Je bent hier:

Meisjes en vrouwen eerst

Onderwijs

In 1990 beloofden 150 landen tijdens de eerste Education For All (EFA) conferentie gratis basisonderwijs aan de wereld tegen het jaar 2000. Nu we dat magische jaar binnenstapten, blijkt dat ze hun belofte niet zijn nagekomen. Maar de hoop en de inspanningen worden niet opgegeven. Tijdens de tweede EFA conferentie, het Wereld Onderwijs Forum in Dakar (Senegal) van 26 tot 28 april 2000, stelden 181 landen een nieuw actieplan op om het onderwijs wereldwijd te verbeteren en voor iedereen toegankelijk te maken.

Belofte

Door het actieplan aan te nemen, verbinden 181 landen zich ertoe om te streven naar kwalitatief basisonderwijs voor iedereen, met bijzondere aandacht voor het meisjesonderwijs. Daarenboven beloofden de donorlanden en instellingen dat "elk land dat zich serieus engageert voor het basisonderwijs, zal voor het bereiken van die doelstelling niet worden gehinderd door een gebrek aan middelen."

Hoewel de situatie sinds 1990 verbeterde, kunnen nog steeds meer dan 113 miljoen kinderen (vooral meisjes) niet van basisonderwijs genieten en zijn er nog altijd meer dan 880 miljoen volwassen analfabeten. Meisjes en vrouwen worden nog steeds gediscrimineerd en hebben het veel moeilijker dan jongens om toegang tot het onderwijs te krijgen. Bovendien beantwoordt de kwaliteit van het onderwijs niet aan de eisen van de hedendaagse samenleving.

Uitdaging

Die toestand is onaanvaardbaar. Het nieuwe actieplan wil een antwoord formuleren op de uitdagingen van de 21e eeuw door zich toe te leggen op het belang van het onderwijs voor meisjes, de kwaliteit van het onderwijs en het bereiken van zij die van het onderwijs worden uitgesloten: meisjes, werkende kinderen, kinderen van etnische minderheden, en kinderen getroffen door conflicten, geweld, een handicap en HIV/AIDS.

Het onderwijs is een fundamenteel mensenrecht en de sleutel tot duurzame ontwikkeling en vrede. De regeringen die het actieplan van het Wereld Onderwijs Forum aannamen, verbinden zich ertoe om werk te maken van de volgende doelstellingen:

1. Het verbeteren en uitbreiden van de zorg en het onderwijs voor jonge kinderen, vooral voor de meest kwetsbare en minst bedeelde kinderen.

2. Verzekeren dat tegen 2015 alle kinderen, en vooral meisjes, kinderen van etnische minderheden en kinderen die in moeilijke omstandigheden verkeren, toegang hebben tot gratis en kwalitatief basisonderwijs, met leerplicht.

3. Er voor zorgen dat de leerbehoeften van de jongeren bevredigd worden door ze toegang te verlenen tot opleidingsprogramma's die afgestemd zijn op de eisen die de samenleving aan hen stelt.

4. Het analfabetisme onder volwassenen met 50% terugdringen tegen 2015, vooral onder vrouwen, en zorgen voor een betere en gelijke toegang tot basis- en voortgezet onderwijs voor volwassenen.

5. De ongelijkheid onder de geslachten in het basis- en secundair onderwijs elimineren tegen 2005 en volledige gelijkheid bereiken tegen 2015; met bijzondere aandacht voor het verzekeren van volledige en gelijke toegang tot kwalitatief basisonderwijs voor meisjes.

6. Alle aspecten van de kwaliteit van het onderwijs verbeteren, om te komen tot aantoonbare en meetbare leerresultaten voor iedereen, vooral op het vlak van lezen, schrijven, rekenen en essentiële levensvaardigheden.

Om deze doelstellingen te bereiken, beloofden de deelnemers om meetbare systemen voor onderwijsbeleid en -beheer te ontwikkelen, nationale onderwijsprogramma's in te voeren om HIV/AIDS te bestrijden, veilige en aangename scholen te bouwen, gebruik te maken van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën, en systematisch te controleren of er vooruitgang wordt geboekt in het bereiken van de doelstellingen. Ze verbonden zich er ook toe om de burgers te betrekken bij de controle en bij het invoeren van nieuwe strategieën voor de ontwikkeling van het onderwijs.

De nieuwe strategieën zullen vooral op nationaal niveau worden ingevoerd. De deelnemende landen zullen elk een Nationaal EFA Plan opstellen tegen 2002. Dat plan moet weergeven hoe de nieuwe EFA doelstellingen ten laatste tegen 2015 zullen worden gerealiseerd. Indien nodig kunnen nationale inspanningen ook internationale steun krijgen via de bestaande internationale organisaties en netwerken. De UNESCO doet dienst als secretariaat van EFA. De Directeur-Generaal zal elk jaar een kleine mobiliserende groep van regeringsleiders en voorname vertegenwoordigers van de burgermaatschappij en ontwikkelingsagentschappen bijeenroepen om EFA te adviseren en zo te helpen bij de realisatie van de nieuwe doelstellingen.