Meer dan de helft van de kinderen in de geïndustrialiseerde landen woont in stedelijk gebied. Binnenkort geldt hetzelfde voor de kinderen in de ontwikkelingslanden. Uit alle indicatoren blijkt evenwel dat steden er niet in slagen om de behoeften van jongeren te vervullen, waardoor hun toekomst als volwassenen ernstig gehypothekeerd wordt.

Growing Up in an Urbanising World is het resultaat van een proces dat in 1995 een aanvang nam. Een groep onderzoekers, activisten, stadsplanners en architecten van acht landen besloten dat het tijd was om over de disciplinaire grenzen heen te kijken en sloegen de handen in elkaar om een vergelijkende studie te maken naar hoe jongeren hun stedelijke omgeving inschatten. Bedoeling was om te komen tot aanbevelingen over hoe jongeren daadwerkelijk kunnen participeren in de ontwikkeling van hun gemeenschap zodat ze er volwaardige leden van worden, in plaats van -zoals maar al te vaak het geval is- passieve ontvangers zonder inspraak van sociale veranderingen die hen door anderen worden opgelegd.

De interdisciplinaire studie beschrijft en analyseert de relatie tussen jongeren en hun stedelijke omgeving in acht landen: Argentinië, Australië, India, Noorwegen, Polen, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Zuid-Afrika. Het zwaartepunt ligt in buurten gekenmerkt door een laag gemiddeld inkomen en somt de voornaamste obstakels op die verhinderen dat jongeren een actieve rol spelen in hun gemeenschap. Op basis van de ingezamelde gegevens, die eveneens afgewogen worden tegen de resultaten van gelijkaardige studies uit de jaren 1970 en 1990, formuleert het boek aanbevelingen over hoe steden beter kunnen inspelen op de behoeften van kinderen en adolescenten.

Dit werk sluit naadloos aan bij het streven van de internationale gemeenschap om de participatie van jongeren te bevorderen, zoals geformuleerd door een aantal belangrijke evenementen in de jaren 1990: het van kracht worden van de Conventie voor de Rechten van het Kind; de top van Rio de Janeiro omtrent milieu en ontwikkeling; de top van Beijing die de rechten van vrouwen en meisjes benadrukte; de Habitat conferentie; en hun respectieve follow-up bijeenkomsten. Deze conferenties schoven allemaal actieplannen naar voor die expliciet verwijzen naar het belang van milieubescherming, duurzame en leefbare steden, armoedebestrijding en de noodzaak om ontwikkelingshulp toe te spitsen op projecten die de levensomstandigheden van de meest kwetsbare groepen -met name kinderen, jongeren en vrouwen- verbeteren. Door de nadruk te leggen op de actieve participatie van kinderen en jongeren bij het plannen en implementeren van gemeenschapsontwikkeling, reikt dit werk concrete voorbeelden aan van hoe deze principes op lokaal niveau in de praktijk kunnen worden gebracht.

Het boek richt zich tot academici, architecten, stadsplanners, ontwikkelingswerkers, kinderrechten- en milieuactivisten, ouders en alle anderen die bekommerd zijn over hoe goed (of slecht) stedelijke omgevingen erin slagen om tegemoet te komen aan de noden van de toekomstige generaties.


U kan het boek rechtstreeks bestellen via Unesco Publishing: bestel hier