Unesco Vlaanderen Unesco Vlaanderen

Betere bescherming voor cultureel erfgoed bij gewapende conflicten

Gepubliceerd op 10/03/2004 door Unesco Platform Vlaanderen

De Conventie voor de bescherming van culturele eigendom in geval van gewapende conflicten die in 1954 in Den Haag (Nederland) werd goedgekeurd, na de massale vernietiging van het cultureel erfgoed in de Tweede Wereldoorlog, is de eerste internationale, wereldwijd aanvaarde overeenkomst die zich uitsluitend toelegt op de bescherming van het cultureel erfgoed. Ze heeft zowel betrekking op onroerende als op roerende stukken, onder andere architecturale, historische of kunstmonumenten, archeologische vindplaatsen, kunstwerken, manuscripten, boeken en andere voorwerpen van artistiek, historisch of archeologisch belang, alsook op allerhande wetenschappelijke collecties.

Protocollen

De Conventie werd goedgekeurd samen met een Protocol dat de export van culturele eigendommen uit bezette gebieden verbiedt en de terugkeer van dergelijke eigendommen vereist naar de staat waaruit deze werden weggenomen. Het Protocol verbiedt verder ook de toe-eigening van culturele eigendommen als herstelbetaling na een oorlog.

Barbaarse handelingen die werden begaan tegen culturele eigendom bij de talrijke conflicten op het einde van de jaren 1980 en in het begin van de jaren 1990 wezen op een aantal tekorten in de uitvoering van de Conventie van Den Haag. In 1991 werd begonnen met een herziening van de Conventie teneinde een nieuwe overeenkomst op te stellen die rekening zou houden met de ervaringen opgedaan bij conflicten en met de ontwikkeling van het internationale humanitaire recht en van het recht ter bescherming van het cultureel erfgoed. In het zog daarvan werd op een Diplomatieke Conferentie in maart 1999 in Den Haag een tweede Protocol bij de Conventie van Den Haag goedgekeurd. Dit tweede Protocol is vanaf 9 maart 2004 van kracht, nadat Costa Rica er als 20ste staat tot toetrad.

Nieuwe elementen

Het tweede Protocol herbevestigt de "immuniteit" van cultureel erfgoed in tijden van oorlog en of bezetting en introduceert de "individuele verantwoordelijkheid" voor zij die misdaden tegen de cultuur begaan. Het schrijft ook voor dat er preventieve maatregelen in vredestijd moeten worden genomen om cultureel erfgoed te beschermen bij gewapende conflicten.

Een ander aspect van het tweede Protocol, is de beperking van het begrip "militaire noodzaak", dat nu minder snel kan worden ingeroepen als excuus voor de schending van cultureel erfgoed. De tekst voorziet ook de oprichting van een Intergouvernementeel Comité, samengesteld uit 12 lidstaten, dat moet toezien op de toepassing van de Conventie van Den Haag en de twee Protocollen.

Lidstaten

"Jammer genoeg is het meer dan ooit noodzakelijk om cultureel erfgoed te beschermen tijdens oorlogen. Gezien de grote symbolische waarde ervan, wordt het maar al te vaak door belegeraars uitgekozen als een doelwit voor plunderingen, vernieling en vandalisme," zegt Koïchiro Matsuura, de directeur-generaal van de UNESCO. Hij roept ook alle lidstaten van de Organisatie op om toe te treden tot de Conventie van Den Haag en de erbij horende protocollen, voor zover ze dat nog niet deden.

De Conventie van Den Haag telt 109 lidstaten, het eerste Protocol 87 en het zopas van kracht geworden tweede protocol 21. België ratificeerde de Conventie en het eerste Protocol op 16 september 1960.