27 beurzen toegekend aan meester-leerling-trajecten.

Eerder dit jaar lanceerde minister van Cultuur Sven Gatz een beurzenprogramma om het doorgeven van vakmanschap te stimuleren. Veel kennis en kunde met wortels in traditie dreigen verloren te gaan in de snel veranderende wereld. Om dat te verhinderen, konden partners in een meester-leerling-traject stappen om vakmanschap door te geven.

Op 6 december 2018 zijn de eerste beurzen toegekend. 27 meesters kunnen aan de slag met één of meerdere leerlingen. Zowel meester als leerling ontvangen een stuk van de beurs, samen voor een bedrag van maximaal 2 000 euro per maand. De beurzen hebben een looptijd van maximaal twee jaar. De geselecteerde trajecten zijn goed voor een totaal subsidiebedrag van één miljoen euro.

De toegekende beurzen geven leerlingen in een waaier van diverse oude beroepen de gelegenheid om zich te ontpoppen tot vakmannen en -vrouwen. De beurzen werden bijvoorbeeld toegekend voor edelsmeedkunst, borduren, theaterpoppen, wagensmeedwerk, beeldhouwen in brons, jenever- en likeurstoken, hop telen, craftbrewing, porseleinkunst, houten volksspelen, glasschilderkunst, meubelen maken, brood bakken, enz. Ook in oud vakmanschap dat migranten naar Vlaanderen meebrengen, zoals het Afghaans borduren of vocale tradities uit het Midden-Oosten, zullen leerlingen door meesters worden begeleid.