Unesco Vlaanderen Unesco Vlaanderen

Onderwijs voor Allen veraf in 70 landen

Gepubliceerd op 27/11/2002 door Unesco Platform Vlaanderen

De UNESCO stelt een nieuw rapport voor dat peilt naar de geboekte vooruitgang in het internationale streven naar Onderwijs voor Allen. Het toont aan dat slechts 83 landen wereldwijd op goede weg zijn om de doelstellingen van het Wereldonderwijsforum van Dakar te realiseren tegen 2015. Als de huidige trend zich voortzet, zullen meer dan 70 landen de doelstellingen niet halen en sommige zullen er zelfs op achteruitgaan.

Het Wereldonderwijsforum van Dakar formuleerde zo'n tweeëneenhalf jaar geleden zes doelstellingen die haalbaar zijn mits voldoende internationaal engagement en doorzetting: tegen 2015 verzekeren dat alle kinderen toegang hebben tot kwalitatief basisonderwijs; de verschillen op basis van geslacht in het onderwijs wegwerken, het analfabetisme onder volwassenen halveren; de zorg voor zeer jonge kinderen en het kleuteronderwijs uitbreiden; jongeren en volwassenen aanzienlijk meer leermogelijkheden bieden; en de algemene kwaliteit van het onderwijs verbeteren.

Meetbare doelstellingen

Volgens het "Education For All Global Monitoring Report: Is the World on Track?" zullen 28 landen - die samen 26% van de wereldbevolking vertegenwoordigen - niet één van de drie meetbare doelstellingen van Dakar halen: universeel basisonderwijs, gelijkheid tussen geslachten en de halvering van het analfabetisme. Twee derden van die landen zijn gelegen in Afrika ten zuiden van de Sahara, maar ook India en Pakistan behoren ertoe. Nog eens 43 andere landen - samen goed voor 35,6% van de wereldbevolking - dreigen minstens één van de drie meetbare doelstellingen niet te halen.

Als de huidige mate van vooruitgang wordt voortgezet, is het zeer waarschijnlijk dat 57 landen de doelstelling van universeel basisonderwijs niet zullen realiseren tegen 2015. 41 van die landen, waaronder een aantal Centraal en Oost-Europese naties, gingen er zelfs op achteruit. Uit het rapport blijkt wel dat tijdens de jaren 1990 de inschrijving van meisjes in het basisonderwijs in alle regio's toenam: 86 landen bereikten reeds een evenwicht tussen de geslachten en 35 landen staan op het punt hetzelfde te doen. Toch dreigen nog steeds 31 landen deze doelstelling niet te bereiken tegen 2015. Tenslotte waarschuwt het rapport dat, tenzij er veel meer inspanningen worden geleverd, 78 landen niet in staat zullen zijn om het analfabetisme binnen hun grenzen met de helft te doen afnemen. Daaronder zijn 4 van de meest bevolkte landen ter wereld, te weten Bangladesh, China, India en Pakistan die samen 61% van 's werelds analfabeten huisvesten.

Kostenplaatje

Het rapport stelt eveneens dat de kostprijs om Onderwijs voor Allen te voorzien is onderschat, gedeeltelijk omdat de zware kosten van HIV/AIDS en conflicten voor het onderwijs niet in rekening zijn genomen. Zo zou HIV/AIDS alleen al, jaarlijks zo'n 975 miljoen euro vergen om universeel basisonderwijs een realiteit te maken. Bovendien zijn minstens 73 landen verwikkelt in een interne crisis of in de heropbouw na een conflict, wat de kosten om onderwijs voor iedereen te realiseren aanzienlijk de hoogte in jaagt. Daar komt nog bij dat het rapport op basis van de recente geschiedenis voorspelt dat nog minstens 4 of 5 landen in het komende decennium het hoofd zullen moeten bieden aan complexe humanitaire crisissen.

Om de kosten te kunnen dragen, zijn er belangrijke onderwijs- en economische hervormingen vereist in veel landen, alsook een aanzienlijke toename in de voor basisonderwijs beschikbare budgettaire middelen. Toch zal er ook externe hulp nodig zijn om de financiële kloof te overbruggen. Eerdere schattingen omtrent de behoefte aan dergelijke hulp blijken uiteindelijk zo'n 50% te laag uit te vallen. Volgens het rapport is er op dat vlak minstens ongeveer 5,6 miljard euro extra per jaar nodig om de doelstellingen betreffende universeel basisonderwijs en evenwicht tussen de geslachten te bereiken.

Het rapport stelt zich verder ook vragen bij sommige aspecten van hulpprogramma's die enkel budgettaire steun verlenen aan die landen die goede plannen inzake armoedebestrijding en het streven naar Onderwijs voor Allen kunnen voorleggen. Nadeel van een dergelijke aanpak is dat ze landen met een stabiele politieke structuur en een traditie op het gebied van goede beleidsontwikkeling bevoordeelt, en andere landen waar de nood dikwijls het hoogst is, uitsluit. Het rapport vraagt dat de internationale gemeenschap meer aandacht zou besteden aan deze laatste categorie landen en hen prioritair hulp zou bieden.

Lerarentekort

Een andere factor die het realiseren van de doelstellingen van Dakar bemoeilijkt, is het dreigende globale lerarentekort. Zo staat te lezen in het rapport dat er zo'n 15 tot 35 miljoen extra leerkrachten nodig zijn om universeel basisonderwijs tegen 2015 te bereiken. 3 miljoen daarvan zijn vereist in Afrika ten zuiden van de Sahara. In die regio zijn er gemiddeld 40 leerlingen per beschikbare leerkracht, terwijl die ratio in andere regio's gemiddeld 25 is.

"Het Global Monitoring Report is een onmisbaar instrument voor de ganse Onderwijs voor Allen-beweging," zegt Koïchiro Matsuura, directeur-generaal van de UNESCO. "Het nauwgezet en accuraat opvolgen van de vooruitgang in het streven naar de doelstellingen van Onderwijs voor Allen moet de basis zijn van een verbeterd begrip en meer efficiënte acties. Door betrouwbare gegevens, rigoureuze analyse en overtuigende argumenten aan te bieden, is het rapport de beste stimulans om beter te doen."

Voor meer informatie over Onderwijs voor Allen kan u terecht in onze rubriek 'dossiers'. U kan eveneens onze on-line-informatiekit raadplegen op www.unesco-vlaanderen.be/efa/default.htm

"Education For All Global Monitoring Report: Is the World on Track?" is beschikbaar op http://www.unesco.org/education/efa/monitoring/monitoring_2002.shtml