Privatisering is een van die modewoorden die alomtegenwoordig lijken te zijn. Bovendien lokt het extreme en tegenstrijdige reacties uit: voor de ene is het het antwoord op alle problemen terwijl het voor anderen net de reden is waarom zoveel dingen, zoals sociale ongelijkheid, fout lopen. Ook het onderwijs ontsnapt niet aan dit beladen debat.

Zowel in rijke als ontwikkelingslanden zien scholen zich geconfronteerd met de privatisering van het beheer en de financiering van onderwijs. In de zogenaamd ontwikkelde landen draait privatisering vooral rond het beheer. Ouders moeten kunnen kiezen welk onderwijs ze voor hun kinderen willen, los van het feit of die keuze is ingegeven door ethische, religieuze of pedagogische redenen. In veel ontwikkelingslanden is het systeem van overheidsfinanciering van het onderwijs nog in volle opbouw, maar lijkt het erop alsof toenemend priv├ę-onderwijs en private financiering de enige manier is voor het onderwijssysteem om aan de groeiende vraag te kunnen voldoen. Maar terwijl de privatisering de druk op het overheidsbudget kan verlichten, betekent het vaak een grotere last voor de gezinnen waarvan kinderen school lopen.

Mensen die actief zijn op het vlak van onderwijsplanning en -beleid vinden in dit boek een aantal criteria waarmee ze de doeltreffendheid van privatisering kunnen inschatten, rekening houdend met effici├źntie en het gelijkheidsprincipe. Het weegt de voor- en nadelen van privatisering af en onderzoekt de verschillende vormen waaronder het voorkomt. Het werk wil vooral feiten aandragen in een debat dat tot nu toe vaker gevoerd werd op basis van ideologie dan op basis van bewijzen.


U kan het boek rechtstreeks bestellen via Unesco Publishing: bestel hier