Het Werelderfgoedcomtié van UNESCO, dat sinds 29 november bijeen is in het Marokkaanse Marrakech, besliste op 1 december om 24 Vlaamse en 6 Waalse belforten in te schrijven op de Werelderfgoedlijst.

De belforten werden als werelderfgoed aanvaard omdat ze uitzonderlijke voorbeelden zijn van stedelijke architectuur die beantwoordde aan de politieke en geestelijke behoeften van hun tijd. Ze symboliseren de stedelijke autonomie in Vlaanderen en Walonnië vanaf de middeleeuwen.

Het is de tweede keer dat België wordt ingeschreven op de Werelderfgoedlijst, sinds ons land in 1996 toetrad tot de Werelderfgoedconventie. Vorig jaar nog, werden drie sites goedgekeurd: 13 Vlaamse begijnhoven, de Brusselse Grote Markt en de scheepsliften van het Canal du Centre.

Opmerkelijk is dat er zowel Vlaamse als Waalse belforten op de Lijst worden ingeschreven. Aanvankelijk had Vlaanderen een dossier ingediend om de Vlaamse belforten als werelderfgoed te laten erkennen. Maar de ICOMOS (Internationale Raad voor Monumenten en Landschappen) die onderzoekt of de voorgestelde sites wel aan de criteria van de Werelderfgoedconventie voldoen (zie kader), vond dat de belforten te weinig typisch voor Vlaanderen waren. Daarom vroeg de Vlaamse Afdeling Monumenten en Landschappen (die het dossier rond de belforten had ingediend) aan haar Waalse tegenhanger om een aanvullend dossier op te maken voor de Waalse belforten. Dat gebeurde, zodat er nu 30 Belgische belforten op de Werelderfgoedlijst prijken.

Het nieuwe werelderfgoed bevindt zich in Aalst, Antwerpen, Bergen, Binche, Brugge, Charleroi, Dendermonde, Diksmuide, Doornik, Eeklo, Gent, Herentals, Ieper, Kortrijk, Lier, Leuven, Lo, Mechelen, Menen, Namen, Nieuwpoort, Oudenaarde, Roeselare, Sint-Truiden, Thuin, Tielt, Tienen, Tongeren, Veurne (foto) en Zouleeuw.