De Verenigde Staten hebben op 4 augustus 2008 de Internationale conventie tegen het dopinggebruik in de sport van de UNESCO geratificeerd. Dat is onder meer belangrijk met het oog op de kandidatuur van Chicago voor de organisatie van de Olympische Spelen van 2016. Meer dan 90 landen, waaronder ook België, hebben de conventie inmiddels ondertekend.

"Ik ben verheugd dat de Verenigde Staten zich aansluiten bij de internationale inspanning om het dopinggebruik in de sport te bestrijden," reageert Koïchiro Matsuura, directeur-generaal van de UNESCO, op de Amerikaanse beslissing. "De conventie ratificeren tijdens een olympisch jaar geeft een duidelijk signaal aan de atleten dat doping niet getolereerd wordt. Deze conventie is een cruciaal wapen in de strijd tegen een schadelijke praktijk die al datgene ondermijnt waarvoor de sport staat."

Met de Internationale conventie tegen het dopinggebruik in de sport schakelen regeringen wereldwijd voor het eerst het internationaal recht in ter bestrijding van doping. De conventie helpt om antidopingregels en beleid en richtlijnen terzake op mondiaal vlak gelijk te stemmen zodat atleten in een eerlijke omgeving kunnen presteren. De Algemene Conferentie van de UNESCO nam de conventie aan in 2005. Ze trad in werking op 1 februari 2007.

De conventie is ontwikkeld om het voor regeringen mogelijk te maken om specifieke acties te ondernemen tegen doping in de sport. Bepaalde acties kunnen immers enkel door regeringen ondernomen worden, denk maar aan het verbieden van bepaalde prestatiebevorderende middelen voor atleten. Er moeten maatregelen getroffen worden om de entourage van atleten te overtuigen om mee te werken in de strijd tegen doping, om de handel in prestatiebevorderende middelen een halt toe te roepen en om een duidelijke regelgeving te voorzien voor voedingssupplementen. De conventie voorziet ook een Fonds voor het uitroeien van het dopinggebruik in de sport dat is gericht op voorlichting en op de ontwikkeling van trainings- en onderzoeksprogramma's.