Voor het eerst in de geschiedenis wonen de meeste mensen in steden. Steden blijven groeien en sloppenwijken vertegenwoordigen 38 procent van deze uitbreiding. Er wonen meer dan een miljard mensen in sloppenwijken. Deze bevolkingstoename laat zich voelen op het vlak van waterbeheer. Water- en sanitaire voorzieningen zijn niet afgestemd op zoveel mensen en de kloof tussen zij die toegang hebben tot zuiver water en elementaire sanitaire voorzieningen en zij die ervan verstoken blijven, diept verder uit.

In de meeste ontwikkelingslanden, waar steden het snelst groeien, vloeit afvalwater onbehandeld in het grondwater waardoor deze schaarse hulpbron verder vervuild wordt. Stedelijke gebieden met een grote bevolkingsdichtheid zijn bijzonder kwetsbaar voor ziektes die zich verspreiden langs water van slechte kwaliteit. Ze lopen ook een groter risico op natuurrampen zoals overstromingen omdat er onvoldoende preventieve maatregelen werden genomen. En het gebrek aan water en sanitaire voorzieningen weegt ook op de sociale en economische ontwikkeling: arme stadsbewoners betalen soms tot 50 keer meer voor een liter water dan hun welgestelde stadsgenoten.

Om haar lidstaten bij te staan om beter om te gaan met de wateruitdagingen in stedelijke omgevingen, lanceerde UNESCO een wetenschappelijk waterprogramma in het kader van haar overkoepelend Intergouvernementeel Hydrologisch Programma. Het UNESCO-IHE Instituut voor Watereducatie in Delft ontwikkelde een reeks activiteiten om duurzaam waterbeheer in steden te bevorderen. UNESCO is een groot promotor van het concept 'geïntegreerd stedelijk waterbeheer' dat rekening houdt met alle aspecten van het watergebruik en -beheer in stedelijke leefomgevingen. Daarbij gaat aandacht naar huiselijk en industrieel watergebruik, hygiëne, risico op overstromingen enz… die als een geheel worden aangepakt.

Ter gelegenheid van Wereldwaterdag (jaarlijks gehouden op 22 maart) benadrukt UNESCO directeur-generaal Irina Bokova dat toegang tot zuiver water een voorwaarde is voor duurzame ontwikkeling en dat het de gedeelde verantwoordelijkheid van ons allemaal is om ervoor te zorgen dat iedereen van dit basisrecht kan genieten.