Nieuwe wereldwijde conventie vergroot de mobiliteit van studenten en vereenvoudigt de internationale erkenning van diploma's.

De lidstaten van Unesco hebben een nieuwe conventie over hoger onderwijs aangenomen die de mobiliteit van studenten zal vergroten en de internationale erkenning van diploma's vereenvoudigen. De Wereldwijde conventie inzake de erkenning van kwalificaties betreffende hoger onderwijs is op 25 november 2019 aangenomen tijdens de Algemene Conferentie op de hoofdzetel van de Organisatie in Parijs.

De nieuwe conventie breidt de reikwijdte uit van de belangrijkste principes van de regionale erkenningsverdragen van Unesco om buitenlandse kwalificaties op een eerlijke, niet-discriminerende en transparante manier te beoordelen. Ze bouwt voort op kwaliteitsborgingsmechanismen en het delen van informatie over instellingen en systemen voor hoger onderwijs, studieprogramma's en diploma's. Waar de regionale conventies alleen betrekking hebben op mobiliteit tussen landen binnen de verschillende Unesco-regio's, maakt de wereldwijde conventie de weg vrij voor toenemende mobiliteit tussen regio's en continenten.

Verbeterde rechten voor studenten

De wereldwijde conventie legt geen automatische erkenning van buitenlandse kwalificaties op. Wel  is er het principe dat een student die in aanmerking komt voor toegang tot hoger onderwijs in het ene land, in het algemeen in aanmerking komt voor studies hoger onderwijs wanneer hij naar een ander land verhuist – tenzij er substantiële verschillen zijn tussen de toegangsvereisten in de twee landen.

De wereldwijde conventie vereenvoudigt ook erkenningsprocessen door de bewijslast te verschuiven van de aanvragers naar de erkenningsinstanties. Waar het in het verleden grotendeels aan de studenten was om te bewijzen waarom hun buitenlandse kwalificaties zouden moeten worden erkend, is het nu aan de erkenningsautoriteiten om te bewijzen waarom kwalificaties niet zouden moeten worden erkend als er geen erkenning wordt verleend. En wanneer de erkenning wordt geweigerd, hebben aanvragers het recht om in beroep te gaan.

Bovendien is de algemene regel nu dat erkenningsinstanties overeenkomsten zoeken met het doel buitenlandse kwalificaties te erkennen, in plaats van erkenning op basis van onbeduidende verschillen tussen buitenlandse en nationale kwalificaties te weigeren, zoals vaak het geval was.

De nieuwe conventie treedt in werking van zodra ze is geratificeerd door 20 landen.