Nieuw rapport toont aan dat onderwijs een uitstekend middel is in de strijd tegen armoede in de wereld. Maar te weinig mensen volgen onderwijs om de armoedetrend te breken.

Mochten alle volwassenen het secundair onderwijs doorlopen, dan zou de armoede wereldwijd met meer dan de helft kunnen afnemen. Tot die conclusie komt een nieuw rapport van Unesco. Maar uit cijfers van het Unesco Instituut voor Statistiek (UIS) blijkt dat er in veel landen nog steeds veel te weinig mensen secundair onderwijs volgen. Daardoor zullen er nog generaties lang te weinig mensen afstuderen om een aanzienlijke kentering in de armoede teweeg te brengen.

Duurzaam Ontwikkelingsdoel voor armoedebestrijding

Het rapport, Reducing global poverty through universal primary and secondary education, verschijnt aan de vooravond van een VN-forum dat zich van 10 tot 19 juli 2017 zal buigen over de bestrijding van armoede in het kader van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen. Het toont aan hoe belangrijk onderwijs is als hefboom om armoede in al zijn vormen en overal te verlichten.

“De nieuwe analyse van de verregaande voordelen van onderwijs zou goed nieuws moeten zijn voor iedereen die zich inzet voor het Duurzame Ontwikkelingsdoel om tegen 2030 armoede uit te roeien,” zegt Irina Bokova, directeur-generaal van Unesco. “Het toont aan dat we een plan hebben om ervoor te zorgen dat mensen niet langer met enkele dollars per dag moeten rond komen. En onderwijs staat centraal in dat plan.”

Impact van onderwijs op groei en armoede

De nieuwe analyse over de impact van onderwijs op armoede is gebaseerd op de gemiddelde effecten van onderwijs op groei en armoedebestrijding in ontwikkelingslanden van 1965 tot 2010. Daaruit blijkt dat bijna 60 miljoen mensen aan armoede zouden kunnen ontsnappen als alle volwassenen twee jaar scholing zouden hebben. Als alle volwassenen het secundair onderwijs afronden, zouden 420 miljoen uit armoede kunnen worden opgeheven, waardoor het totale aantal arme mensen met meer dan de helft wereldwijd en met bijna tweederde in Afrika onder de Sahara en Zuid-Azië zou afnemen.

Studies hebben aangetoond dat onderwijs direct en indirect gevolgen heeft voor zowel economische groei als armoede. Onderwijs biedt vaardigheden die de werkgelegenheidskansen en inkomens stimuleren, terwijl mensen zich beter kunnen beschermen tegen sociaaleconomische kwetsbaarheden. Een meer gelijkmatige uitbreiding van het onderwijs zal waarschijnlijk de ongelijkheid verminderen, waardoor de armsten aan de onderkant van de ladder hogerop geraken.

Teveel kinderen en jongeren gaan niet naar school

Ondanks het potentieel van het onderwijs, blijkt uit nieuwe UIS-gegevens dat er in de afgelopen jaren vrijwel geen vooruitgang is geboekt bij het terugdringen van het percentage kinderen en jongeren dat niet naar school gaat. Wereldwijd kunnen 9% van alle kinderen van lagere schoolleeftijd niet genieten van hun recht op onderwijs. Voor jongeren met de leeftijd voor lager en hoger secundair onderwijs, gaat het om respectievelijk 16% en 37%. In totaal ging het in 2015 om 264 miljoen kinderen en jongeren.

Ongelijkheid wegwerken

Onderwijs moet de armste kinderen bereiken om de voordelen te maximaliseren en de inkomensongelijkheid te verminderen. En daar wringt het schoentje: kinderen uit de armste gezinnen hebben veel minder kans om naar school te gaan. Wat nog versterkt wordt door de kosten die gezinnen moeten dragen voor onderwijs. Het rapport benadrukt dan ook de noodzaak om de directe en indirecte kosten voor onderwijs te verminderen.