Unesco Vlaanderen Unesco Vlaanderen

Wat nu met de oceaan?

Gepubliceerd op 20/12/2019 door Unesco Platform Vlaanderen

Het klimaat verandert en de biodiversiteit slinkt. Dat laat zich ook voelen in de oceaan. Wat moet er gebeuren om de oceaan een duurzame toekomst te geven?

Na de teleurstellende klimaattop van Madrid, praten we met Vladimir Ryabinin, uitvoerend-secretaris van de Intergouvernementele Oceanografische Commissie (IOC) van Unesco, over wat er moet gebeuren met de oceaan in het licht van klimaatverandering en verlies van biodiversiteit.

Waarom moeten we ons zorgen maken over de oceaan in de context van de klimaat- en biodiversiteitscrises?

De oceaan is een belangrijke regulator van klimaatverandering. Sinds het industriële tijdperk is meer dan 90% van de overtollige warmte die door mensen wordt gegenereerd (vanwege de uitstoot van broeikasgassen) opgenomen door de oceaan. Net als ongeveer 28% van de koolstofdioxide  in de atmosfeer, waardoor de oceaan het belangrijkste instrument voor klimaatbeheersing op aarde is.

Maar al deze hitte en al deze koolstofdioxide hebben hun tol geëist op de oceaan – die is nu zuurder dan ooit. De oceaan verliest nu niet alleen de mariene biodiversiteit, maar is ook minder goed in staat om de klimaatverandering te matigen.

Een verslechtering van de situatie voorkomen en de gezondheid van de oceaan herstellen is waar veel onderhandelaars en het maatschappelijk middenveld voor pleiten tijdens de VN-klimaatonderhandelingen.

Hoe weten we wat er met de oceaan gebeurt en hoe kunnen we zeker zijn van de verbanden met klimaatverandering?

Hier komen we op het terrein van de Intergouvernementele Oceanografische Commissie (IOC) van Unesco. We helpen landen en wetenschappers over de hele wereld samenwerken om belangrijke indicatoren voor de gezondheid van de oceaan te meten, via een breed scala aan instrumenten die langs de kusten en op volle zee worden ingezet. Dit omvat oceaanwarmte, continu gemeten door ongeveer 4.000 Argo-boeien die door alle oceaangebieden drijven; verzuring van de oceaan, wat eigenlijk een van de indicatoren voor vooruitgang is voor Duurzaam Ontwikkelingsdoelstelling 14 inzake het behoud en het duurzaam gebruik van oceanen, zeeën en maritieme hulpbronnen; en oceaan deoxygenatie, het verlies van zuurstof tot niveaus die zo kritiek zijn dat het leven in zee zich niet langer kan handhaven.

Dit is hoe de IOC helpt bij het informeren, en soms sturen, van wereldwijd klimaat- en oceaanbeleid. Een duidelijk voorbeeld van onze impact is het feit dat oceaanobservaties, grotendeels verzameld met ons Global Ocean Observing System, hebben geholpen om uit te leggen hoe belangrijk de oceaan was voor klimaatbeheersing. Gegevens over de oceaanwarmte gaven bijvoorbeeld aan waarom de opwarming van de aarde vóór 2015 tijdelijk vertraagde, omdat de warmte in de diepere lagen van de oceaan werd opgeslagen. Deze kennis was van groot belang om de klimaatonderhandelingen van 2015 weer op het goede spoor te zetten voor het succesvolle Akkoord van Parijs.

Vier jaar na het Akkoord van Parijs bevinden we ons midden in een zware klimaatcrisis. Hoe beginnen we dingen goed te krijgen als het gaat om oceaan, klimaat en biodiversiteit?

De toekomst van het klimaat hangt sterk af van het vermogen van de beschaving om de CO2-uitstoot te beteugelen. Wat de vraag oproept: met hoeveel? De schattingen van hoeveel koolstof we nodig hebben om te 'redden' (niet vrijgeven) of uit de atmosfeer te verwijderen, zijn gebaseerd op bestaande waarden van koolstofdioxide-absorptie door de oceaan – beschouw de oceaan als een gigantische koolstofput.

Het nieuws dat uit een recente bijeenkomst (oktober 2019) naar voren komt die is georganiseerd met de belangrijkste koolstofonderzoeksprojecten ter wereld, is niet veelbelovend: er wordt verwacht dat de capaciteit van de oceaan om als koolstofput te fungeren, zal verzwakken. Als de oceaan vandaag ongeveer 28% (tot 1/3 volgens sommige schattingen) van de CO2-uitstoot kan absorberen, zal dit cijfer naar verwachting in de nabije toekomst dalen.

Dit betekent dat als we het Akkoord van Parijs willen volgen, we veel ambitieuzer moeten worden op het gebied van emissiereductie, maar dat is niet wat de conclusies van de VN-klimaatonderhandelingen in Madrid hebben aangegeven. Het jaar 2018 zorgde voor een record hoge CO2-uitstoot, maar afgezien van de Europese Unie en enkele andere landen is er niet veel trek in verdere reducties bij grote uitstoters.

Wat moet er nu gebeuren?

De IOC zal oceaanobservaties en onderzoek moeten voortzetten. Er is een nieuwe en ambitieuze strategie voor het Global Ocean Observing System met het oog op 2030. Er is nu een akkoord over de coördinatie van koolstofonderzoek in de oceaan. Metingen en rapportage over oceaanverzuring moeten worden voortgezet.

Het komende VN-decennium van oceaanwetenschappen voor duurzame ontwikkeling (2021-2030) zal ook een wereldwijd collectief kader bieden om deze kwesties aan te pakken, met krachtig leiderschap en coördinatie vanuit het VN-systeem.

Maar we moeten ook de feiten onder ogen zien. Verzuring en opwarming van de oceaan zullen het leven in de oceaan blijven beïnvloeden. Zelfs met 1,5°C opwarming zijn de meeste warmwaterkoralen gedoemd. 2°C opwarming is veel gevaarlijker. Rekening houdend met het emissiepad waarop we ons bevinden, gaan we momenteel op weg naar een opwarming van 3-4°C of hoger. We zetten ons werk voort en versterken onze ambitie in alle optimisme, maar we moeten ons ook schrap zetten voor een aantal verwachte (en nu onverbiddelijke) gevolgen.