Unesco Vlaanderen Unesco Vlaanderen

Na 75 jaar is Unesco nog steeds relevant voor Vlaams erfgoed

Gepubliceerd op 16/12/2020 door Vlaamse Unesco Commissie

We vieren dit jaar de 75e verjaardag van de Verenigde Naties (VN), en bij uitbreiding ook van Unesco die vandaag net zo relevant is als 75 jaar geleden, ook voor cultureel erfgoed in Vlaanderen. Het tijdschrift 'FARO' (Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed) bracht een artikel uit van de VUC dat een overzicht schetst van het werk van Unesco voor de bescherming van erfgoed en de relevantie daarbij voor Vlaams beleid:

Na de Tweede Wereldoorlog waren landen vast besloten om meer en sterker samen te werken voor vrede en welvaart. Bij die heropbouw ging er aandacht naar waarden, ethiek en moraal, getuige onder meer de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, die de VN in 1948 heeft aangenomen. Het besef dat er gewerkt moest worden aan een ‘nieuwe mindset’ voor een duurzame internationale orde weerklinkt ook in de constitutie van Unesco: “Omdat oorlogen in de hoofden van mensen beginnen, moeten we in de hoofden van mensen vrede opbouwen” Die centrale zin is nog steeds de drijfveer van Unesco: werken aan vrede door meer wederzijds begrip en samenwerking, door interculturele dialoog, door kwaliteitsvol onderwijs en door wetenschappelijke voortuitgang te delen.

Klinkt mooi om ideeën uit te wisselen en samen aan vrede te werken, maar hoe gaat men dan concreet aan de slag? Unesco heeft in de afgelopen decennia steeds geprobeerd een reeks wereldwijde afspraken te maken, om zo globale referentiekaders en standaarden te zetten voor inspiratie en beleid op nationaal en regionaal niveau. Voor erfgoed en cultuur ontwikkelde Unesco zeven zogeheten ‘conventies’: internationale verdragen die de Unesco-lidstaten – ook België en haar gewesten en gemeenschappen – goedkeurden en daardoor gebonden zijn.

Met de nog levendige herinnering aan de vernieling van talrijke monumenten en kunstroven tijdens de Tweede Wereldoorlog, zag in 1954 de Haagse conventie het levenslicht voor de  bescherming van culturele goederen in geval van gewapend conflict. 

Het wit-blauwe schildje als embleem van de conventie en als merkteken voor beschermde gebouwen onder dat verdrag herkent iedereen wel.

Het schildje werd door de onroerend erfgoedadministratie immers niet alleen gebruikt voor beschermd erfgoed bij conflict, maar voor zowat àlle beschermde monumenten, terwijl in België enkel het Platin-Moretus complex, het Brusselse Horta-huis en de neolithische vuursteenmijnen in het Waalse Spiennes  formeel door dit verdrag beschermd zijn. Dat misverstand is inmiddels verholpen door een nieuw geel-wit plaatje voor Vlaamse beschermde gebouwen, maar je ziet het oude blauw-witte schildje nog veel in het straatbeeld. Zo raakte het resultaat van Unesco-werk – eerder onbewust –  ondertussen stevig in ons collectief bewustzijn verankerd.

Bekender is Unesco’s Werelderfgoed-conventie. Met de bouw van de Aswan-dam in de jaren 1960, die de antieke Egyptische tempels van Aboe Simbel bedreigde, groeide het besef dat er zoiets bestaat als erfgoed dat lokaal eigenaarschap overstijgt en het beschermen waard is voor de ganse mensheid. Dankzij internationale samenwerking zijn niet alleen de Egyptische tempels verplaatst en gered, maar sloot men in 1972 ook de Werelderfgoed-conventie voor de bescherming van onroerend erfgoed – monumenten en landschappen – met een ‘uitzonderlijke universele waarde’. Twee jaar ervoor is bovendien de conventie afgesloten om de illegale handel in cultuurgoederen tegen te gaan. Vele voormalige kolonies hadden immers af te rekenen met een groeiende zwarte markt waarbij sites en monumenten werden beroofd of beschadigd voor de internationale handel in antiquiteiten.  

Elk van die conventies toont nog steeds de relevantie voor de bescherming van ons cultureel erfgoed – niet alleen bij economische ontwikkelingen, klimaatverandering of natuurrampen, maar vooral ook in conflictsituaties. We zijn in de 21e eeuw helaas nog steeds geconfronteerd met de doelbewuste vernietiging van cultureel erfgoed om tegenstanders in hun identiteit te raken, om een verleden uit te wissen, om de wereldgemeenschap te schofferen, of om gedeeld erfgoed en culturele dialoog letterlijk op te blazen. Denk maar aan de vernieling van Werelderfgoedsites zoals de grote Bamiyan boeddha’s in Afghanistan door de Taliban, of recenter aan de verwoesting van de Romeinse archeologische site in het Syrische Palmyra door IS. Plunderingen van musea zorgden ook voor meer illegale handel in antiquiteiten, vaak nog ter financiering van terroristische groepen. Unesco lanceerde daarom in 2015 de #Unite4Heritage campagne om dergelijke doelbewuste schade aan cultureel erfgoed aan te klagen en het belang van erfgoed kracht bij te zetten. Deze campagne werd destijds door de Vlaamse Regering financieel gesteund vanuit het Flanders Unesco Trustfund, net zoals enkele andere Unesco-projecten Vlaamse steun kregen om de schade aan Syrisch en Iraaks te erfgoed op te meten.

Na de eerste decennia met een focus op onroerend erfgoed, richtte Unesco zich sinds de jaren negentig steeds meer ook op roerend en vooral immaterieel cultureel erfgoed en cultuur in de brede zin. In 1992 startte Unesco met het ‘Memory of the World’ programma voor de bescherming van documentair erfgoed (archieven, boeken, opnames, …), gevolgd door het ‘Living Human Treasures’ programma in 1993 voor immaterieel erfgoed. Begin deze eeuw kwam er de échte doorstart met maar liefst drie nieuwe culturele conventies: de conventie voor cultureel onderwatererfgoed in 2001, de conventie voor immaterieel cultureel erfgoed in 2003,  en de conventie rond culturele diversiteit gelanceerd in 2005 als een kaderverdrag voor een omvattend cultureel beleid. Tot slot bracht Unesco in 2015 een aanbeveling over musea en collecties uit, met bijzondere aandacht voor de sociale rol van musea, naast het klassieke collectiebeheer. Meer oog voor diversiteit, voor erfgoed uit niet-Westerse landen, en voor de rol van cultuur bij duurzame ontwikkeling vormden de drijfveren voor die nieuwe focus.  Een bredere en meer evenwichtige aanpak was welkom. De Werelderfgoedlijst is tot op vandaag immers gedomineerd door de enorme hoeveelheid aan Europese erfgoedsites, met een ondervertegenwoordiging van Werelderfgoed uit Afrika. De recentere conventies gericht op culturele diversiteit en op tradities en praktijken – in plaats van op ‘monumentale bouwwerken’ – hebben bijgedragen aan een grotere zichtbaarheid en erkenning van cultureel erfgoed in de brede zin.

De  conventie voor immaterieel cultureel erfgoed was niet alleen een opsteker voor Azië, Afrika en Latijns-Amerika, maar gaf ook in Europa een stimulus aan de ontwikkeling van het beleid rond levend erfgoed. Vlaanderen nam een markante voortrekkersrol op, met een snelle ondertekening en omzetting van de conventie in Vlaamse beleidsvoering: denk maar aan de Inventaris Vlaanderen voor het immaterieel cultureel erfgoed en de start van www.immaterieelerfgoed.be. Ook diverse cultureel-erfgoedorganisaties gingen actief rond het nieuwe immaterieel-erfgoedbeleid aan de slag. Meerdere organisaties (FARO, Werkplaats Immaterieel Erfgoed, CAG, Sportimonium, …)  deden bovendien een aanvraag om als NGO door Unesco geaccrediteerd te worden in het kader van de Conventie en kunnen zo deelnemen aan de Unesco-vergaderingen, raadplegingen en samenwerkingen.

Het mag duidelijk zijn dat Unesco ook in Vlaanderen inspireert en beleidskaders aanreikt, en werkt aan wereldwijde uitdagingen die ons allemaal aangaan voor de bescherming van waardevol erfgoed met oog voor wederzijds begrip en culturele dialoog. Hete hangijzers zoals ‘Aalst Carnaval’ (zie ook artikel op pagina 8 in 'FARO') en het ‘dekoloniseringsdebat’ tonen aan dat ook bij ons blijvende dialoog rond erfgoed zinvol en nodig is. De Vlaamse Unesco Commissie heeft als opdracht om de ‘Vlaamse Gemeenschap’ (overheden, middenveld, experts, burgers, …) te betrekken bij het werk van Unesco, door te ondersteunen bij de uitvoering van Unesco programma’s, advies te geven, op te treden als aanspreekpunt en informatie te bieden. 

Unesco zit in Vlaanderen en Vlaanderen is betrokken bij Unesco. Ondanks het politieke gekrakeel en de gebreken van Unesco als VN-agentschap, blijft internationale samenwerking 75 jaar later nog steeds relevant voor een duurzame toekomst. Dat laten het klimaatdebat en de Corona-pandemie ook zien. Unesco draagt haar steentje bij op het vlak van globale samenwerking rond onderwijs, wetenschap en cultuur. En daar kunnen we in Vlaanderen ook aan bijdragen en meewerken.

Dit artikel en andere kan u lezen via volgende link: https://issuu.com/faronet/docs/faro_2020_13_4_issuu 

Website 'FARO': https://faro.be/