Unesco Vlaanderen

Vlaanderen mee aan tafel bij internationale uitwisseling over UNESCO-WOI-erfgoed

Gepubliceerd op 02/10/2026 door Vlaamse Unesco Commissie

Op 1 oktober bracht de Commonwealth War Graves Commission (CWGC) in Parijs internationale experts samen rond de toekomst van herinneringssites uit de Eerste Wereldoorlog. Ook Vlaanderen was sterk vertegenwoordigd. Van de 139 sites in België en Frankrijk die sinds 2023 UNESCO-Werelderfgoed zijn, liggen er 27 in de Westhoek. 

Tijdens het event deelden Vlaamse erfgoedexperts hun ervaringen met duurzaam beheer, archeologie, nieuwe technologieën en internationale samenwerking. Centraal stond één vraag: hoe houden we deze herinneringssites relevant voor toekomstige generaties? 

Een erkenning als gedeelde internationale verantwoordelijkheid

De erkenning van de 139 sites als UNESCO-Werelderfgoed in 2023 was geen eindpunt, maar het begin van een gedeelde internationale verantwoordelijkheid. Dat benadrukte keynote speaker Jyoti Hosagrahar, Deputy Director van het UNESCO Werelderfgoedcentrum. De erkenning bevestigt dat deze sites een outstanding universal value hebben: ze zijn van betekenis voor de hele mensheid en verdienen bescherming voor toekomstige generaties. Voor de sitebeheerders betekent dit dat hun verantwoordelijkheid verder reikt dan het lokale niveau en dat ze hun erfgoed ook internationaal moeten uitdragen.

Die verantwoordelijkheid gaat bovendien verder dan het fysieke behoud van de sites. Ze moeten bezoekers ook aanzetten tot reflectie en duidelijk maken waarom dit erfgoed vandaag en voor toekomstige generaties relevant blijft. Bij de WOI-herinneringssites gaat het onder meer om de menselijke tol van oorlog, het belang van vrede en internationale samenwerking, de offers van gesneuvelde soldaten en de mogelijkheid tot verzoening na een conflict. Daarmee raken deze sites aan de kern van UNESCO's vredesmissie, zoals Hosagrahar onderstreepte.

Duurzame herinneringssites: Levende landschappen

Een panel besprak hoe herinneringssites zich kunnen aanpassen aan de uitdagingen van vandaag. Vooral de klimaatverandering zet de sites onder druk. Langdurige droogte tast beplantingen en grasvelden aan, terwijl overstromingen en waterinfiltratie schade kunnen veroorzaken aan historische gebouwen en monumenten.

De Vlaamse panelleden Sarah Camerlynck (CWGC) en Dries Claeys (Agentschap Onroerend Erfgoed) benadrukten het belang van een grondige voorstudie voordat beheerders ingrijpen op een site. Een goed inzicht in de historische bouwlagen vormt daarbij het vertrekpunt. Sarah Camerlynck illustreerde dit aan de hand van de restauratiewerken aan de Menenpoort in Ieper. Daar koos men voor een groendak dat enkel van bovenaf zichtbaar is. Zo blijft de bezoekersbeleving onveranderd, terwijl het dak de bouwstructuur verbetert en waterinfiltratie tegengaat.

Ook de toenemende hittegolven vragen om aanpassingen. Bezoekers van militaire begraafplaatsen hebben steeds meer behoefte aan schaduwrijke plekken. David Richardson (CWGC) lichtte de ambitie toe om 39.000 bomen aan te planten. Daarnaast kiest de organisatie steeds bewuster voor plantensoorten die beter bestand zijn tegen droogte. Zo kunnen duurzame landschapskeuzes bijdragen aan zowel het behoud van de sites als het comfort van bezoekers.

Sarah Camerlynck (CWGC) aan het woord

Nieuwe technologieën voor verbeterde bezoekersbeleving

De casus van de Menenpoort toonde ook hoe nieuwe technologieën kunnen bijdragen aan het beheer en de ontsluiting van herinneringssites. Zo bieden 3D-modellering en efficiëntere verlichtingsinstallaties nieuwe mogelijkheden voor de restauratie en het onderhoud. Technologie kan daarnaast ook de bezoekersbeleving verrijken. Met de CWGC-app EverMore kunnen bezoekers aan de hand van een foto van een grafsteen het persoonlijke verhaal van een gesneuvelde soldaat ontdekken.

De panelleden benadrukten dat technologie kan helpen om het verhaal van herinneringssites mee te helpen vertellen, maar nooit de plaats van de site zelf mag innemen. Een digitale toepassing kan historische informatie toegankelijker maken en persoonlijke verhalen tot leven brengen, maar niets evenaart de ervaring van een bezoek ter plaatse. De fysieke aanwezigheid op een militaire begraafplaats of herdenkingssite blijft essentieel om de historische betekenis en de menselijke impact van oorlog ten volle te ervaren

Gezocht: 200.000 vermiste soldaten in Vlaamse velden

Meer dan een eeuw na de Eerste Wereldoorlog vinden archeologen nog regelmatig menselijke resten aan het voormalige front. Sam De Decker van het Agentschap Onroerend Erfgoed lichtte toe dat Vlaanderen al meer dan 25 jaar richtlijnen hanteert voor dergelijke opgravingen. Tijdens het panel kwam ook de vraag aan bod waarom we deze menselijke resten opgraven. De Decker verwees onder meer naar de verplichtingen die voortvloeien uit de Conventies van Genève. In Vlaanderen zijn soldatengraven bovendien erkend als archeologisch erfgoed. Maar ook het ethische aspect speelt een belangrijke rol: wie zijn leven gaf, verdient een waardige begraafplaats en de mogelijkheid om zijn identiteit en naam te achterhalen.

Waarom gaan we dan niet actief op zoek naar alle vermiste soldaten? Volgens de panelleden zijn daarvoor verschillende redenen. Vaak is het onduidelijk waar de resten zich precies bevinden. Bovendien zou een grootschalige uitbreiding van de opgravingen financieel niet haalbaar zijn. Vlaanderen kiest daarom voor een pragmatische aanpak, waarbij archeologen zich vooral richten op menselijke resten die aan het licht komen bij bouwwerken. Zo blijft er aandacht voor de identificatie en waardige begraving van gesneuvelde soldaten, zonder dat een systematische zoektocht naar alle vermisten noodzakelijk is.

Sam De Decker van het Agentschap Onroerend Erfgoed aan het woord

Soft power en de diplomatieke dimensie van herdenkingssites

Het laatste panel belichtte de manier waarop landen de Eerste Wereldoorlog herdenken en hoe internationale samenwerking ruimte biedt aan uiteenlopende perspectieven op het gedeelde verleden.

Steve Maertens, verantwoordelijke van de Dienst Oorlogsgraven van het War Heritage Institute in Brussel, vertelde hoe vondsten van menselijke resten op Vlaamse slagvelden aanleiding geven tot diplomatieke contacten met het land van herkomst van de gesneuvelde soldaat. Die contacten versterken de onderlinge banden en geven een concrete invulling aan erfgoeddiplomatie. Ook de UNESCO-erkenning speelt hierin een rol. Internationale herdenkingsmomenten bieden landen telkens opnieuw de gelegenheid om samen stil te staan bij een gedeeld, maar pijnlijk verleden.

De fundamenten voor verzoening werden al kort na de Tweede Wereldoorlog gelegd, toen Duitse vertegenwoordigers deelnamen aan herdenkingsplechtigheden. Het gezamenlijk herdenken droeg bij aan het herstel van internationale relaties en bracht voormalige tegenstanders samen rond het belang van vrede en democratische waarden.

Nu ook de laatste rechtstreekse getuigen van de Tweede Wereldoorlog verdwijnen, groeit de verantwoordelijkheid om hun herinneringen door te geven aan volgende generaties. Overheden en organisaties zoals de Commonwealth War Graves Commission (CWGC) blijven daarom investeren in nieuwe manieren om vooral jongeren bij de herinnering te betrekken, onder meer via onderwijsinitiatieven. Zo blijven herinneringssites betekenisvolle plekken om het belang van vrede, verzoening en internationale samenwerking door te geven.

Het internationale event in Parijs maakte duidelijk dat de toekomst van de WOI herdenkingssites een gedeelde verantwoordelijkheid is. Van erfgoedzorg en klimaatadaptatie tot technologie, archeologie en erfgoeddiplomatie: de uitdagingen stoppen niet aan de landsgrenzen. Met hun expertise en ervaringen uit de Westhoek droegen verschillende Vlaamse actoren actief bij aan dit internationale gesprek over hoe we dit gedeelde erfgoed kunnen bewaren én betekenisvol houden voor toekomstige generaties.