Wat is bio-ethiek en waarom is Unesco zo geschikt om bio-ethische kwesties te behandelen?

We spraken met Eugenijus Gefenas, voorzitter van het Intergouvernementeel Bio-ethiek Comité (IGBC) van Unesco. Hij vertelt wat bio-ethiek inhoudt en waarom Unesco een geschikt platform is voor de ontwikkeling van de bio-ethiek en de ethiek van wetenschap en technologie.

Voor wie er niet mee vertrouwd is: wat is bio-ethiek?

Ik zou liever een paar kenmerken van bio-ethiek bespreken om de discipline uit te leggen.

Ten eerste beschouw ik bio-ethiek als de problematische beslissing over het menselijk leven en de gezondheid. Dit geldt zowel voor het individueel niveau als voor het collectief niveau – individuele mensen en de mensheid als geheel. Het is belangrijk om in gedachten te houden dat we het hebben over complexe en problematische kwesties, wat betekent dat er niet één juiste interpretatie of oplossing voor het probleem is.

Meestal leiden deze problematische beslissingen tot tegenstrijdige en controversiële standpunten. Als we bijvoorbeeld praten over de beslissing over het levenseinde, dan is er een discussie over de menselijke waardigheid aan het einde van het leven. In landen waar men denkt dat het menselijk lijden ondraaglijk kan zijn, kan men bijvoorbeeld programma's voor euthanasie introduceren. Er zijn echter voor- en tegenstanders van deze kwestie. Als we over bio-ethiek praten, hebben we het op een bepaalde manier altijd over het omgaan met controversiële keuzes en dilemma's. We moeten een scenario kiezen dat “minder slecht” is dan de andere. We hebben het niet vaak over goede scenario's.

Er bestaat niet zoiets als één juist antwoord voor bio-ethische vraagstukken.

Een ander kenmerkend aspect van de bio-ethiek is de multidisciplinaire factor. Er komen verschillende disciplines kijken bij de bespreking van problematische kwesties. Zo is het bijvoorbeeld belangrijk om artsen te betrekken bij het gesprek omdat ze wetenschappelijke feiten kunnen geven en de gevolgen kunnen inschatten van verschillende scenario's. We hebben ook advocaten nodig voor de juridische kant van de zaak en filosofen die kunnen nadenken over verschillende waarden en tegenstrijdige standpunten.

Ten slotte moeten we erkennen dat de verscheidenheid van wereldbeelden een rol speelt bij de bespreking van problematische kwesties. Dit komt tot uiting in de Universele Verklaring over Bio-ethiek en de Mensenrechten van Unesco. Daarin staat dat nationale bio-ethiek organen pluralistisch moeten samengesteld zijn. Dit betekent dat ze niet mogen beperkt blijven tot één godsdienst of één filosofie.

Waarom is het belangrijk dat Unesco actief is op het gebied van de bio-ethiek en de ethiek van wetenschap en technologie?

Ik denk dat het van cruciaal belang is om de gevoelige morele kwesties te behandelen die verband houden met de biowetenschappen en -technologie. En hoe meer organisaties zich daarover buigen, hoe beter. Voor Unesco is het zeer relevant omdat de Organisatie staat voor wetenschap en cultuur. Het is dus in feite een multidisciplinaire organisatie die verschillende aspecten van ons leven bestrijkt. Daarom denk ik dat de combinatie van natuurwetenschappen en geesteswetenschappen, en gevoeligheden voor culturele kwesties, van Unesco een zeer goede plek maakt voor een discipline zoals de bio-ethiek.

Bovendien is het de enige organisatie waar een mondiaal perspectief op de bio-ethiek mogelijk is. Dat is belangrijk voor ontwikkelingslanden omdat ze er terecht kunnen voor bio-ethische reflecties als ze zelf niet over de middelen beschikken om dit te doen.

Unesco is de enige organisatie die een mondiaal perspectief op bio-ethiek biedt.

Ten slotte beschikt Unesco over een programma dat landen helpt bij de oprichting van nationale bio-ethiek comités. Daarnaast zijn er de instrumenten die ontwikkeld worden door adviesorganen zoals het Internationaal Bio-ethiek Comité en de Wereldcommissie voor Bio-ethiek en de Ethiek van Wetenschap en Technologie.

Eugenijus Gefenas (Litouwen) is voorzitter van het Intergouvernementeel Bio-ethiek Comité (IGBC) van Unesco. Het werd in 1998 opgericht op grond van artikel 11 van de statuten van het Internationaal Bio-ethiek Comité (IBC). Het bestaat uit 36 lidstaten van Unesco waarvan de vertegenwoordigers minstens eenmaal per twee jaar samenkomen om het advies en de aanbevelingen van het IBC te bespreken. België is nog tot eind 2019 lid van het IGBC.

International Bioethics Committee (IBC)
World Commission on the Ethics of Scientific Knowledge and Technology (COMEST)