Unesco Vlaanderen Unesco Vlaanderen

Bescherming van culturele goederen tijdens gewapende conflicten

Gepubliceerd op 29/10/2013 door Unesco Platform Vlaanderen

Sedert de inwerkingtreding in 1956 van het Verdrag van Den Haag van 1954 inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict heeft het aantal aanhoudende gewapende conflicten de relevantie van dit Verdrag aangetoond. Daarom werd er in augustus 1999, 45 jaar later, een Tweede Protocol aan toegevoegd om het Verdrag nog doeltreffender te maken.

Op dit moment telt het Verdrag van 1954 126 Hoge Verdragsluitende Partijen, terwijl dat er slechts 64 zijn bij het Tweede Protocol van 1999. Desalniettemin heeft het Comité voor de Bescherming van cultuurgoederen in geval van een gewapend conflict, dat werd opgericht bij het Tweede Protocol van 1999, in 2010 de eerste goederen opgenomen in de lijst van culturele goederen onder versterkte bescherming, en probeert het met de beschikbare middelen de bescherming van culturele goederen in de wereld te verbeteren.

Aan de vooravond van de herdenking van de zestigste verjaardag van het Verdrag van Den Haag van 1954 inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict en van de vijftiende verjaardag van het Tweede Protocol uit 1999, en in het kader van het Belgisch voorzitterschap van het intergouvernementele Comité voor de Bescherming van cultuurgoederen in geval van een gewapend conflict, organiseert de Belgische Interministeriële Commissie voor humanitair recht (ICHR), in partnerschap met de Vlaamse Unesco Commissie, een internationaal Colloquium over de uitvoering van het Tweede Protocol van 1999. Dit colloquium vindt plaats op 12 en 13 december 2013 in Brussel (Egmontpaleis).

Dit internationale colloquium is bedoeld om het Tweede Protocol van 1999 beter bekend te maken, in het bijzonder bij de culturele en militaire deskundigen van de staten. Er zal niet alleen worden ingegaan op de plichten en de kansen die dit Protocol bevat en op de mechanismen en instrumenten die het ter beschikking van de staten stelt, maar ook op tal van voorbeelden uit de praktijk van de partijen.