Unesco Vlaanderen

Aalst Carnaval en de schrapping van de Unesco-lijst

Gepubliceerd op 13/12/2019 door Vlaamse Unesco Commissie

Na commotie over de stereotiepe karikaturen van joodse personages door carnavalsvereniging De Vismooil'n werd Aalst Carnaval op 13 december 2019 geschrapt van Unesco’s Representatieve Lijst voor Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid. 

De inschrijving van Aalst Carnaval op de Representieve Lijst deed al langer bezwaren rijzen, waarbij Irina Bokova, voormalig directeur-generaal van UNESCO, reeds in 2013 forse veroordelingen uitsprak naar aanleiding van nazi-taferelen tijdens het carnaval. 

In 2019 was zowel de nationale als de internationale ophef echter van een andere orde. Naar aanleiding hiervan schreef de Vlaamse Unesco Commissie een fact sheet om alle feiten op een rijtje te zetten.

Hieronder vindt u nog meer duiding over Aalst Carnaval en immaterieel erfgoed in controverse en evolutie.

Aalst Carnaval: situering

Aalst Carnaval is een driedaags volksfeest met een typisch spottend, anarchistisch en (politiek) satirisch karakter. Dit grootschalige volksfeest, met een betrokkenheid door alle bevolkingslagen heen, is ontstaan rond 1432.

Een van de bekendste onderdelen van Aalst Carnaval is de stoet met tientallen praalwagens. Jaarlijks lokt de optocht tot 100.000 toeschouwers. Een 80-tal ‘officiële groepen’ stappen mee in de zondags- en maandagsstoet, waarin de verschillende groepen actuele thema’s op satirische wijze benaderen. De voorbereidingen beginnen meestal maanden op voorhand. Elke groep doet haar best om het publiek te verbazen met tot in de puntjes afgewerkte praalwagens en kostuums. Daarnaast lopen meer dan 200 ‘losse groepen’ in de stoet. Dit zijn kleinere groepen van carnavalisten die geen grote praalwagens bouwen, maar wel makkelijk op de actualiteit inspelen op een ludieke manier.

Op dinsdag is het de beurt aan de ‘Voil Jeanetten’. Duizenden als vrouw verklede mannen trekken dan door de straten van Aalst om de spot te drijven met alles en iedereen, in de eerste plaats met zichzelf. De ‘Voil Jeanet’ is een voorbeeld van een typisch omkeringsritueel tijdens Carnaval, waarbij man vrouw wordt om de gangbare maatschappelijke orde te verstoren. De kenmerkende satire en spot vinden we ook terug in de Carnavalsliedjes die in het Aalsterse dialect gezongen worden. De prinsenverkiezing, de ajuinworp en het verbranden van de vastenavondpop behoren eveneens tot de jaarlijkse rituelen.

Aalst Carnaval is in 2008 erkend en opgenomen op de Inventaris Vlaanderen van het immaterieel cultureel erfgoed. In aansluiting daarop diende het Carnaval bij UNESCO een aanvraag in tot erkenning als Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid.

Immaterieel erfgoed in controverse én in evolutie

De afgelopen jaren is al vaker gebleken hoe immaterieel erfgoed, naast allerlei positieve effecten en waardering, soms ook maatschappelijk debat en controverse kan oproepen. Levend erfgoed staat immers middenin de actuele samenleving. Het beweegt en evolueert mee met maatschappelijke kwesties, evoluties, normen en waarden.  

Reeds in het verleden evolueerde in Aalst een en ander met de nodige polemiek. De figuur van de ‘Voil jeanet’ kreeg begin de jaren 1990 een negatief en vulgair imago, na exhibitionistische obsceniteiten en grove incidenten met slachtafval. Als gevolg daarvan zette het Feestcomité een campagne op ter promotie van de "proeper voil jeanet". De leuze "me moi giënen ambras, want ik ben een voil jeanet mei klas" raakte snel ingeburgerd. Daardoor kende de traditie een herbronning en groeide de ‘Voil Jeanet’ uit tot het symbool van Aalst Carnaval. Op vandaag zijn er lokale initiatiefnemers die campagne voeren om de traditionele figuur in ere te herstellen en travestie en pornografische beelden uit de stoet te weren. (Aalst Carnaval: ‘Voil Jeanetten’ vragen meer etiquette: www.vrt.be, 5 maart 2019)

Ook de Prinsenverkiezing evolueerde. In 2012 is, na veel discussie onder de Aalstenaars, voor het eerst in de geschiedenis een vrouw verkozen als Prins Carnaval. Enkele edities later was het beurt aan een prins met een handicap en nog later een prins met migratieachtergrond. Wat we vandaag als ‘normaal’ erkennen, was dat decennia geleden niet en is soms maatschappelijk helemaal niet zo lang geleden verworven.

Voor overheden is het niet eenvoudig en evenmin wenselijk om zich al te veel te mengen in die ontwikkelingen. In de lijn van de Unesco Conventie zijn het immers de erfgoedgemeenschappen zelf die voorop staan. In de Conventie en het daaruit voortvloeiende beleid en de instrumenten, is het principe onderschreven dat de betrokkenen (“communities, groups, and in some cases individuals”) een verregaande zeggenschap moeten kunnen hebben én houden bij (al wat gebeurt met en rond) hun erfgoedpraktijk. Het zijn zij die de tradities in praktijk tot leven brengen en aanvoeren. Regulering of censuur zouden het immaterieel cultureel erfgoed al te sterk van buitenaf of bovenaf kunnen beïnvloeden en de dynamiek van het erfgoed onder druk zetten. 

Onder invloed van maatschappelijke evoluties en debatten, passen de erfgoedpraktijken zich door de bank genomen zelf dynamisch aan de nieuwste gangbare verwachtingspatronen, ethische reflecties, wetgeving en standaarden, technologische innovatie aan. Dat gaat evident niet altijd zonder slag of stoot. En soms kan op vernieuwing ook wel enige tijd spanning en vertraging zitten, alvorens de ontwikkeling of verandering van lang bestaande gebruiken raakt ingebed en aanvaard. 

Het voeren van een meerstemming gesprek in constructieve dialoog en met wederzijds respect zijn daartoe zonder meer kritische succesfactoren in de context van een snel evoluerende en steeds meer diverse en sterk gemediatiseerde samenleving.  

Naast de Vlaamse UNESCO Commissie, staan in Vlaanderen ook andere organisaties klaar om de betrokkenen in deze evoluties rond immaterieel erfgoed te ondersteunen. (https://immaterieelerfgoed.be/nl/team en https://immaterieelerfgoed.be/nl/netwerk)

Ook de Vlaamse overheid zet in haar beleid rond immaterieel erfgoed in op dialoog, onder meer met haar Verklaring van Ethische principes verbonden aan de Inventaris Vlaanderen van het Immaterieel Cultureel Erfgoed: “Alle immaterieel cultureel erfgoed, dus ook erfgoed dat controversieel bevonden wordt, wordt benaderd in een sfeer van onderling respect en dialoog, dat wil zeggen vanuit respect voor de diversiteit van immaterieel cultureel erfgoed en voor de betrokkenen, maar net zozeer ook met respect voor anderen die dit erfgoed niet beleven of daar bezwaren tegen maken.”