Unesco leidde in 2018 meer dan 300 waterprofessionals uit 64 landen op om waterverontreiniging aan te pakken en de waterkwaliteit te bewaken.

Het International Initiative on Water Quality (IIWQ) van het Internationaal Hydrologisch Programma (IHP) van Unesco heeft meer dan 300 waterprofessionals en beleidsmakers uit 64 landen in Afrika, de Arabische Staten, Azië en de Stille Oceaan, en Latijns-Amerika en het Caribisch gebied opgeleid met vier regionale workshops over waterkwaliteit en opkomende (of 'nieuwe') verontreinigende stoffen. De regionale workshops vonden plaats in Afrika, (Accra, Ghana, 25-27 september 2018); Arabische staten (Amman, Jordanië, 20-22 november 2018); Azië en de Stille Oceaan (Jakarta, Indonesië, 27-29 november 2018) en Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied (Campinas, Brazilië, 6-7 december 2018).

Duurzame ontwikkelingsdoelstellingen

Water van goede kwaliteit is essentieel voor het ondersteunen van het menselijk welzijn, het levensonderhoud en een gezond milieu. Het verbeteren van de waterkwaliteit op wereldschaal is daarom een eerste vereiste voor een duurzame ontwikkeling van de huidige generatie en van onze toekomstige generaties. Agenda 2030 en de Duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties (Sustainable Development Goals of SDG's) benadrukken hoe belangrijk het is om de kwaliteit van zoetwatervoorraden te verbeteren en te beschermen. SDG 6, “Verzeker de beschikbaarheid en het duurzaam beheer van water en sanitaire voorzieningen voor iedereen”, vraagt om onmiddellijke, gerichte en wereldwijde actie (SDG Target 6.3) om “de waterkwaliteit te verbeteren door verontreiniging te beperken, de lozing van gevaarlijke chemicaliën en materialen een halt toe te roepen en de uitstoot ervan tot een minimum te beperken waarbij ook het aandeel van onbehandeld afvalwater wordt gehalveerd en recyclage en veilig hergebruik wereldwijd aanzienlijk worden verhoogd”. Menselijke gezondheid en ecologische risico's veroorzaakt door watervervuiling door gevaarlijke chemicaliën komen ook aan bod in andere SDG's, met name in SDG 3 (gezondheid) en SDG 12 (duurzame productie en consumptie). Bovendien zal de verbetering van de kwaliteit van de zoetwatervoorraden leiden tot gezondere oceanen en daarmee de verwezenlijking van SDG 14 (oceanen) ondersteunen, aangezien verontreiniging met plastic en nutriënten in de oceanen voornamelijk wordt veroorzaakt door verontreinigende stoffen die door rivieren worden vervoerd.

Nieuwe uitdaging

Opkomende verontreinigende stoffen vormen een nieuwe uitdaging voor de waterkwaliteit waar geen enkel land aan ontsnapt. Opkomende verontreinigende stoffen vormen een bijzondere uitdaging vanwege een breed scala aan verschillende verontreinigende stoffen waaronder farmaceutische producten, producten voor persoonlijke verzorging (zoals shampoos, scrubs), chemicaliën gebruikt in industrie en landbouw, evenals microplastics. Veel geneesmiddelen worden gedetecteerd in onze rivieren en zeewater. Elk jaar stromen er miljoenen tonnen plastic langs rivieren in onze zeeën en oceanen. Recente studies melden de aanwezigheid van geneesmiddelen en microplastics in gezuiverd leidingwater, evenals in flessenwater. Toch is er beperkte wetenschappelijke kennis over deze nieuwe verontreinigende stoffen –  over hun rol in het milieu en vooral over hun potentiële gezondheidseffecten en ecologische effecten op lange termijn. Gebrek aan wetenschappelijke kennis en informatie over nieuwe verontreinigende stoffen voorkomt dat landen passend beleid en maatregelen ontwikkelen en invoeren om deze nieuwe wateruitdaging aan te pakken. Het is ook een opkomend onderzoeksonderwerp. Er is niet alleen een gebrek aan wetenschappelijke kennis over nieuwe verontreinigende stoffen in de wereld, maar ook een gebrek aan onderzoekscapaciteit, met name in ontwikkelingslanden, om projecten voor nieuwe verontreinigende stoffen op te zetten ter ondersteuning van beleidsontwikkeling.

Vandaar de specifieke doelstellingen van de workshops:

  • Het verbeteren van de waterkwaliteit en het aanpakken van nieuwe verontreinigende stoffen voor de verwezenlijking van de SDG's hoger op nationale en regionale agenda's plaatsen;
  • State-of-the-art wetenschappelijke kennis en informatie over nieuwe verontreinigende stoffen bezorgen;
  • Meer begrip en bewustzijn creëren over nieuwe verontreinigende stoffen bij belanghebbenden;
  • Een platform bieden voor landen om een regionaal samenwerkingsnetwerk op te bouwen voor het delen van ervaringen, opgedane kennis en voorbeeldpraktijken inzake nieuwe verontreinigende stoffen;
  • Samenwerking bevorderen rond nieuwe verontreinigende stoffen op regionaal niveau, inclusief mogelijkheden om gezamenlijke wetenschappelijke programma's en onderzoeksprojecten te ontwikkelen.

De opleiding bood holistische en diepgaande kennis waarbij een brede waaier van onderwerpen aan bod kwam: nieuwe verontreinigende stoffen in de context van de SDG's; bronnen en verspreiding van opkomende verontreinigende stoffen; monitoring en evaluatie; technische oplossingen voor het verminderen en beheersen van nieuwe verontreinigende stoffen in afvalwater; beleidsbenaderingen voor het beheer van opkomende verontreinigende stoffen; de sociaal-economische dimensie; en toekomstig onderzoek en beleidsprioriteiten. De deelnemers wisselden ook internationale, regionale en nationale casestudy's uit over waterkwaliteit en nieuwe verontreinigende stoffen.

Dialoog tussen wetenschap en beleid

De workshops waren bovendien een platform voor dialoog tussen de wetenschap en het beleid. Er namen niet alleen onderzoekers en waterprofessionals aan deel maar ook beleidsmakers. Een van de uitkomsten van de opleidingen was de oprichting van regionale netwerken voor wetenschappelijke samenwerking en het uitwisselen van beleidservaringen over waterkwaliteitskwesties.

De workshops waren een grote inspanning om kennis te mobiliseren en te verspreiden om nieuwe verontreinigende stoffen te beheren om het risico ervan voor mens en natuur te beperken en om onze kostbare zoetwaterbronnen veilig te stellen voor de huidige en komende generaties. De workshops droegen bij aan capaciteitsopbouw, de bevordering van wetenschappelijk onderzoek en de versterking van de ontwikkeling en implementatie van passende beleidskaders. Ze bevorderden ook de wetenschappelijke Zuid-Zuid-samenwerking en boden platforms voor ervaringsuitwisseling over oplossingen om de wereldwijde uitdaging inzake waterkwaliteit aan te pakken.