Irina Bokova, directeur-generaal van Unesco, sprak met Martin Schulz, voorzitter van het Europees Parlement, op 6 april 2016 in Brussel. De twee spraken over de groeiende uitdagingen van de radicalisering van jonge mensen over de hele wereld en in het bijzonder in Europa.

"Het is essentieel om onze inspanningen voor het onderwijs, het leren van de geschiedenis, de mensenrechten en het respect voor de culturele diversiteit op te voeren," zei Bokova.

Schulz benadrukte het belang van de overdracht van geschiedenis en herinnering aan de volgende generaties. Hij verwees daarbij naar een aanstaande vergadering over de herinnering aan de Holocaust en het onderwijs voor jongeren over dit thema in Buchenwald.

"Het is belangrijk om in te zetten op preventie om het risico van onderschatting van historische feiten tegen te gaan," zei Schulz.

Irina Bokova en Martin Schulz zijn overeengekomen om de ervaringen van Unesco en het Europees Parlement op dit gebied uit te wisselen, gezien het specifieke en unieke mandaat dat de Organisatie op dit gebied vervult. Ze gaven uiting aan hun vastberadenheid om een sterkere samenwerking in de strijd tegen de radicalisering van jongeren te ontwikkelen.

De voorzitter van het Europees Parlement waardeerde de inzet van Unesco voor de bescherming van cultureel erfgoed en prees het belang dat de Organisatie hecht aan deze kwestie. Hij hekelde de vernietiging van erfgoed in landen in conflict, zoals in Irak en Syriƫ.

In deze context wees Schulz op de recente goedkeuring door het Europees Parlement van een resolutie over de bescherming van het cultureel erfgoed van de stad Palmyra.

Martin Schulz gaf verder mee dat de Europese Commissie en het Europees Parlement van plan zijn om 2018 uit te roepen tot Europees Jaar van Cultuur.