Je bent hier:

Digitale radio voor iedereen

Communicatie

"Als je een olifant wil opeten, kan je dat niet in één hap doen" grapt Noah Samara, de 41-jarige Amerikaanse moslim van Soedanees-Ethiopische afkomst, die aan het hoofd staat van het project. "Je moet het hap voor hap doen." Hij is dan ook al 7 jaar bezig met Worldspace, dat de digitale radio via satelliet wereldwijd wil verspreiden.

Democratiseren

Het is de bedoeling om de 'radio van de rijken' aan de armen te geven, en op die manier Afrika van "een ziekte" te genezen die "erger is dan AIDS, nl. het gebrek aan infrastructuur om informatie te democratiseren". Omdat de klanten ginds economisch zwak staan, werd het project verder uitgebreid naar rijkere landen in het Zuiden met dynamischer economieën.

Worldspace wil dus radio aanbieden aan mensen die in arme landen wonen, ook aan zij die zich in de meest afgelegen gebieden bevinden. De programma's zullen digitaal -met cd-kwaliteit- via satelliet uitgezonden worden. Elke satelliet draagt 3 groepen van 100 frequenties, waardoor 100 radiostations in stereo kunnen uitgezonden worden. Dat is revolutionair voor een gebied waar de keuze zeer beperkt is. Om u een idee te geven: in Noord-Amerika kunnen de 270 miljoen inwoners op 9.000 radiostations afstemmen (1 per 30.000 mensen). Worldspace zal een gebied bedekken waar tot nu toe slechts 2.000 zenders zijn, of 1 per 2 miljoen mensen.

De programma's worden uit de ether geplukt door ontvangertjes met een kleine satellietantenne en een kleurenscherm om multimedia te ontvangen (woord, beeld, geluid). Ze kunnen op een pc worden aangesloten en zo persoonlijke berichten ontvangen. Vier grote Japanse groepen (Hitachi, Matsushita, Sanyo en Victor) gaan ze produceren en verkopen. Met de 850 miljoen dollar die Worldspace inzamelde bij investeerders -wiens identiteit een goed bewaard geheim blijft- zijn er 3 satellieten besteld bij Alcatel, en lanceringscontracten met Arianespace. De eerste werd in een baan rond Afrika gebracht in de tweede helft van 1998, de andere -voor Azië en Latijns-Amerika- volgen in 1999.

Vragen

De combinatie satelliet-digitale technologie is er inderdaad één van de toekomst, maar toch hangen er nog een aantal vragen boven het project. Zo is men nog niet zeker dat de technische kwaliteit gegarandeerd is. Vooral in steden zou die wel eens achterop kunnen hinken. Dat kan vrij gemakkelijk opgelost worden door zendmasten op de grond, die het signaal van de satelliet versterken, maar dat jaagt dan weer de kosten de hoogte in.

Een tweede onzekerheid die zich aandient is of de mensen de ontvanger überhaupt wel zullen kopen. De weinige radio's die er zijn werken prima, en kunnen gerust nog een poosje mee. Het probleem weegt dubbel door, door de opzet van het project. In het verleden was het zo, dat de rijken eerst de nieuwe technologie verworven en dat die pas daarna naar de armere lagen van de bevolking doorsijpelde. Worldspace zou graag zien dat de omgekeerde weg wordt gevolgd. Dat is verre van evident gezien het geschatte prijskaartje van de ontvangers: $200. Dat is een zeer hoog bedrag voor vele Afrikanen. Maar Samara laat er zich niet door ontmoedigen: "Het interessante is dat, zelfs als die prijs behouden blijft, er toch al zo'n 300 miljoen gezinnen zijn die hem kunnen betalen, in het gebied waar wij opereren. En we moeten slechts 10 miljoen ontvangers verkopen om de prijs met een derde te doen dalen. Na twintig miljoen verkochte exemplaren, kan die prijs zelfs gehalveerd worden. Het moet dus mogelijk zijn om binnen 5 jaar tot een prijs van ongeveer $50 te komen."

Blijft er nog één vraag over: zullen de radiozenders wel meewillen? Zullen zij bereid gevonden worden om te betalen om via de satelliet uitgezonden te worden? De kosten zullen vrij hoog liggen, en op advertenties kunnen ze niet echt rekenen om ze te dekken. De advertentiemarkt op internationaal niveau is immers zeer beperkt. Het antwoord op deze laatste vraag kan echter maar gegeven worden, als de eerste twee zijn beantwoord. Voorlopig houden de meeste zenders zich dus nog op de vlakte.

Financiering

"We hebben tot nu toe minder dan een vijfde van de beschikbare ruimte verkocht" geeft Samara toe, "maar we hopen ook op andere inkomstenbronnen, zoals de verkoop van abonnementen op gepersonaliseerde services." Worldspace lijkt daarnaast ook nog te rekenen op internationale financieringsbronnen waaraan het verbonden is via de Worldspace Foundation, die vorig jaar gesticht werd dankzij een gift van $1,5 miljoen, afkomstig van een niet nader genoemd bedrijf. Het doel van de stichting, is om partners te vinden, zodat 5% van de beschikbare frequenties kan worden voorbehouden aan onderwijs- en ontwikkelingsprogramma's, te beginnen in Afrika.

Ontwikkelingshulp

"Worldspace, UNESCO en andere internationale organisaties, NGO's en regeringen, proberen de beste programma's te vinden om vrede, gezondheidszorg, milieubescherming en vrouwen- en kinderrechten te promoten" zegt Samara. Dat is moeilijker dan het lijkt. Bernard Loing, hoofd van Atena, een associatie die samenwerkt met de Worldspace Foundation en die afstandsleren promoot, beaamt dat. Hij vertelt over zijn ervaringen met een experiment met de Olympus satelliet, eind de jaren '80 in Europa: "We besteedden veel aandacht aan wat we aanboden, maar te weinig aan de noden en de wensen van de mensen aan wie we het aanboden. We wisten hoe we een cursus voor een tweedejaarsgraad in een universiteitscursus chemie moesten aanbieden, maar wisten niks over wie erin geïnteresseerd was. Die fout mogen we nu niet meer maken. We moeten de mensen geven wat ze willen, waar ze behoefte aan hebben, anders zijn we gedoemd om in ons opzet te falen."

Dat besef maakt dat Worldspace geregeld rond de tafel gaat zitten met Afrikaanse onderwijsministers en communicatiedeskundigen. De inhoud van de toekomstige programma's is nog een vraagteken, maar er werden wel al prioriteiten voorop gesteld; zoals opleiding van leraars in afgelegen gebieden of professionele training voor vrouwen die een zaak op poten willen zetten.

Worldspace tekende voorlopig nog geen bindende overeenkomsten om de huur van de frequenties te betalen, of de aankoop van ontvangers. "De stichting is wat ons onderscheid van alle andere initiatieven" zegt Samara. "Louter zaken doen is interessant, maar niet inspirerend. Het wordt pas echt bijzonder als je het kan linken aan iets goeds doen. Veel mensen denken dat je niet tegelijkertijd geld kunt verdienen en een goede daad stellen. Ik ben het niet met ze eens."