Je bent hier:

UNESCO, vandaag en morgen

Algemeen

De Uitvoerende Raad van UNESCO komt twee keer per jaar samen om de uitvoering van het programma en het budget van de Organisatie te bespreken. Tijdens de 155e zitting herbevestigde de raad UNESCO's taak voor de toekomst in drie sleutelgebieden: de uitbreiding van de bewaring van ons erfgoed naar mondeling en niet-tastbaar erfgoed, het oprichten van een instituut om Afrika te helpen bij de ontwikkeling van human resources en de promotie van taalpluralisme en meertalig onderwijs.

Niet-tastbaar cultureel erfgoed

Er werden preciese criteria opgesteld voor erfgoed dat door UNESCO kan worden erkend als een meesterwerk van het mondeling en niet-tastbaar erfgoed van de mensheid. Op die manier wordt het begrip cultureel erfgoed breder gedefinieerd dan tot nu toe het geval was. UNESCO werd tot dit idee geïnspireerd door een groep intellectuelen die in Marokko opkwamen voor de bescherming van het Jamaa-el-Fnaplein in Marakesh. Dat is een drukbezochte markt waar jongleurs, dansers, ambulante artsen en sprookjesvertellers dingen naar de aandacht van het publiek. Volgens de actievoerders is deze collectieve uiting van creativiteit van groot belang voor de identiteit van de bewoners van de stad.

Human Resources

Door de oprichting van het International Institute for Capacity Building in Addis Abeba (Ethiopië) goed te keuren, onderstreept de Uitvoerend Raad de Organisatie's Afrika-prioriteit, een focuspunt van UNESCO's strategie de laatste jaren. Het instituut zal bijdragen tot de ontbolstering van human resources in ontwikkelingslanden in het algemeen, en in Afrika in het bijzonder. De statuten van het instituut moeten door de volgende zitting van de Algemene Vergadering in 1999 goedgekeurd worden.

Taaldiversiteit

Het Adviescomité voor Taalpluralisme en Meertalig Onderwijs, waarvan de oprichting werd goedgekeurd door de Raad, zal UNESCO adviseren bij alle taal-aangelegenheden op haar actieterrein (Onderwijs, Cultuur, Wetenschappen en Communicatie). Het adviescomité zal zich vooral toeleggen op de promotie van meertalig onderwijs en het respect voor taal- en culturele diversiteit, het behoud van minder gebruikte talen, het voorkomen van taaldiscriminatie en de promotie van meertaligheid in electronische netwerken. Deze beslissing zet UNESCO's overtuiging dat het respect voor taaldiversiteit en meertalig onderwijs bijdraagt tot het promoten van de vrede, extra in de verf.

Onderwijs

De beslissingen van de raad die betrekking hebben op het voorbereiden van UNESCO's programma voor het komenden biënnium (2000-2001) maken duidelijk dat onderwijs de hoofdbekommernis van UNESCO moet blijven, waarbij de nadruk ligt op het ondersteunen van het onderwijssysteem op alle niveaus in alle staten. Sleutelbegrippen zijn hier: beroeps- en technisch onderwijs, de verbetering van de leraren-opleiding en het statuut van de leerkracht, onderwijs voor meisjes en vrouwen, gemarginaliseerde jongeren en andere achtergestelde groepen en de toegang tot de nieuwe informatietechnologieën (voornamelijk computers) in het onderwijs en bij het leren op afstand.

Ethische rol

In meer algemene bewoordingen had de Uitvoerende Raad het over het belang van UNESCO's ethische en intellectuele rol. Volgens de Raad moet UNESCO zich toeleggen op drie hoofdthema's: de invloed van de globalisatie op maatschappijen en individuen, armmoedebestrijding en de uitdaging van de informatiemaatschappij.

Wetenschappen

Een van de belangrijkste aanbevelingen inzake UNESCO's wetenschapsprogramma's betreft het verbeteren van de capaciteit van de lidstaten om natuurrampen te voorspellen en zo de gevolgen ervan te minimaliseren door een betere voorbereiding op de gevolgen ervan.

Cultuur

Met betrekking tot cultuur legt de Raad de prioriteit bij het verbinden van cultuur aan ontwikkeling, de noodzaak om levende culturen te promoten en de bewaring van het culturele erfgoed van de mensheid. De Raad roept op tot samenwerking met de Wereldbank, de Raad van Europa en andere intergouvernementele organisaties.

Communicatie

Op het vlak van communicatie en informatie moet UNESCO streven naar de verbetering van de capaciteiten van haar lidstaten. Communicatiemiddelen, scholen, openbare bibliotheken en digitale informatienetwerken moeten blijvend worden ontwikkeld. Er moet ook prioriteit worden gegeven aan de promotie van de vrije informatiestroom, de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid. Voorts moet de kloof tussen de informatie 'haves' en de 'have nots' worden gedicht.

Media

Om de opvoedende en culturele rol van de media te ondersteunen moet UNESCO professionele organisaties bijstaan die werken op het terrein van de invloed van media-geweld op jongeren. Samen met andere leden van de Verenigde Naties-familie moet UNESCO ten strijde trekken tegen kinderpornografie en ander kindermisbruik in de audiovisuele en electronische media.

Vredescultuur

De Raad, waarvan de laatste zitting samenviel met de 50e verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, benadrukte tenslotte dat alle acties van UNESCO moeten bijdragen tot de promotie van een vredescultuur. Voor het transdisciplinaire project 'Towards a Culture of Peace' ziet de Raad drie prioriteiten: bewustmaking rond vredescultuur, de bevordering van interculturele en intraculturele dialoog en de viering van het Internationaal Jaar van de Vredescultuur in 2000, zoals uitgeroepen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.