Je bent hier:

Nieuw Werelderfgoed voor België

Cultuur

België mag dan al zijn start hebben gemist (ons land ratificeerde de Conventie betreffende het Werelderfgoed pas in 1996), ondertussen is het aan een flinke inhaalbeweging begonnen. In 1998 besloot het Werelderfgoedcomité (zie kader) van de UNESCO om de Vlaamse begijnhoven, de Brusselse Grote Markt en de scheepsliften van het Canal du Centre als uitzonderlijke voorbeelden van cultureel erfgoed van de mensheid op de prestigieuze Lijst van het Werelderfgoed te plaatsen. In 1999 volgenden dan de belforten van Vlaanderen en Wallonië, en zopas besloot het Werelderfgoedcomité tijdens zijn 24e zitting in het Australische Cairns van 27 november tot 2 december om maar liefst 4 nieuwe Belgische sites in te schrijven op de Werelderfgoedlijst. Het gaat om de historische binnenstad van Brugge, de Notre-Dame kathedraal van Doornik, de stadshuizen van de architect Victor Horta in Brussel en de neolitische vuursteenmijnen van Spiennes.

Brugge

In de middeleeuwen was Brugge een belangrijk handelscentrum, en de toenmalige oppervlakte en omtrek zijn tot op de dag van vandaag duidelijk herkenbaar. De Brugse binnenstad wist het Werelderfgoedcomité vooral te bekoren omdat het een architecturaal geheel is dat de belangrijke periodes uit de geschiedenis van de mensheid, zowel op socio-economisch als op artistiek vlak, illustreert. Als één van de belangrijkste culurele centra in de middeleeuwen, had Brugge verschillende contacten met andere culturen en is het nauw verbonden met de wereldvermaarde werken van de Vlaamse Primitieven. Ook het feit dat de stad zich sinds de 19e eeuw ontpopte als een laboratorium voor monumentzorg speelde in het voordeel van Brugge bij de overweging om de stad op te nemen op de Werelderfgoedlijst.

Doornik

De Notre-Dame kathedraal van Doornik werd gebouwd in de eerste helft van de 12e eeuw. Hij onderscheidt zich vooral door zijn Romaanse schip van uitzonderlijke afmetingen, zijn weelde van sculpturen op zijn kapitelen en door zijn dwarsbeuk met vijf torens die voorlopers zijn van de gotische stijl.

Brussel

De vier grote stadshuizen (hotel Tassel, hotel Solvay, hotel van Eetvelde en Maison & Atelier Horta) in Brussel van de hand van de architect Victor Horta, één van de vroegste exponenten van de art nouveau, behoren tot de belangrijkste architecturale pionierswerken van het einde van de 19e eeuw. De stylistische revolutie waar deze huizen voor staan wordt onder meer gekenmerkt door de verdeling van het licht en de harmonieuze samenhang tussen gebogen decoratielijnen en de structuur van de gebouwen.

Spiennes

De neolitische vuursteenmijnen in Spiennes beslaan een oppervlakte van meer dan 100 hectaren. Ze zijn de vroegste en grootste concentratie van oude mijnen in Europa. Opmerkelijk zijn ook de verscheidenheid aan technologische oplossingen die aangewend werden bij de ontginning en hun directe band met de woonomgeving van die tijd.