Bescherming en promotie van de culturele diversiteit is één van de belangrijkste taken van de UNESCO. De Organisatie is een pionier op het vlak van het behoud van het tastbaar natuurlijk en cultureel erfgoed van de mensheid, maar door enkel monumenten en landschappen te beschermen, vrijwaar je de culturele diversiteit niet. Vandaar dat de UNESCO zich voortaan ook richt op het mondeling en niet-tastbaar erfgoed.

Internationale jury

Op 18 mei jongstleden maakte een 18-koppige internationale jury na 3 dagen vergaderen onder voorzitterschap van de Spaanse auteur Juan Goytisolo de eerste "Meesterwerken van het Mondeling en Niet-Tastbaar Erfgoed van de Mensheid" bekend. Het gaat om 19 meesterwerken uit de vijf continenten, waaronder de "culturele plaats" Jamaa-el-Fna (een plein waar traditioneel een bonte verzameling van vertellers, jongleurs, muzikanten en andere kunstenaars samenkomt om het aanwezige publiek te vermaken) in Marrakesh (Marokko), het Siciliaanse poppentheater (Italië), de Huhhud gezangen van de Ifugao (Filippijnen), het mondeling erfgoed van Gelede (Benin) en het mondeling erfgoed en de culturele manifestaties van de Zapara (Ecuador en Peru).

Met de proclamatie wil de UNESCO het internationale bewustzijn aanscherpen omtrent de bijzondere rol van het mondeling en niet-tastbaar erfgoed in het behoud van 's werelds culturele diversiteit. Directeur-Generaal Koïchiro Matsuura van de UNESCO wijst erop dat dit slechts een eerste stap is in de richting van een ander initiatief: het ontwikkelen van een standaardinstrument dat de welbekende Conventie betreffende het Werelderfgoed (waarmee de UNESCO het tastbaar natuurlijk en cultureel erfgoed beschermt) uit 1972 zal aanvullen.

Verbintenissen

Matsuura: "De lijst die we opstellen impliceert een aantal zeer concrete verbintenissen. Enerzijds wijst het indienen van een kandidatuur erop dat een land, of een groep landen, een inventaris opmaakt van zijn niet-tastbaar erfgoed. Hoe groter hun bewustzijn over de waarde van deze schatten, des te meer aandacht landen zullen besteden aan de bescherming ervan en aan steun voor de lokale actoren die ze vrijwaren. Dat wordt verder in de hand gewerkt door de verplichting om bij elke kandidatuur een actieplan ter bescherming van de voorgestelde culturele uiting in te dienen.Anderzijds vergroten de kandidaturen de culturele waarde van de voorgestelde uitingen. Met een uiteindelijke inschrijving op de lijst, verbindt de UNESCO er zich van haar kant toe om er alles aan te doen om de aanvaarde meesterwerken te helpen vrijwaren voor de toekomst."

De UNESCO beschouwt als mondeling en niet-tastbaar erfgoed: het geheel van traditionele creaties van een culturele gemeenschap, naar voren gebracht door een groep of individuen die daarbij uiting geven aan de culturele en sociale identiteit van de gemeenschap; deze waarden en normen worden mondeling, door imitatie of op een andere manier overgebracht. Het komt onder andere voor onder de vorm van taal, literatuur, muziek, dans, spelen, mythologie, rituelen, gebruiken, handwerk, architectuur en andere kunsten. Naast deze voorbeelden, wordt ook rekening gehouden met traditionele informatie- en communicatievormen.

De volgende proclamatie van meesterwerken van het mondeling en niet-tastbaar erfgoed van de mensheid zal doorgaan in mei 2003. De deadline voor het indienen van kandidaturen -gelimiteerd tot één per land, maar ongelimiteerd wat betreft multinationale kandidaturen- is vastgelegd op 30 juni 2002. De volledige lijst van de eerste meesterwerken van het mondeling en niet-tastbaar erfgoed kan je raadplegen op http://www.unesco.org/culture/heritage/intangible