Discriminerend

In een gezamenlijke verklaring veroordelen Robinson en Matsuura het decreet en onderstrepen ze dat "het herinneringen oproept aan de donkerste bladzijden uit de geschiedenis." Ze voegen er aan toe: "Het voorschrijven van hoe bepaalde groepen zich moeten kleden, of hen op een andere manier onderscheiden zodat ze gemakkelijk te identificeren zijn, is op zijn minst discriminerend. Bovendien leidden gelijkaardige praktijken in het verleden -zoals in Nazi Duitsland in de jaren 1930 en Rwanda begin de jaren 1990- tot de meest afschuwelijk misdaden."

Robinson en Matsuura wijzen er op dat de door de Taliban naar voren geschoven bedoeling van het decreet, namelijk de bescherming van minderheidsgroepen, het best kan worden bereikt door strikte eerbiediging van de internationaal erkende mensenrechtenprincipes.

Probleem aanpakken

Beiden zien het decreet als een zoveelste bewijs van de "noodzaak om problemen zoals vooroordelen en discriminatie, die aan de basis liggen van zovele mensenrechtenschendingen, krachtdadig aan te pakken."

Ze roepen de Taliban regering op om haar standpunt te herzien aangezien het "eens te meer een serieuze stap terug betekent voor een volk dat al veel te verduren kreeg doordat het heel wat basisrechten ontzegd wordt, zoals bijvoorbeeld het recht op onderwijs."

Robinson en Matsuura vragen "de hulp van alle landen die enige invloed kunnen uitoefenen op de autoriteiten in Kabul, om de Taliban regering alsnog haar vergissing te doen inzien."