-cultureel-erfgoedFri, 09 May 2014 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2014/5/9/digitalisering-van-cultureel-erfgoedExpertseminarie in Brussel pleit voor een aanpassing en harmonisering van de auteursrechtenwetgeving om de digitalisering van cultureel erfgoed op grotere schaal te kunnen voortzetten.

Digitalisering van cultureel erfgoedAllerlei instellingen en organisaties zetten zich al geruime tijd in om cultureel erfgoed universeel toegankelijk te maken. Projecten zoals het Memory of the World programma van Unesco rond archieven en documentair erfgoed of Wikisource van Wikimedia zijn daar slechts twee voorbeelden van. Doordat de hedendaagse technologie steeds gesofisticeerder en toegankelijker wordt, heeft de manier waarop we inhoud digitaal opslaan en verdelen invloed op de eeuwenoude opvattingen over auteurschap, uitgeverijen, toegankelijkheid en auteursrecht. Er is sprake van een spanningsveld tussen twee concepten: open access en copyright.

Naar aanleiding van de Internationale Dag van het Boek en het Auteursrecht (beter bekend onder de publieksnaam Wereldboekendag) organiseerde de Vlaamse Unesco Commissie in samenwerking met Wikimedia een expertseminarie in Brussel op 24 april 2014. Het seminarie bood de gelegenheid om van gedachten te wisselen over de risico's, uitdagingen en ontwikkelingen op het gebied van massadigitalisatie en de toegang tot cultureel erfgoed met verschillende nationale en internationale sprekers.

Huidige auteursrechtenwetgeving schiet tekort

Het seminarie nam een namiddag in beslag en bestond uit twee panelgesprekken. Het eerste panel bestond uit organisaties die al enkele (of heel wat) initiatieven rond de digitalisering van cultureel erfgoed ondernomen hebben en hun ervaringen deelden. Zo stelde de Britse Nationale Bibliotheek haar digitaliseringsproject in het kader van Europeana voor. Wikimedia benadrukte dat het publieke karakter en de toegankelijkheid van Wikipedia en Wikisource als informatiekanalen voordelen zijn die optimaler benuttigd moeten worden. Wikipedia gebruikt voor de pagina's rond ruimtevaarttechnologie bijvoorbeeld enkel NASA als bron voor tekst en foto's terwijl het Europees Ruimteagentschap eveneens over nuttig informatie beschikt - maar een strenger auteursrechtenbeleid hanteert. Het uniformiseren van auteursrechten zou een vooruitgang betekenen in het democratiseringsproces van cultureel erfgoed, aldus Jean Fréderic Berthelot van Wikimedia. Rony Vissers van PACKED vzw, het Vlaams expertisecentrum rond digitalisering van erfgoed, stelde het project Open Cultuur Data voor. Volgens Vissers zou digitalisering deel moeten uitmaken van het institutioneel beleid waarbij expertisecentra financiële steun krijgen van de bevoegde autoriteiten, die zelf ook geschoold moeten zijn in digitalisering. Bovendien is er ook een kader van kwalitatieve controle nodig. Volgens PACKED staat de huidige auteursrechtenwetgeving deze volgende stappen in de weg.

Volop de kaart van digitalisering trekken

Het tweede panel bestond uit Europese beleidsmakers van de Europese Commissie en de Federatie voor Europese Uitgevers. Marco Giorello, vicevoorzitter van de afdeling Auteursrechten binnen het Directoraat-Generaal Interne Markt en Consumentenzaken, zei dat de digitalisering van cultureel erfgoed al enkele jaren een prioriteit vormt binnen het beleid van de Europese Commissie. Hoewel de Commissie de onderhandelingsprocessen poogt te faciliteren, duiken enkele problemen op zoals het identificeren en het opsporen van eigenaarschap, het volume van hetgeen gedigitaliseerd moet worden en daarmee gepaard het hoge aantal licenties dat daarvoor nodig is. Giorello stelt voor om een nieuw concept van collectieve licenties te introduceren. Op die manier zouden werken gebruikt en hergebruikt kunnen worden op een transnationaal niveau. De meningen hierover zijn echter zeer uiteenlopend, waardoor de onderhandelingen stroef verlopen. Krzysztof Nichczynski, beleidsmedewerker van het Directoraat-Generaal CONNECT (verantwoordelijk voor de Digitale Agenda voor Europa), is een grote voorstander van het digitaliseren van cultureel erfgoed en verwees naar de Commissie haar aanbeveling over digitalisering en online toegankelijkheid van cultureel materiaal en digitale preservatie. Hij roept op om de inspanningen te verhogen en gebruik te maken van het EU Structureel Fonds alsook van private investeringen. Op deze manier is ook het Europeana platform ontstaan. Tenslotte sprak Enrico Turrin in naam van de Federatie van Europese Uitgevers. Turrin wees op de voordelen van de conventionele auteursrechten, o.a. de inkomstengarantie voor uitgevers om zo blijvend te investeren in nieuwe creatieve werken. De Federatie staat open voor dialoog en is bereid om mee te werken aan het identificeren van eigenaarschap (bijvoorbeeld ARROW database).

Aanbevelingen

Moderator Gwen Frank van Open Acces and Wikimedia Commons vatte de middag samen. De oproep naar een geüniformeerde wetgeving omtrent auteursrechten wordt door alle partijen aangehaald. Ook de identificatie van de status van een bepaald werk met betrekking tot licenties en eigenaarschap blijkt problematisch te zijn. De partijen zien hier mogelijkheden tot samenwerking, zowel op nationaal als internationaal niveau.

]]>
Uitreiking Unesco Memory of the World certificatenhttp://unesco-vlaanderen.be/2014/4/15/uitreiking-unesco-memory-of-the-world-certificatenTue, 15 Apr 2014 00:00:00 GMThttp://unesco-vlaanderen.be/2014/4/15/uitreiking-unesco-memory-of-the-world-certificatenPlechtigheid in Leuven voor de opname van het Archief van de Universiteit Leuven en het Universeel Bibliografisch Repertorium van Paul Otlet en Henri La Fontaine in het Memory of the World Register.

Uitreiking Unesco Memory of the World certificatenDe Vlaamse Unesco Commissie, Mundaneum en de Frans- en Duitstalige Unesco Commissie blazen verzamelen op 8 mei 2014 in Leuven voor de officiële overhandiging van de certificaten die bekrachtigen dat het Archief van de Universiteit Leuven (Ancien Régime, 1425-1797) en het Universeel Bibliografisch Repertorium van Paul Otlet en Henri La Fontaine zijn opgenomen in het Memory of the World Register van Unesco.

Het Memory of the World Register van Unesco wil de publieke opinie te sensibiliseren voor het belang van documentair erfgoed. Het Register omvat enkele van de meest opmerkelijke en waardevolle voorbeelden van documentair erfgoed. Het gaat in hoofdzaak om belangrijke archieven en bibliotheekcollecties maar ook om historische documenten, foto's en geluids- en filmopnames.

Programma

De overhandiging vindt plaats op donderdag 8 mei 2014 om 10u30 in de Centrale Bibliotheek van de KU Leuven (Mgr. Ladeuzeplein 21, 3000 Leuven). De organisatoren voorzien korte toespraken van een Unesco-vertegenwoordiger en van de voorzitters van de beide Unesco-commissies, gevolgd door een toelichting bij de Belgische elementen die recent zijn ingeschreven op het Memory of the World Register.

Na de officiële plechtigheid trekken de aanwezigen naar het Rijksarchief (Vaartstraat 24, 3000 Leuven) voor een geleid bezoek aan de gelegenheidstentoonstellingen over beide collecties. Het gebeuren eindigt met een receptie en een lunch in het Rijksarchief.

Archief Universiteit Leuven (Ancien Régime, 1425-1797)

In de zestiende eeuw was de Leuvense Universiteit de op één na grootste universiteit ten noorden van de Alpen. Stad en universiteit speelden een belangrijke internationale rol in de vroege ontwikkelingen van typografie en cartografie, evenals in de ontwikkeling van de Contrareformatie. Hoewel het bouwkundig erfgoed uit de periode 1425-1797 tot op vandaag een zeer zichtbare herinnering vormt van de invloed van de universiteit in Leuven, toch leveren de bijna 200 meter archiefstukken het overtuigendste bewijs van de maatschappelijke invloed van deze intellectuele instelling.

Het documentair erfgoed van de Oude Leuvense Universiteit is één van de meest homogene universiteitsarchieven uit het Ancien Régime. Het biedt niet enkel inzicht in de klassieke universiteitsinfrastructuur (zoals de gebouwen en de botanische tuin), maar ook in de universitaire rechtspraak en in haar administratie van de bier- en wijnkelder. Daarnaast kunnen we heel wat kennis opdoen over het functioneren van de universiteit en over de contacten tussen studenten, professoren en hun omgeving. Het archief is in 2013 opgenomen in het Memory of the World Register van Unesco.

Universeel Bibliografisch Repertorium van Paul Otlet en Henri La Fontaine

Op voordracht van het Mundaneum in Bergen (Mons) is het Universeel Bibliografisch Repertorium van Paul Otlet en Henri La Fontaine in 2013 in het Memory of the World Register van Unesco opgenomen. Het Repertorium bestaat uit een honderdtal kasten die verplaatsbare kaarten bevatten. Deze universele bibliografische index kan worden beschouwd een voorloper van de hedendaagse klasseer- en zoeksystemen.

Het hoofddoel van Otlet en La Fontaine was de toegankelijkheid van kennis te vergemakkelijken alsook de verspreiding en uitwisseling ervan tussen culturen en gemeenschappen aan te moedigen. Daartoe ontwikkelden zij aan het eind van de 19de eeuw de Universele Decimale Classificatie, die het mogelijk heeft gemaakt sneller en efficiënter informatie te delen en bij te werken. In tegenstelling tot gewone bibliotheekcatalogi geeft het Universeel Bibliografisch Repertorium informatie over alle uitgaven van een werk die wereldwijd bestonden, met aanvullende gegevens over wat al geschreven was over eender welk onderwerp.

Het repertorium is opgebouwd voor de periode 1895-1930. Dat resulteerde in ongeveer 12 miljoen indexkaarten

Memory of the World

Het Memory of the World Programme van Unesco is opgericht in 1992. De aanzet daartoe was het toenemende besef van de hachelijke toestand inzake het behoud en de toegang tot documentair erfgoed in verschillende werelddelen. De hoofddoelstellingen van het programma zijn: het stimuleren van het behoud van documentair erfgoed, de ondersteuning van de toegang tot dit erfgoed, en het wereldwijde bewustzijn vergroten van het bestaan en het belang van documentair erfgoed.

Deelnemen

Het bijwonen van de plechtigheid ter overhandiging van de Memory of the World Certificaten betreffende het Archief van de Universiteit Leuven (Ancien Régime, 1425-1797) en het Universeel Bibliografisch Repertorium van Paul Otlet en Henri La Fontaine is gratis. Het aantal beschikbare plaatsen is beperkt dus snel inschrijven is de boodschap. Inschrijven kan tot 30 april 2014.


]]>